🍷 Inleiding – Lambrusco: van verguisd naar verfijnd
Wat is dat toch met Lambrusco de laatste tijd? Plots hoor je overal nieuwe geluiden over deze ooit zo verguisde wijn. De naam duikt weer op in wijnbars, op kaarten van Italiaanse trattoria’s en zelfs in gesprekken tussen sommeliers. En dat terwijl ik Lambrusco zelf jarenlang heb afgedaan als “pompbakwijn”, de “Coca-Cola onder de Italiaanse bubbels”. Een zoete, roodschuimende wijn die vooral de Amerikaanse fastfoodcultuur bediende. Tot voor kort had ik er geen goed woord voor over.
Tot die ene dag. Tijdens mijn opleiding tot Italian Wine Ambassador verzorgde Master of Wine Gabriele Gorelli de allereerste masterclass van de cursus. Onderwerp: Lambrusco. Mijn verwachtingsniveau? Lager dan laag. Maar nog voor Gorelli aan zijn tweede zin toe was, voelde ik mijn houding kantelen. Zijn bevlogenheid, zijn kennis, maar vooral het verhaal achter deze wijn trokken me recht uit mijn scepsis. Lambrusco bleek geen grap, geen relikwie uit de jaren ’80, maar een levende, complexe wijnfamilie met diepe wortels in de Italiaanse geschiedenis.
Wist je dat Lambrusco waarschijnlijk één van de oudste druivenrassen van Italië is, met een oorsprong als wilde wijnstok? En dat er niet één Lambrusco bestaat, maar twaalf verschillende variëteiten. Elk met hun eigen karakter, terroir en stijl? Tijdens de proeverij die volgde, proefde ik geen zoet plakkerig drankje, maar frisse, droge, verfijnde wijnen. Apart en niet alledaags, zeker, maar het contrast met mijn vooroordelen kon niet groter zijn.
Dat moment werkte als een vonk. Sindsdien werd ik genoeg getriggerd om mezelf ertoe te zetten me te verdiepen in de wijn die ik nooit wist te appreciëren, en eindelijk te begrijpen waarom hij het verdient om herontdekt te worden.
Daarom deze nieuwe zondagse reeks ‘Lambrusco op zondag – tien weken lang schaven aan het imago’: een ontdekkingsreis langs de geschiedenis, druiven, regio’s en smaken van Lambrusco.
🍇 Wat mag je verwachten?
Wat is Lambrusco? We trappen af met de comeback van een vergeten icoon. Hoe een wijn die ooit synoniem stond voor zoetigheid en eenvoud vandaag opnieuw respect afdwingt.
Van wilde wijnstok tot klassieker De geschiedenis van Lambrusco: van Romeinse tijden tot hedendaagse heropleving. Hoe een wilde druif evolueerde tot één van Italië’s oudste wijnfamilies.
Waar groeit Lambrusco? We trekken naar Emilia-Romagna en Mantova, waar de wijn zijn ziel vindt in vruchtbare bodems, zachte heuvels en een uitgesproken eet- en wijncultuur.
Hoe wordt Lambrusco gemaakt? Van Charmat tot Classico en Ancestrale: de verschillende vinificatiemethoden die de stijl, structuur en verfijning van Lambrusco bepalen.
De Lambrusco-familie Een fascinerende stamboom van twaalf belangrijke variëteiten — met een hoofdrol voor Sorbara, Salamino en Grasparossa.
Sorbara & Lambrusco di Sorbara DOC De elegante, florale expressie van Lambrusco. Licht, levendig en verrassend verfijnd.
Salamino & Lambrusco Salamino di Santa Croce DOC De fruitige, evenwichtige middenstijl: soepel, charmant en veelzijdig aan tafel.
Grasparossa & Lambrusco Grasparossa di Castelvetro DOC De krachtigste van het trio: donker, intens en vol karakter.
Meer dan de grote drie We ontdekken de overige appellaties, van Reggiano tot Modena, die het brede smaakpalet van Lambrusco vervolledigen.
Lambrusco aan tafel Waarom Lambrusco zo’n uitzonderlijke gastronomische begeleider is — en hoe hij gerechten tot leven brengt.
Bonus: Masterclass Lambrusco Een afsluitende proefsessie met 8 tot 10 wijnen, waarin we alles samenbrengen wat we onderweg hebben geleerd.
Deze reeks is er voor nieuwsgierige wijnliefhebbers, ontdekkers en fijnproevers die hun blik willen verruimen. Elke zondag schenken we je een nieuw hoofdstuk over Lambrusco: boeiend, verdiepend en vooral verfrissend anders. Tijd om deze sprankelende Italiaan opnieuw op het schavot te plaatsen, en hem te proeven zoals hij echt bedoeld is.
Although 11 November is not a public holiday in Italy, as it is in Belgium, the date will undoubtedly be celebrated with extra enthusiasm in Abruzzo from now on. Who knows, perhaps the traditional panarda feast will one day be moved to that moment. On 11 November, Casauria received official confirmation that it would step out from under the broad umbrella of Montepulciano d’Abruzzo DOC, its former parent appellation, and begin life as a fully independent DOCG. The European Union placed its final seal of approval on the decision, and for anyone with a soft spot for Abruzzo, this is far more than a footnote. It is a well-earned recognition for a region that has pushed itself upward with quiet determination and hard work. With this new designation, Abruzzo now counts three DOCG areas.
Where It All Began
Abruzzo has a habit of elevating its lesser-known corners to DOCG status. Tullum, granted the designation only a few years ago, was already a surprise, and Casauria builds on that momentum. Let’s be honest: aside from a handful of Italy enthusiasts, few wine lovers could confidently point to Casauria on a map. And yet, the area has everything required to justify a DOCG in its own right.
Casauria takes its name from the Abbey of San Clemente a Casauria, a Romanesque complex founded in the ninth century in the valley of the Pescara River. Historical sources suggest that the name may derive from Casa Aurea, the “golden house”, in reference to the exceptional fertility of the surrounding soils. That fertility is no coincidence. Wine has been part of this landscape for centuries. Ancient rock-hewn pressing basins such as the Palmenti di Pietranico, alongside the historical influence of the Benedictines, testify to a deeply rooted and continuous winemaking tradition.
Today, the DOCG spans several municipalities in the province of Pescara, situated on hills and plateaus between two hundred and six hundred metres above sea level. The climate is mild and sunny, with warm summers and pronounced diurnal temperature shifts. These variations are essential for Montepulciano, enabling full ripening while preserving natural freshness. Altitude, airflow, and sunlight provide the grape with a balance seldom achieved in lower-lying sites across the region.
A Disciplinare That Clearly Prioritises Quality
The disciplinare for Casauria leaves no room for ambiguity. It outlines a precise stylistic profile and a firm commitment to quality.
Key provisions at a glance: • Red wines only, made from one hundred percent Montepulciano • Minimum alcohol of thirteen percent, and thirteen-and-a-half for Riserva • Mandatory ageing of eighteen months, or twenty-four for Riserva, counted from 1 November following the harvest; oak is optional, not required • Maximum yield of nine thousand kilograms of grapes per hectare and sixty-three hectolitres of wine per hectare • Minimum planting density of three thousand five hundred vines per hectare, or three thousand two hundred for pergola-trained vineyards • Vinification, ageing, and bottling must take place within the designated area to guarantee traceability and quality
Even transport is regulated. Bottling outside the zone is prohibited because shifts in temperature, oxidation, or microbiological instability can compromise the wine once it leaves its place of origin. The message is unambiguous: a bottle of Casauria DOCG must be a product of the zone from beginning to end.
How Does Casauria DOCG Taste?
Curious what Casauria DOCG delivers in the glass? Expect a deep ruby colour with youthful purple reflections. The nose shows ripe red fruit layered with subtle spice. As the wine evolves, or when aged in oak, warmer and more complex aromas emerge, while the fruit retains its clarity.
On the palate, the wine is full-bodied and flavourful, with fine-grained yet clearly present tannin. The interplay of altitude, abundant sunshine, and wide day-night temperature swings contributes to natural balance. These conditions give Montepulciano both ripeness and tension, resulting in wines with depth, length, and a distinct sense of place.
Casauria offers immediate pleasure in youth yet possesses the structure to age gracefully. It is a more finely etched expression of Montepulciano, typical of the higher elevations around Pescara, marked by concentration, vibrancy, and refinement.
Why This Is Not Really a Surprise
The announcement may seem unexpected to the broader world, but within Abruzzo, and among more specialised wine circles, the region’s rise has been unmistakable. Abruzzo has largely shed its former association with simple, inexpensive bulk wines and now demonstrates convincingly that its hillsides and higher-altitude vineyards are ideally suited to producing quality wine. In an era shaped by climate change, these elevations offer welcome resilience and freshness.
Montepulciano has been the subject of extensive study in recent decades. The variety has sharpened its identity and shows remarkable sensitivity to terroir and microclimate. The selection of local clones such as VCR 456, the so-called Casauria biotype, highlights the purposeful work growers have undertaken to refine their wines. The result is a distinctive style with concentration, precision, and aromatic complexity that stands apart from other expressions of Montepulciano.
