De overige toegelaten druiven in de Valpolicella blend

Het afsluitende artikel in onze reeks over de Valpolicella-wijnen is zonder twijfel het stuk waarvoor het meeste opzoekwerk nodig was. Er zijn namelijk talloze druivenrassen toegestaan in de wijnen van deze appellatie. De hoofdrolspelers hebben we al besproken, net als de meest voorkomende figuranten. Wat resteert zijn piepkleine bijrollen voor soms obscure, bijna vergeten namen, maar ook voor rassen die wereldwijd bekendstaan om hun klassewijnen. Denk aan Sangiovese en Nebbiolo, maar ook aan enkele grote Franse namen. Op het etiket zal je ze zelden afzonderlijk vermeld zien, vaak verdwijnen ze onder de noemer ‘overige toegelaten druiven – 10%’. In dit artikel proberen we daar wat licht op te werpen.

De overige toegelaten druiven in de Valpolicella blend

Om een beter beeld te krijgen van welke druivenrassen een plek mogen krijgen in een Valpolicella-wijn, is het zinvol eerst naar de wetgeving te kijken. Artikel 2 van het disciplinare voor Valpolicella DOC zegt in essentie het volgende:

De Valpolicella wijnen moeten worden gemaakt van druiven die afkomstig zijn van wijngaarden met deze samenstelling:

  • Corvina Veronese (ook Cruina of Corvina genoemd): tussen 45% en 95%. Binnen dat percentage mag maximaal 50% Corvina vervangen worden door Corvinone.
  • Rondinella: tussen 5% en 30%.
  • Daarnaast mogen er tot maximaal 25% andere druiven gebruikt worden, mits ze voldoen aan deze voorwaarden:
    • Niet-aromatische rode druiven die toegelaten zijn voor de provincie Verona (zoals vastgelegd in het nationale register), tot maximaal 15% totaal, met per afzonderlijk druivenras een limiet van 10%.
    • Italiaanse autochtone rode druiven (volgens wet 82/06) die zijn toegelaten in de provincie Verona, tot het resterende maximum van 10%.

Wie het nationale register van Italiaanse druivenrassen bekijkt voor de IGT Veronese, vindt een lijst van ongeveer vijfenveertig toegelaten rode variëteiten. Filter je daaruit de niet-aromatische rassen, dan blijft nog altijd een indrukwekkend aantal over. Namen als Ancelotta, Barbera, Cabernet Sauvignon, Carmenère, Casetta, Corvina, Corvinone, Croatina, Dindarella, Forsellina, Gamay, Lagrein, Marselan, Marzemino, Merlot, Molinara, Negrara, Oseleta, Petit Verdot, Pinot Nero, Raboso Veronese, Rebo, Regent, Rondinella, Rossignola, Sangiovese, Schiava, Syrah en Teroldego passeren de revue. Het is echter geen sluitende lijst. In de praktijk blijkt dat ook druivenrassen als Cabernet Franc en Nebbiolo hun weg naar Valpolicella vinden, zoals bij de meesterlijke wijnen van Giuseppe Quintarelli. Spigamonti, gebruikt door Tedeschi, is eveneens een voorbeeld van een variëteit die niet in de standaardoverzichten voorkomt, maar wel degelijk een rol speelt. Elders zoals bij Tenuta Santa Maria zie je dan weer namen als Enantio en Turchetta.

Het is duidelijk dat een volledig overzicht van toegelaten en daadwerkelijk gebruikte druiven vrijwel onhaalbaar is. De keuzemogelijkheden zijn simpelweg te groot. Daarom beperken we ons in het vervolg tot een handvol oude inheemse rassen. Ze worden zelden gebruikt, maar dragen bij aan het rijke verhaal van Valpolicella en geven een glimp van de diversiteit die schuilgaat achter de bekende namen op het etiket.

Dindarella

Dindarella is een oud inheems ras uit het Veneto dat ooit veel wijngaarden sierde, maar in de loop van de twintigste eeuw bijna volledig verdween. De naam zou volgens sommige bronnen komen van het dialectwoord ‘dindare’, dat ‘trillen’ of ‘wiegen’ betekent, mogelijk een verwijzing naar de losse trossen die gemakkelijk in de wind bewegen. Na de bloei zijn de trossen vaak open en de bessen gedeeltelijk bloot, wat de opbrengst beperkt. Juist die losse structuur, samen met de dikke, bedauwde schil, stevige structuur en het vermogen om goed te drogen, maakt Dindarella geschikt voor appassimento en dus inzetbaar in Amarone en vooral in aromatisch rijke Recioto.

De aanplant bevindt zich voornamelijk in Valpolicella, met kleinere percelen bij het Gardameer en in de Valdadige. De bessen zijn middelgroot, onregelmatig van vorm en blauw van kleur. De rijping vindt plaats in het midden van het seizoen, waarna de druif uitstekend indroogt zonder haar frisheid te verliezen.

Forsellina

Ook Forsellina is een oud inheems ras uit de provincie Verona dat vandaag nog maar op ongeveer vijftien hectare wordt aangeplant. De eerste vermelding dateert uit 1824 in de catalogus van Veronese druivenrassen van de botanicus Ciro Pollini. In de loop van de negentiende en twintigste eeuw werd ze door verschillende auteurs beschreven, tot ze in 1971 officieel werd opgenomen in het nationale druivenregister.

De plant groeit rechtop en vertoont gelijkenissen met Molinara, maar de kwaliteit van de opbrengst wordt lager ingeschat. De middelgrote, compacte trossen zijn cilindrisch en soms licht gevleugeld. De bessen zijn onregelmatig ovaal, met een dunne, bedauwde schil en kleurloos sap met een neutrale smaak. Door de compacte trossen leent Forsellina zich niet goed voor droging, waardoor ze zelden wordt gebruikt in passito-wijnen zoals Amarone of Recioto.

Forsellina rijpt in het middenseizoen en past zich goed aan aan minder ideale omstandigheden. Ze wordt toegestaan in de DOC’s Valpolicella en Bardolino, evenals in de IGT’s Verona, Vallagarina en Trevenezie. In de blend geeft ze een heldere, lichte robijnrode kleur, florale en fruitige aroma’s en een evenwichtige smaak waarin zachtheid en frisheid mooi samenkomen.

Negrara

Negrara Veronese behoort tot de bredere familie van Negrare, waartoe ook de beter bekende Negrara Trentina behoort. Hoewel de namen vaak door elkaar worden gebruikt, hebben ze duidelijke verschillen in bladstructuur en bessen. De eerste vermelding van Negrara gaat terug tot 1824 in het werk van Ciro Pollini, waarin hij meerdere typen onderscheidde, waaronder de Negrara bastarda, die waarschijnlijk overeenkomt met de huidige Negrara Veronese. In het begin van de twintigste eeuw besloeg de Negrare-familie zo’n twintig procent van de aanplant in de provincie Verona. Sinds 1970 staat Negrara officieel in het nationale druivenregister.

De aanplant is vandaag beperkt en verspreid, met aanwezigheid in Valpolicella, Bardolino, Breganze Rosso en Valdadige, en in kleine percelen in Padova en Vicenza. De trossen zijn middelgroot tot groot, cilindrisch, vaak gevleugeld en matig compact. De bessen zijn vrij groot, blauwzwart en sterk bedauwd, met een dikke, leerachtige en licht wrange schil. De rijping valt laat in het seizoen, terwijl de knopontplooiing eveneens later plaatsvindt.

Negrara levert constant goede opbrengsten, maar is gevoelig voor valse meeldauw, echte meeldauw, mijten en trosschimmels. In de kelder geeft ze een robijnrode kleur met violette schakeringen, aroma’s van zure kers, een kruidige toets en soms een vleug groene peper die met rijping milder wordt. In de mond presenteert de wijn zich licht van body maar verfijnd, met een frisse, sappige aanzet en een goede balans tussen tannine en kleurstoffen. In blends voor Valpolicella, Amarone en Recioto mag ze tot tien procent worden gebruikt, waar ze kruidigheid, frisheid en een subtiel gespannen structuur toevoegt.

Spigamonti

Spigamonti is een zeldzaam en recent herontdekt druivenras dat in Valpolicella slechts op enkele plekken voorkomt, onder andere in Tedeschi’s wijngaard Maternigo. Opvallend aan de plant zijn de bladeren met een rood-koperkleurige gloed en de dieprode kleur van de bloemstelen. Het is een teinturier, wat betekent dat ook het vruchtvlees rood is. Daardoor levert Spigamonti extra kleurintensiteit en structuur in blends, zowel voor Valpolicella als voor Amarone.

Het ras is van oorsprong Frans en staat ook bekend onder de naam Aspiran Bouschet. Het werd in 1865 door Henri Bouschet gekweekt uit een kruising tussen Aspiran Noir en Bouschet Gros, familie van de bekende Alicante Bouschet. In Italië werd Spigamonti pas in 2013 officieel toegelaten. De ontdekking in Valpolicella gebeurde door een teler nabij Montecchio di Negrar, die de druif aanleverde aan Cantina Negrar.

De teelt is uiterst kleinschalig en beperkt tot enkele percelen. De trossen zijn compact en het vruchtvlees is rijk aan anthocyanen. In kleine hoeveelheden kan Spigamonti een blend spanning, kleurkracht en kruidigheid meegeven.

Op uitstap!

Met deze laatste etappe ronden we onze reis door de Valpolicella-wijngaarden af. Nu is het aftellen tot de echte reis kan beginnen, samen met Amici. Want niets is mooier dan theorie omzetten in praktijk. De voorbije twaalf etappes hebben de kiemen gelegd, en de tijd van de floraison is aangebroken. Op naar de proeftochten bij wijnboeren, om ons te laven aan de vele gezichten en smaken van de Valpolicella-wijnen.

Reeds verschenen in deze reeks:

  1. Valpolicella – een wijnreis in twaalf etappes
  2. Valpolicella – De vallei van de vele kelders
  3. Valpolicella – DOC, Classico, Superiore
  4. Valpolicella Ripasso: Ontstaan uit boerenvernuft
  5. Amarone della Valpolicella DOCG: Van kelderfout tot cultstatus 
  6. Recioto della Valpolicella DOCG: Zoet met klasse
  7. Corvina, het fundament van Valpolicella
  8. Corvinone ontbolstert: de stille kracht achter moderne Valpolicella
  9. Rondinella – De stille kracht van de Valpolicella 
  10. Molinara: In het verdomhoekje
  11. Oseleta: Een druif met toekomst
  12. Croatina: Het koppige buitenbeentje

Oseleta: Een druif met toekomst

Ik weet niet exact waarom, maar ik heb een zwak voor Oseleta. Misschien omdat de eerste die ik ooit proefde – die van Zýmē – meteen raak was? Feit is: als ik de kans krijg om een wijn van 100% Oseleta te proeven, dan bestel ik die ook. Helaas komt dat niet vaak voor. Er zijn nog maar weinig wijnmakers die de druif solo bottelen, al verandert dat stilaan. Steeds meer producenten wagen zich eraan, en dat wekt nieuwsgierigheid en waardering op. Ik kijk er alvast naar uit om te zien waar deze druif nog allemaal toe in staat is.

Tijdens het schrijven van deze reeks over Valpolicella, zijn wijnen en de samenstelling van de blend vind ik het best grappig dat ook de naam Oseleta in verband wordt gebracht met onze gevederde vrienden. Het lijkt er wel op dat de inspiratie in Valpolicella om hun regio-eigen druiven een naam te geven in handen is gegeven van een ornitholoog.

Een naam met veren

Hoewel Oseleta voor velen onbekend zal klinken kan je de druif moeilijk een nieuwkomer noemen in Valpolicella. De druif heeft er een eerder bizarre levenscyclus op zitten. Lange tijd is ze onder de radar gebleven. Ze was op een gegeven moment zelfs amper nog te vinden en zo goed als uitgestorven. Terwijl ze nu stilaan opnieuw opduikt in de wijngaarden van wijnmakers met zin voor karakter en identiteit.

De naam Oseleta komt van osei, het Venetiaanse woord voor vogel. Die link is geen toeval. De druif dankt haar bijnaam aan haar aantrekkingskracht voor vogels, die dol waren op haar kleine, suikerrijke bessen. Nog vóór ze door wijnmakers werd gewaardeerd, was ze dus al geliefd in de lucht.

