Lambrusco op zondag – Tien weken lang schaven aan het imago

šŸ· Inleiding – Lambrusco: van verguisd naar verfijnd

Wat is dat toch met Lambrusco de laatste tijd?
Plots hoor je overal nieuwe geluiden over deze ooit zo verguisde wijn. De naam duikt weer op in wijnbars, op kaarten van Italiaanse trattoria’s en zelfs in gesprekken tussen sommeliers. En dat terwijl ik Lambrusco zelf jarenlang heb afgedaan als ā€œpompbakwijnā€, de ā€œCoca-Cola onder de Italiaanse bubbelsā€. Een zoete, roodschuimende wijn die vooral de Amerikaanse fastfoodcultuur bediende. Tot voor kort had ik er geen goed woord voor over.

Tot die ene dag.
Tijdens mijn opleiding tot Italian Wine Ambassador verzorgde Master of Wine Gabriele Gorelli de allereerste masterclass van de cursus. Onderwerp: Lambrusco. Mijn verwachtingsniveau? Lager dan laag.
Maar nog voor Gorelli aan zijn tweede zin toe was, voelde ik mijn houding kantelen. Zijn bevlogenheid, zijn kennis, maar vooral het verhaal achter deze wijn trokken me recht uit mijn scepsis. Lambrusco bleek geen grap, geen relikwie uit de jaren ’80, maar een levende, complexe wijnfamilie met diepe wortels in de Italiaanse geschiedenis.

Wist je dat Lambrusco waarschijnlijk ƩƩn van de oudste druivenrassen van Italiƫ is, met een oorsprong als wilde wijnstok? En dat er niet ƩƩn Lambrusco bestaat, maar twaalf verschillende variƫteiten. Elk met hun eigen karakter, terroir en stijl? Tijdens de proeverij die volgde, proefde ik geen zoet plakkerig drankje, maar frisse, droge, verfijnde wijnen. Apart en niet alledaags, zeker, maar het contrast met mijn vooroordelen kon niet groter zijn.

Dat moment werkte als een vonk.
Sindsdien werd ik genoeg getriggerd om mezelf ertoe te zetten me te verdiepen in de wijn die ik nooit wist te appreciƫren, en eindelijk te begrijpen waarom hij het verdient om herontdekt te worden.

Daarom deze nieuwe zondagse reeks ‘Lambrusco op zondag – tien weken lang schaven aan het imago’: een ontdekkingsreis langs de geschiedenis, druiven, regio’s en smaken van Lambrusco.

šŸ‡ Wat mag je verwachten?

  1. Wat is Lambrusco?
    We trappen af met de comeback van een vergeten icoon. Hoe een wijn die ooit synoniem stond voor zoetigheid en eenvoud vandaag opnieuw respect afdwingt.
  2. Van wilde wijnstok tot klassieker
    De geschiedenis van Lambrusco: van Romeinse tijden tot hedendaagse heropleving. Hoe een wilde druif evolueerde tot ƩƩn van Italië’s oudste wijnfamilies.
  3. Waar groeit Lambrusco?
    We trekken naar Emilia-Romagna en Mantova, waar de wijn zijn ziel vindt in vruchtbare bodems, zachte heuvels en een uitgesproken eet- en wijncultuur.
  4. Hoe wordt Lambrusco gemaakt?
    Van Charmat tot Classico en Ancestrale: de verschillende vinificatiemethoden die de stijl, structuur en verfijning van Lambrusco bepalen.
  5. De Lambrusco-familie
    Een fascinerende stamboom van twaalf belangrijke variĆ«teiten — met een hoofdrol voor Sorbara, Salamino en Grasparossa.
  6. Sorbara & Lambrusco di Sorbara DOC
    De elegante, florale expressie van Lambrusco. Licht, levendig en verrassend verfijnd.
  7. Salamino & Lambrusco Salamino di Santa Croce DOC
    De fruitige, evenwichtige middenstijl: soepel, charmant en veelzijdig aan tafel.
  8. Grasparossa & Lambrusco Grasparossa di Castelvetro DOC
    De krachtigste van het trio: donker, intens en vol karakter.
  9. Meer dan de grote drie
    We ontdekken de overige appellaties, van Reggiano tot Modena, die het brede smaakpalet van Lambrusco vervolledigen.
  10. Lambrusco aan tafel
    Waarom Lambrusco zo’n uitzonderlijke gastronomische begeleider is — en hoe hij gerechten tot leven brengt.
  11. Bonus: Masterclass Lambrusco
    Een afsluitende proefsessie met 8 tot 10 wijnen, waarin we alles samenbrengen wat we onderweg hebben geleerd.