Casauria DOCG is therefore much more than a new name on the map. It signals Abruzzo’s intent to demonstrate its full potential. The region has every necessary asset: high-elevation vineyards, a defined microclimate, and producers who refuse to accept mediocrity and instead aim for genuine distinction.
For wine lovers, this is an invitation to rediscover Montepulciano in a purer, more precisely articulated form. Not mass-produced, but crafted with ambition and care.
Casauria DOCG Is Ready for Its Debut
With this recognition, Italy now counts seventy-nine DOCG areas. Expectations are high, yet the region remains grounded. The potential is significant and the disciplinare is crystal clear. Casauria DOCG has every opportunity to become a benchmark within Abruzzo.
The first bottles bearing the new designation are unlikely to appear before 2028. Each wine must age for at least eighteen months, starting from 1 November following the harvest. Since producers can only begin DOCG production with the 2026 vintage, the earliest release for standard Casauria DOCG is mid-2028. Riserva wines will follow later, toward the end of 2028. Patience will be required, but anticipation will only grow.
A personal note to close: a few months ago, during an interview for the Italian Wine Podcast, I asked Professor Attilio Scienza which regions he believed were closest to earning DOCG status. My suggestions were Cirò Riserva and Casauria. Both have now become reality. And DOCG number eighty? Most observers think it’s just a matter of time. Etna is waiting, patiently or otherwise, for the volcano to give its next signal.
Hoewel elf november geen feestdag is in Italië, zoals in België, zal die datum voortaan ongetwijfeld met extra glans gevierd worden in Abruzzo. Wie weet verschuift la panarda ooit nog naar die dag want Casauria kreeg precies op elf november de officiële bevestiging dat het zich als voormalige subzone van de Montepulciano d’Abruzzo DOC losmaakt uit de brede appellatie en voortaan als zelfstandige DOCG erkend wordt. De Europese Unie zette er haar definitieve stempel op en voor iedereen die Abruzzo een warm hart toedraagt is dit veel meer dan een voetnoot. Het is een bekroning voor een streek die zich al jaren met stille overtuiging en hard werk naar de top heeft gewerkt. Met deze nieuwe benoeming telt Abruzzo nu drie DOCG gebieden.
Waar het allemaal begon
Abruzzo heeft er een handje van weg om zijn nieuwe DOCG gebieden niet uit de meest bekende hoek te kiezen. Tullum, enkele jaren geleden benoemd tot DOCG, was al een verrassing en Casauria doet daar nu nog een schep bovenop. Want laat ons eerlijk zijn, buiten een handvol Italië-adepten is er nauwelijks iemand die dit gebied spontaan op de kaart kan aanduiden. En toch heeft het alles in huis om een volwaardige DOCG te dragen.
Casauria ontleent zijn naam aan de abdij San Clemente a Casauria, een Romaanse site uit de negende eeuw in de vallei van de rivier de Pescara. Volgens historische bronnen zou de benaming teruggaan op Casa Aurea, het gouden huis, een verwijzing naar de uitzonderlijke vruchtbaarheid van de gronden rond de abdij. Die vruchtbaarheid is geen detail want wijn maakt hier al eeuwen deel uit van het landschap. Sporen zoals de Palmenti di Pietranico en de latere rol van de Benedictijnen vertellen een verhaal van continuïteit dat diep in de regio verankerd zit.
De nieuwe DOCG strekt zich vandaag uit over een reeks gemeenten in de provincie Pescara, op heuvels en plateaus tussen tweehonderd en zeshonderd meter hoogte. Het klimaat is mild maar zonnig, met warme zomers en uitgesproken temperatuurverschillen tussen dag en nacht. Precies die verschillen zijn cruciaal voor Montepulciano, dat rijp fruit ontwikkelt zonder aan spanning te verliezen. Het resultaat is een druif die zich dankzij hoogte, wind en licht beter kan ontplooien dan in veel lager gelegen delen van de regio.
Een disciplinare die duidelijk kiest voor kwaliteit
De nieuwe disciplinare omschrijft scherp en zonder omwegen welke stijl en kwaliteitsambitie Casauria nastreeft. Het gebied kiest resoluut voor een duidelijke identiteit en voor streng bewaakte standaarden.
De belangrijkste bepalingen in vogelvlucht: • De wijnen zijn rood en gemaakt van honderd procent Montepulciano • De minimale alcoholsterkte bedraagt dertien procent, voor Riserva dertien en een half • De verplichte rijping bedraagt achttien maanden, voor Riserva vierentwintig maanden, te rekenen vanaf één november na de oogst. Houtrijping is toegestaan maar niet verplicht • De maximale opbrengst bedraagt negen duizend kilo druiven per hectare en drieënzestig hectoliter wijn per hectare • De plantdichtheid bedraagt minstens drie duizend vijfhonderd stokken per hectare, voor wijngaarden in pergola is dit drie duizend tweehonderd • Productie, rijping en botteling moeten binnen de zone plaatsvinden zodat herkomst en kwaliteit volledig controleerbaar blijven
Zelfs het transport kent grenzen. Bottelen buiten het gebied is uitgesloten omdat temperatuurwisselingen, oxidatie en microbiologische schade de wijn kunnen aantasten zodra hij buiten zijn oorsprongsgebied wordt verwerkt. De boodschap is duidelijk. Een fles Casauria DOCG moet van eerste tot laatste stap een product van de zone zelf blijven.
Hoe smaakt Casauria DOCG
Ben je benieuwd naar de wijnen van Casauria DOCG? We geven je graag een idee van wat je in het glas kan verwachten. De wijn oogt alvast diep robijnrood met jeugdige paarse schakeringen. In de neus vind je rijp rood fruit aangevuld met een subtiele kruidigheid. Naarmate de wijn rijpt of tijd in hout doorbrengt, ontwikkelen zich warmere en complexere aroma’s zonder dat het fruit aan helderheid verliest.
In de mond herken je een wijn met een volle structuur en een smakelijk profiel. De tannine is aanwezig maar fijn. De combinatie van hoogte, zon en uitgesproken temperatuurverschillen tussen dag en nacht zorgt doorgaans voor een evenwichtige spanning. Die omstandigheden geven de Montepulciano druif zowel rijpheid als frisheid, wat resulteert in wijnen met body, lengte en een duidelijke identiteit.
Casauria biedt daardoor zowel drinkplezier in zijn jeugd als potentieel voor flesrijping. Het is een strakker omlijnde interpretatie van Montepulciano, typisch voor de hoger gelegen zones van Pescara en herkenbaar door zijn concentratie en verfijning.
Waarom dit eigenlijk geen verrassing is
Misschien komt de erkenning voor de buitenwereld onverwacht maar binnen Abruzzo én in de intiemere wijnkringen groeit het vertrouwen al jaren. De regio heeft het juk van eenvoudige, banale goedkope bulkwijnen grotendeels achter zich gelaten en bewijst steeds nadrukkelijker dat haar heuvels en hoger gelegen wijngaarden uitstekend geschikt zijn voor kwaliteitswijnbouw. In een tijd waarin klimaatopwarming steeds meer meespeelt, bieden die hoogtes bovendien extra stabiliteit en frisheid.
Met Montepulciano is de voorbije decennia veel onderzoek verricht. De druif heeft in de moderne tijd zijn identiteit aangescherpt en toont zich bijzonder gevoelig voor terroir en microklimaat. De selectie van lokale klonen zoals VCR 456, het Casauria biotype, illustreert hoe doelgericht producenten werken aan verfijning. Het resultaat is een stijl die duidelijk verschilt van andere wijnen op basis van dezelfde druif, met een herkenbare combinatie van concentratie, spanning en aromatische precisie.
Casauria DOCG is dus niet zomaar een nieuwe naam op de kaart. Het is een duidelijk signaal dat Abruzzo zijn potentieel wil tonen. De regio beschikt over alle voorwaarden: hooggelegen wijngaarden, een eigen microklimaat en producenten die zich niet tevreden stellen met middelmaat maar bewust kiezen voor onderscheid.
Voor wijnliefhebbers is dit vooral een uitnodiging om Montepulciano opnieuw te ontdekken in een zuiverder en strakker gedefinieerde vorm. Geen massaproductie maar een gebied dat met overtuiging kiest voor ambitie en precisie.
Casauria DOCG is klaar voor zijn debuut
Met deze benoeming staat de teller in Italië inmiddels op negenenzeventig DOCG gebieden. De verwachtingen zijn hoog maar de regio blijft tegelijk nuchter. Het potentieel is groot en de disciplinare is helder. Alles wijst erop dat Casauria DOCG kan uitgroeien tot een vaste waarde binnen Abruzzo.
De eerste flessen met het nieuwe label zullen vermoedelijk pas vanaf 2028 in de rekken verschijnen. Elke wijn moet immers minstens achttien maanden rijpen, te starten op één november van het oogstjaar. Aangezien producenten pas vanaf oogst 2026 officieel als DOCG kunnen werken, komen de eerste Casauria DOCG-flessen ten vroegste midden 2028 op de markt. Voor Riserva wordt dat zelfs einde 2028. Het wordt dus nog even wachten maar de nieuwsgierigheid zal er alleen maar groter door worden.