Maar de druif is dus niet nieuw. In ampelografische bronnen uit de 19e eeuw duikt ze op onder verschillende namen. In Verona en Treviso sprak men van Oselina, in Brescia van uva ozilina, en in Cremona zelfs van uva passerina (niet te verwarren met de witte Passerina uit Marche en Abruzzo). Het ging hier om verwante of verwilderde druiven die aan de rand van de wijngaard groeiden en vaak dienden als voedsel voor vogels.

Pas veel later, in de jaren 70, kreeg Oseleta een tweede kans. Het was het wijnhuis Masi dat haar potentieel opnieuw onder de aandacht bracht. In een oude wijngaard vonden ze nog enkele overlevende stokken. Men besloot de druif niet alleen te bewaren, maar haar opnieuw een volwaardige plaats te geven. Een gewaagde zet, maar wel eentje die loonde.

Beperkte maar groeiende verspreiding

Vandaag is Oseleta nog altijd relatief zeldzaam. Je vindt haar voornamelijk in de heuvels van de Valpolicella Classica. Buiten deze kernzone is haar aanwezigheid eerder beperkt, en buiten Veneto is ze quasi onbestaand. Dat maakt wijnen op basis van Oseleta meteen schaars én interessant voor wie op zoek is naar authenticiteit.

Hoewel ze zelden als monocépage wordt gebotteld, wint de druif aan terrein. Meestal verschijnt ze als ondersteunende component in wijnen onder Rosso del Veronese IGT of Valpolicella DOC.

Dat de belangstelling toeneemt, is geen toeval. Producenten zoals Masi, Tedeschi en Zýmē geloven in het potentieel van Oseleta en investeren bewust in deze druif. Dit doen ze niet uit nostalgie, maar omdat ze kwaliteit en onderscheid kan bieden. Jaar na jaar groeit ook het aantal stekken en jonge aanplanten, een teken dat Oseleta meer is dan een curiositeit.

De plant: klein, krachtig, geconcentreerd

Oseleta is compact opgebouwd: kleine vijf-lobbige bladeren, korte internodiën en een opgerichte groeiwijze met veel vrouwelijke scheuten. Ze geeft relatief weinig trossen per stok en de opbrengst is structureel laag. Wie haar aanplant, doet dat niet voor volume, maar voor intensiteit.

De trossen zijn kort, klein en opvallend compact, vaak met een klein zijvleugeltje. De bessen zijn blauwzwart, klein, met een dikke schil en hebben die kenmerkende, iets gezwollen vorm die niet perfect rond is, maar eerder als een omgekeerde druppel of een stompe kegel oogt. Hun dikke huid zit vol kleurstoffen en tannine, het vruchtvlees is neutraal van smaak maar sappig en stevig van structuur. Het sap is opvallend gekleurd, zelfs vóór vergisting. Oseleta is geen echte teinturier, maar ze komt er qua pigmentatie verrassend dicht bij in de buurt.

De rijping gebeurt gemiddeld laat, doorgaans rond eind september. Oseleta bouwt snel suiker op, wat betekent dat ze potentieel krachtige wijnen oplevert. Dankzij de robuuste schil en de compacte trosstructuur blijft ze lang gezond aan de plant. Dat maakt haar bijzonder geschikt voor appassimento of een late pluk.

In de wijngaard gedijt ze het best op droge, goed drainerende bodems met een hoog aandeel grind of zand. Ze heeft een degelijke weerstand tegen botrytis en andere rot, waardoor ze zich goed leent voor een minimale interventieaanpak.

De lage opbrengst, in combinatie met haar uitgesproken fenolische rijkdom, maakt van Oseleta een veeleisende maar dankbare druif. Niet eenvoudig te telen, maar een wijnmaker met kennis van zaken, beschikt over een ras met zeldzame concentratie en structuur.

De wijn: donker, diep en gespierd

Een pure Oseleta-wijn is een zeldzaam maar krachtig beestje. In het glas vinden we een wijn met een diepe robijnrode kleur, vaak met een paarse rand. Die kleurintensiteit is niet enkel optisch: ze weerspiegelt het krachtige karakter dat deze druif van nature bezit.

Het aromaprofiel is uitgesproken en gelaagd. In de neus domineren donker fruit en florale toetsen: zwarte bosbessen, viooltjes, pruimen, vaak aangevuld met kruidigheid, leder en een vleugje teer. Bij rijping treden aroma’s van specerijen zoals kruidnagel, kaneel en zelfs wat wilde kruiden naar voren. De geur is compact, nooit vluchtig, en ontwikkelt zich traag maar trefzeker in het glas.

De mondstructuur is fors, maar niet log. Oseleta levert een volle body met een medium aciditeit en opvallend stevige tannine. Die tannine is robuust, maar zelden ruw, en draagt bij aan de lengte en de bewaarkracht van de wijn. Jong kan de wijn wat gesloten of stroef ogen, met inktachtige trekken en een nadruk op structuur. Met flesrijping verzacht ze en opent ze zich naar een complex en evenwichtig geheel, met meer finesse en diepgang.

Wie een wijn zoekt met persoonlijkheid, bewaarkracht en een uitgesproken structuur, vindt in Oseleta een overtuigende partner.

Wat brengt Oseleta bij in de blend?

We zien Oseleta nog maar sporadisch optreden in Valpolicella wijnen, maar haar bijdrage aan de klassieke blend is intussen moeilijk te negeren. Ze wordt vooral toegevoegd in wijnen als Valpolicella Superiore, Ripasso en Amarone, waar haar specifieke eigenschappen het profiel van de blend verrijken en versterken.

In een assemblage met Corvina, Corvinone, Rondinella en eventueel Molinara levert Oseleta een duidelijke meerwaarde: ze voegt kleurintensiteit toe, verhoogt de structuur en verstevigt het tanninegehalte. Dat maakt de wijn niet per se zwaarder, maar wel stabieler, complexer en langer houdbaar.

Haar rol is ondersteunend maar fundamenteel. Denk aan de baslijn in een muziekstuk: je hoort haar niet altijd expliciet, maar als ze wegvalt, mist het lied de grip. Ze legt als het ware een fundament onder het luchtigere fruit van Corvina en de florale toets van Rondinella. Zeker in krachtige stijlen zoals Amarone, waar de wijn concentratie moet dragen zonder te verzanden in logheid, bewijst Oseleta haar nut.

Wat ook meespeelt: haar dikke schil en hoge fenolische intensiteit zorgen voor wijnen met meer extract en rijpingscapaciteit. Dat komt vooral van pas in warme jaren, waarin andere druiven aan frisheid inboeten. Oseleta houdt de structuur overeind, zonder dominant te worden.

Wijnmakers gebruiken haar dus met mate, vaak in percentages tussen 5 en 10 procent. Maar die kleine toevoeging maakt een merkbaar verschil. In een blend die vaak wordt geprezen om haar elegantie, voegt Oseleta precisie en diepte toe.

Waarom ze een toekomst heeft

Het is niet omdat ik fan ben van deze druif en van de wijnen die ze geeft dat Oseleta misschien een mooie toekomst te wachten staat. De herontdekking past in een bredere tendens: Oseleta past immers naadloos in de hedendaagse zoektocht van wijnmakers naar druiven met karakter, authenticiteit en klimaatresistentie. In een tijd waarin klassieke rassen onder druk staan door hitte, droogte en ziektedruk, biedt deze oude Veronese variëteit precies die eigenschappen waar de toekomst om vraagt.

Haar dikke schil beschermt tegen de brandende zon, uitdroging en rot. De compacte trossen rijpen traag maar krachtig, met een opmerkelijk behoud van fenolische rijkdom. De lage en onvoorspelbare opbrengst maakt haar misschien minder aantrekkelijk voor volumeproducenten, maar net dat dwingt tot een meer selectieve, kwaliteitsgerichte aanpak. In de handen van wijnmakers met visie wordt dat geen beperking, maar een troef.

Oseleta is lokaal verankerd en draagt bij aan de identiteit van Valpolicella. Ze vult de blend aan met structuur, kleur en bewaarpotentieel. Maar ze heeft ook het potentieel om zelfstandig te schitteren, zij het in kleine oplages.

Bovendien spreekt Oseleta een publiek aan dat verder kijkt dan het voorspelbare. Haar uitgesproken stijl trekt liefhebbers aan die zoeken naar spanning, concentratie en raszuivere identiteit in hun glas. Geen allemansvriend, maar wel een druif die indruk maakt en beklijft. Het is dan ook waarschijnlijk dat meer producenten het voorbeeld van Masi, Tedeschi en Zýmē zullen volgen.

Oseleta komt van ver, maar ze is er nog. En alles wijst erop dat ze niet terug zal verdwijnen. Integendeel: in de juiste handen groeit ze uit tot een van de meest markante stemmen in het koor van Valpolicella.

Reeds verschenen in deze reeks:

  1. Valpolicella – een wijnreis in twaalf etappes
  2. Valpolicella – De vallei van de vele kelders
  3. Valpolicella – DOC, Classico, Superiore
  4. Valpolicella Ripasso: Ontstaan uit boerenvernuft
  5. Amarone della Valpolicella DOCG: Van kelderfout tot cultstatus 
  6. Recioto della Valpolicella DOCG: Zoet met klasse
  7. Corvina, het fundament van Valpolicella
  8. Corvinone ontbolstert: de stille kracht achter moderne Valpolicella
  9. Rondinella – De stille kracht van de Valpolicella 
  10. Molinara: In het verdomhoekje

Molinara: In het verdomhoekje

Alvorens we van start gaan met de ontleding van de minder bekende druivenrassen in de Valpolicella-blend, blijven we eerst nog even stilstaan bij het raadsel dat Molinara heet. Wat is er precies aan de hand met deze druif die ooit verplicht deel uitmaakte van de assemblage, maar vandaag volledig optioneel is? Dat ze hierdoor aan populariteit heeft verloren, is als een open deur intrappen. De druif wordt door heel wat wijnbouwers in de regio bewust gemeden. Vraag je hen waarom, dan halen ze smalend de schouders op.

Toch zijn er ook andere geluiden. Sommige traditionele wijnmakers blijven Molinara trouw, niet uit nostalgie, maar misschien omdat ze iets zien wat anderen over het hoofd lijken te zien. De toekomst zal uitwijzen of Molinara haar plaats terugvindt, of verder wegglijdt in de schaduw van haar krachtigere collega’s.

Een naam met meel aan de handen

Molinara is een blauwe druif uit de provincie Verona. Haar naam verwijst naar het meest kenmerkende visuele detail: een dikke laag pruina op de schil, een witachtig waasje dat doet denken aan bloem. Alsof de druifbes net uit een molen is gerold. Die vergelijking ligt aan de basis van de naam Molinara, afgeleid van het Italiaanse molino, of molen. Ze kreeg ooit ook de bijnaam Uva del Mulino, de molendruif, als eerbetoon aan dat bloemige waasje dat haar eigen maakt.

In het lokale dialect werd ze ook aangeduid als Mulinara, terwijl ze in verschillende regio’s andere namen kreeg die telkens verwijzen naar dezelfde eigenschap. Zo sprak men in de morenische gebieden rond het Gardameer van Rossanella, en langs de oevers van het meer van Rossara (niet te verwarren met de gelijknamige Trentino-variant, dat een totaal ander ras is). In de valleien van Illasi en Tramigna klonk dan weer de naam Brepon molinaro, een oud synoniem dat door botanicus Acerbi in 1825 werd gekoppeld aan de Molinara. Hij maakte een eind aan de verwarring en toonde aan dat het om één en hetzelfde ras ging.

De afkomst van Molinara is een blinde vlek in de druivenstamboom. Maar hoewel haar precieze oorsprong niet met zekerheid te bepalen is, staat vast dat Molinara al eeuwen een vaste waarde is in de wijnbouw van Verona. We gaan er dan ook vanuit dat haar geboorte daar ergens ten velde heeft plaats gevonden.