Deze reeks is er voor nieuwsgierige wijnliefhebbers, ontdekkers en fijnproevers die hun blik willen verruimen. Elke zondag schenken we je een nieuw hoofdstuk over Lambrusco: boeiend, verdiepend en vooral verfrissend anders.
Tijd om deze sprankelende Italiaan opnieuw op het schavot te plaatsen, en hem te proeven zoals hij echt bedoeld is.

Aciditeit in wijn: ruggengraat, smaakmaker en hoeder van kwaliteit

We zijn al jarenlang actief in verschillende wijnclubs en geven intussen meer dan twintig jaar wijnopleidingen, waaronder de basiscursus wijnproeven. En telkens opnieuw laait dezelfde discussie op: de zuurtegraad van wijn. Of het nu over wit of rood gaat, de aanwezigheid van zuren blijft een bron van meningsverschillen.

Proeven is geen exacte wetenschap, maar wie zich wil verdiepen in het onderwerp, vindt net in die exacte wetenschap de nodige helderheid. Tijdens het proeven lijkt het eenvoudig: speekselaanmaak in de mond betekent dat er zuren aanwezig zijn. In werkelijkheid ligt het een stuk complexer.

Zuur: meer dan een bijsmaak

In het dagelijks taalgebruik klinkt zuur vaak negatief: zuurpruim, iemand het leven zuur maken, zure regen. Ook aan tafel roept het woord soms weerstand op. Een gerecht dat ā€œzuurā€ wordt genoemd, lijkt plots minder verfijnd, alsof zuur gelijkstaat aan fout. Toch is dat een misvatting. In wijn is zuur geen tegenstander maar een essentieel onderdeel van het geheel.

Zuur geeft spanning en richting aan een wijn. Het is de structuur die de aroma’s draagt, het ritme waarop smaak en textuur zich ontvouwen. Het maakt een wijn levendig, zuiver en doordrinkbaar. Een wijn zonder zuur is als muziek zonder maat, een schilderij zonder contrast. Zonder zuur verliest wijn zijn spanning en drinkbaarheid.

Zuren wekken speeksel op, prikkelen de tong en doen de mond licht samentrekken, waardoor de wijn dynamiek krijgt. Dat kleine moment van weerstand maakt de proever alert en prikkelt tot aandacht.

In evenwicht zijn zuren een teken van vitaliteit. Ze accentueren fruit, verlengen de afdronk en laten een wijn groeien in de fles. Een goed gemaakte wijn toont zuur niet als scherpte, maar als spanning.

pH: de kern van zuurbegrip

De zuurgraad van wijn drukken we uit in pH, een begrip dat op het eerste gezicht wat abstract klinkt, maar in de praktijk veel vertelt over de persoonlijkheid van een wijn. De pH meet de concentratie vrije waterstofionen (H+) in een vloeistof. Hoe meer van die ionen aanwezig zijn, hoe lager de pH, en hoe zuurder de vloeistof aanvoelt. Zuiver water heeft een pH van 7 en is neutraal. Wijn bevindt zich meestal tussen 2,8 en 4, en zit dus duidelijk in het zure gebied.

Om dat in perspectief te plaatsen: cola heeft een pH rond 2,5 en is dus nog iets zuurder, terwijl fruitsap ongeveer 3,5 haalt. Toch smaakt wijn frisser en levendiger dan cola, omdat smaak niet enkel afhangt van de pH. Suiker, koolzuur, temperatuur en aroma’s spelen mee in de manier waarop zuur ervaren wordt.

Voor de wijnmaker is pH geen theoretisch cijfer maar een praktische leidraad. Een kleine wijziging van 0,1 op de pH-schaal kan grote gevolgen hebben voor de stabiliteit en de smaak van de wijn. Een nuance die nauwlettend wordt opgevolgd tijdens de vinificatie.

De pH beĆÆnvloedt onder meer:

  • De microbiologische stabiliteit: bij een lage pH hebben ongewenste bacteriĆ«n en gisten veel minder kans om zich te ontwikkelen.
  • De kleur en frisheid van rode wijn: anthocyanen, de kleurstoffen uit druivenschillen, blijven stabieler bij lagere pH-waarden.
  • De werking van zwaveldioxide (SOā‚‚): dit natuurlijke conserveermiddel is veel effectiever bij lage pH, waardoor minder hoeft te worden toegevoegd.
  • Oxidatie en bruining: bij een hogere pH oxideert wijn sneller, wat vooral bij witte wijn kan leiden tot kleurverandering en doffe aroma’s.
  • De klaring en eiwitstabiliteit: de pH beĆÆnvloedt hoe goed stoffen zoals bentoniet onzuiverheden kunnen binden en verwijderen.