En dan nog iets persoonlijks. Enkele maanden geleden vroeg ik voor de Italian Wine Podcast aan professor Attilio Scienza welke wijngebieden volgens hem het dichtst bij een DOCG-status stonden. Mijn suggesties? Cirò Riserva en Casauria. Beide voorspellingen zijn ondertussen werkelijkheid geworden. Nummer tachtig lijkt voor velen een kwestie van tijd. Etna wacht (on)geduldig… tot de vulkaan weer een seintje geeft.
Although I had promised myself a short break from writing due to the end-of-year rush, this news is simply too important to let slip by unnoticed. Etna is about to make history. The iconic volcano, for decades the cradle of some of Italy’s most distinctive wines, is preparing for a symbolic and strategic promotion: the transition from Etna DOC to Etna DOCG, the highest level of recognition within Italy’s wine classification system. If all goes according to plan, the new status could already take effect with the 2026 harvest.
The announcement came during the conference “Opportunità e strumenti per la crescita del sistema Etna Wine” in Catania, where Patrizio D’Andrea, Deputy Chief of Staff at the Ministry of Agriculture (MASAF), provided an update on the process. “If the ministry receives the signatures before December, it’s a difficult but not unattainable goal,” he said — a statement that injected fresh momentum into the entire Etna wine community.
One Hundred Signatures and Only a Few Days Left
To complete the transition to DOCG, at least 51% of producers — collectively representing 51% of the vineyard area — must officially confirm their support. Only one hundred signatures now separate Etna from that goal, but the coming days will be decisive.
That final step depends largely on the small-scale growers. In just ten years, their number has nearly doubled, from 203 in 2013 to 474 in 2024. The region has evolved into a mosaic of micro-productions, with hundreds of family-run estates tending their own patch of the volcano. Their participation is crucial to ensure that the application reaches the ministry in time.
According to Marco Nicolosi, board member of the Consorzio di Tutela Etna DOC, this is where the key lies: “We already have the minimum vineyard surface required to apply for DOCG, but the small producers are essential to build the necessary consensus. They embody the identity of this territory. Our goal is to inform them, involve them, and submit all documentation to the ministry before the end of the year.”
The Power of Numbers and Vision
The Consorzio Etna DOC currently counts 230 members, accounting for 95% of all bottled wine and more than 80% of the total vineyard area. Together, they produce around 5.8 million bottles annually. Of those 230 members, fifty are exclusively grape growers, 180 are bottlers (half of them bottling for third parties), and ninety both produce and bottle their own grapes.
In 2024, Etna reached a record 1,347 hectares of DOC vineyards — a sign of the remarkable vitality of the area. This growth reflects a shared ambition to progress not only in quantity but above all in quality. The move to DOCG fits seamlessly into that vision.
A Quality Label with Impact
The DOCG designation will bring stricter controls on both production and bottling. Each bottle will bear a numbered state seal certifying its origin and authenticity. At the same time, important updates will be introduced to the production code.
For Etna’s sparkling wines, the white Carricante grape will now be permitted alongside Nerello Mascalese, and producers will be allowed to create a Pas Dosé version. For Etna Rosso with a geographical designation (Unità Geografica Aggiuntiva), the maximum yield will be reduced to further refine quality.
In addition, the number of recognized Contrade — currently 133 since 2011 — will increase, as several producers from not-yet-defined areas have requested inclusion. Under the new DOCG regulations, the name of one of the twenty municipalities may also appear as a geographical designation, provided that the grapes come entirely from that area. The boundaries of the Etna appellation itself will remain unchanged.
A Volcano Full of Ambition
For Etna, the promotion to DOCG represents far more than a new label. It marks the culmination of a long journey — a milestone that perfectly captures the balance between tradition and innovation, between small growers and major estates, between local identity and international prestige.
If the final signatures are collected before the end of 2025, Etna DOCG will debut with the 2026 harvest — almost sixty years after the original DOC recognition. A symbolic milestone that confirms Sicily has not only a proud past but also a future that shines, glass by glass, with the power of a volcano.
Etna is ready for its next eruption — now it’s up to the bureaucracy.
Hoewel ik had aangegeven even geen blog meer te schrijven omwille van de eindejaarsdrukte, is dit nieuws te belangrijk om zomaar aan me voorbij te laten gaan. De Etna staat namelijk op het punt geschiedenis te schrijven. De iconische vulkaan, al decennia de bakermat van enkele van de meest karaktervolle wijnen van Italië, maakt zich op voor een symbolische én strategische promotie: de overgang van Etna DOC naar Etna DOCG, de hoogste erkenning binnen het Italiaanse kwaliteitsstelsel. Als alles volgens plan verloopt, zou de nieuwe status al met de oogst van 2026 van kracht kunnen worden.
De aankondiging kwam tijdens het congres “Opportunità e strumenti per la crescita del sistema Etna Wine” in Catania, waar Patrizio D’Andrea, vicekabinetshoofd van het Ministerie van Landbouw (MASAF), de stand van zaken toelichtte. “Als het ministerie de handtekeningen vóór december ontvangt, is het een moeilijk, maar niet onhaalbaar doel,” zei hij. Een uitspraak die het tempo binnen de wijnregio in een hogere versnelling bracht.
Honderd handtekeningen en nog enkele dagen
Om de overgang naar DOCG te voltooien, moet minstens 51% van de producenten – samen goed voor 51% van de wijngaardoppervlakte – hun steun officieel bekrachtigen. Nog slechts honderd handtekeningen scheiden de Etna van dat doel, maar de komende dagen zijn cruciaal.
Die laatste stap hangt in grote mate af van de kleine wijnbouwers. In amper tien jaar tijd is hun aantal bijna verdubbeld, van 203 in 2013 tot 474 in 2024. De regio is uitgegroeid tot een mozaïek van microproducties, met honderden familiebedrijven die elk hun eigen stukje vulkaan bewerken. Hun steun is cruciaal om het dossier tijdig bij het ministerie in te dienen.
Volgens Marco Nicolosi, bestuurslid van het Consorzio di Tutela Etna DOC, ligt precies daar de sleutel: “We hebben de minimale oppervlakte om de DOCG aan te vragen, maar de kleine producenten zijn essentieel om het draagvlak te halen. Zij belichamen de identiteit van dit gebied. Ons doel is hen te informeren, te betrekken en alle documenten nog dit jaar bij het ministerie in te dienen.”
De kracht van cijfers en visie
Het Consorzio Etna DOC telt vandaag 230 leden, goed voor 95% van alle gebottelde wijn en meer dan 80% van de totale wijngaardoppervlakte. Samen produceren ze jaarlijks 5,8 miljoen flessen. Van die 230 leden zijn er vijftig uitsluitend producent, 180 zijn bottelaars (waarvan de helft in opdracht van derden) en negentig produceren én bottelen hun eigen druiven.
In 2024 werd bovendien een record gevestigd met 1.347 hectare aan DOC-wijngaarden – een teken van de ongekende dynamiek van het gebied. Die groei weerspiegelt de ambitie om niet alleen kwantitatief, maar vooral kwalitatief te blijven stijgen. De overgang naar DOCG past perfect in dat streven.
Een kwaliteitslabel met impact
De DOCG-status zal gepaard gaan met strengere controles op productie en botteling. Elke fles zal voortaan een genummerd staatszegel dragen als bewijs van herkomst en kwaliteit. Tegelijk komen er belangrijke aanpassingen in het productiehandboek.
Voor de mousserende Etna-wijnen wordt naast Nerello Mascalese voortaan ook de druif Carricante toegestaan, en zal de productie van een Pas Dosé-versie mogelijk worden. Bij de Etna Rosso met geografische aanduiding (Unità Geografica Aggiuntiva) wordt de maximale opbrengst verlaagd om de kwaliteit verder te verfijnen.
Daarnaast zal het aantal erkende Contrade – momenteel 133 sinds 2011 – toenemen, omdat meerdere producenten uit nog niet officieel afgebakende zones erkenning hebben aangevraagd. In het nieuwe DOCG-reglement zal bovendien de naam van een van de twintig gemeenten mogen worden vermeld als geografische aanduiding, op voorwaarde dat de druiven volledig uit dat gebied afkomstig zijn. De grenzen van de Etna-appellatie zelf blijven ongewijzigd.
Een vulkaan vol ambitie
De overgang naar DOCG betekent voor de Etna meer dan een label. Het is de bekroning van een lang traject, en een promotie die de nauwe band tussen traditie en innovatie, tussen kleine boeren en grote domeinen, tussen lokale identiteit en internationale uitstraling, perfect samenvat.
Als de laatste handtekeningen vóór het einde van 2025 worden verzameld, zal de Etna DOCG debuteren met de oogst van 2026 – bijna zestig jaar na de oorspronkelijke DOC-erkenning. Een symbolisch moment dat bevestigt dat Sicilië niet alleen een verleden heeft om trots op te zijn, maar ook een toekomst die schittert, glas per glas, met de kracht van een vulkaan.
De Etna is klaar voor haar volgende uitbarsting – nu de bureaucratie nog.