Een wortel in de Veronese geschiedenis

Dat de geschiedenis van Molinara stevig verankerd is met de wijnbouwtraditie van Verona is voldoende bewezen in geschiedkundige geschriften. De eerste gedocumenteerde vermeldingen dateren uit het begin van de 19e eeuw. In zijn catalogus van druivenrassen uit de provincie Verona (1818–1823) onderscheidde Ciro Pollini Molinara en Brepon molinara nog als afzonderlijke variëteiten. Enkele jaren later, in 1825, bracht botanist Acerbi duidelijkheid: het ging om één en hetzelfde ras. Hij prees haar vruchtbaarheid en haar geschiktheid voor zware gronden. De wijn die ze opleverde was volgens hem “niet erg zwart, maar wel duurzaam”.

In de loop van de 19e eeuw bevestigde de druif haar aanwezigheid in meerdere gezaghebbende bronnen. Ze werd opgenomen in het Catalogo delle varietà di viti del Regno Veneto van graaf Pietro di Maniago (1823) en later door Zantedeschi (1862). Volgens een verslag van G.P. Perez uit 1900 was Molinara verspreid over vrijwel alle wijnbouwzones van Verona. In 1901 noteerde Zava zelfs aanplant in de provincie Padua.

Tijdens de wederopbouw van de wijngaarden na de vernietigende druifluisepidemie in de late 19e eeuw werd Molinara door vooraanstaande onderzoekers zoals Dalmasso, Cosmo en Dall’Olio erkend als een van de lokale rassen waarop opnieuw ingezet moest worden. Haar betrouwbaarheid, opbrengst en regionale verankering speelden daarin een cruciale rol.

In de jaren 1950 werd haar belang opnieuw bevestigd door Montanari en Ceccarelli, die haar als essentieel beschouwden voor de productie in Bardolino, Custoza, Valpolicella en de omliggende valleien. Volgens hun analyse leverde Molinara, samen met Corvina, tot wel 90% van de druiven in deze zones.

Deze historische documenten schetsen een duidelijk beeld: Molinara was geen randfiguur, maar een spil in de ontwikkeling van de wijnbouw rond Verona. Ze was jarenlang een vanzelfsprekend onderdeel van de streek, zichtbaar in de rijen wijngaarden maar zelden benoemd in de fles.

Aanwezig maar op de achtergrond

Hoewel Molinara vandaag een bescheiden rol speelt in de wijngaarden van de Veneto, is ze nog altijd aanwezig. Binnen de DOC Valpolicella neemt ze ongeveer 5 tot 7 procent van de aanplant voor haar rekening. In blends voor de diverse Valpolicella wijnen mag ze tot 25% van de assemblage uitmaken. In Bardolino, inclusief Chiaretto en spumante-versies, varieert haar toegelaten aandeel doorgaans tussen 10% en 20%.

Buiten de klassieke zones van Valpolicella duikt ze nog op in het zuidelijker gelegen Garda-gebied, meer bepaald in de Garda Orientale. In enkele delen van Trentino is ze ook terug te vinden. In de provincie Mantua werd ze tot voor kort zelfs verplicht opgenomen in de DOC Colli Morenici Mantovani del Garda – met een aandeel van 40 tot 80% in de rode en roséwijnen. Vandaag is haar gebruik daar echter sterk teruggelopen.

Ze maakt ook deel uit van diverse IGT-zones, zoals Veneto, Veronese en Alto Mincio.

In een handvol wijnkelders duikt Molinara vandaag opnieuw op in een glansrol, zij het in een andere vorm: als basis voor roséwijnen. Dankzij haar uitgesproken zuren en zilte mineraliteit leent ze zich uitstekend voor elegante, verfrissende wijnen met laag alcoholgehalte en subtiele fruitigheid. Het is een bescheiden comeback, maar een die aantoont dat de druif nog niet volledig is uitgeklonken.

Groei, vorm en gevoeligheid van de Molinara-rank

Molinara is een druif die krachtig groeit, maar die tegelijk ook om ruimte vraagt. De plant ontwikkelt lange, licht gebogen scheuten en voelt zich het best thuis in de pergola veronese, de traditionele opleidingsvorm van Verona die haar toelaat breed uit te waaieren. Het eerste vruchtbare oog bevindt zich pas vanaf de vierde of vijfde knoop, waardoor een langere snoei noodzakelijk is. Ze doet het goed op zwaardere bodems, die rijk zijn aan klei en leem, waar haar groeidrang zich gecontroleerd kan ontwikkelen.

De bladeren vertellen hun eigen verhaal. Jong blad toont een witgroene kleur met zacht rosé aan de randen, vaak fijn behaard met spinachtige draden. Naarmate het blad ouder wordt, ontwikkelt het een herkenbare trilobale vorm en een doffe, grijsgroene kleur. De onderzijde is licht behaard langs de nerven, terwijl de bovenzijde glad en mat blijft. De bladstructuur is vrij regelmatig, met stompe tanden en een uitgesproken V-vormige uitsparing aan de bladsteel.

De trossen zijn middelgroot tot groot, los van structuur en meestal piramidaal opgebouwd, met twee korte zijvleugels. Deze luchtige opbouw maakt haar minder gevoelig voor rot. De bessen zijn gemiddeld van grootte, vaak iets ovaal, met een opvallend blauwviolette kleur en een dikke laag pruina. De schil is stevig, de pulp kleurloos en zoet, zonder uitgesproken aroma’s. Elke bes bevat doorgaans twee pitten.

De fenologische cyclus van Molinara is uitgesproken laat. De bloei valt meestal begin juni, de verkleuring van de bessen volgt in de tweede helft van augustus en de rijping is pas volledig tussen 10 en 30 oktober. Dat maakt haar gevoelig voor het grillige herfstweer. Toch is ze opvallend resistent tegen rot, een eigenschap die uitstekend van pas komt bij het nadrogen van druiven voor Amarone of Recioto.

De productie is overvloedig en doorgaans stabiel, maar Molinara is niet zonder eigenaardigheden. Ze is gevoelig voor vruchtval en onregelmatige vruchtzetting, wat bij stressvolle jaren kan leiden tot ongelijke rijping of opbrengstverlies. Tegen ziekten zoals echte en valse meeldauw is ze redelijk bestand. Ze trekt bovendien minder druivenmotten aan dan veel andere Veronese rassen.

Wat brengt ze in het glas?

Molinara is zelden een solist, maar wie haar als enige druif vinifieert, krijgt een opvallend resultaat. 100% Molinara toont een heldere, robijnrode kleur met schakeringen van rode kers. De neus is fris en delicaat, met aroma’s van framboos, wilde aardbei en een lichte toets van bosbes. Soms duiken er subtiele kruidige nuances op, zoals rozemarijn of laurier. In de mond valt vooral het frisse, speelse karakter op. De wijn is licht van body, laag in alcohol en heeft een uitgesproken zuurgraad. Wat ze mist aan structuur, compenseert ze met een ziltige mineraliteit die lang blijft hangen.

Net omwille van dat profiel wordt Molinara door enkele producenten herontdekt als basis voor rosé. Wijnmakers zoals de Fratelli Vogadori kiezen ervoor om de schillen slechts kort te laten weken, net genoeg om kleur en aroma’s op te vangen zonder bitterstoffen te extraheren. Het resultaat is een rosé met spanning, elegantie en een uitgesproken droge finale.

Toch ligt haar belangrijkste rol niet in solo-optredens, maar in de harmonie van blends. In de klassieke Valpolicella-samenstelling voegt Molinara iets toe wat haar partners vaak missen: levendigheid en spanning. Corvina brengt de ruggengraat en het fruit, Rondinella vult aan met zachte rondingen, maar het is Molinara die zuur, frisheid en structuur binnenbrengt. Die eigenschappen zijn cruciaal, zeker bij wijnen die bedoeld zijn om te rijpen.

In krachtige stijlen zoals Amarone della Valpolicella en Recioto speelt Molinara een verfrissende bijrol. Ze brengt zuur en finesse tegenover de intensiteit van Corvina en de neutraliteit van Rondinella. Die balans zorgt ervoor dat Amarone niet log wordt, maar elegant blijft, zelfs na jaren kelderrust. In Recioto ondersteunt ze het zoete profiel met een backbone van aciditeit, waardoor de wijn levendig en verteerbaar blijft.

Tot 2003 was Molinara verplicht in deze blends. Nadien werd haar rol facultatief, en haar aanplant daalde snel. Veel producenten kozen voor andere druiven met meer kleur en extractie. Toch blijft haar bijdrage in sommige wijnen van onschatbare waarde omdat ze alles samenbrengt zonder op de voorgrond te treden.

Van sleutelras tot schaduwbestaan

Molinara werd decennialang beschouwd als een vaste waarde binnen de Valpolicella-blends. Ze bleef weliswaar steeds op de achtergrond, maar haar rol in de samenstelling van Valpolicella, Ripasso, Amarone en Recioto stond buiten kijf. Tot 2003 was haar aanwezigheid zelfs verplicht. Met de wijziging van de regelgeving werd haar aandeel facultatief. En dat bracht een grote wijzing in het gebruik en toekomst van de druif.

De reden ligt in haar profiel. Molinara is lichtvoetig, zuurhoudend en bescheiden van aroma. In een tijd waarin de wijnmarkt hunkerde naar concentratie, kleur en alcohol, werd dat geen voordeel maar een minpunt. Haar zachte structuur, haar bleke kleur in vergelijking met Corvina, en haar delicate karakter pasten niet bij de stijlen die internationaal succes oogstten. Wijnmakers kozen steeds vaker voor rassen die krachtiger presteerden in de kelder én in de marketing.

Daar kwam bij dat Molinara makkelijk hoge opbrengsten geeft, wat bij gebrek aan zorgvuldige vinificatie tot vlakke, weinig gelaagde wijnen kan leiden. Haar ster doofde geleidelijk. In de wijngaarden werd ze vervangen, blendpercentages werden aangepast, en haar aanwezigheid in de fles raakte op de achtergrond.

En vandaag?

De dominantie van geconcentreerde, alcoholrijke wijnen vertoont barsten. Producenten en wijnliefhebbers keren zich steeds vaker af van overdaad, op zoek naar elegantie, spanning en verteerbaarheid. Molinara past onverwacht goed in dat veranderende landschap.

Haar kwaliteiten zijn precies de elementen waar moderne blends vaak naar verlangen. In roséwijnen speelt ze zelfs een hoofdrol: lichtvoetig, dorstlessend, met karakter. In Valpolicella-blends, waar ze nog altijd is toegestaan, durven sommige wijnbouwers haar opnieuw inschakelen om evenwicht te brengen tussen rijp fruit en structuur.

Molinara is misschien geen druif die een wijn vanzelf naar grote hoogten tilt. Maar om haar dan in het verdomhoekje te zetten? Dat is een brug te ver. Haar bescheiden comeback zegt veel over de evolutie van smaak, én over het belang van druiven die niet zijn ontworpen voor impact, maar voor samenhang. Haar terugkeer is geen nostalgisch gebaar, maar een bewuste keuze voor balans, souplesse en terroir.

Reeds verschenen in deze reeks:

  1. Valpolicella – een wijnreis in twaalf etappes
  2. Valpolicella – De vallei van de vele kelders
  3. Valpolicella – DOC, Classico, Superiore
  4. Valpolicella Ripasso: Ontstaan uit boerenvernuft
  5. Amarone della Valpolicella DOCG: Van kelderfout tot cultstatus 
  6. Recioto della Valpolicella DOCG: Zoet met klasse
  7. Corvina, het fundament van Valpolicella
  8. Corvinone ontbolstert: de stille kracht achter moderne Valpolicella
  9. Rondinella – De stille kracht van de Valpolicella 

Rondinella – De stille kracht van de Valpolicella

In onze reeks over de Valpolicella wijnen hebben we eerder al de hoofdrolspelers Corvina en Corvinone belicht. Terecht, want zij dragen de stijl, het karakter en het fundament van de blend. Ze staan op het hoogste schavotje, met reden.

Maar wat dan met Rondinella, de druif die zelden het woord krijgt, maar wél verplicht aanwezig is in de assemblage? Vaak wordt ze nog net mee opgesomd, en dan begint de motor te sputteren. We weten dat ze erbij hoort, maar wat ze precies bijdraagt of waarin ze uitblinkt, blijft vaag. Ze is een naam die bekend klinkt, maar zelden tot leven komt. Known by name, not by character.