Een wijn met lage pH is dus frisser, stabieler en doorgaans beter bewaarbaar. Een hogere pH maakt de wijn zachter, ronder en toegankelijker, maar ook gevoeliger voor oxidatie en bederf. Het is de taak van de wijnmaker om dat evenwicht te vinden: genoeg zuur voor levendigheid, niet te veel om scherpte te vermijden.

Daarom wordt pH vaak al tijdens de oogst gecontroleerd. Ze is als een kompas dat de wijnmaker vertelt waar de balans tussen frisheid, kracht en stabiliteit ligt.

Zuur en SOā‚‚: de beschermers van het evenwicht

Zuur en zwaveldioxide (SOā‚‚) zijn twee natuurlijke pijlers die samen de stabiliteit van wijn ondersteunen. Zuren zorgen voor frisheid en spanning, terwijl SOā‚‚ een beschermende rol speelt tegen oxidatie en ongewenste micro-organismen.

Dit hoofdstuk gaat niet over de overtuiging van een wijnmaker om al dan niet SOā‚‚ toe te voegen, en evenmin over het debat rond het nut of de wenselijkheid van die toevoeging. Het is een eenvoudige, neutrale weergave van hoe SOā‚‚ functioneert binnen het natuurlijke evenwicht van wijn.

Zwaveldioxide is namelijk niet louter een toevoeging. Het ontstaat ook spontaan tijdens de gisting, als natuurlijk bijproduct van gistactiviteit. In elke wijn is dus van nature een kleine hoeveelheid aanwezig, zelfs wanneer men niets extra toevoegt.

Wanneer een wijnmaker wél extra SO₂ gebruikt, doet hij dat doorgaans om een fragiel evenwicht te beschermen. De effectiviteit ervan hangt sterk af van de pH van de wijn. Bij een lage pH is het actieve, beschermende deel van SO₂ sterker aanwezig. Naarmate de pH stijgt, vermindert dat effect en is er meer nodig om dezelfde bescherming te bieden.

Het gebruik van SOā‚‚ is geen zwart-witverhaal, maar een kwestie van nuance en ervaring. Te veel kan de wijn afsluiten of ruwer maken, te weinig maakt hem kwetsbaar voor oxidatie en bederf. In warme jaren, waarin druiven vaak een hogere pH hebben, vraagt dit om bijzonder fijngevoelig werk.

Goed gebruikt fungeert SOā‚‚ als een stille wachter: onzichtbaar, maar cruciaal in het bewaren van evenwicht, frisheid en zuiverheid. Dat gebeurt niet tegen de natuur in, maar in samenwerking ermee.

Titratie en pH: twee verschillende meetschalen

Om de zuurtegraad van wijn goed te begrijpen, volstaat ƩƩn meting niet. Naast de pH gebruiken wijnmakers ook de titratie van zuren, uitgedrukt als titratable acidity (TA). Beide cijfers zeggen iets over het zuur in wijn, maar ze meten niet hetzelfde.

De pH vertelt hoeveel van de aanwezige zuren actief zijn, of met andere woorden: hoeveel vrije waterstofionen (H⁺) op dat moment in de wijn rondzweven. Die ionen bepalen de scherpte, de frisheid en de microbiologische stabiliteit van de wijn.

De titratable acidity (TA) daarentegen drukt uit hoeveel zuur er in totaal aanwezig is, of het nu actief is of niet. Ze meet de totale potentiƫle hoeveelheid protonen die vrijkomt als men het zuur zou neutraliseren. De waarde wordt meestal weergegeven in gram wijnsteenzuur per liter.

Daarom kunnen twee wijnen met dezelfde TA heel verschillend smaken. Een wijn met hoge pH en hoge TA kan zacht en rond overkomen, terwijl een wijn met lage pH en gelijke TA juist levendiger en strakker smaakt. Het gaat dus niet alleen om hoeveel zuur er is, maar vooral om hoe dat zuur zich gedraagt in de wijn.

Voor wijnmakers is het samenspel van pH en TA cruciaal bij het sturen van stijl en stabiliteit. De pH geeft directe informatie over hoe de wijn zich gedraagt tijdens de gisting, rijping en bewaring. TA helpt vooral bij het vergelijken van wijnen of bij het beoordelen van balans in smaak.

Schommelingen van TA tijdens de gisting
Tijdens de gisting daalt de totale zuurgraad (TA) doorgaans licht, omdat wijnsteenzuur zich bindt tot kalium en neerslaat als kaliumbitartraat. In sommige rode wijnen kan de TA echter tijdelijk stijgen door de vorming van succinzuur, een natuurlijk bijproduct van de gisting dat door bepaalde giststammen in hogere concentraties wordt geproduceerd.

