Fiano di Avellino: Een onverwachte liefde

Tot voor kort dacht ik stellig dat Greco mijn favoriete witte druif uit Campania was. Karaktervol, met pit en een duidelijke signatuur. Fiano leek me altijd net iets te gereserveerd. Tot ik in Irpinia belandde. Daar proefde ik de Fiano in zijn natuurlijke habitat, en eerlijk, het was een openbaring. Fiano bleek veel meer dan ik verwacht had: verfijnd, gelaagd en allesbehalve terughoudend.

Een oude nobele dame, diep geworteld in Irpinia

Fiano behoort tot de oudste druivenrassen van Italië. De oorsprong ligt in de heuvelachtige streek rond het dorp Lapio, in het hart van Irpinia. Daar, op de kleirijke bodems en onder invloed van het koele binnenlandse klimaat, ontwikkelde de druif het profiel waarmee ze vandaag nog altijd uitblinkt: elegant, complex en nooit overdadig.

De eerste schriftelijke vermeldingen van Fiano dateren al uit de 12de eeuw. Haar naam zou afgeleid zijn van ‘Apiana’, een verwijzing naar de bijen die zich aangetrokken voelden tot het zoete sap van de bessen. Andere bronnen spreken dan weer over ‘Latina’, wat mee verklaart waarom ze ook opdook onder synoniemen als Latina Bianca, Uva Latina of Santa Sofia. Die variatie aan benamingen, gecombineerd met haar genetische verwantschap aan andere oude rassen zoals Greco, heeft lang voor verwarring gezorgd. Maar recent genetisch onderzoek laat weinig twijfel: Fiano heeft een duidelijk eigen identiteit.

Toch hing haar voortbestaan aan een zijden draadje. De druifluis, twee wereldoorlogen en een tanende belangstelling voor traditionele druivenrassen deden Fiano bijna verdwijnen. Het was Antonio Mastroberardino die haar na de Tweede Wereldoorlog uit de vergeethoek haalde. Hij herplantte haar op de oorspronkelijke gronden rond Avellino en legde zo de basis voor wat vandaag bekendstaat als Fiano di Avellino DOCG. Dankzij zijn visie en volharding kreeg deze vergeten druif opnieuw een toekomst.

Binnen die appellatie zijn enkele gemeenten en wijngaardzones uitgegroeid tot referentie. Montefredane, Summonte en natuurlijk Lapio zelf leveren steevast wijnen met precisie en diepgang. Maar het is het kleine gehucht Arianiello, net boven Lapio, dat door kenners vaak als het ultieme Fiano-terroir wordt gezien. Niet toevallig liggen hier de wijngaarden van topproducenten zoals Colli di Lapio. De combinatie van grote hoogte, een oostelijke expositie, sterk kleihoudende bodems en constante luchtcirculatie zorgt er voor een optimale rijping. De druiven krijgen er overdag voldoende zon en koelen ’s nachts sterk af, wat de aroma’s scherp houdt en de zuren bewaart. Die spanning tussen rijpheid en frisheid levert Fiano op zijn best.

Dankzij dat microklimaat en de ondergrond ontwikkelt Arianiello-Fiano een uitgesproken structuur, met aroma’s die van florale subtiliteit evolueren naar vuursteen en bijenwas na enkele jaren op fles. Het zijn wijnen die zowel jong als gerijpt indruk maken, met een transparantie en lengte die zelden geëvenaard worden.

Wispelturig maar weerbaar in de wijngaard

Deze druif is best een nukkige dame en wie Fiano in de wijngaard wil temmen, moet van goede huize zijn. Fiano is een laatbloeier, met een groeicyclus die zich uitstrekt tot laat in september of zelfs oktober. Ze gedijt bij voorkeur op hoogte, zoals in de heuvelachtige zones van Irpinia. Daar zorgen de combinatie van vulkanische bodems, koele nachten en warme dagen voor een langzame en gelijkmatige rijping. Ideaal voor de ontwikkeling van haar aromatische precisie.