Over de oorsprong van haar naam bestaan twee theorieën. De eerste verwijst naar de zwarte, glanzende schil van de druif, die doet denken aan het verenkleed van de zwaluw, of ‘rondine’. De tweede legt het verband met diezelfde vogels, die zich graag tegoed doen aan de rijpe bessen. In beide gevallen is de link met de fauna van de Veneto poëtisch.

Een geschiedenis tussen gemak en veerkracht

De precieze oorsprong van Rondinella is onbekend, maar haar eerste vermeldingen in officiële bronnen dateren uit het einde van de 19e eeuw. In 1882 dook haar naam op in landbouwverslagen uit Verona, en sindsdien is haar aanwezigheid in de streek onafgebroken gebleven. Rondinella werd op 25 mei 1970 officieel erkend als toegelaten druivenras in Italië en staat sindsdien geregistreerd als ‘Rondinella N. (Nera)’.

Genetisch onderzoek wijst uit dat Rondinella een nakomeling is van Corvina, de centrale druif van de Valpolicella. Die verwantschap verklaart deels haar affiniteit met de regio, maar haar populariteit dankt ze vooral aan haar praktische kwaliteiten in de wijngaard.

Na de verwoestende doortocht van phylloxera, die het Europese wijngaardlandschap aan het einde van de 19e eeuw zwaar trof, gingen wijnbouwers op zoek naar robuuste variëteiten die zich snel konden aanpassen aan nieuwe omstandigheden. Rondinella bleek een schot in de roos. Ze liet zich vlot enten op Amerikaanse onderstammen, toonde zich bestand tegen kou, droogte en ziektes, en leverde stabiele opbrengsten.

Die combinatie van veerkracht en betrouwbaarheid maakte haar tot een geliefde keuze in de heropbouw van de wijngaarden in de Veneto. Bovendien bleek ze bijzonder geschikt voor het drogen van druiven: haar bessen hebben een dikke schil, behouden hun vorm tijdens het indrogen en slaan makkelijk suikers op. Dat maakt haar tot een ideale partner in de productie van wijnen volgens de appassimento-techniek, zoals Amarone en Recioto della Valpolicella.

Het is belangrijk om Rondinella Nera niet te verwarren met Rondinella Rosa RS. Deze laatste is een kleurmutatie van Rondinella Nera. De druif onderscheidt zich door haar rozige schil, lichtere expressie en wijnen met een bleke kleur en subtiel florale aroma’s. Hoewel genetisch verwant, wordt ze apart beheerd en blijft haar aanplant voorlopig beperkt tot enkele proefvelden in de provincie Verona. Ze werd ontdekt in een wijngaard van het wijnhuis Zymè in Illasi, waar enkele stokken opvallend lichtere bessen vertoonden.

Verspreiding: een vertrouwd gezicht in de Veneto

Rondinella is sterk verankerd in de provincie Verona en is haast onlosmakelijk verbonden met de Valpolicella-regio. Hoewel ze zelden buiten Veneto voorkomt, is haar rol binnen deze zone niet te onderschatten. De druif speelde lange tijd een dominante rol in de wijngaarden van Valpolicella, met een aandeel dat ooit de helft van de aanplant benaderde. Hoewel haar aandeel sindsdien is teruggelopen, blijft ze een vaste waarde dankzij haar betrouwbaarheid, weerstand tegen ziektes en voorspelbare opbrengst. Haar rol mag dan minder prominent zijn geworden, ze blijft essentieel in het evenwicht van de Valpolicella-blend.

In de praktijk vinden we Rondinella terug in vrijwel alle belangrijke appellaties van de streek: Valpolicella DOC, Valpolicella Superiore Ripasso DOC, Amarone della Valpolicella DOCG en Recioto della Valpolicella DOCG. Haar aandeel in de blends varieert doorgaans tussen 5 en 30 procent, waarbij ze een ondersteunende rol speelt naast Corvina en Corvinone.

Ook in de Bardolino DOC en Bardolino Superiore DOCG is Rondinella prominent aanwezig, met een aandeel dat kan oplopen tot 40 procent. In deze appellatie wordt ze soms ook ingezet voor het maken van rosato, al blijft ze, net als elders, zelden als monocepage gevinifieerd.

Buiten Verona is Rondinella erkend in Lombardia, en toegelaten in diverse IGT’s zoals Trevenezie, Veneto, en Provincia di Verona. Toch blijft haar verspreiding buiten de Veneto zeer beperkt, wat haar regionale identiteit des te sterker maakt. Ze is dus niet de druif die verre horizonten opzoekt, maar wel een vaste waarde in haar thuisgebied.

De wijnstok: betrouwbaar en efficiënt

Rondinella is een druivenras dat wijnbouwers vertrouwen inboezemt. Ze is voorspelbaar, bezit veerkracht en belangrijk, een constante kwaliteit. Wat ze mist aan expressieve flair in de wijngaard, maakt ze ruimschoots goed door haar praktische kwaliteiten.

De plant vertoont een stevige groeikracht en voelt zich thuis op uiteenlopende bodems. Ze verdraagt zowel droogte als kou en toont een hoge natuurlijke weerstand tegen ziektes, schimmels en rot. Dit maakt haar uitermate geschikt voor duurzame teelt, zonder overmatige afhankelijkheid van chemische tussenkomst.

Rondinella heeft gemiddeld twee tot drie bloemtrossen per scheut, soms zelfs vier, wat bijdraagt aan haar stabiele productie. De trossen zelf zijn middelgroot, piramidaal van vorm en vaak voorzien van een of twee kleine zijarmen. Ze zijn eerder compact en hangen aan korte, stevige steeltjes.

De bessen zijn rond, gemiddeld van grootte, met een dikke, donkerblauw tot zwart-violette schil die bedekt is met een fijne waslaag. Deze schil beschermt niet alleen tegen rot, maar maakt de druif ook bijzonder geschikt voor het drogen, wat essentieel is voor appassimento-wijnen.

De pulp is sappig, met een zoete, neutrale smaak, wat ze ideaal maakt als ondersteunende component in blends. De rijping verloopt vrij regelmatig en vindt doorgaans plaats in de tweede helft van september, wat haar tot een laatrijpende variëteit maakt.

Rondinella vraagt doorgaans om een langere snoei en gedijt goed in ruime, open geleidingssystemen. Ze is dus geen lastige druif om te telen, maar ze vraagt wel wat ruimte om haar potentieel volledig te benutten. Kortom, Rondinella is de metronoom van de wijngaard: discreet, precies en betrouwbaar. Ze groeit regelmatig, geeft stabiele opbrengsten en vraagt zelden om extra aandacht. In die zin sluit haar gedrag mooi aan bij de vermoedelijke oorsprong van haar naam: de zwaluw (rondine), een vogel die beweeglijk en standvastig is, maar zelden op de voorgrond treedt.

De wijn: steunpilaar in de blend

Hoewel we zelden tot nooit een monocépage wijn van Rondinella zullen tegenkomen kenmerkt de wijn op basis van deze druif zich door een heldere tot diepe robijnrode kleur. In de neus duiken vooral tonen op van rode kersen, viooltjes en subtiele kruidigheid. Het aroma is niet uitgesproken complex, maar wel zuiver.

In de mond toont Rondinella zich evenwichtig: medium van body, met frisse zuren, lage tannine en een zachte, toegankelijke structuur. Die combinatie maakt haar wijnen licht verteerbaar, levendig en bijzonder stabiel.

Rondinella is dus zelden de ster van het podium. Haar kracht ligt in de blend, waar ze zelden meer dan een ondersteunende rol speelt. In de Valpolicella-blends staat ze naast Corvina, Corvinone en soms Molinara, waarbij ze kleur, zuren en een zekere frisheid toevoegt, zonder de expressie van de hoofdvariëteiten te overschaduwen.

Diezelfde eigenschappen maken haar ook geschikt voor appassimento-wijnen zoals Recioto della Valpolicella, waar haar vermogen om suiker op te slaan van cruciaal belang is. In deze stijl draagt ze bij aan de balans tussen zoetheid, zuren en structuur.

Rondinella is zelden opvallend aanwezig in het glas, maar wel essentieel voor het evenwicht. Ze biedt precies wat een blend nodig heeft: stabiliteit, frisheid en draagkracht, zonder de ambitie om zelf te domineren.

Waarom geen monocépage wijnen?

Het is een vraag die zich bijna opdringt: waarom wordt van de ene druif wel een monocépage gemaakt en van de andere niet? Rondinella, bijvoorbeeld, kom je zelden of nooit solo tegen in het schap. En eerlijk gezegd, een sluitend antwoord is moeilijk te geven.

Misschien is het omdat ze op zichzelf te weinig expressie heeft, of omdat haar profiel te lineair wordt zonder de steun van Corvina of Corvinone. Misschien ook omdat ze juist zó goed werkt in een blend, dat niemand ooit echt behoefte gevoeld heeft om haar alleen in de schijnwerper te plaatsen. Je proeft haar meestal enkel op vat of uit de tank, in het overgangsmoment tussen druif en assemblage. Dat maakt het moeilijk om haar als individu volledig te doorgronden.

Is ze te neutraal? Te correct? Of net te dienstbaar? Dat is voer voor discussie. Er zal ongetwijfeld een goede reden achter zitten, en misschien is het niet eens één reden, maar een optelsom van technische keuzes, historische gewoontes en marktlogica.

Met de Amici-reis naar Valpolicella in het vooruitzicht lijkt dit het uitgelezen moment om daar eindelijk eens een goed gesprek over te voeren. Op de plek zelf, met de mensen die er dagelijks mee werken. Want als er één plek is waar Rondinella wél volwaardig aan tafel zit, dan is het daar.

Reeds verschenen in deze reeks:

  1. Valpolicella – een wijnreis in twaalf etappes
  2. Valpolicella – De vallei van de vele kelders
  3. Valpolicella – DOC, Classico, Superiore
  4. Valpolicella Ripasso: Ontstaan uit boerenvernuft
  5. Amarone della Valpolicella DOCG: Van kelderfout tot cultstatus 
  6. Recioto della Valpolicella DOCG: Zoet met klasse
  7. Corvina, het fundament van Valpolicella
  8. Corvinone ontbolstert: de stille kracht achter moderne Valpolicella

Recioto della Valpolicella DOCG: Zoet met klasse

Nog een laatste type wijn hebben we te gaan in onze Valpolicella-reeks, alvorens we met de ontleding van de druiven van start gaan. Misschien wel de meest onderschatte en minst bekende van allen. Terwijl iedereen zijn mond vol heeft over Amarone, is de oorsprong van deze wijn enkel en alleen te danken aan de zoete Valpolicella-versie: Recioto della Valpolicella DOCG.

Waar Recioto vroeger de norm was, is het vandaag eerder de uitzondering geworden. Maar, om het met een oude uitdrukking te zeggen: we geven het u op een briefje, wie eenmaal een Recioto della Valpolicella heeft geproefd, blijft voor altijd fan.

What’s in a name?

Recioto is een naam die zijn oorsprong vindt in het dialect van de Veneto. Het woord recia betekent ‘oor’ en verwijst naar de uitstekende delen van een druiventros. Deze bovenste bessen krijgen de meeste zon, rijpen het snelst en bevatten het hoogste suikergehalte. Juist deze selectie vormde de basis voor een wijn die al generaties lang opvalt door zijn zoetheid en concentratie.

De geschiedenis van Recioto della Valpolicella is nauw verweven met die van de regio zelf. Al in de Romeinse tijd werden in deze streek wijnen gemaakt op basis van ingedroogde druiven. Plinius de Oudere en Cassiodorus maakten melding van zoete wijnen uit het gebied ten noorden van Verona, die bijzonder gegeerd waren aan keizerlijke tafels. De naam Recioto werd pas veel later officieel, maar het idee van een wijn gemaakt van de meest rijpe, ingedroogde druiven is dus allesbehalve modern.

Tot in de twintigste eeuw werd Recioto beschouwd als de meest prestigieuze wijn van de streek. Het was het visitekaartje van Valpolicella, een wijn die alleen in goede jaren werd gemaakt en waarvoor enkel de beste druiven in aanmerking kwamen. Dat veranderde toen een aantal vergistingen per ongeluk te ver doorgingen en alle restsuiker verdwenen was. Wat oorspronkelijk als een mislukking werd gezien, werd later bekend als Amarone.