Vorming van wijnsteenzuurkristallen (kaliumbitartraat)

Zuur is in wijn geen vaststaand gegeven. Ook na de gisting blijft het in beweging. Een van de meest zichtbare gevolgen daarvan is het neerslaan van wijnsteenkristallen, in de kelder beter bekend als kaliumwaterstoftartraat of kaliumbitartraat (KHT).

Deze kristallen ontstaan wanneer wijnsteenzuur, het meest stabiele en dominante zuur in wijn, gedeeltelijk reageert met kaliumionen die van nature in druiven aanwezig zijn. In oplossing blijft dit kaliumwaterstoftartraat nog zuur van aard, maar zodra de wijn wordt blootgesteld aan lagere temperaturen of veranderingen in samenstelling, kan het uitkristalliseren en neerslaan.

Pas op dat moment verdwijnt dit zout effectief uit de wijn, wat een subtiele maar meetbare invloed heeft op zowel de pH als de titratable acidity (TA):

  • Bij een lage pH (onder 3,65) daalt de pH nog iets verder, samen met de TA.
  • Bij een hogere pH (boven 3,65) stijgt de pH licht, terwijl de TA toch afneemt.

Voor de wijnmaker is dit proces belangrijk om te begrijpen, omdat het natuurlijke zuur-evenwicht van de wijn ook na de gisting kan blijven evolueren. Wanneer wijnsteen neerslaat, vermindert het effectieve zuurgehalte van de wijn licht, waardoor de smaak iets ronder en zachter wordt. In zeldzame gevallen waarin de zuurbalans bewust werd bijgestuurd (bijvoorbeeld in warme oogstjaren) kan een deel van die correctie later deels worden geneutraliseerd door deze kristalvorming.

Om dit gecontroleerd te laten verlopen, passen wijnmakers vaak koude stabilisatie toe. Daarbij wordt de wijn gekoeld zodat overtollige wijnsteen zich in het vat afzet en niet later in de fles verschijnt.

Voor de consument zijn deze kristallen volkomen onschadelijk, al worden ze soms verward met glasdeeltjes of fouten. In werkelijkheid zijn ze een natuurlijk teken van een weinig bewerkte wijn.

De oorsprong en rol van zuren in wijn

Zuren zijn geen toevalstreffers in wijn, maar het natuurlijke resultaat van wat in de druif gebeurt vóór en tijdens de gisting. Hun concentratie en samenstelling worden bepaald door het druivenras, het klimaat en de rijpheid bij de oogst.

De belangrijkste zuren zijn wijnsteenzuur en appelzuur.

  • Wijnsteenzuur is het meest stabiele en karakteristieke wijnzuur. Het vormt de ruggengraat van de zuurgraad en blijft nagenoeg onveranderd tijdens de gisting.
  • Appelzuur is levendiger en scherper van smaak. Tijdens de zogenaamde malolactische gisting zetten melkzuurbacteriĆ«n het om in melkzuur, dat zachter en romiger aanvoelt. Rode wijnen ondergaan dit proces meestal volledig, waardoor ze ronder en stabieler worden. Bij witte wijnen wordt het vaak bewust vermeden om hun frisse spanning te bewaren.

Naast deze twee hoofdrolspelers komen er ook kleinere hoeveelheden citroenzuur en succinezuur voor. Citroenzuur draagt subtiel bij aan frisheid, terwijl succinezuur, gevormd tijdens de alcoholische gisting, een licht ziltig of bitter accent kan toevoegen dat de complexiteit verhoogt.

In zoete witte wijnen, zoals Sauternes of Trockenbeerenauslese, krijgt zuur een andere betekenis. Daar fungeert het als tegengewicht voor de suikers. Zonder voldoende zuur zouden deze wijnen log of plakkerig aanvoelen. Met de juiste dosis zuurgraad blijven ze fris, spannend en elegant.

Klimaat en rijpheid

Niet alleen de chemie, ook de natuur bepaalt hoeveel zuur in een wijn aanwezig is. De hoeveelheid zuur in wijn wordt al bepaald lang vóór de oogst. Tijdens de groei slaan druiven zuren op in hun bessen. In het vroege stadium zijn die zuren, vooral wijnsteenzuur en appelzuur, in hoge concentraties aanwezig. Naarmate de druif rijpt en de temperatuur stijgt, beginnen die zuren langzaam af te breken door natuurlijke ademhaling.