De standplaats is cruciaal: oriëntatie, luchtcirculatie en drainage maken het verschil tussen een vlakke wijn en een dragende wijn. In regio’s zoals Lapio en specifiek het gehucht Arianiello, komt Fiano volledig tot haar recht. Kleihoudende gronden zorgen daar voor grip en structuur, terwijl het frisse microklimaat haar elegantie bewaart.

De plant zelf is krachtig en expansief. De vegetatie groeit fors, met lange ranken en stevige houtstructuren. Een doordachte snoei is essentieel om haar groeikracht te temperen en de kwaliteit te bewaken.
De druif is best wel gevoelig voor ziektes als peronospora en oidium, vooral rond de bloei, wanneer de jonge trossen bescherming nodig hebben. Ze vraagt dus om een zorgvuldige aanpak in de wijngaard.

Gelukkig heeft ze ook troeven. De druiven hebben een stevige, leerachtige schil, die bescherming biedt tegen botrytis en helpt om de trossen gezond te houden tijdens de lange rijpingsperiode. Dat maakt Fiano opmerkelijk geschikt voor laat geoogste stijlen, zonder risico op rot of verlies aan frisheid. In droge, goed doorlatende bodems produceert ze minder fruit, maar wel druiven met meer concentratie en aromatische kracht.

Fiano levert compacte trossen van kleine tot middelgrote omvang, meestal piramidaal van vorm met een uitgesproken zijvleugel. De bessen zijn middelgroot, ovaal en goudgeel met een vleugje amber aan de zonzijde. Het sap is kleurloos, de smaak mild zoet met een licht krokante textuur. In de kelder betekent dit: veel vrijheid. Fiano laat zich vinifiëren in uiteenlopende stijlen, van strak mineraal tot rijk en romig, zelfs houtgelagerd of als passito. Zonder haar kern te verliezen.

Fiano is dus wispelturig in de wijngaard, maar wie haar leert kennen en begrijpt wat ze nodig heeft, wordt beloond met wijnen die méér doen dan plezieren. Ze weerspiegelen het landschap waaruit ze komen: precies, complex en altijd met karakter. En dat maakt haar tot een van de meest intrigerende witte druiven van Zuid-Italië.

In het glas: ingetogen complexiteit

Verwacht geen tropische fruitbom, geen overdreven aromatische intensiteit. Wat je wél krijgt, is een verfijnde structuur, een subtiel geurenspectrum en een opmerkelijke evolutie in het glas én in de fles.

Bij het inschenken toont Fiano zich lichtgeel, vaak met een wat groenige schijn. De eerste indrukken in de neus zijn floraal: acacia, jasmijn en lindebloesem domineren. Daaronder ligt een laagje fris wit fruit, meestal peer en groene appel, dat de wijn een jeugdige levendigheid geeft.

Fiano bezit een vermogen om zich fantastisch te ontwikkelen. Met wat flesrijping schuiven de aroma’s langzaam op richting amandel, hazelnoot, bijenwas en acaciahoning. Die aromatische verdieping gaat samen met een verandering in textuur: het mondgevoel wordt zachter, voller, romiger, zelfs licht olieachtig, maar zonder in logheid te vervallen. De wijn behoudt haar frisheid dankzij haar natuurlijke zuren, die haar ruggengraat vormen.

Bij oudere Fiano’s treden tertiaire tonen op de voorgrond. Rook, vuursteen, een hint van toast. Weliswaar nooit dominant, altijd in balans. Deze evolutie maakt Fiano niet alleen verrassend complex, maar ook geschikt voor flesrijping. Tien jaar is geen uitzondering, en wie geduld heeft, wordt beloond met een witte wijn die spanning, gelaagdheid en finesse combineert.

De hazelnoottoets: signatuur of subtiele schim?