We komen aan het slotartikel van onze grappa-reeks. Zes zondagen lang doken we samen in de wereld van grappa, van haar oorsprong tot haar hedendaagse expressies. Vandaag sluiten we onze reeks af met een laatste, smaakvolle stap: hoe geniet je nu écht van grappa? Van het juiste glas en de ideale temperatuur tot haar verrassende rol in de keuken en in cocktails.
Hoe grappa proeven: Fase 1 – Het ruiken
Net zoals bij het proeven van wijn is de geurfase essentieel bij het proeven van grappa. In dit eerste moment begint het echte gesprek tussen neus en glas. Haast past hier niet: breng het glas rustig naar je toe, draai het licht zodat de vloeistof zich opent en laat de eerste geuren binnendringen. Wat volgt, is geen vluchtige indruk, maar een ontdekkingstocht.
Sommige grappa’s ademen de frisheid van een tuin na een lenteregen. Ze geuren naar witte bloemen, jasmijn, lelietjes-van-dalen of roos. Vooral distillaten van aromatische druiven zoals Moscato verrassen met hun verfijnde bloemigheid. Ze zijn licht, maar nooit vluchtig. Verfijnd en vol karakter.
Andere grappa’s tonen een uitgesproken fruitig karakter. In jonge varianten herken je aroma’s van appel, perzik of aardbei, soms zelfs een hint van versgeperste druif. Naarmate de spirit rijpt, verdiepen de geuren zich tot tonen van gedroogde abrikoos, vijg en rozijn. Af en toe verschijnt iets exotisch zoals banaan, ananas of mango, vooral bij grappa’s die in hout hebben gerust. Elk aroma weerspiegelt de druif waarvan het distillaat is gemaakt en de precisie waarmee het werd gestookt.
Sommige grappa’s tonen een groene, kruidige ondertoon, alsof je door een wijngaard wandelt in de zon. Je herkent er het aroma van vers gemaaid gras, wilde kruiden of paprika in. Deze vegetale toets komt vaak van druiven als Cabernet of Merlot, waarvan de schillen rijk zijn aan aromatische stoffen. Ze geven het distillaat een aardse kant, een karakter dat contrasteert met zachtere bloemige of fruitige noten.
Wanneer grappa rijpt in houten vaten, verandert haar geurpalet opnieuw. De rijping schenkt warmte en complexiteit, met tonen van vanille, kaneel, kruidnagel of peper. Soms duiken diepere geuren op: tabak, cacao of een vleugje drop. Deze aromatische rijkdom is het resultaat van oxidatie en houtcontact, waardoor de grappa zachter wordt en haar geur zich rond en fluweelachtig ontvouwt.
In de meest verfijnde grappa’s valt de zuiverheid van de alcohol op. Ze ruiken helder en precies, zonder scherpe rand of storende toon. Dat evenwicht verraadt vakmanschap en een nauwkeurig gestookt distillaat.
Niet elk aroma is echter welkom. Een te scherpe neus van aceton, verbrand hout of schimmel verraadt een onzuiver proces. Een bittere of muffe toon wijst op slecht bewaarde druivenresten of een gebrekkige distillatie. Een goede grappa is helder, levendig en zuiver. Nooit troebel, zuur of ranzig, maar fris, open en vol spanning.
Hoe grappa proeven: Fase 2 – Het proeven
De geurfase heeft al veel verteld, maar nu is het tijd voor de volgende stap: proeven. Waar de neus vooral de richting aangeeft, bevestigt de tong wat je ruikt. Zij herkent enkel de basissmaken – bitter, zuur, zoet en zout – maar samen met je reuk vormt ze het complete smaakbeeld.
Wie grappa echt wil ontleden, neemt daar even de tijd voor. Zoek een rustige plek, vrij van storende geuren of geluiden. Geen parfum, geen koffie, geen keukenlucht. Hoe neutraler de omgeving, hoe zuiverder de waarneming. Vermijd ook roken of uitgesproken smaken vlak voor de proef. Proef wanneer je fit bent en bij voorkeur met een gevulde maag. Bouw een logische volgorde op: begin met jonge, aromatische grappa, ga verder met vatgerijpte types en eindig met de krachtigste interpretaties.
Neem een kleine slok en laat de grappa zacht over de tong glijden. Houd haar kort in de mond en slik rustig door. Enkele seconden contact volstaan om smaak, textuur en warmte te begrijpen.
Een zorgvuldige proef verloopt in vijf aandachtige stappen.
Observeer helderheid en tint tegen een witte achtergrond.
Draai het glas licht en bekijk de tranen die zich vormen en langzaam terugvallen.
Breng het glas naar de neus en ruik kort. Laat het aroma herinneringen oproepen en verbind geur met ervaring.
Neem een slok van vijf tot tien milliliter. Laat de vloeistof vanzelf bewegen en slik zonder overdreven bewegingen. Registreer zoet, zuur, bitter en het mondgevoel.
Open de mond licht en adem rustig. De aroma’s stijgen op richting neus en vervolledigen het beeld met een nasmaak die vaak langer blijft hangen dan je verwacht.
Proeven is aandacht. Of het nu een analytische sessie is of een ontspannen moment met vrienden, het principe blijft hetzelfde: geef grappa de tijd om te tonen wat ze in zich heeft. Haar rijkdom ontvouwt zich niet in één slok, maar in een opeenvolging van indrukken die geur, smaak en herinnering met elkaar verbinden.
Kurkgeur/smaak in grappa
Hoewel grappa zelden met kurk wordt afgesloten, kan er toch een geurafwijking optreden die aan kurkgeur doet denken. De oorzaak ligt dan niet in het distillaat zelf, maar in besmetting met TCA (2,4,6-trichlooranisol), de molecule die ook bij wijn verantwoordelijk is voor het muffe, kartonachtige aroma.
Bij grappa is dit uiterst zeldzaam. De hoge alcoholgraad en het gebruik van kunststof- of glazen stoppen maken overdracht vrijwel onmogelijk. Alleen bij gerijpte grappa’s die met natuurlijke kurk werden afgesloten, of die langdurig zijn bewaard in een besmette opslagruimte, kan TCA zich manifesteren.
Wanneer het voorkomt, herken je dezelfde geur als bij een ‘gekurkte’ wijn: muf, vochtig hout, nat karton. De spirit verliest zijn levendigheid en ruikt gesloten. Het blijft een zeldzaam, maar reëel voorbeeld van hoe zelfs een perfect gestookte grappa nadien nog door omgevingsfactoren kan worden aangetast.
De juiste temperatuur en het ideale glas
De schenktemperatuur speelt een cruciale rol. Te koud en de aroma’s blijven gevangen, te warm en de alcohol overheerst. De ideale temperatuur ligt tussen 10 en 15 graden voor jonge, frisse grappa en rond 18 graden voor oudere, op vat gerijpte varianten.
Even belangrijk is het glas. Grappa vraagt om een specifiek type, niet om een miniatuur wijnglas of cognacsnifter. Het tulpvormige grappa-glas (calice da grappa) heeft een lange steel, een bolle onderzijde en een licht toelopende rand. De buik laat de aroma’s ademen en zich ontwikkelen, terwijl de smallere opening ze geconcentreerd naar de neus stuurt zonder dat de alcohol te scherp naar voren komt.
Het glas hoort dunwandig te zijn om temperatuur en geur niet te beïnvloeden, maar stevig genoeg om comfortabel vast te houden. De steel voorkomt dat de hand de vloeistof opwarmt. Het ideale glas heeft een inhoud van ongeveer 70 tot 100 milliliter, maar je schenkt slechts 15 tot 20 milliliter grappa per proef. Zo blijft er ruimte om te walsen zonder morsen en kan de geur zich goed verspreiden.
Sommige producenten bieden prachtig vormgegeven glazen aan – zoals de elegante ontwerpen van Poli met hun extra lange steel – en die zijn zonder meer een lust voor het oog. Ze dragen bij aan de beleving en verfijnen het ritueel van het schenken. Toch blijft het belangrijk te onthouden dat zulke decoratieve glazen bedoeld zijn voor presentatie of degustatie in stijl, niet voor een analytische proef. Voor wie de aroma’s en structuur van grappa echt wil bestuderen, blijft het klassieke tulpglas onovertroffen.
Hoe grappa gebruiken in de keuken
In Italië blijft grappa zelden beperkt tot het glas na de maaltijd. Koks en thuiskoks gebruiken haar als smaakmaker die gerechten diepgang geeft, vergelijkbaar met hoe we hier in België cognac of whisky gebruiken. Het is een ingrediënt dat karakter toevoegt, maar tegelijk met omzichtigheid moet worden gehanteerd. Een scheut te veel en de alcohol neemt het over, juist gedoseerd brengt ze warmte, parfum en spanning in het bord.
Grappa kan in de keuken op drie manieren schitteren: als aromatische toets, als flambeermiddel en als ingrediënt in desserts.
In hartige bereidingen tilt grappa sauzen op en versterkt ze aardse of kruidige smaken. Een eetlepel in een saus bij paddenstoelen, wild of gevogelte verdiept het aroma zonder dominant te zijn. Ook bij vis kan ze verrassend goed werken: een scheutje in een marinade voor forel of bij het afwerken van een romige vissaus brengt frisheid en pit. Italiaanse chefs gebruiken grappa zelfs in stoofgerechten zoals kip op Savoyaardse wijze of bij zachte kazen die kort worden verwarmd.