In warme klimaten verloopt dat proces sneller. De druif ademt haar zuur uit, terwijl ze tegelijk meer suikers opbouwt. Het resultaat is een wijn met rijp fruit, hogere alcohol en lagere zuurgraad. Zulke wijnen kunnen rond en zwoel aanvoelen, maar missen soms spanning. Wijnmakers grijpen daar soms in door wat wijnsteenzuur toe te voegen of door vroeger te oogsten om het evenwicht te bewaren.

In koelere regio’s gebeurt net het omgekeerde. De druif rijpt trager, houdt meer zuur vast, maar produceert minder suiker. Dat levert frissere, levendigere wijnen op met een lager alcoholgehalte. Het risico daar is dat de zuren te dominant worden, waardoor de wijn streng of onrijp kan smaken.

De kunst van de wijnmaker zit precies in het kiezen van het juiste oogstmoment, wanneer suiker en zuur in evenwicht zijn. Dat moment kan per perceel of druivenras verschillen, en vraagt ervaring, kennis en soms ook durf.

Hoe proeven we zuur?

Zuur is een van de eerste smaaksensaties die we waarnemen wanneer wijn de mond raakt. Zodra de wijn zich vermengt met speeksel, komen de vrije waterstofionen in contact met de smaakreceptoren op de tong en het zachte gehemelte. Deze receptoren sturen elektrische signalen naar de hersenen, waar ze worden gecombineerd met indrukken van zoetheid, bitterheid, aroma en textuur.

Zuur voelen we niet alleen als een smaak, maar ook als een fysieke prikkel: het doet de speekselklieren werken, laat de tong licht samentrekken en wekt een gevoel van spanning in de mond. Die reactie is een verdedigingsmechanisme van het lichaam tegen te sterke zuren, maar in wijn zorgt het juist voor levendigheid en verfrissing.

Niet iedereen ervaart zuur even sterk. Leeftijd, speekselproductie, temperatuur van de wijn en zelfs het moment van de dag kunnen de gevoeligheid beĆÆnvloeden. Wie veel frisse wijnen proeft, ontwikkelt een zekere gewenning, waardoor dezelfde wijn voor een beginnende proever veel scherper kan lijken dan voor een ervaren degustator.

De zuursensatie wordt bovendien nooit op zichzelf beleefd. Zoet (uit suiker, alcohol of glycerol) verzacht het zuur en maakt het ronder. Bitterheid en tannine versterken het tegenovergestelde effect en laten de wijn strakker en pittiger overkomen. Daarom kan een wijn met identieke pH totaal anders aanvoelen afhankelijk van zijn restsuiker, textuur of houtlagering.

Wijnproevers gebruiken woorden als fris, levendig, pittig of verkwikkend voor goed geĆÆntegreerd zuur. Bij overdaad spreken ze van scherp, agressief of groen, terwijl een gebrek aan zuur de wijn vlak of log maakt. Het geheim van een grote wijn ligt vaak precies in die fragiele grens: genoeg zuur om spanning te geven, maar niet zoveel dat het het geheel overheerst.

Conclusie

Aciditeit is geen detail, maar de ruggengraat van wijn. Ze bepaalt frisheid, balans, aromaprofiel, microbiologische stabiliteit en bewaarpotentieel. pH en TA samen geven inzicht in het zuur-evenwicht, maar in de praktijk is pH vaak de doorslaggevende graadmeter voor kwaliteit en levensduur.

Cola mag dan op papier zuurder zijn, in wijn is zuur geen toevallig bijproduct maar een zorgvuldig bewaakte structuurdrager. Het houdt de wijn levend, zuiver en spannend. Een wijn zonder zuur verliest zijn ziel, een wijn met goed geĆÆntegreerd zuur blijft groeien, verleiden en verrassen.

Riesling Italico: de naam die misleidt

Druivenrassen en hun namen zijn soms ware valkuilen. Riesling Italico is daar een schoolvoorbeeld van. Wie de naam leest, denkt vanzelf aan de nobele Riesling uit Duitsland en verwacht aromatische wijnen met bewaarpotentieel. Niets is minder waar. Riesling Italico heeft genetisch en stijlmatig helemaal niets te maken met de beroemde Riesling, die in Italiƫ wordt aangeduid als Riesling Renano. De gelijkenis stopt bij de naam, en die zorgt al decennialang voor misverstanden en verkeerde verwachtingen.

Het is een druif die in de loop van de twintigste eeuw aan populariteit verloor, maar vandaag opnieuw aandacht krijgt van producenten en wijnliefhebbers. Daarmee verdient deze druif het om opnieuw bekeken te worden, niet door de bril van zijn naam, maar door wat hij werkelijk in de wijngaard en het glas te bieden heeft.