Elk artikel dat je er over Fiano op naslaat komt terug op dat ene aspect dat typisch zou zijn voor een Fiano wijn, namelijk hazelnoot. Meer bepaald zou er bij gerijpte exemplaren een subtiele hazelnoottoets kunnen optreden. Deze aanwezigheid van geroosterde hazelnoot zit dan vooral in het aromaprofiel. Er zijn, zoals dat dan gaat, onderzoeken naar gevoerd en tijdens een sensorische analyse van tien Fiano-wijnen door zestig ervaren proefpanelleden, werd hazelnoot als geurcomponent consistent waargenomen. Weliswaar niet als dominant kenmerk, maar als element van complexiteit.

Die toets van ‘nocciola tostata’ is wat Fiano onderscheidt van veel andere witte druivenrassen. Ze verschijnt vaak samen met tertiaire aroma’s zoals bijenwas, honing en vuursteen, en draagt bij aan de herkenbaarheid van de druif na flesrijping. Voor sommigen is het net die hazelnoottoets die Fiano zijn typisch ‘volwassen’ karakter geeft.

Veelzijdigheid op tafel én in stijl

Fiano is niet in één stijl te vatten. Hoewel ze doorgaans droog en stil gevinifieerd wordt, vertoont ze een indrukwekkend palet aan stijlen. Afhankelijk van terroir, rijpingsgraad en vinificatietechniek beweegt Fiano zich moeiteloos tussen fris en lineair tot vol, gestructureerd en krachtig. Wat haar verbindt over die variatie heen, is een zekere ingetogen klasse die steeds de nodige complexiteit zal vertonen.

De jeugdige Fiano toont zich levendig en verteerbaar. Hier draait het om mineraliteit, frisse zuren en citrusachtige spanning, ideaal bij lichte mediterrane gerechten zoals vis, schaal- en schelpdieren, zomerse salades of antipasti met een zuurtje. Dankzij haar florale kant en haar gecontroleerde fruitigheid voelt ze zich ook prima thuis bij gerechten op basis van tomaat of met een kruidige toets. Zelfs een pittige bouillabaisse krijgt er een elegante partner bij.

Wanneer de wijn wat ouder is of afkomstig uit meer kleihoudende terroirs zoals Lapio of Arianiello, verandert haar rol aan tafel. Dan schuift Fiano op richting gevogelte, kalfsvlees of zelfs een sappige varkenskarbonade. De extra textuur, een vettiger mondgevoel en tertiaire aroma’s zoals hazelnoot, bijenwas en rook maken haar tot een witte wijn met de draagkracht van een rode.

Naast de droge varianten zijn er ook zoetere interpretaties. Zowel laat geoogste Fiano als passito wijnen, waarbij de druiven ingedroogd worden, leveren een geconcentreerd resultaat met honingachtige tonen, maar zonder hun elegantie te verliezen. Deze stijlen zijn zeldzamer, maar tonen des te meer de mogelijkheden van de druif.

DOCG Fiano di Avellino en verder

Hoewel Fiano di Avellino het bekendst is, wordt de druif ook elders in Italië aangeplant. Daar, in het heuvelachtige hart van Irpinia, liggen zowel haar historische wortels als haar hoogste expressie. De herkomstbenaming Fiano di Avellino DOCG geldt dan ook terecht als het referentiepunt.

Ook buiten de DOCG duikt Fiano op in diverse appellaties in Campanië, zoals Irpinia DOC, Cilento DOC en Sannio DOC. In Puglia wordt ze verbouwd onder de naam Fiano Minutolo. Deze is genetisch verwant, maar aromatisch heel anders, vaak expressiever en floraler van stijl. Op Sicilië wordt Fiano ingezet in onder meer Contessa Entellina DOC en Sicilia DOC, waar ze in een rijpere, warmere gedaante verschijnt.