In de pan toont grappa haar temperament. Garnalen of langoustines flamberen met een jonge, fruitige grappa geeft een lichte karamellisering en een subtiel aroma van druif en alcoholwarmte. Ook in risotto zorgt een kleine toevoeging voor extra diepte, vooral bij varianten met paddenstoelen of pompoen.
In zoete bereidingen bewijst grappa dan weer haar finesse. In een sabayon of bij geparfumeerd fruit voegt ze een elegante kruidigheid toe. Denk aan abrikozen met een vleugje grappa, of een peer gestoofd met honing en een druppel van een gerijpte variant. Klassieke gebakjes als crostoli, tortelli dolci of Kugelhupf krijgen een extra dimensie wanneer een klein beetje grappa door het deeg of de vulling wordt verwerkt. Zelfs koekjes of chocoladetruffels winnen aan karakter met een toets van een zachte, houtgerijpte grappa.
Wie grappa in de keuken gebruikt, doet dat dus met een vaste hand en lichte toets. Voeg haar pas toe op het einde van de bereiding of gebruik haar kort bij het flamberen, zodat het aroma blijft maar de alcohol grotendeels vervliegt.
Grappa en haar gezelschap
Grappa komt pas echt tot haar recht wanneer ze wordt gecombineerd met smaken die haar karakter aanvullen of uitdagen. De juiste combinatie zorgt voor balans: niet te veel contrast, niet te veel gelijkenis.
Grappa en kaas Een jonge, aromatische grappa doet het uitstekend naast verse kazen of zachte geitenkaas. De frisse fruitigheid haalt de romigheid van de kaas naar boven, terwijl de alcohol het vet breekt en de smaak scherper maakt. Bij oudere, houtgelagerde grappa’s werkt het net andersom: hun kruidige en nootachtige tonen sluiten beter aan bij kazen met meer kracht, zoals oude pecorino, Parmigiano Reggiano of een blauwschimmel.
Grappa en chocolade Met chocolade ontstaat een van de meest natuurlijke allianties. Een gerijpte grappa met tonen van vanille, cacao of gedroogd fruit vindt moeiteloos haar plaats naast pure chocolade met sinaaszeste of noten. Wie liever zachtere smaken verkiest, kan een fruitige grappa combineren met melkchocolade of pralines. Het samenspel van warmte, zoetheid en bitterheid maakt deze pairing zo aantrekkelijk.
Grappa en koffie In Veneto kent men een bijzonder koffieritueel: de rasentin. Nadat de koffie is opgedronken, wordt een klein scheutje grappa in het kopje gegoten. Het restje koffie wordt ermee rondgedraaid en opgedronken. Zo mengen bitter en warmte zich tot een eenvoudig maar verfijnd moment van afsluiting, een traditie die nog steeds leeft in veel osteria’s.
Grappa en ijs Ook bij desserts of ijs toont grappa zich verrassend flexibel. Een paar druppels over een bol vanille- of notenijs volstaan om extra aroma en diepte te geven. De kou tempert de alcohol, de geur blijft overeind. Gebruik hiervoor een jonge, levendige grappa die frisheid brengt in plaats van kracht.
Grappa en sigaren Wie de tijd neemt, ontdekt dat een houtgerijpte grappa en een goede sigaar samen een rustgevend evenwicht vormen. De rokerige en kruidige tonen vullen elkaar aan, zonder dat één de ander overheerst. Een droge, kruidige grappa past bij volle, aardse sigaren, terwijl een zachtere, florale variant net voor contrast zorgt.
Grappa in de mix
Hoewel grappa lange tijd een wat conservatief imago had, krijgt ze vandaag een tweede leven achter de bar. De jongste generatie bartenders ontdekte dat grappa veel meer kan zijn dan een digestief. Dankzij moderne distillatietechnieken en een verfijnder smaakprofiel is ze uitgegroeid tot een verrassend veelzijdige basis voor cocktails.
Tot ver in de twintigste eeuw gold grappa als een spirit die men “zuiver” moest drinken. In cocktailboeken kwam ze amper voor. Dat veranderde in 2020, toen de VE.N.TO als eerste grappa-cocktail officieel werd erkend door de International Bartenders Association (IBA). Een mijlpaal die grappa definitief een plaats gaf in de internationale mixologie.
De VE.N.TO is vandaag hét voorbeeld van balans in eenvoud: jonge, aromatische grappa, citroensap, honing en kamillelikeur vormen samen een frisse, florale cocktail. De naam verwijst zowel naar haar Venetiaanse oorsprong als naar de wind die haar aroma’s doet bewegen.
Daarna volgden tal van interpretaties, elk met hun eigen accent. De Vecchia Maniera, ontstaan in Venetië, verwijst naar het oude gebruik van grappa al salto – een grappa met wat soda en suiker die letterlijk “sprong” in het glas. Modernere versies voegen een Amarone-reductie toe en krijgen een kruidige toets met een takje wijnruit.
De Due Barili Sour speelt dan weer op frisheid en structuur. Een gerijpte grappa met tonen van vanille en hout wordt gemengd met citroensap en een lichte suikersiroop – een Italiaanse knipoog naar de klassieke whisky sour. Perfect als aperitief, maar ook elegant genoeg als digestief.
Tot slot nog mijn persoonlijke favoriet: de Negrappa. Een variant op de klassieke Negroni, waarin de gin wordt vervangen door grappa. Het resultaat is een cocktail met extra diepte en karakter. Je kunt hem bereiden met een jonge, frisse grappa voor levendigheid, of met een oudere, gerijpte variant voor meer rondeur en zachtheid. Beide zijn heerlijk.
VE.N.TO – de eerste officiële grappa-cocktail
Een moderne klassieker en het symbool van grappa’s heropleving in de mixologie. De VE.N.TO werd in 2020 opgenomen op de officiële lijst van de International Bartenders Association en bewijst dat Italiaanse elegantie en eenvoud hand in hand kunnen gaan.
Ingrediënten:
45 ml jonge, zachte witte grappa
22,5 ml vers citroensap
15 ml honingmix
15 ml kamillelikeur of kamillecordial
enkele druppels eiwit, optioneel
Honingmix maken
Verwarm gelijke delen honing en water tot de honing volledig is opgelost.
Voor een kamilleversie vervang je het water door een kamille infusie en laat je die eerst afkoelen.
Bereiding
Schud alle ingrediënten krachtig met ijs, zeef in een gekoeld klein tumblerglas met ijs.
Afwerking
Werk af met citroenzeste en enkele witte druifjes.
Een gepast einde!
Misschien heb je door het volgen van deze grappa-reeks zin gekregen om zelf op ontdekking te gaan, of om dit laatste artikel te lezen met een gepaste grappa naast je leeszetel op het bijzettafeltje. Of misschien sluit je, net als ik, af met een Negrappa!
Onthoud vooral dat grappa meer is dan een distillaat. En misschien, na al die zondagen, is het grappaverhaal ook een beetje jouw verhaal geworden.
“Grappa is like the mule […] you can lean on her if you’re tired, use her as a shield if they shoot, sleep under her if there’s too much sun; you can talk to her and she answers you; cry and be comforted; and if you’ve really decided to die, she smiles at you.”
Vrij vertaald:
Grappa is als een trouwe metgezel. Ze draagt je wanneer je moe bent, beschermt je wanneer het zwaar wordt, en biedt schaduw als het licht te fel is. Je kunt met haar praten, stil zijn of je tranen aan haar toevertrouwen. En als alles even stopt, glimlacht ze terug.
Met het vijfde artikel van onze zondagse grappa-reeks kijken we naar grappa door een hedendaagse bril. We onderzoeken de regels die haar identiteit bewaken, en werpen een blik op een toekomst die er alvast veelbelovend uitziet.
Wie ooit een glas grappa dronk in een lokale osteria, herinnert zich misschien een pittige, soms meedogenloze spirit. Een slok die in de keel brandde en vooral diende om een stevige maaltijd af te sluiten. Maar wie vandaag een glas heft, ontdekt een andere wereld. Grappa is zachter geworden, eleganter en nog rijker aan geuren en smaken. Het is een distillaat dat je niet meer gedachteloos drinkt, maar waarvan je elke slok proeft zoals je dat bij een mooie wijn, whisky of cognac zou doen.
Net zoals er niet één Italiaanse keuken bestaat, bestaat er ook niet dé grappa. Elke fles heeft zijn eigen identiteit. Het begint bij de druif: Cabernet, Merlot, Pinot of Glera in Veneto, Nebbiolo in Piemonte, of Nero d’Avola in Sicilië. Daarna speelt de keuze van de distilleerketel een rol, en vooral de hand van de meester-distilleerder die met ervaring en intuïtie zijn signatuur achterlaat. Het resultaat is een waaier aan stijlen, fris en floraal of houtgerijpt en rond, die samen het mozaïek vormen van Italië in het glas.