Het feit dat de wijn vandaag minder vaak op tafel komt, doet niets af aan zijn belang binnen de Valpolicella-stijl. Zonder Recioto geen Amarone. Zo eenvoudig is het. De wijn belichaamt de oorspronkelijke luxe van Valpolicella, lang voordat droge krachtpatsers het discours gingen domineren.

Blend en herkomst

De gebruikte druiven voor Recioto della Valpolicella zijn identiek aan die van de gewone Valpolicella: Corvina vormt de basis van de blend, met een aandeel tussen 45 en 95 procent. Corvinone mag Corvina gedeeltelijk vervangen tot maximaal 50 procent, terwijl Rondinella tussen 5 en 30 procent van de assemblage inneemt. Andere autochtone druiven zoals Molinara, Oseleta of Croatina mogen in beperkte mate worden toegevoegd, met een gezamenlijke limiet van 25 procent en per druivensoort niet meer dan 10 procent. Voor een gedetailleerde bespreking van deze rassen en hun invloed op het karakter van de wijn verwijzen we naar de eerdere hoofdstukken in deze reeks.

Het herkomstgebied van Recioto is volledig overlappend met dat van de Valpolicella DOC. Dat betekent dat de wijn uitsluitend mag worden geproduceerd in de heuvels ten noorden van Verona, met als erkende subzones onder meer Valpantena en het historische Classico-gebied tussen Negrar, Fumane en Marano. Ook hierover is eerder in dit dossier uitgebreid geschreven. In deze zones heerst een klimaat dat dankzij de nabijheid van het Gardameer en de bescherming van de Monti Lessini ideaal is voor een geleidelijke rijping en gezonde druiven, cruciaal voor het succes van het appassimento-proces.

Het verschil bij Recioto ligt dus niet in de oorsprong of de blend, maar in het lot van de druiven na de oogst. In plaats van meteen te worden vergist, worden ze naar de fruttaia gebracht voor een gecontroleerde droogperiode van meerdere maanden.

De fruttaia en het appassimento-proces

Na de handmatige oogst in september of begin oktober, worden enkel de gezondste en meest rijpe druiventrossen geselecteerd. Die selectie is cruciaal, want enkel foutloos fruit kan de maandenlange droogperiode in de fruttaia zonder kwaliteitsverlies doorstaan. In deze droogruimte, meestal op zolders of speciaal gebouwde magazijnen met optimale ventilatie, liggen de druiven uitgespreid op houten rekken of in ondiepe kistjes. Hier start het appassimento-proces, waarbij de druiven langzaam vocht verliezen en hun suiker-, zuurte- en aromaconcentratie stijgt. Tot wel 40 procent van hun oorspronkelijke gewicht verdwijnt in de vorm van waterdamp.

Wat dit proces zo gevoelig maakt, is het evenwicht tussen droging en gezondheid: te snelle droging kan de aroma-ontwikkeling verstoren, te weinig ventilatie verhoogt het risico op schimmel en rot. Daarom worden de druiven regelmatig gecontroleerd en, indien nodig, manueel uitgesorteerd. Ventilatie, temperatuur en luchtvochtigheid worden in moderne fruttai vaak automatisch geregeld, maar de finale controle blijft in handen van de wijnmaker.

Op papier verloopt het appassimento-proces voor Amarone en Recioto op gelijkaardige wijze, maar het grote verschil komt nadien, tijdens de vinificatie. Bij Amarone wordt de gisting volledig doorgezet, waardoor alle suikers worden omgezet in alcohol en een droge wijn ontstaat met een hoog alcoholgehalte, meestal tussen 15 en 16,5 procent. Bij Recioto daarentegen wordt de gisting vroegtijdig gestopt, vaak natuurlijk doordat de gisten het hoge suikergehalte en oplopende alcohol niet langer aankunnen, of via ingrepen zoals temperatuurverlaging of filtratie. Hierdoor blijft er een aanzienlijke hoeveelheid restsuiker achter, wat resulteert in een wijn met een uitgesproken zoet karakter, een lager alcoholpercentage en een fluweelzachte structuur.

Regelgeving en type

Recioto della Valpolicella kreeg in 2010 de DOCG-status, een erkenning die niet alleen prestige verleent, maar ook gepaard gaat met strikte productie-eisen. De wijn moet een minimaal alcoholpercentage van 12 procent hebben, met nog minstens 2,8 procent potentieel alcohol uit restsuiker. In realiteit eindigen veel Recioto’s tussen 13 en 14 procent, afhankelijk van hoe ver de gisting werd doorgevoerd. De wijn moet een minimum aan totaal extract van 28 gram per liter halen, wat bijdraagt aan zijn stroperige mondgevoel.

De druiven moeten zodanig indrogen dat ze minstens 14 procent potentiële alcohol opleveren. Dat betekent in de praktijk dat de druiven zeer lang moeten indrogen en dat enkel de meest gezonde en geconcentreerde trossen worden gebruikt. Slechts 65 procent van de totale druivenoogst mag überhaupt worden geselecteerd voor Recioto. De resterende druiven mogen eventueel voor Valpolicella of Ripasso gebruikt worden.

De vergisting mag pas starten vanaf 1 december. De uiteindelijke opbrengst aan wijn mag niet meer dan 40 procent bedragen van het oorspronkelijke druivengewicht. Alles moet binnen het afgebakende productiegebied plaatsvinden: het appassimento, de vinificatie en zelfs het bottelen.

Binnen de DOCG Recioto della Valpolicella zijn ook geografische aanduidingen toegelaten: Classico voor de oorspronkelijke kernzone (zoals Negrar, Marano, Fumane…), en Valpantena voor de gelijknamige vallei ten noorden van Verona. De aanduiding Superiore is volgens de disciplinare niet van toepassing, en Riserva komt in de regelgeving evenmin voor, al hanteren sommige producenten eigen termen voor lang gerijpte versies.

Een opvallende variant binnen de DOCG is de Recioto della Valpolicella Spumante, een mousserende zoete rode wijn die zeer zelden voorkomt, maar formeel erkend is. De regelgeving voorziet hiervoor een aparte profielvereiste, inclusief fijne, persistente mousse, minimaal 12 procent alcohol en een uitgesproken aromatisch profiel. Deze spumanteversie is een nicheproduct en wordt vooral lokaal geconsumeerd of in kleine hoeveelheden geproduceerd voor specifieke markten.

In tegenstelling tot Amarone, waar kracht en droogte centraal staan, behoudt Recioto zijn suikers en levert hij een wijn op die zowel complex als toegankelijk is. De regelgeving bewaakt dit evenwicht met een strak keurslijf van regels die bedoeld zijn om de typische eigenschappen van de wijn te vrijwaren. Geen ruimte dus voor improvisatie: wie Recioto wil maken, moet het vak beheersen en zich aan het reglement houden. Dat maakt het resultaat zeldzaam en des te waardevoller.

De schoonheid van Recioto

Recioto weet kracht te combineren met zoetheid én frisheid, met een stijl die zowel rijk als dragend is. Het typische profiel is donker en intens, met aroma’s van gekonfijte kersen, cacao, pruimen en specerijen. In de mond is de wijn vol en rond, met een zachte zoetheid die gedragen wordt door voldoende zuren en een aanwezige, maar fijn verweven tanninestructuur. Deze balans maakt dat Recioto zowel gastronomisch inzetbaar is bij blauwschimmelkazen en bittere chocolade als geschikt is voor flesrijping.

Omwille van zijn eigenheid is en blijft Recioto della Valpolicella een buitenbeentje, maar wel eentje die geen extra laagje opsmuk nodig heeft om zijn schoonheid ten toon te stellen. De fles even koelen, een gepast glas en een stukje Schropshire Blue. Het leven kan mooi zijn!

Reeds verschenen in deze reeks:

  1. Valpolicella – een wijnreis in twaalf etappes
  2. Valpolicella – De vallei van de vele kelders
  3. Valpolicella – DOC, Classico, Superiore
  4. Valpolicella Ripasso: Ontstaan uit boerenvernuft
  5. Amarone della Valpolicella DOCG: Van kelderfout tot cultstatus 

Amarone della Valpolicella DOCG: Van kelderfout tot cultstatus

In onze reeks over de Valpolicella-wijnen zijn we aan de grootheid van de appellatie gekomen: Amarone. Overdrijven we als we stellen dat Amarone samen met Barolo en Brunello de top drie van Italiaanse iconen vormt op de wereldmarkt? Waarschijnlijk niet. Maar het bizarre is dat de naam Amarone de lading helemaal niet dekt.

De naam komt van het Italiaanse amaro, bitter dus, met de vergrotende trap -one erachter: grote bitterheid. Heb je al een keer een Amarone geproefd? Wel, ik kan je verzekeren dat van die bitterheid meestal geen spoor te bekennen is. Laat ons maar zeggen dat de doorsnee Amarone eerder een zoet aanvoelen heeft dat naar vermoeidheid neigt! Je kan het dan ook maar beter symbolisch lezen.

Amarone is een droge, geconcentreerde wijn die zijn oorsprong vindt in de zoete Recioto della Valpolicella. Beide worden gemaakt van dezelfde druiven én via dezelfde techniek: het drogen van de druiven. Het verschil? Bij Amarone wordt de gisting volledig doorgezet, waardoor alle suikers worden omgezet in alcohol. Bij Recioto stopt men de gisting vroegtijdig, om restsuiker te behouden.

De toevallige start

De mythe rond Amarone begint in 1936 in de kelders van de Negrar Cooperative Winery. De keldermeester, Adelino Lucchese, vergat een vat Recioto in een hoek. Toen hij het jaren later terugvond, vreesde hij dat het zuur geworden was. Samen met de directeur van het wijnhuis, Dr. Gaetano Dall’Ora, proefde hij de inhoud. De wijn bleek niet bedorven, integendeel: hij was droog, krachtig en elegant. Adelino riep uit: “Dit is geen Amaro, dit is een Amarone!” Zo werd, per ongeluk, een van Italië’s meest iconische wijnen geboren.

Toch is de geschiedenis genuanceerder dan dat ene keldermoment doet vermoeden. De droge variant van Recioto bestond namelijk al langer. In een tijd zonder temperatuurregeling of moderne gistcontrole liep de fermentatie bij Recioto soms per ongeluk volledig door. Alle suikers vergisten, en het resultaat was een droge wijn met de structuur van Recioto, maar zonder zijn charme van zoetigheid. Men sprak dan van Recioto scapà, de ‘weggelopen’ Recioto. Deze droge Recioto werd aanvankelijk niet gewaardeerd en verkocht voor een appel en een ei, of belandde in lokale gerechten zoals risotto all’Amarone of pastissada de caval.

Toch waren er ook visionairen. In 1834 experimenteerde de wijnmaker De Rizzoni met het langdurig laten rijpen van een zoete wijn. Na elf jaar rijping was het grootste deel van de suikers omgezet in alcohol. De wijn kreeg de naam Rosso Austero di Costa Calda en werd met lof ontvangen door Franse kenners, die hem hoger inschatten dan Bordeaux of Hermitage. Maar zijn voorbeeld kreeg geen navolging.

Eind 19e eeuw doken de eerste bewuste experimenten met Recioto Amaro op. In 1903 won Antonio Quintarelli’s versie een gouden medaille op de Milanese wijn- en gastronomiebeurs. En in het fameuze jaar 1936 stuurde de coöperatie van Negrar een lading Recioto Amaro naar koning Vittorio Emanuele III. In de begeleidende brief werd de wijn omschreven als een roast wine, een wijn bedoeld voor bij het hoofdgerecht, niet als dessert. Hij was stevig, droog, en bedoeld om vlees te begeleiden in plaats van fruitgebak.

De naam Amarone begon pas na 1936 echt ingang te vinden. Het oudste bekende etiket met die benaming dateert van 1939 en vermeldt de vintage 1936. Op dat label staat ook Villa Novare afgebeeld, vandaag bekend als Villa Mosconi Bertani, vaak beschouwd als het symbolische geboortehuis van Amarone.

De grote commerciële doorbraak volgde in 1953, toen het wijnhuis Bolla begon met de bredere verspreiding van Amarone. Toch werd de wijn officieel pas erkend in 1968, met de oprichting van de Valpolicella DOC. Oorspronkelijk werd Amarone nog onder de noemer Recioto della Valpolicella Amarone geschaard, pas in 1990 kreeg hij een zelfstandige DOC-status. Het duurde tot 2010 voor Amarone, na jaren van zeer actief lobbyen, promoveerde tot DOCG.