Toch blijft Fiano di Avellino dé maatstaf. Niet alleen vanwege het terroir, maar ook door de wijnmakers die er de afgelopen decennia hun stempel op hebben gedrukt. Namen als Mastroberardino, Ciro Picariello, Pietracupa, Villa Diamante, Villa Raiano en Feudi di San Gregorio hebben elk hun eigen interpretatie, van strak mineraal tot rijp en houtgelagerd. Aan dat rijtje mogen zonder twijfel ook Colli di Lapio en Rocca del Principe worden toegevoegd. Beide producenten leveren jaar na jaar wijnen met precisie, diepgang. Hun wijngaarden liggen in het centrum van Arianiello en dat proef je gewoonweg. De kwaliteit spat ervan af.

Tot slot: een druif herbekeken

Mijn bezoek aan Irpinia heeft mijn kijk op Fiano grondig veranderd. Waar ik jarenlang zonder veel twijfel naar Greco greep, heeft Fiano zich daar van een andere, rijkere kant laten zien. Het is duidelijk een druif met een eigen profiel: zuiver, genuanceerd en met een opmerkelijk verouderingspotentieel.

Wat me vooral is bijgebleven, is hoe scherp de rol van terroir tot uiting komt. De hoogte, de bodems, het microklimaat. Dit blijken geen losse elementen te zijn maar bouwstenen die Fiano maken tot wat ze kan zijn. En dan heb je nog de wijnmakers die haar potentieel lezen en vormgeven, elk op hun manier.

Fiano is voor mij geen ontdekking in de zin van iets nieuws, maar een correctie van een onderschatting. Vanaf nu krijgt deze druif de aandacht die ze verdient. En ja, die fles Fiano di Avellino zal voortaan niet meer onopgemerkt naast de Greco blijven staan. Integendeel.

Ontdek Colli di Lapio: Pure expressie uit Campanië

In het hart van de heuvels van Irpinia, in het kleine dorpje Lapio, vinden we Colli di Lapio, een authentiek familiebedrijf onder leiding van Clelia Romano. Dit domein, dat vandaag ook wordt ondersteund door haar dochter Carmela, brengt wijnen voort die het terroir van Campanië op een meesterlijke manier weerspiegelen: mineraal, verfijnd en vol leven.

Lapio en dan voornamelijk de contrade Arianiello, staat bekend als het kloppende hart van de appellatie Fiano di Avellino DOCG. Hier profiteren de wijngaarden van grote temperatuurverschillen tussen dag en nacht, een kalkrijke vulkanische bodem en constante ventilatie – de ideale omstandigheden voor het creëren van wijnen met spanning, frisheid en diepe aromatische expressie.

Met trots stellen we drie wijnen van Colli di Lapio voor, nu beschikbaar in ons assortiment:

🍇 Fiano di Avellino DOCG 2024

Een zuivere en elegante interpretatie van de Fiano-druif, met aroma’s van witte bloemen, perzik en citrus, ondersteund door een verfrissende mineraliteit. Deze wijn straalt puurheid en finesse uit en is een perfecte match voor zeevruchten en lichte gerechten.

🍇 Fiano di Avellino ‘Clelia’ DOCG 2021

Afkomstig van de oudste wijngaarden van het domein, biedt deze cuvée een rijke en weelderige ervaring. Rijpe perzik, honingbloemen, een subtiele kruidigheid en een levendige minerale kern maken deze wijn ideaal voor fijnproevers en een uitstekende keuze om te laten ouderen.

🍇 Greco di Tufo ‘Alèxandros’ DOCG 2024

Een krachtige en expressieve witte wijn, afkomstig van de tufstenen bodems van Tufo. Rijp wit fruit, vuursteen en een levendige frisheid zorgen voor een perfecte balans tussen kracht en elegantie – een schitterende begeleider van visgerechten en schaal- en schelpdieren.