Grappa blijft een puur Italiaans distillaat, maar haar succes reikt ver buiten de landsgrenzen. Duitsland is al jaren de grootste buitenlandse afnemer, in Noord-Amerika groeit de import gestaag, en zelfs in Zweden is er een Grappa Academy opgericht. Wereldwijd ontdekken steeds meer liefhebbers dit distillaat. Achter dat succesverhaal schuilt echter een stevig juridisch kader, verrassende cijfers en een toekomst die nog volop geschreven wordt
De wetten rond grappa
Grappa is ondertussen een beschermd erfgoed. Dat werd pas relatief recent officieel vastgelegd. Lange tijd kon zowat elk distillaat van druivenresten de naam grappa dragen, ook buiten Italië. Het keerpunt kwam in 2008, toen de Europese Unie zwart op wit vastlegde dat grappa alleen in Italië mag worden gemaakt, met Italiaanse druiven. Vanaf dat moment was duidelijk: grappa behoort tot Italië, en nergens anders.
Daarna volgden dan de onvermijdelijke reeks aan regeltjes, decreten en technische fiches die precies omschrijven hoe grappa geproduceerd, gelabeld en beschermd moet worden. Zelfs de regionale expressies kregen hun eigen erkenning: Veneto, Friuli, Zuid-Tirol, Trentino, Lombardije, Piemonte en Sicilië hebben vandaag elk hun officiële geografische aanduiding. Wie een fles grappa uit een van die regio’s koopt, kan er zeker van zijn dat die naam ook echt staat voor de lokale druiven en traditie.
Het mooie is dat die bescherming meer is dan papierwerk. Het is de zekerheid dat wat in je glas belandt, echt Italiaans is, geworteld in de wijngaarden en tradities van het noorden tot het zuiden van het land.
Voor de liefhebber maakt dit allemaal een wereld van verschil. Die wetten en verdragen klinken misschien droog, maar ze zorgen ervoor dat in jouw glas alleen de échte grappa belandt. Een distillaat dat eeuwen geschiedenis, vakmanschap en identiteit draagt, en dat vandaag meer dan ooit bewijst dat Italië zijn erfgoed niet alleen koestert, maar ook beschermt.
De toekomst van grappa
Wie vandaag grappa drinkt, doet dat bewust en met mate. Het is geen dorstlesser zoals bier of een snelle cocktail, maar een distillaat dat krachtiger is dan wijn en daardoor om bewuste consumptie vraagt. In Italië alleen al zijn er zo’n acht miljoen volwassenen die af en toe een glas nemen, bijna dubbel zoveel als in de jaren negentig. Opvallend daarbij is dat het vooral de lichte en middelgrote liefhebbers zijn die groeien, mensen die gemiddeld drie keer per maand een glas inschenken en kiezen voor kwaliteit boven kwantiteit.
Waar grappa vroeger vaak gold als een stoere mannenlikeur met stevige alcoholpercentages van 50 tot 60 procent, is het beeld de laatste decennia sterk veranderd. Het gemiddelde alcoholgehalte ligt vandaag rond de 40 procent, waardoor grappa eleganter en toegankelijker is geworden. Dat opent de deur naar een nieuw publiek: jongere consumenten tussen 25 en 35 jaar, maar ook steeds meer vrouwen ontdekken de finesse van grappa. In het eerste artikel van deze reeks vertelde ik al dat er thuis een klein grappa-schapje ontstond, en dat beeld staat niet alleen. Het illustreert hoe grappa intussen een vaste plek verovert naast wijn en andere kwaliteitsdranken.
Wat overeind blijft, is de uniciteit. Uit studies blijkt dat grappa met zijn geur en smaak onmiddellijk herkenbaar is, zelfs door onervaren proevers. Toch vinden velen het lastig om die complexiteit onder woorden te brengen. Vandaar de opkomst van cursussen en proeverijen die grappa helpen duiden, en de trend om het distillaat langzaam en aandachtig te drinken in huiselijke kring, in restaurants of wijnbars.
Het vooruitzicht is helder: grappa heeft de sprong gemaakt naar een modern publiek dat openstaat voor finesse en variatie. Grappa is niet langer het brute slotstuk van een maaltijd, maar een spirit die staat voor finesse, variatie en een zekere ingetogen elegantie.
De cijfers achter grappa
Achter de charme van grappa schuilen ook cijfers die verrassend veel vertellen, van de ketels in Veneto tot de exportcijfers richting Tokio.
Italië telt ongeveer 130 producenten, maar die zijn lang niet gelijk verspreid. Bijna twee derde van de distilleerderijen bevindt zich in het noordoosten, met Veneto als absolute koploper. Daar tellen we 45 producenten, in Trentino 38 en in Piemonte 24. Toscane en Sicilië daarentegen moeten het doen met respectievelijk vier en drie producenten. Verrassend weinig voor regio’s die internationaal toch naam hebben met wijn. Daarbij gaat het om gespecialiseerde distilleerderijen, niet om wijnhuizen die sporadisch een grappa laten stoken.
Grappa moet volgens de wet minstens 37,5% alcohol bevatten, en wie de geografische aanduiding draagt zelfs 40%. Dat maakt haar krachtiger dan wijn, maar tegelijk eleganter dan vroeger. En zoals bij alle sterke dranken gaat er bij elke fles ook een stukje naar de schatkist, in de vorm van accijnzen. Een herinnering dat grappa niet alleen smaak, maar ook economische waarde heeft.
Op het vlak van flessenformaten heeft de tijd zijn werk gedaan. De literflessen uit grootvaders tijd zijn bijna verdwenen, vandaag zwaait de 700 ml-fles de plak, terwijl mini’s van 100 ml populair zijn bij nieuwsgierige proevers. Sommige distilleerderijen halen nog wel eens een gigantische fles van 2 of 3 liter boven, maar die is vooral bedoeld als blikvanger in de etalage.
De productie kende de voorbije jaren een opmerkelijke opleving. Volgens de laatst gepubliceerde cijfers (2022) werd er 83.000 hectoliter grappa gestookt, 12% meer dan het jaar ervoor. Dat lijkt veel, maar ter vergelijking: dat zijn ruwweg 12 miljoen flessen van 700 ml. Toch blijven de volumes lager dan in de hoogdagen tussen 2012 en 2015, toen de vraag nog groter was.
Wat consumptie betreft, blijft Italië de solide basis. Ongeveer 30% van de Italianen tussen 18 en 65 jaar drinkt grappa. Bijna de helft van hen doet dat buitenshuis, in een restaurant of bar, vaak als afsluiter van een maaltijd. De traditie om grappa puur te drinken blijft stevig verankerd, maar er waait ook een frisse wind: 35% van de consumenten staat open voor cocktails op basis van grappa, een trend die vooral jonge liefhebbers aanspreekt. Volgende week gaan we hier in een laatste artikel dieper op in.
Internationaal groeit de belangstelling gestaag. De afgelopen jaren steeg de export met 32%, goed voor 60 miljoen euro. Duitsland blijft met 54% van de markt de grootste fan, maar de Verenigde Staten en Japan laten stevige groeicijfers zien.
Op weg naar het glas
Met regels en cijfers, en met een publiek dat steeds breder wordt, staat grappa vandaag steviger dan ooit op de kaart. Maar hoe breng je die veelzijdigheid nu zelf in het glas? In het volgende en laatste artikel van deze reeks kijken we naar de kunst van het proeven: de juiste temperatuur, het perfecte glas, en hoe grappa niet alleen puur schittert, maar ook een verrassende rol speelt in de keuken en in cocktails.
Er rommelt al ettelijke jaren van alles in de belangrijkste Italiaanse wijngebieden. We zullen Barolo bestempelen als de trendsetter van dit alles met de invoering van het MGA systeem in 2010. Strikt historisch gezien begon de wettelijke erkenning bij Barbaresco in 2007. Barolo zette het model op de kaart en gaf de beweging snelheid in Italië en daarbuiten. Al snel volgden andere gebieden, Roero met een eigen kaart van cru’s, de domeinen met Dolcetto in Diano d’Alba en Dogliani met officiële menzioni, en vervolgens een bredere golf naar andere regio’s. Denk aan Marche met Verdicchio dei Castelli di Jesi waar tal van menzioni bestaan, Soave met zijn Unità Geografiche Aggiuntive, Chianti Classico met UGA per dorp en heuvel, en heel recent Alto Adige met UGA per historische locatie. Ook Etna hoort in dit rijtje, met contrade die als geografische eenheden zijn vastgelegd.
Uiteraard kon Vino Nobile di Montepulciano niet achterblijven. In 2025 voerde het consorzio de vermelding Pieve in, met herkenbare herkomstzones op het etiket en strengere regels voor wijngaard en kelder.
Wat is een Pieve
Pieve is de herkomstvermelding die de historische wijnzones rond Montepulciano opnieuw zichtbaar maakt in het glas. In en rond de stad fungeerden deze pievi eeuwenlang als ankers van het wijngebied, vanaf de late Romeinse tijd tot diep in de middeleeuwen. Die ruggengraat krijgt nu een hedendaagse vertaling op het etiket. Het consorzio werkte sinds de jaren negentig aan bodem en terroirstudies, dat traject mondde uit in een officiële zonering met duidelijk afgebakende gebieden.