Productiegebied en regels

Het productiegebied van Amarone della Valpolicella DOCG valt samen met dat van Valpolicella DOC, inclusief de erkende subzones zoals Valpantena en het historische kerngebied Classico. Ook deze subzones mogen Amarone produceren, en dat mag expliciet worden vermeld op het etiket. De vermelding Riserva is mogelijk voor Amarone die een langere rijping ondergaat, terwijl Superiore enkel van toepassing is binnen het Valpolicella DOC-gamma, en dus niet voor Amarone.

De toegelaten druiven zijn dezelfde als voor een gewone Valpolicella: Corvina (en/of Corvinone), Rondinella en andere lokale rassen zoals Molinara. Het verschil zit dus niet in de samenstelling, maar in de behandeling van de druiven na de oogst én de strikte regels rond teelt, selectie en vinificatie.

De aanplant van wijngaarden voor Amarone mag enkel gebeuren op geschikte percelen: hellingen, kalkrijke gronden en goed geventileerde zones, zoals traditioneel gebruikelijk in de regio. Wijngaarden in laaggelegen valleien, op vochtige of turfachtige bodems, zijn expliciet uitgesloten. Nieuwe aanplantingen moeten bovendien minimaal vier jaar oud zijn alvorens ze druiven voor Amarone mogen leveren.

Er gelden strikte regels voor snoeiwijze, aanplantdichtheid en leivormen. Enkel twee types geleiding zijn toegelaten: de klassieke Veronese pergola en de spalliera, een geleidingsvorm met verticale opbouw. Nieuwe aanplanten moeten zich strikt aan deze vormen houden.
De minimale plantdichtheid bedraagt 3.300 wijnstokken per hectare, tenzij het gaat om smalle terraswijngaarden in heuvelzones. In dat geval kan een lagere dichtheid toegestaan worden, mits expliciete goedkeuring van de regio.

De oogst per hectare is wettelijk begrensd op 12 ton druiven. Daarvan mag maximaal 65% geselecteerd worden voor Amarone. De rest kan gebruikt worden voor Valpolicella of Ripasso. Slechts bij uitzonderlijk gunstige jaren mag men een beperkte overschrijding van 20% toepassen, mits de totale productie per hectare dit wettigt. In slechte jaren kan de regio Veneto het rendement verplicht verlagen.

Wat betreft de uiteindelijke wijnopbrengst: van de geoogste druiven mag slechts 40% eindwijn worden geproduceerd. Deze strenge beperking garandeert concentratie. Het natuurlijke alcoholgehalte van de ingedroogde druiven moet daarbij minstens 14% vol bedragen. Elke praktijk van ‘forzatura’ (kunstmatige groeistimulatie) is verboden. Enkel ‘noodirrigatie’ in extreme droogte is toegestaan.

Na de oogst volgt de unieke stap die Amarone typeert: het indrogen van de druiven in geventileerde ruimten, de fruttaio. Dit appassimento-proces mag enkel binnen het productiegebied plaatsvinden. De oogst mag niet vóór 1 december worden gevinifieerd, tenzij bij uitzonderlijke klimatologische omstandigheden.

Het indrogen gebeurt in natuurlijke omstandigheden of in licht geconditioneerde ruimtes, maar nooit met actieve verwarming of ontvochtiging. Alles gebeurt volgens traditionele methodes. De vinificatie en rijping moeten plaatsvinden in het productiegebied.

Elke Amarone moet minstens twee jaar rijpen, te rekenen vanaf 1 januari na de oogst. Voor de vermelding Riserva is dat vier jaar, te tellen vanaf 1 november van het oogstjaar. De botteling moet plaatsvinden binnen dezelfde zones als waar de vinificatie en rijping gebeuren.

De fruttaio en het appassimento-ritueel

Na de oogst ondergaat Amarone een transformatie die haast ritueel aandoet. Enkel de beste, gezondste trossen worden met de hand geselecteerd. Deze druiven mogen maximaal 65% van de oogst per hectare uitmaken. De geselecteerde druiven worden vervolgens niet meteen geperst of gevinifieerd, maar krijgen rust. En die rust nemen ze in de fruttaio.

De fruttaio is een goed geventileerde ruimte, vaak op zolders of in speciaal ingerichte gebouwen, waar de druiven enkele maanden worden uitgespreid op houten rekken, plastic kratten of bamboematten. Hier ondergaan ze het appassimento-proces: het gecontroleerd indrogen van de druiven. Dit duurt minstens tot 1 december, maar vaak zelfs tot januari of begin februari, afhankelijk van het klimaat en de stijl van de producent. Tijdens deze periode verliezen de druiven tot wel 40% van hun gewicht, waardoor suikers, zuren, kleurstoffen en aroma’s intens geconcentreerd worden. Wat overblijft, is een compacte, rozijnachtige druif vol potentieel.

De regelgeving laat toe dat het indrogingsproces plaatsvindt in ruimtes die op natuurlijke wijze ventileren, maar ook gebruik maken van temperatuur- en vochtregeling, zolang dit gebeurt binnen de traditionele parameters. Actieve verwarming of kunstmatige droging is verboden. Alles draait om traagheid, ventilatie en constante controle. Schimmelvorming is een reëel risico en enkel wie weet wat hij doet, haalt het maximale uit deze cruciale fase.

Na het indrogen start de fermentatie, die door de hoge concentratie suikers traag en lang verloopt. Deze gisting zet alle suikers om in alcohol en levert een volledig droge wijn op. Het resultaat is een wijn met veel body, een stevig alcoholpercentage (vaak 15 tot 16%) en een smaakprofiel dat varieert van gedroogde vijgen en pruimen tot chocolade, leer, kruiden, balsamico en tabak.

Wil je dieper duiken in de techniek en geschiedenis van de fruttaio? In ons artikel “Fruttaio, cruciaal bij appassimento-wijnen” vind je een grondige blik op deze mysterieuze maar onmisbare schakel in het Amarone-verhaal.
Lees het artikel hier:
👉 Fruttaio, cruciaal bij appassimento-wijnen

Een wijn met spierballen

Het minste dat je van Amarone kan zeggen is dat hij allesbehalve een alledaagse wijn is. Het is een wijn die meer bezit dan enkel maar volume. Hij is rijk, complex en gelaagd, met een mondgevoel dat tegelijk gespierd én zijdeachtig kan aanvoelen. De structuur is robuust, de tannine stevig maar rijp, en de afdronk lang en meeslepend. Amarone bezit zonder twijfel kracht, maar als de wijn goed is gemaakt, draagt hij die met een zekere gratie.

Die dubbelheid, kracht en elegantie, komt niet enkel voort uit techniek, maar ook uit de bodem en het landschap. In de laaggelegen vallei (fondovalle) krijgen we druiven die dankzij het milde klimaat en de niet te overvloedige regenval gelijkmatig rijpen. De wijnen uit deze zones ontwikkelen mildere alcoholniveaus en vertonen een verfijnd geurprofiel, met florale tonen en een lichtere kleur. Minder kracht, meer subtiliteit.

De lage en middenheuvels (tot 300 meter boven zeeniveau), met hun zand-, grind- en kleihoudende bodems, leveren druiven met een goede suikerconcentratie, een gemiddeld zuurprofiel en een hoog gehalte aan appelzuur. Dit geeft wijnen met een evenwichtige fenolische rijpheid, waarin Rondinella, vaak onderschat, haar karakter toont: een breed en harmonieus sensorisch profiel, met fijne bitters, rode vruchten en florale toets.

In de zuidelijke en bovenste zones van de heuvelruggen, waar kalkrijke bodems domineren, wordt Amarone nog intenser. Daar boeken de druiven een uitstekende fenolische rijping met hoge concentraties aan suikers, kleurstoffen en polyfenolen. De alcoholgraad blijft gemiddeld, maar het droge extract, de kleurintensiteit en het gehalte aan totaal polyfenolen zijn hoog. Dat levert wijnen op die donker, krachtig en diep zijn, zonder hun balans te verliezen. De smaak wordt gekenmerkt door rijpe rode vruchten, florale aroma’s en een volle structuur, gedragen door goed ontwikkelde tannine afkomstig uit zowel de schil als de pitten.

Nog hogerop, op de hellingen met mergel- en kalkrijke bodems (zoals Biancone en Scaglia), krijgen we het beste van twee werelden: druiven met uitzonderlijk hoge suikerwaarden én een evenwichtige zuurgraad. De polyfenolische rijpheid is diepgaand, de kleur is intens, en de extractie levert hoogwaardige tannine op. In het glas vertaalt zich dat naar een Amarone met kracht, kleur, textuur én aromatische finesse: florale tonen, donkere kersen, gedroogde vijgen, maar ook leder en kruiden.

Het verklaart waarom sommige flessen Amarone twintig jaar of langer kunnen rijpen zonder hun frisheid te verliezen. De wijn heeft een lichaam dat ouder worden verdraagt om zijn potentieel volledig te tonen. Als gastronomische partner is enige voorzichtigheid geboden, want hij durft veel gerechten gewoonweg van de tafel te blazen. Daarom komt hij het beste tot zijn recht in stilte, zonder begeleiding, als meditatiewijn.

De wereldster die mij niet altijd raakt

Hoewel Amarone algemeen beschouwd wordt als een van de absolute toppers onder de Italiaanse wijnen op het wereldtoneel moet ik bekennen dat ik er een haat-liefdeverhouding mee heb. Of misschien beter: een verhouding waarin ik vaak bewondering voel, maar zelden echte genegenheid.

De meeste Amaronewijnen die je vandaag op de markt vindt, zijn voor mij net een beetje té van alles. Te veel alcohol, te veel concentratie, te veel extractie. De wijn voelt dan log, zwaar, vermoeiend zelfs. Geen wijn die uitnodigt tot een tweede glas, laat staan een hele fles. En dat is precies waarom er in onze privékelder maar bitter weinig Amarone te vinden is.

Natuurlijk zijn er uitzonderingen: Amarones die naast kracht ook frisheid, spanning en gelaagdheid tonen. Alleen zijn ze zeldzaam én zelden vriendelijk geprijsd. Wanneer ik dan toch de kans krijg om zo’n Amarone van topniveau te proeven, ga ik helemaal overstag. Dan roep ik het uit met superlatieven, dan word ik lyrisch, dan overdrijf ik. En misschien is dat wel het meest passende eerbetoon aan deze wijnstijl: dat zelfs mijn terughoudendheid er even aan moet geloven.

Amarone is niet voor elke dag, niet voor iedereen, en niet voor elke gelegenheid. Maar als het klikt, dan is het raak. Dan toont hij waarom hij tot de groten behoort. Dan is Amarone niet langer té, maar precies genoeg. Dat is zeldzaam genoeg om te koesteren.

Reeds verschenen in deze reeks:

  1. Valpolicella – een wijnreis in twaalf etappes
  2. Valpolicella – De vallei van de vele kelders
  3. Valpolicella – DOC, Classico, Superiore
  4. Valpolicella Ripasso: Ontstaan uit boerenvernuft

Valpolicella – DOC, Classico, Superiore

Wie Valpolicella zegt, zegt keuze. En soms net iets té veel keuze. Want geef toe, er is wel degelijk een grote verscheidenheid onder de Valpolicella-wijnen. Als ik een gok mag wagen, dan zal Amarone bij een groot publiek wel een belletje doen rinkelen. Weinigen weten echter dat de gewone Valpolicella aan de basis ligt. Zelfde druivenblend, vaak dezelfde terroir zelfs, enkel de productiemethode verschilt.

In dit artikel brengen we helderheid over de basis van de familie: de Valpolicella DOC. En terwijl we toch bezig zijn, nemen we ook de Valpolicella Classico, Valpolicella Superiore, Valpolicella Classico Superiore en Valpolicella Valpantena mee onder de loep. (Bestaat daar trouwens ook een Superiore van? Of zelfs een Riserva?)

Je voelt het al aankomen: het is tijd om structuur te brengen in de wirwar van namen, zodat we weten wat we mogen verwachten in het glas.