Nieuwsgierig geworden?
Ontdek deze fantastische wijnen nu in onze webshop:
👉 Bekijk Colli di Lapio bij Wijnkennis

Volg ons voor meer nieuws en inspiratie over Italiaanse topwijnen:
📸 Instagram
💼 LinkedIn
📘 Facebook

Zoals Gambero Rosso het treffend samenvat:
“Neem alle klassieke wijntermen – topterroir, gepassioneerde wijnmaker, mineraliteit – en je hebt Colli di Lapio perfect beschreven.”

Italiaanse wijnavonden – Deel 6

Aan alle goede dingen komt helaas een einde. Zo ook aan onze Italiaanse wijnavonden. Gedurende 6 vrijdagavonden nam ik 13 wijn-dorstige gelijkgestemde zielen mee in dit Italiaans avontuur. Afsluiten deden we op de meest zuiderse wijze…Campania, Puglia, Basilicata, Calabria en de eilanden Sicilia en Sardegna kwamen aan bod. Strenge schoolmeester zijnde had ik al een waarschuwend vingertje opgestoken dat de stijl van de wijnen abrupt zouden veranderen en dat we van de typische hoge zuurtegraad, die vele Italiaanse wijnen zo kenmerken, wel eens exemplaren zouden kunnen treffen die net een tekort aan die zo broodnodige eigenschap hebben. Het evenwicht zou met andere woorden wel eens zoek kunnen zijn.

Maar toch was het alweer likkebaarden geblazen. Eén van mijn favoriete regio’s stond immers op het programma: Campania!! Met graagte laat ik de ‘tranen van Christus’ aan me voorbij gaan. Lacryma Christi in wit wordt gemaakt van (hoofdzakelijk) de Coda di Volpe druif, wat zoveel als vossenstaart betekent. Dit is werkelijk zoiets als ‘What’s in a name’… 😉
Neen ik kijk vol verlangen uit naar die andere mooie witte parels die komen uit het land om en rond de Vesuvius. Greco bijvoorbeeld of die andere hoogstaande druif, Fiano!! Dit zijn werkelijk druiven die de allermooiste witte wijnen uit Italië kunnen maken. Meer dan terecht dat ze bekroond werden met een DOCG! Onbegrijpelijk echter dat sommige andere witte wijnen op gelijke voet worden geplaatst met dit hoogstaand wit genot!!
Zelfs van de Falanghina worden betere wijnen gemaakt dan pakweg van de Albana di Romagna…
Is er dan geen rood te vinden in Campania? Oh jawel…Eén van de Italiaanse topdruiven is hier heerser. Aglianico zorgt voor krachtpatsers in onder andere de Taurasi DOCG. Je leest her en der wel eens dat hij de grote broer is van de Barolo of de Barbera. Tja, een mens leest zoveel 😉

Wat kunnen we er nog treffen ginds in het zuiden? Bulkwijn…heel veel bulkwijn. Ongeveer 90% van de druiven zijn bestemd voor distillaten of voor grote coöperaties. De kwaliteitswijn die op de markt wordt gebracht kent de laatste jaren echt wel een meer dan gestage groei. Zeer mooie resultaten zien we van de Primitivo’s en Negroamaro’s uit Puglia, Aglianico heeft nog een tweede thuis op de flanken van de Vulture vulkaan in Basilicata. Canonnau laat u bij wijlen de Franse Grenaches vergeten met ontroerende resultaten op Sardegna. En dan is er ten slotte nog Sicilia!! Heerlijke wijnen van de Nero d’Avola en de laatste jaren steeds betere en betere resultaten van de Syrah. Vooral de blends tussen deze 2 druiven zijn zeer te pruimen 😉
In alle bescheidenheid moet ik je vragen Calabria te vergeten als wijngebied. Mooi vakantiegebied en de wijntjes zullen ginds ongetwijfeld kunnen bekoren. Laat ze echter ginds ;-).