Pieve is geen aparte denominatie, het is de vermelding die je op het etiket ziet. De onderliggende juridische term voor de plaatsnaam is UGA, Unità Geografica Aggiuntiva, maar we spreken in dit dossier consequent over de twaalf Pievi. Op het etiket staat dit als Pieve plus de plaatsnaam, bijvoorbeeld Pieve Cervognano of Pieve Cerliana. De vaste volgorde is Pieve Cervognano, Vino Nobile di Montepulciano, DOCG, Toscana. Pieve plus plaatsnaam mag visueel groter worden weergegeven, terwijl de volledige benaming leesbaar blijft. Toscana is verplicht en onderstreept de geografische inbedding.
In het glas draait Pieve om plaats, niet noodzakelijk om een kwaliteitsniveau. Dat betekent wel dat strengere regels voor wijngaard en kelder beogen om consistentie en identiteit per herkomst te verzekeren. Verwacht meer focus, een strakkere definitie van fruit, fijnere tannine en een duidelijker lijn in de zuren. De officiële lijst telt twaalf Pievi binnen de gemeente Montepulciano, een vroeg gebruikte werknaam Argiano hoort daar niet bij. Hieronder de twaalf Pievi, het handige spiekbriefje bij het kiezen in winkel of wijnbar.
• Ascianello • Badia • Caggiole • Cerliana • Cervognano • Gracciano • Le Grazie • San Biagio • Sant’Albino • Sant’Ilario • Valardegna • Valiano
De Pievi verschillen in bodem, hoogte en expositie, dat vertaalt zich in andere accenten in geur en structuur. De kleirijke, diepere bodems van Ascianello leveren vaak meer structuur en intensiteit, de zandiger percelen rond San Biagio geven eerder elegantie en een fijne, ziltige indruk. Zie die duiding als richtingaanwijzer bij het proeven. De beste toets blijft het glas, bij voorkeur naast elkaar geproefd per Pieve en per producent, zo leer je Montepulciano lezen per plek en wordt kiezen niet alleen eenvoudiger, het wordt ook leuker.
De verstrengde regels voor de Pievi
Voor deze nieuwe Pieve categorie werden de regels van de disciplinare herzien. De basis is en blijft uiteraard Sangiovese, minimaal vijfentachtig procent, lokaal Prugnolo Gentile. De resterende maximaal vijftien procent komt uitsluitend uit inheemse rassen, Canaiolo Nero, Ciliegiolo, Mammolo en Colorino, met Colorino tot hoogstens vijf procent. De wijngaarden zijn ten minste vijftien jaar oud, liggen tussen ongeveer tweehonderdvijftig en zeshonderd meter en worden beheerd door de producent die bottelt.
Alle druiven komen uit de betreffende Pieve. Het toegestane maximum is zevenduizend kilo per hectare.
Alle handelingen van oogst tot botteling vinden binnen de gemeente Montepulciano plaats. Elke partij voor Pieve wordt afzonderlijk gevinifieerd. De rijping duurt minimaal zesendertig maanden vanaf 1 januari na de oogst, met ten minste twaalf maanden hout en ten minste twaalf maanden fles. Assemblage kan, maar uitsluitend met wijnen uit dezelfde Pieve, de officiële keuring volgt pas na de flesrijping.
Bij vrijgave toont Pieve minimaal dertien procent alcohol, een totale zuurgraad van ten minste vijf gram per liter en een minimum aan niet reducerend extract van zesentwintig gram per liter. Deze ondergrenzen liggen hoger dan bij de basiswijn en zorgen voor meer structuur en smaak.
Wanneer een partij niet voldoet of negatief wordt beoordeeld, kan zij worden aangeboden als Vino Nobile di Montepulciano. Daarnaast is herkwalificatie naar Rosso di Montepulciano DOC mogelijk binnen zestien maanden na 1 januari volgend op de oogst, mits aan de voorwaarden wordt voldaan.
Eerste jaargang en vooruitblik
Het debuut is oogst 2021, vrijgegeven in 2025 na de verplichte zesendertig maanden rijping. In februari 2025 volgde de jaarlijkse preview met een eerste blik op stijl en plaats. Reken op beperkte volumes in de eerste lichtingen, de beschikbaarheid groeit naarmate meer percelen voldoen en producenten beslissen om als Pieve te bottelen.
Voor de kelder is de boodschap eenvoudig. De betere Pieve heeft de ruggengraat om vijf tot vijftien jaar fraai te ontwikkelen, afhankelijk van producent en jaar. Zoek naar huizen die al perceelsgetrouw werken, daar proef je de stap naar Pieve vaak als extra precisie, fijnere tannine en meer diepte.
Verwacht een gestage cadans van releases. Het rijpingsschema ligt vast, dus nieuwe jaargangen volgen elkaar voorspelbaar op. Dat geeft handel en liefhebber tijd om te proeven, te selecteren en een persoonlijke lijn uit te bouwen binnen het landschap van Montepulciano.
Tot slot de blik vooruit. De beweging die sinds Barbaresco en Barolo op gang kwam, zal andere appellaties blijven inspireren om hun herkomstpiramide te verfijnen. In Italië blijft een zucht in de ene vallei zelden zonder gevolg, soms is het zelfs een scheet en die waait vrolijk mee naar de volgende heuvel. Verwacht dus dat meer regio’s volgen.
De veelzijdigheid van grappa, daar gaan we in ons vierde artikel in de zondagse reeks over grappa dieper op in. Kenners weten al lang dat grappa lang geen uniforme drank is, maar een verzamelnaam voor een brede waaier aan stijlen. Het distillaat wordt geclassificeerd volgens leeftijd, druivenras en soms ook volgens de plantenextracten die na de distillatie worden toegevoegd. Zo ontstaat er een mozaïek aan expressies, elk een eigen karakter en smaak.
Een jonge grappa rust enkel in glas of staal en blijft daardoor transparant en direct. Grappa’s gemaakt van aromatische druiven tonen een meer geparfumeerd, eleganter profiel. De affinata krijgt tot twaalf maanden houtlagering mee, wat voor rondere texturen zorgt, terwijl de invecchiata, ouder dan twaalf maanden, diepte en zachtheid ontwikkelt. De riserva, vaak langer dan achttien maanden in vat, bereikt een complexiteit die bijna meditatief wordt.
Naast leeftijd is er het onderscheid tussen monovitigno, gemaakt van één druif, en multivitigno, een blend van varianten uit dezelfde familie. En wie verder zoekt, ontdekt ook de aromatizzata, verrijkt met kruiden, vruchten of bloemen.
Laten we de diverse types even ontleden!
Jonge grappa
Jonge grappa is de meest rechtlijnige en pure vorm van het distillaat. Na de distillatie en het verlagen van het alcoholgehalte belandt ze in roestvrij staal of glas, zonder ook maar enige houtlagering of toevoeging van kruiden. Het resultaat is een kristalheldere verschijning, een glas dat puurheid ademt en waarin de essentie van de vers gedistilleerde most onversneden tot uitdrukking komt.
Toch is niet elke jonge grappa hetzelfde. Het verschil begint al bij de keuze van de most. Rode druiven, zoals Corvina, Marzemino of Pinot Nero, gisten mee met de wijn en geven tijdens dat proces een flink deel van hun aroma’s en smaakcomponenten af. De grappa die hieruit ontstaat, toont zich krachtiger, droger en met meer diepte. Witte druiven worden daarentegen gescheiden van hun sap. De schillen bewaren hun aromatische lading, die in de distillatie nog intenser naar boven komt. Het resultaat is een jong distillaat dat doorgaans lichter, bloemiger en eleganter proeft.
Binnen die witte druivenmost vind je bovendien de aromatische grappa’s, gemaakt van variëteiten als Moscato of Gewürztraminer. Hier ontvouwt zich een explosie van bloemige parfums, fruitige tonen en subtiele kruiden. Deze stijl haalt haar geur volledig uit het druivenras zelf en moet dus niet verward worden met gearomatiseerde grappa, waar kruiden of planten na de distillatie worden toegevoegd.
Voor de distilleerder is jonge grappa misschien wel de strengste proef op de som. Er is geen hout om de scherpe randjes af te vijlen, geen infusies om complexiteit te verhullen. Wie de kwaliteit van een distilleerderij echt wil doorgronden, hoeft maar één glas te proeven: een jonge grappa, waarin niets te verbergen valt.
De kracht van één druif, of de rijkdom van een blend
In de wereld van grappa gaat veel aandacht naar het onderscheid tussen monovitigno en multivitigno. Twee benaderingen die allebei hun charme hebben en een ander verhaal vertellen.
Een multivitigno is het resultaat van het samenbrengen van most van verschillende druivenrassen. De combinatie kan subtiel of uitgesproken zijn, afhankelijk van de keuzes van de distilleerder. Het spel met verhoudingen en druivenfamilies zorgt voor een brede waaier aan profielen, van rond en toegankelijk tot krachtig en complex. Elke blend is een signatuur van de maker, een creatieve interpretatie van wat grappa kan zijn.