Wat zit er in een naam?

De aanduiding ā€œRiesling Italicoā€ heeft al sinds de 19e eeuw tot verwarring geleid. Enerzijds omdat de term ā€œRieslingā€ onmiddellijk de link legt met de Duitse klassieker, anderzijds omdat de toevoeging Italico de indruk wekt dat het gaat om een Italiaanse variant daarvan. In werkelijkheid gaat het om een volledig aparte druif met een eigen geschiedenis.

Moderne DNA-analyses hebben dit definitief bevestigd: het enige gekende ouderras van Riesling Italico is de Coccalona Nera, een weinig voorkomende druif zonder grote rol in de hedendaagse wijnbouw. Dit gegeven onderstreept hoe misleidend de naam ā€œRieslingā€ hier gebruikt is, en hoe weinig de druif gemeen heeft met zijn Duitse naamgenoot.

De naamgeving wordt nog complexer door regionale varianten. In Duitstalige gebieden staat de druif bekend als Welschriesling, letterlijk ā€œvreemde Rieslingā€. In Veneto leeft ze verder onder volksnamen als Rismi, Risii en Riesli. Bovendien laten Italiaanse registers in sommige provincies etikettering onder de naam Riesling toe, wat de verwarring bij consumenten en sommeliers in stand houdt.

Juist deze onduidelijkheid rond de naam heeft de opbouw van een eigen identiteit jarenlang afgeremd. Terwijl andere druiven hun profiel konden aanscherpen, bleef Riesling Italico worstelen met verwachtingen die ze niet kan of hoeft waar te maken. Het erkennen van de Coccalona Nera als genetische bron was daarom van enorm belang: het helpt om de druif los te maken van de verkeerde associatie met de Duitse Riesling en een eigen plaats toe te wijzen binnen de wijnbouw.

Geschiedenis en verspreiding

De precieze oorsprong van Riesling Italico is al meer dan een eeuw onderwerp van discussie. Verschillende theorieƫn circuleren:

  • In 1876 suggereerde Goethe dat de druif zijn wortels had in de Champagne, waar hij bekend zou zijn geweest als Meslier, en later als Welschriesling naar Duitsland zou zijn overgewaaid.
  • In 1906 ontkrachtte de ampelograaf Molon dit, omdat hij in de Franse literatuur geen enkel spoor vond van de druif. Een Italiaanse oorsprong leek hem waarschijnlijker.
  • Een derde hypothese koppelt Riesling Italico aan de Aminea gemella uit de Romeinse tijd, een variĆ«teit waarmee de Falerner-wijnen werden gemaakt.

Zekerheid over de oorsprong ontbreekt nog steeds. Wat wel vaststaat, is dat moderne DNA-analyses geen verwantschap hebben gevonden met Pignoletto of Verdicchio, druiven waarmee Riesling Italico in de loop van de tijd geregeld werd verward.

Binnen Italië kreeg de druif in de twintigste eeuw een vaste plaats, vooral in Lombardije. In de Oltrepò Pavese beslaat hij vandaag ongeveer 95 procent van de nationale aanplant. Daarnaast zijn er kleinere oppervlaktes in Veneto, Friuli en Trentino-Alto Adige, waar de druif vaak Welschriesling wordt genoemd. Sporadisch duikt hij ook op in Emilia, onder meer in de Colli Bolognesi.

De officiĆ«le erkenning van Riesling Italico binnen de Italiaanse wijnwetgeving is breed. Hij is toegelaten in meerdere provincies, zoals Verona, Vicenza, Treviso en Udine, en maakt deel uit van talrijke DOC’s waaronder Oltrepò Pavese, Collio, Garda, Custoza en Friuli Isonzo. Ook binnen de IGT-categorie komt zijn naam vaak voor, van Terre di Chieti tot Veneto en Vigneti delle Dolomiti.

Buiten Italië is Riesling Italico vooral bekend in Centraal-Europa. Daar wordt hij Welschriesling genoemd en speelt hij een belangrijke rol in Oostenrijk, Slovenië en Hongarije. In Slovenië staat hij bekend als LaŔki Rizling, in Hongarije als Olaszrizling, en in Kroatië als GraŔevina. Daarnaast duiken in historische bronnen en lokale tradities nog andere namen op, zoals Crouchen en Rieling Oslas. In deze landen geniet de druif meer aanzien dan in Italië zelf, met stijlen die variëren van lichte, frisse wijnen tot complexere versies met bewaarpotentieel.