De proeftafel had opnieuw 8 wijnen te bieden…althans in theorie! Mijn gasten druppelden binnen en het ene na het andere flesje werden mij toevertrouwd. Zelf had ik ook nog wat voor de afterparty opzij gezet. Enkele wijnen die bij de voorbije avonden de mist in gingen en die ik wou rechtzetten. Zo hadden we een gekurkte Dolcetto en was de Barbera niet echt optimaal. Er was dus een nieuwe Dolcetto en ik had nog 2 Barbera’s voorzien (was er toch niet eentje opnieuw gebeten door die donderse kurkduivel zeker!).

Starten deden we braafjes met een Vermentino di Gallura Van Piero Mancini. De prijs van de Primo kwam helemaal niet overeen met het resultaat in het glas. Eerlijke en correcte wijn, een beetje gebrek aan de nodige zuren. Nadien volgde het Di Meo Festijn met de Greco di Tufo en de Fiano di Avellino. Manmanman, wat is die Greco toch een heerlijke druif!!! Fris en toch vol van smaak, bomvol mineralen, heerlijk lang uitgesponnen en dan die afdronk…pure zeste van sinaas en mandarijn. Stilte…nog eens proeven…stilte…goedkeurend gemopper! Dan weet je dat het goed zit :-).
De Fiano ging op hetzelfde elan verder, opnieuw de frisse volheid, de mineralen maar een andere afdronk. Meer kruidigheid ook in ons glas. Yeah…wit Campania had zijn naam meer dan gemaakt!!

Met goed gemoed konden we het rood aanvangen. Opnieuw viel Piero Mancini door de mand. Dit keer met de Canonnau di Sardegna. Gelukkig had één van mijn gasten ook voor een Canonnau gezorgd. De Dule van Gabbas was van een hele andere kwaliteit. Het moet gezegd zijn dat ook de prijs het dubbele was van de eerste fles…maar toch!
Hoofdstuk Puglia dan maar met het fijne en kwaliteitsdragende Schola Sarmenti. Ik had in de officiële degustatie de Roccamora (Negroamaro uit Nardo DOC) en de Cubardì Primitivo voorzien. Beide wijnen zijn totaal uiteenlopend. De Roccamora is een geweldige Negroamaro, een ware fruitexplosie. Voor de meesten de verrassing van de avond. De Primitivo was verfijnd en elegant, 2004 reeds en verre van versleten. Dit is Primitivo zoals hij hoort te zijn! Achteraf kwam er nog een andere Negroamaro de Nerio en een zoete Primitivo (verrassend mooi).

Afsluiten deden we met een pure Nero d’Avola van Sallier de la Tour en uiteraard een Taurasi DOCG. De Sciliaan viel tegen…ik ken de wijn al lang en hij draagt niet langer meer. Spijtig want dit was ooit super.
Voor de Taurasi gingen we terug naar Di Meo. Eentje van het jaar 2001 en voor het eerst gedurende de avond hadden we discussie. Heerlijk voor één, niet goed voor de ander. Proef hem een keertje en laat me jullie bevindingen maar weten 😉

En zo doken we met de nodige pollo de avond in! Het moet gezegd zijn dat ‘La Mamma‘ blij haar applaus in ontvangst nam. Tevens ben ik een tevreden man. Op geen moment had ik met een mopperende bende te maken. En blije en vrolijke gezichten, genietend van al dat moois. Het niveau van de groep was uitermate hoog. Dat maakt het natuurlijk makkelijker en menig discussie werd gevoerd…steeds met het nodige respect voor de ander zijn mening. Dit is het waar wijnproeven voor moet staan…Plezier, vreugde, dorst naar kennis, dorst naar deze godendrank…maar steeds met de nodige ernst en respect voor elkaar.

Ohja…Luc werd verkozen tot de “neus” van de avonden. Hij verdiende dan ook de rosé bubbels van Berlucchi (Franciacorta). Als bij wonder stond hij echter gekoeld en waren er ‘toevallig’ champagneglazen voorhanden 😉

Bravissimo e Grazie!! Alla Prossima Volta!