Valpolicella DOC: De basiswijn

De benaming Valpolicella DOC bestaat sinds 1968 als een wettelijk beschermde herkomstbenaming voor rode wijnen afkomstig uit een specifieke zone in de provincie Verona. Dit is de thuisbasis van enkele van de meest herkenbare Italiaanse wijnen en tegelijk de meest toegankelijke expressie van wat Valpolicella te bieden heeft.

De productiezone beslaat een breed uitwaaierend gebied dat zich uitstrekt over 19 gemeenten in het noorden van Verona. Het gaat om:
Marano di Valpolicella, Fumane, Negrar di Valpolicella, Sant’Ambrogio di Valpolicella, San Pietro in Cariano, Dolcè, Verona, San Martino Buon Albergo, Lavagno, Mezzane di Sotto, Tregnago, Illasi, Colognola ai Colli, Cazzano di Tramigna, Grezzana, Pescantina, Cerro Veronese, San Mauro di Saline en Montecchia di Crosara.

Binnen deze gemeenten liggen talloze kleinere gehuchten of frazioni die een belangrijke rol spelen in de wijnbouw. Denk aan namen als Mizzole, Pian di Castagne, Quinzano, Poiano, Avesa, Montorio, Novaglie, Turano of Vigo. Deze en andere frazioni maken integraal deel uit van het productiegebied.

De DOC-regelgeving werkt met uiterste precisie en tekent de productiezone uit aan de hand van geografische coördinaten, veldwegen, beekdalen en hoogtecurves. Zo kan het gebeuren dat een wijngaard in Mizzole wél erkend is, terwijl een ander perceel even verderop buiten de zone valt. De exacte ligging binnen de officieel afgebakende percelen is bepalend. Enkel wijn die daar wordt geproduceerd, mag de naam Valpolicella DOC dragen.

Het DOC-gebied is allesbehalve homogeen. Van de steile hellingen in Fumane tot de zacht glooiende uitlopers bij San Martino Buon Albergo, van de kalkrijke bodems in Marano tot vulkanische invloeden in Mezzane: elke wijngaard draagt bij aan het mozaïek dat Valpolicella vormt. Toch is er een gemeenschappelijke stijl herkenbaar. Valpolicella DOC staat voor frisse, fruitige, elegante rode wijn met sappige zuren, fijne tannine en vooral veel drinkplezier.

Welke druiven zijn er toegelaten om een Valpolicella wijn te maken?

Valpolicella-wijnen danken hun karakter aan een zorgvuldig samengestelde blend van diverse druivenrassen, die wettelijk zijn vastgelegd, ook al gaat die regelgeving opmerkelijk ver. Deze samenstelling is van toepassing op alle types Valpolicella: van de eenvoudige Valpolicella DOC, tot Classico, Superiore, Ripasso, Amarone en Recioto. De druivenkeuze vormt dus het fundament voor de hele familie.

Het hart van elke Valpolicella-wijn wordt gevormd door Corvina Veronese en/of Corvinone. Deze twee druiven mogen samen tussen 45% en 95% van de blend uitmaken. Vaak ligt de nadruk op Corvina vanwege haar structuur en aromatische finesse, maar ook Corvinone wordt steeds meer op waarde geschat dankzij haar kracht en diepe kleur.

Daarnaast is Rondinella verplicht aanwezig in een aandeel tussen 5% en 30%. Rondinella is minder expressief op zichzelf, maar biedt kleurstabiliteit en een zekere frisheid in de assemblage.

Tot 25% van de blend mag bestaan uit andere toegelaten, niet-aromatische rode druivenrassen die erkend zijn binnen de provincie Verona. Dat zijn niet alleen lokale variëteiten zoals Molinara, Oseleta, Croatina of Dindarella, maar ook enkele nationale en internationale rassen die verrassend genoeg wettelijk zijn toegestaan. Denk aan Sangiovese, Nebbiolo, Cabernet Sauvignon, Cabernet Franc of Merlot. Deze worden zelden in grote hoeveelheden gebruikt, maar kunnen, indien zorgvuldig toegepast, finesse, structuur of een extra laag karakter toevoegen.

Deze ruime toelating laat aan wijnmakers de mogelijkheid om hun eigen stempel te drukken. Naast de vinificatiestijl kunnen ze ook via hun druivenkeuze andere accenten leggen. Dat verklaart waarom de ene Valpolicella heel klassiek en soepel kan zijn, terwijl de andere meer structuur, kruidigheid of fruitintensiteit toont.

Wat met de eigenschappen van die druiven? Daar duiken we in dit artikel nog niet diep in. Al deze elementen komen aan bod in een aparte reeks artikels waarin we elke druif onder de loep nemen. Voor nu volstaat het om te weten dat de kracht van Valpolicella niet in één druif zit, maar in het geheel. Het zijn de combinatie en balans van deze rassen die het karakter van de wijn bepalen.

Regeltjes waaraan de wijnboer moet voldoen.

Wie een Valpolicella wijn onder deze benaming wil bottelen, moet zich houden aan een hele lijst van regels die de kwaliteit, herkomst en stijl van de wijn moeten waarborgen.

Zoals reeds gemeld moeten de druiven afkomstig zijn uit aangewezen percelen binnen de erkende productiezone, met uitsluiting van vlakke, drassige bodems in de valleien. De ligging van de wijngaard, de oriëntatie en het microklimaat zijn bepalend, maar ook de manier waarop de wijnstokken worden geleid. De traditionele pergola veronese is nog altijd courant, al is ook de spalliera (een rijstructuur met verticale opbinding) toegestaan. Elke plantmethode heeft zijn eigen voorschriften qua snoei en opbrengstbeperking. Zo wordt er bijvoorbeeld nadruk gelegd op een traditionele snoeiwijze die de vegetatieve balans van de plant respecteert.

Elke nieuwe wijngaard moet een minimale dichtheid hebben van 3.300 stokken per hectare. In heuvelachtige zones met historische terrassen kan hiervan worden afgeweken, zolang het terrein een gelijkwaardige productie garandeert. Noodirrigatie mag in uitzonderlijke gevallen, maar elke vorm van kunstmatige groeistimulatie wordt uitgesloten.

Ook over de opbrengst laat de regelgeving weinig ruimte voor interpretatie: maximaal 12.000 kilogram druiven per hectare bij gespecialiseerde aanplant. Daarnaast moeten de geoogste druiven een natuurlijk alcoholgehalte halen van minstens 10%. In jaren met uitzonderlijk ongunstige weersomstandigheden kan dat minimum licht worden verlaagd, maar enkel bij expliciete toestemming.

Vinificatie en botteling moeten plaatsvinden binnen de afgebakende zone. Alleen onder voorwaarden mogen wijnen gebotteld worden buiten het gebied, en dan enkel binnen de provincie Verona. Deze bepaling is er om controle te houden over elke stap van het productieproces.

Wat de rijping betreft, stelt de regelgeving voor Valpolicella DOC zich opvallend soepel op. Er is geen verplichte minimumrijping. Dat betekent dat de wijn, zodra hij klaar is na de fermentatie, in principe meteen gebotteld mag worden. Veel producenten brengen hun wijn dan ook al binnen het jaar na de oogst op de markt (officieel mag dit vanaf 1 december van het oogstjaar).

Houtgebruik is evenmin verplicht. De meeste Valpolicella DOC-wijnen worden bewust niet op hout gelagerd om het fruitige, frisse karakter te behouden. Als een wijnmaker toch voor eiken vaten kiest, dan gebeurt dat meestal op grotere foeders en niet met het oog op uitgesproken houtinvloed. Dat laat men liever over aan wijnen met meer extractie en structuur zoals Ripasso of Amarone.

De stijl van Valpolicella DOC

Een klassieke Valpolicella DOC is de verpersoonlijking van jeugdige charme en directe drinkbaarheid. De wijn wordt vrijwel altijd jong op de markt gebracht, meestal zonder houtlagering of lange rijping. Hierdoor staat hij garant voor een frisse, levendige stijl die het fruit vooropstelt.

De officiële regelgeving, jawel, die bepaalt zelfs hoe de wijn moet ruiken en smaken, schrijft voor dat Valpolicella DOC van kleur helder robijnrood is, soms met een paarse schittering als hij piepjong is. Het aroma is herkenbaar en toegankelijk: rood fruit voert de boventoon, met sappige kersen, rode bessen en soms een vleugje viooltjes of gedroogde kruiden. In de mond is hij droog tot licht soepel, met een opvallende frisheid die gedragen wordt door levendige zuren en een zachte tanninestructuur.

Hoewel deze wijn vaak wordt beschouwd als de basis van de Valpolicella-familie, is ‘basis’ hier geen synoniem voor banaal. De eenvoud zit niet in een gebrek aan karakter, maar in de rechtlijnige, pure expressie van het druivenmateriaal en de streek. Sommige wijnmakers kiezen voor vinificatie in inox of cement om het fruit maximaal te behouden, anderen laten de wijn kort rusten op grote houten vaten voor wat extra diepte, zolang het eindresultaat maar binnen het opgelegde stijlprofiel blijft.

Valpolicella Classico: het historische hart van Valpolicella

Wanneer er ‘Classico’ op het etiket staat, betekent dat dat de druiven afkomstig zijn uit het oorspronkelijke, historisch erkende kerngebied van Valpolicella. Dit deel, gelegen ten westen van Verona, is niet alleen ouder als wijnbouwgebied, maar ook kleiner en strikter afgebakend dan de ruimere DOC-zone.

Het Classico-gebied omvat slechts vijf gemeenten: Negrar di Valpolicella, Marano di Valpolicella, Fumane, Sant’Ambrogio di Valpolicella en San Pietro in Cariano. Dit is het oude hart van de Valpolicella, waar al eeuwenlang wijn wordt gemaakt. In tegenstelling tot de uitbreiding van de DOC in de jaren ’60 naar vlakker en oostelijker gelegen gebieden, bleef de Classico-zone beperkt tot haar oorspronkelijke heuvelachtig terrein.

Regelgevingstechnisch gelden voor Valpolicella Classico dezelfde basisvoorschriften als voor een gewone Valpolicella DOC. Hetzelfde aandeel Corvina, Corvinone, Rondinella en aanvullende druiven, dezelfde toegelaten opbrengst per hectare, en dezelfde minimale alcoholgraad van 10%. Wat de wijn ‘Classico’ maakt, is dus niet een ander recept, maar wáár dat recept wordt uitgevoerd.

Dat betekent echter niet dat het eindresultaat identiek is. De natuurlijke omstandigheden in het Classico-gebied, van bodemsamenstelling tot dag-nachttemperaturen en hellingsgraad, zorgen doorgaans voor meer geconcentreerd fruit, iets meer structuur en vaak een verfijndere balans. In het glas vertaalt zich dat in Valpolicella’s die nét wat dieper geuren, met rijpere kersen, meer florale tonen of zelfs een vleugje kruiden, en een mondgevoel dat tegelijk soepel én karaktervol is.

Betekent dit dat Classico per definitie beter is dan gewone Valpolicella DOC? Niet noodzakelijk. Er zijn uitstekende producenten buiten het Classico-gebied die prachtige wijnen maken, en er zijn ook mindere flessen met het label ‘Classico’. Maar het label is wél een aanwijzing van herkomst, en in Valpolicella betekent herkomst vaak ook karakter.

Superiore: een stap hoger op de ladder

De term ‘Superiore’ staat voor een hoger kwaliteitsniveau binnen dezelfde herkomstbenaming. Het is als het ware een verdieping van de klassieke Valpolicella-stijl, met meer nadruk op concentratie, rijping en complexiteit.

Om het label ‘Superiore’ te mogen dragen, moet een Valpolicella-wijn aan strengere eisen voldoen. Zo moet het natuurlijke alcoholgehalte van de wijn minstens 11% bedragen (tegenover 10% voor de gewone Valpolicella DOC), en is een verplichte rijping van ten minste één jaar vereist. Die rijping mag plaatsvinden in inox, beton of hout, zolang het eindresultaat de nodige ontwikkeling heeft doorgemaakt. Veel producenten kiezen bewust voor grote houten vaten (botte) of gebruikte barriques, die structuur geven zonder het fruit te overheersen.