Een druif op de dool

Riesling Italico heeft in Italiƫ een bewogen traject achter de rug. In de jaren negentig stond er nog ruim 2.300 hectare aangeplant, maar sindsdien is de oppervlakte gestaag geslonken tot ongeveer 1.200 Ơ 1.300 hectare vandaag. Die terugval weerspiegelt het geringe aanzien dat de druif decennialang genoot. Lange tijd werd ze beschouwd als een tweede keuze, een variƫteit die zelden bewust werd gepositioneerd of gecommuniceerd.

Die situatie had ook gevolgen voor de markt. Het Consorzio van Oltrepò Pavese, waar het gros van de aanplant zich bevindt, heeft nooit een helder communicatief kader ontwikkeld om Italico van Renano te onderscheiden. Daardoor bleef de druif voor velen in een grijze zone hangen: aanwezig, maar niet erkend.

Toch tekenen zich de laatste jaren signalen van verandering af. Kleine producenten in Oltrepò Pavese kiezen ervoor om Riesling Italico opnieuw in de kijker te zetten, ditmaal met een focus op kwaliteit. Ook internationale initiatieven zoals het concours Grow du Monde hebben bijgedragen aan een herwaardering: ze tonen dat Italico, mits de juiste vinificatie, frisse en minerale wijnen kan leveren die perfect inspelen op de huidige vraag naar lichtvoetige, doordrinkbare stijlen.

Eigenschappen van de wijnstok

Riesling Italico is een wijnstok met een middelmatige groeikracht en een betrouwbare, vrij consistente productie. Op heuvelhellingen met klei-kalkrijke bodems, een goede drainage en een relatief droog klimaat presteert hij het best. In zulke omstandigheden behoudt de druif zijn frisse zuren, waardoor de wijnen levendig en evenwichtig blijven. In vlakke of vochtige wijngaarden is hij gevoeliger voor rot, waardoor de keuze van de locatie een doorslaggevende rol speelt in de kwaliteit.

Ampelografisch valt de plant op door zijn middelgrote bladeren, meestal gaaf of licht gelobd, met een heldergroene, bijna metaalachtige glans aan de bovenzijde. De trossen zijn klein, compact en vaak cilindrisch van vorm, soms met een korte vleugel. De bessen zijn middelgroot, goudgeel met een lichte groene tint en bedekt met een dunne maar stevige schil. Het vruchtvlees is sappig en zoet, eerder neutraal van karakter, maar daardoor juist geschikt om bij vinificatie frisse en subtiele aroma’s naar voren te laten komen.

De groeicyclus van Riesling Italico verloopt gemiddeld in tempo. Knopzetting, bloei en vĆ©raison volgen elkaar in een normaal ritme, en de druif bereikt zijn rijpheid in de derde tijdsperiode, doorgaans in de tweede helft van september. Dit geeft de wijnmaker de mogelijkheid om een goed evenwicht te vinden tussen rijpheid en behoud van natuurlijke aciditeit. Bij een nauwgezette oogstplanning kunnen de aroma’s zich optimaal ontwikkelen zonder dat de frisheid verloren gaat.

Het wijnprofiel

Riesling Italico levert wijnen met een lichte tot medium body en een bleke strogele kleur die vaak groene reflecties vertoont. Het aromatische profiel is ingetogen maar verfijnd, waarbij vinificatie doorgaans frisse tonen van citrus, kweepeer en abrikoos naar voren brengt, vaak ondersteund door een minerale ondertoon die de wijn een zekere spanning geeft.

In de mond proef je frisse zuren die zorgen voor levendigheid en een droge, evenwichtige stijl. Kenmerkend is een subtiel bittertje in de afdronk dat de wijnen een eigen signatuur meegeeft. Deze combinatie maakt Riesling Italico bijzonder geschikt om jong te drinken, wanneer de fruitigheid en de frisheid op hun hoogtepunt zijn.

Naast stille wijnen wordt de druif steeds vaker gebruikt voor mousserende vinificaties. De natuurlijke aciditeit en de delicate aroma’s lenen zich uitstekend voor frizzante en spumante stijlen, die vooral overtuigen in wijngaarden met heuvelachtige ligging en drogere klimaten. Daar komt de frisheid het best tot uiting en ontstaan wijnen die lichtvoetig maar karaktervol zijn. Het profiel van Riesling Italico sluit zo goed aan bij de huidige voorkeur voor toegankelijke, verteerbare wijnen die niet in kracht maar in zuiverheid en doordrinkbaarheid uitblinken.