De monovitigno vertrekt uit een ander uitgangspunt: de wil om de identiteit van één druif zuiver in het glas te brengen. Het etiket vermeldt duidelijk de variëteit, zodat de liefhebber meteen weet welke druif hier spreekt. Een Nebbiolo kan kracht en structuur geven, een Moscato juist een bloemige en frivole toon, terwijl Glera de frisheid en het fruit laat schitteren. In deze stijl proef je de directe band met de wijngaard en het terroir.
Hoewel de term monovitigno pas in de jaren zeventig breed ingang vond, was het gebruik al veel ouder. In de Grappateca van het Poli Grappa Museum vind je flessen uit het begin van de twintigste eeuw waarin druiven als Moscato, Malvasia en Prosecco al apart werden gedistilleerd. Wat later werd vastgelegd als definitie, was in feite gewoon het voortzetten van een traditie.
Toch is het belangrijk te benadrukken dat geen van beide stijlen per definitie superieur is. De kwaliteit van een grappa hangt in de eerste plaats af van de versheid van de most en het vakmanschap van de distilleerder. Of die nu kiest voor een blend of voor de expressie van één druif, het resultaat kan in beide gevallen groots zijn.
De tijd in het vat
Waar jonge grappa helder en kristalachtig in het glas schittert, krijgt gerijpte grappa een palet aan kleuren mee dat varieert van bleek strogeel tot diep amber. Hoe langer de rustperiode en hoe rijker de houtsoort, hoe intenser de schakeringen. Meestal kiest de distilleerder voor eik, essenhout of kastanje, maar af en toe duiken er ook vaten op van kers, acacia of zelfs amandelhout.
Het vat is daarbij geen neutrale container. Hout leeft en ademt, het laat zuurstof langzaam binnen en zorgt zo voor een gecontroleerde oxidatie. Dat proces maakt de smaak zachter, maar voegt tegelijk spanning toe door een subtiele toename in zuurtebeleving. Het evenwicht dat zo ontstaat, vormt de ruggengraat van een geslaagde gerijpte grappa.
Daarnaast geeft het hout zelf zijn stempel mee. Door de poriën lossen bestanddelen op in de drank. Na verloop van tijd vertalen die stoffen zich naar aroma’s van vanille, tabak en zachte kruiden. Bij langere rijping schuift het spectrum verder richting cacao, zoethout en kaneel. Het is deze gelaagdheid die gerijpte grappa een contemplatief karakter geeft, een glas dat uitnodigt om traag te ontdekken.
De kunst van de barrique
Een barrique is geen gewoon vat maar een essentieel onderdeel dat een gerijpte grappa karakter geeft. Oorspronkelijk bedacht voor wijn, maar vandaag ook een vaste bondgenoot van grappa. Klein van formaat – meestal 225 of 228 liter – en gemaakt van zorgvuldig gespleten eiken duigen die jaren in weer en wind hebben gelegen. Regen spoelt ongewenste stoffen weg, de zon scherpt aroma’s aan. Pas daarna worden de planken gebogen, met hoepels samengebracht en van binnen met vuur getoast. Dat branden is een beslissend moment: licht, medium of zwaar, elk niveau verandert de geur en smaak die later in het distillaat opduiken.
Uiteraard is de keuze van het hout gigantisch belangrijk. De uiteindelijke beslissing voor welk soort hout je gebruikt maakt een wereld van verschil. Frans eiken uit Allier of Tronçais geeft elegantie, toetsen van vanille en fijne tannine. Limousin is robuuster, kastanje levert veel kleur en een stevige beet. Kers en acacia geven meer glans dan aroma, terwijl amandel een warme ambertoon en kruidige toetsen meebrengt. Zelfs moerbei en jeneverbes vinden soms hun weg, al is terughoudend gebruik aangewezen..
Een barrique is dus nooit louter een container. Het vat ademt, laat zuurstof toe en stuurt een langzaam proces van oxidatie en extractie. Daarbij worden tonen geboren die doen denken aan kruiden, cacao of tabak. En anders dan bij wijn, kan grappa dankzij haar hogere alcoholgehalte langer profiteren van wat het hout te bieden heeft.
De rijpingstrappen van grappa
Wie een jonge grappa naast een gerijpte zet, ziet meteen het verschil. Waar de eerste glashelder is, kleurt de tweede van zacht strogeel naar diep amber, afhankelijk van de tijd die ze in hout heeft doorgebracht. Achter die kleur schuilt meer dan enkel maar een visueel verschil.
De eerste stap is de affinata. Minder dan een jaar rust ze in houten vaten, net genoeg om de scherpe randjes af te vlakken. De frisse kern blijft behouden, maar er sluipt een zweem van vanille of een vleugje kruiden in. Een korte flirt met het vat die vooral rondheid en elegantie brengt.
Daarna komt de invecchiata, ouder dan twaalf maanden. Hier begint het hout echt mee te spreken. Het glas krijgt een warme gouden gloed en de geur opent zich naar tabak, gedroogd fruit en specerijen. Het is een grappa die zich trager laat drinken, met meer lagen en diepte.
Aan de top staat de riserva of stravecchia. Minstens anderhalf jaar, vaak veel langer, verblijft ze in het vat. Het resultaat is een grappa die haast meditatief wordt. Amberkleurig, met aroma’s van cacao, zoethout en kaneel, een textuur die zijdezacht over de tong glijdt en een afdronk die blijft hangen. Hier proef je niet alleen de druif en het hout, maar ook de tijd zelf die zijn stempel heeft gedrukt.
Elke trap in dit rijpingsproces heeft zijn eigen waarde. Van de lichte aanraking van de affinata tot de contemplatieve diepte van een riserva: het zijn schakeringen in een spectrum waar de distilleerder als dirigent de toon bepaalt.
De geurige wereld van aromatizzata
Grappa hoeft niet altijd puur te spreken. Al eeuwenlang gebruikt men alcohol om smaken en eigenschappen van planten en vruchten vast te leggen. Ooit waren dat elixers die als geneesmiddel of levensverlenger werden gezien, vandaag is het vooral een kwestie van plezier en creativiteit. Het idee blijft hetzelfde: alcohol bewaart én onttrekt aroma’s, en dat maakt grappa tot een ideale drager voor kruiden, schors, wortels of bessen.
Het aromatiseren kan op verschillende manieren. Soms wordt er eerst een krachtige alcoholoplossing met plantenextract gemaakt, die vervolgens in kleine hoeveelheid aan grappa wordt toegevoegd. In andere gevallen belandt de plant zelf rechtstreeks in het distillaat: bladeren, wortels, een takje of een handvol bessen. Zo ontstaan grappa’s met de aardse bitterheid van zoethout, het kruidige accent van wijnruit (ruta, een aromatisch kruid met een bitter-frisse smaak) of de frisse toets van bosbes.
De verhouding tussen distillaat en toevoeging is meestal vijf op één, wat betekent dat op vijf delen grappa ongeveer één deel plant of fruit wordt gebruikt. Zo krijgen de aroma’s voldoende kracht zonder dat de basis van de grappa helemaal wordt overstemd. De maceratie duurt doorgaans een week of twee. Daarna wordt het geheel gefilterd om het helder te maken, al is een lichte waas geen fout maar een teken dat de essentie zich met de drank heeft verweven.
Het resultaat is een lichtere, vaak speelsere stijl van grappa. De alcoholgraad ligt meestal wat lager en de smaak wordt toegankelijker, waardoor een proeverij minder ernstig maar niet minder boeiend wordt. Een glas aromatizzata laat zien dat grappa naast puur vakmanschap ook ruimte biedt voor verbeelding en experiment.
Uva Viva, grappa’s buitenbeentje
Mijn vrouw is een echte grappa-liefhebster. In de woonkamer heeft ze haar eigen drankschapje, enkel en alleen voor haar flesjes grappa. Tussen de bekende namen staat er ook iets bijzonders: twee flessen van Jacopo Poli, Uva Viva Italiano en Uva Viva Rossa. Opvallend detail: nergens staat er grappa op het etiket. En telkens wanneer ze dat ziet, vraagt ze me waarom. Nu kan ik eindelijk een sluitend antwoord geven.
Grappa mag in Italië enkel zo heten wanneer het gemaakt is van vinaccia, de druivenschillen die na het persen van wijn overblijven. Dat is de wettelijke definitie, zonder uitzonderingen. Uva Viva daarentegen is een acquavite d’uva, een distillaat van de hele druif: schil, sap én pit. De basis is dus niet het restproduct van wijnmaken, maar het fruit in zijn geheel. Daardoor kan het wettelijk nooit de naam grappa dragen, hoe verwant de stijl ook is.
Dat roept wel een interessante vraag op. Waarom zien we Uva Viva of vergelijkbare distillaten niet vaker opduiken bij andere producenten? Het is duidelijk geen gangbare categorie, zelfs in Italië niet. Misschien omdat de markt grappa verwacht, misschien omdat het maken van een fruitdistillaat uit hele druiven economisch minder vanzelfsprekend is. Wat vaststaat: een fles Uva Viva is een buitenbeentje in de grappa-wereld, een curiosum dat zich niet laat vangen door strikte definities.
En ja, mijn vrouw had dus helemaal gelijk toen ze het verschil opmerkte. Soms is een scherpe blik in het drankenkastje de beste aanleiding om de geheimen van distillaten beter te begrijpen.