De gebruikte druiven zijn doorgaans afkomstig van beter gelegen wijngaarden, met lagere opbrengsten en rijper fruit. Hoewel het disciplinare geen specifieke droogtechniek oplegt, wordt bij sommige Superiore-wijnen een (beperkte) appassimento toegepast, waarbij de druiven enkele weken licht indrogen voor extra concentratie. Dit zorgt voor meer diepgang, een voller mondgevoel en zachtere tannine, zonder de intensiteit van een Ripasso of Amarone te benaderen.

Wat de herkomst betreft: het productiegebied voor Valpolicella Superiore is hetzelfde als dat voor de gewone Valpolicella DOC. Dit betekent dat ook een Superiore kan afkomstig zijn uit het bredere DOC-gebied. Er bestaat ook een Valpolicella Classico Superiore, wat aanduidt dat de wijn zowel uit het historische kerngebied komt als beantwoordt aan de Superiore-voorwaarden. Het is perfect mogelijk dat op het etiket zowel ‘Classico’ als ‘Superiore’ staat vermeld, mits aan beide sets regels wordt voldaan.

Valpantena: de andere Valpolicella

Naast het historische Classico-gebied bestaat er binnen de Valpolicella DOC nog een tweede officieel erkende subzone: Valpantena. Deze naam mag op het etiket worden vermeld wanneer de druiven afkomstig zijn uit deze specifieke vallei, die zich ten noordoosten van Verona uitstrekt tussen de Monte Lessini en de stad zelf.

Valpantena betekent letterlijk ‘vallei van alle goden’, een naam die niet bepaald bescheiden overkomt. Toch doet het landschap de eer aan zijn naam: glooiende heuvels, afgewisseld met olijfbomen, cipressen en goed georiënteerde wijngaarden die profiteren van ventilatie uit het noorden en zoninval vanuit het zuiden.

Het productiegebied van Valpantena is beperkt tot de vallei en omvat onder meer wijngaarden in de dorpen Poiano, Avesa, Quinto, Grezzana, Rosaro, Nesente, Novaglie en andere frazioni binnen deze vallei.

De wijn mag de aanduiding Valpantena dragen wanneer de gebruikte druiven volledig afkomstig zijn uit deze vallei. En wie nog een stap verder gaat in kwaliteit, kan ook kiezen voor Valpolicella Valpantena Superiore. Daarbij gelden dezelfde regels als voor elke Superiore: de wijn moet minstens één jaar rijpen, en de druiven moeten een natuurlijke alcoholgraad van minstens 11% bereiken.

Hoewel de druivenrassen en de basisregels dezelfde zijn als elders in de Valpolicella DOC, vertonen Valpantena-wijnen vaak subtiele verschillen in stijl. Ze worden doorgaans omschreven als iets strakker, frisser en eleganter dan hun tegenhangers uit het Classico-gebied. De kalkrijke en vulkanische bodems in de vallei, gecombineerd met het microklimaat, zorgen voor een levendige zuurgraad en een precieze fruitexpressie.

De wijnen uit Valpantena hebben misschien minder naam en faam dan die uit het Classico-gebied, maar ze winnen snel aan reputatie en worden steeds vaker als volwaardig alternatief gezien. Meer zelfs: sommige producenten uit Valpantena staan vandaag in de top van wat Valpolicella te bieden heeft.

Geen Riserva!

Wie gewend is aan termen als Riserva zal op zijn honger blijven zitten bij de basis Valpolicella wijnen. Want hoe lang je ook zoekt: een Valpolicella Riserva ga je niet vinden. Niet als gewone DOC, niet als Classico, niet als Valpantena, zelfs niet in Superiore-vorm. De reden is simpel: het mag niet.

De term Riserva is binnen de Valpolicella DOC strikt gereguleerd en is niet toegestaan voor de standaard Valpolicella-wijnen. Ook niet als de wijn extra lang rijpt, of als hij kwalitatief ruimschoots aan de eisen voldoet. Een producent kan dus wel degelijk een Valpolicella Superiore maken die drie jaar op hout heeft gelegen en daarna nog twee jaar op fles, maar hij mag die niet als Riserva op de markt brengen.

De enige Valpolicella-wijnen waarvoor een Riserva-vermelding wél is erkend, is Amarone della Valpolicella Riserva.

Producenten met naam en faam

Een regio is maar zo sterk als haar wijnmakers. En in Valpolicella vind je een indrukwekkende waaier aan producenten die elk op hun manier de identiteit van de streek hebben mee vormgegeven. Van iconische domeinen tot vernieuwende wijnmakers die traditie herinterpreteren, Valpolicella is vandaag een boeiende lappendeken van stijlen, filosofieën en persoonlijkheden.

Aan de absolute top prijkt zonder discussie de naam Giuseppe Quintarelli. Voor velen belichaamt hij het summum van wat Valpolicella kan zijn: minutieus vakmanschap, eindeloos geduld in de kelder, een eigenzinnige visie en een haast mystieke aura rond elke fles. De etiketten worden nog met de hand geschreven, de wijnen soms pas jaren na de oogst vrijgegeven. Zijn Valpolicella Classico Superiore en Amarone della Valpolicella zijn cultwijnen, geliefd om hun diepte, evenwicht en indrukwekkend bewaarpotentieel.

Maar Quintarelli staat niet alleen op het podium. De regio telt meerdere zwaargewichten die elk op hun manier geschiedenis schrijven. Enkele klinkende namen:

  • Dal Forno Romano: de moderne tegenhanger van Quintarelli, beroemd om zijn ongeziene concentratie, rigoureuze selectie en krachtige stijl. Niet voor de zwakke lever.
  • Tommasi: een van de grotere familiebedrijven in de streek, met een breed gamma en een grote internationale aanwezigheid. Betrouwbare kwaliteit en terroirgetrouw werk.
  • Tedeschi: sterke vertegenwoordiger van de Classico-stijl, met elegante, fijn gestructureerde wijnen en een scherp oog voor duurzaamheid.
  • Allegrini: innovatief en invloedrijk, met een mix van traditie en moderniteit. Bekend voor hun evenwichtige Amarone en frisse, goed gemaakte Valpolicella’s.
  • Masi: pioniers van de appassimento-techniek, groot in volume maar ook met aandacht voor kwaliteit. Hun Campofiorin was lang de brug tussen Ripasso en Amarone.
  • Speri: een familiebedrijf dat zich volledig toelegt op biologische wijnbouw en een voortrekker is in terroir-expressie binnen het Classico-gebied.
  • Bertani: een van de oudste huizen in de regio, met een klassieke stijl en een indrukwekkend archief aan gerijpte wijnen die bewijzen hoe goed Valpolicella kan ouderen.

En dan zijn er nog talloze kleinere domeinen die in stilte uitzonderlijk werk leveren: Monte dall’Ora, Zymè, Stefano Accorini, Corte Sant’Alda, Viviani, Tenuta Sant’Antonio, Secondo Marco… het loont om ze te ontdekken.

Om zin in te krijgen!

Valpolicella DOC is de fundering waarop de hele Valpolicella-wijndriehoek rust. Het is de wijn die je toelaat de regio te proeven zoals ze is: met haar heuvels, haar wisselende bodems, haar frisse bries uit de bergen en haar eeuwenoude wijntraditie.

Dat maakt de eenvoudige Valpolicella niet minder boeiend, integendeel. De finesse van Corvina, het nerveuze van Rondinella, het vakmanschap van de wijnmaker: ze komen allemaal samen in een wijn die soms ondergewaardeerd wordt, maar eigenlijk alles in zich heeft. Fris, elegant, drinkbaar en verrassend veelzijdig aan tafel.

In het volgende artikel ontdekken we hoe die mysterieuze hergisting op de Amarone-droesem een brug slaat tussen frisheid en kracht. Hoe de eenvoudige Valpolicella een tweede leven krijgt, met meer body, complexiteit en lengte. Of met andere woorden: hoe Ripasso het midden houdt tussen lichtvoetigheid en ernst. En waarom het een van de meest geliefde stijlen uit de regio is geworden.

Maar eerst nog één keer klinken op de zuivere charme van de Valpolicella DOC want wie alleen Amarone kent, mist het fundament.

Reeds verschenen in deze reeks:

  1. Valpolicella – een wijnreis in twaalf etappes
  2. Valpolicella – De vallei van de vele kelders

Valpolicella – een wijnreis in twaalf etappes

De bestemming is bekend, de koffers worden gepakt, de goesting groeit: wijnclub Amici trekt naar Valpolicella. Het nieuws werd met veel enthousiasme onthaald, en terecht. Want deze wijnregio in het noordoosten van Italië heeft meer te bieden dan alleen Amarone. Valpolicella is een schatkamer van druivenrassen, stijlen en persoonlijkheid die in elke fles iets nieuws onthullen.

Tussen het romantische Verona en het glinsterende Gardameer ontvouwt zich een landschap van glooiende heuvels, oude wijngaarden en pittoreske dorpjes. Het is een streek met een lange wijnbouwgeschiedenis, maar ook met een opvallende dynamiek. Producenten combineren vakmanschap en vernieuwing, waardoor het gebied blijft verrassen.

In de komende weken duiken we met jullie in de wereld van Valpolicella. In twaalf artikels nemen we je mee door het kloppend hart van de regio. Hieronder alvast een voorsmaakje van wat je mag verwachten.

1. Valpolicella geografisch
Waar ligt Valpolicella precies en wat maakt de ligging zo bijzonder? We duiken in de geschiedenis, verkennen de diversiteit van het wijngebied en ontdekken waarom de druiven hier zo goed gedijen tussen bergen en meer.

2. Valpolicella DOC & Valpolicella Classico / Superiore DOC
Wat is het verschil tussen een gewone Valpolicella en een Superiore? En wat betekent “Classico”? Deze aflevering brengt helderheid in het doolhof van regelgeving en kwaliteit.

3. Valpolicella Ripasso DOC
De Ripasso is de charmante brug tussen fris en krachtig. Hoe komt hij tot stand, waarom smaakt hij voller dan een gewone Valpolicella en waarom hij vaak de toegankelijke broer van Amarone wordt genoemd? Je ontdekt het hier.

4. Amarone della Valpolicella DOCG (Classico + Riserva)
Koninklijk, krachtig en complex: Amarone heeft een reputatie om jaloers op te zijn. Maar hoe wordt deze wijn precies gemaakt en waarom is hij zo geliefd bij zowel kenners als genieters?

5. Recioto della Valpolicella DOCG
Zoet, maar met stijl. De Recioto is de vergeten parel van de regio. Een dessertwijn met eeuwenoude roots die charmeert zonder te kleven.

6. Corvina – De belangrijkste schakel
Corvina is het ruggengraat van Valpolicella. We ontdekken wat deze druif zo typisch maakt, hoe ze zich gedraagt in verschillende stijlen en waarom je haar nooit mag onderschatten.

7. Corvinone – Een snelle opmars
Lang werd ze als variant van Corvina gezien, maar Corvinone heeft een eigen stem. Groter, krachtiger en met een verrassend zachte kant.

8. Rondinella – De stille kracht
Bescheiden, maar onmisbaar. Rondinella brengt frisheid, kleur en structuur. Geen hoofdrolspeler, wel een betrouwbare compagnon.

9. Molinara – In het verdomhoekje
Een druif met een identiteitscrisis. Ooit alomtegenwoordig, nu vaak weggelaten. Maar heeft Molinara misschien toch meer te bieden dan gedacht?

10. Oseleta – Grote vooruitzichten
Een kleine rebel die terug is van weggeweest. Tanninerijk, krachtig en intens. Ideaal voor wie durft.

11. Croatina – Het buitenbeentje
Een buitenbeentje dat soms opduikt in blends. Croatina is sappig, gul en net dat tikkeltje eigenzinnig.

12. De overige druiven
Dindarella, Spigamonti en andere zeldzame namen komen aan bod. Druiven met karakter die kleur geven aan de wijnwereld van Valpolicella.

Of je nu al jarenlang gepassioneerd bent door Valpolicella of enkel Amarone van naam kent, deze reeks belooft een ontdekkingstocht te worden. Voor sommigen wordt het een reis door vertrouwd terrein, voor anderen een eerste kennismaking met een gebied dat veel meer te bieden heeft dan verwacht. Maar één ding staat vast: boeiend wordt het zeker. We gaan de Valpolicella-blend laag per laag ontleden, zodat je straks niet kan wachten om de regio zelf in levende lijve te ontdekken.