Riesling Italico versus Riesling Renano

De verwarring tussen beide druiven is hardnekkig, maar in werkelijkheid gaat het om twee volledig verschillende druiven die zowel qua oorsprong, stijl als marktpositie weinig met elkaar gemeen hebben. Riesling Renano, de klassieke Duitse Riesling, staat internationaal bekend om zijn aromatische intensiteit en de veelzijdigheid waarmee hij uiteenlopende stijlen kan voortbrengen, van strakdroog tot edelzoet. Kenmerkend zijn de uitgesproken citrus- en steenvruchtaroma’s, florale tonen en een hoge zuurgraad die de basis vormt voor een uitzonderlijk bewaarpotentieel. Grote wijnen van Renano ontwikkelen zich in de fles vaak tientallen jaren en krijgen daarbij complexe tertiaire aroma’s zoals petroleum, honing en gedroogd fruit, eigenschappen die de druif tot een icoon van de wereldwijde wijnbouw hebben gemaakt.

Riesling Italico heeft een totaal ander profiel. De wijnen zijn lichter, minder aromatisch uitgesproken en bedoeld om jong te drinken. Het accent ligt op frisheid en toegankelijkheid, met subtiele fruittonen en een levendige maar niet overdreven hoge aciditeit. Waar Renano vaak aanzien en prestige uitstraalt, positioneert Italico zich eerder als een druif voor dagelijks drinkplezier en veelzijdige toepassingen. Juist dankzij zijn frisse karakter en doordrinkbaarheid is hij geschikt voor mousserende vinificatie, een domein waarin hij steeds vaker wordt ingezet.

Het fundamentele onderscheid tussen beide zit dus niet enkel in de genetische achtergrond, maar vooral in stijl, gebruik en perceptie. Riesling Renano is de druif van de lange adem en de grote bewaarwijnen, Riesling Italico die van de directe drinkbaarheid en de moderne trend naar lichtere, verfrissende wijnen. Beide druiven beantwoorden aan heel andere verwachtingen en markten, en precies daarom is het essentieel ze duidelijk van elkaar te onderscheiden.

Een blik op de toekomst

Riesling Italico staat op een kruispunt. Aan de ene kant blijven de officiƫle aanplantcijfers dalen en ontbreekt er nog altijd een eenduidige strategie van consortia of appellaties om de druif stevig te positioneren. Aan de andere kant groeit de belangstelling vanuit nichekringen, zowel bij producenten die experimenteren met nieuwe vinificatiestijlen als bij een publiek dat meer openstaat voor frisse, lichte en minder voor de hand liggende wijnen. Internationale initiatieven spelen hierbij een belangrijke rol. Het concours Grow du Monde heeft de druif zichtbaar gemaakt op een niveau waar Italiƫ tot 2023 nauwelijks aanwezig was. De eerste inzendingen in 2024 werden positief onthaald en toonden dat Italico, mits zorgvuldig gemaakt, kan overtuigen naast voorbeelden uit Centraal-Europa.

Ook de digitale gemeenschap draagt bij aan de herwaardering. Online fora en sociale media laten zien dat er een generatie wijnliefhebbers opstaat die bewust buiten de klassieke paden kijkt en Italico prijst om mineraliteit, frisse zuren en toegankelijkheid. In die kringen wordt de druif omschreven als een onderschat alternatief, vooral geschikt voor wie een Italiaanse witte wijn zoekt met karakter maar zonder zwaarte. Dit enthousiasme onderstreept dat Italico zich in een markt kan nestelen die steeds meer waarde hecht aan verteerbaarheid en authenticiteit.

De grote uitdaging blijft communicatie. Zolang de naam verwarring zaait en er geen gecoƶrdineerde inspanning is om de druif een eigen profiel te geven, zal Riesling Italico niet de zichtbaarheid krijgen die hij verdient. Toch zijn er tekenen van verandering: kleine producenten die het voortouw nemen, internationale erkenning die toeneemt en een consument die klaar lijkt voor iets nieuws. Als deze lijnen worden doorgetrokken, kan de druif uitgroeien tot een verrassend relevant uithangbord van hedendaagse Italiaanse wijnbouw, niet door te wedijveren met de grote Riesling Renano, maar door zijn eigen plaats te claimen in het spectrum van frisse en authentieke wijnen.

Tabula rasa

Riesling Italico verdient een nieuwe kans, maar dan zonder de ballast van een misleidende naam. Noch Riesling noch Italico weerspiegelt zijn echte identiteit. Een herstart met een andere benaming, zoals GraŔevina die in de Balkanlanden stevig is ingeburgerd, kan de druif de duidelijke positionering geven die ze nodig heeft. De bal ligt bij consortia en producenten: enkel door die stap te durven zetten kan deze druif uitgroeien tot een volwaardige speler in de moderne Italiaanse wijnbouw.