🇵🇹 Quinta da Ribeirinha zet de Portugese Tejo op de kaart – Zondag 23 november

📅 Zondag 23 november 2025
📍 Zaal De Vrede, Lichtaartseweg 131, Olen

Tijdens de Wijnkennis Openflessendag maak je opnieuw kennis met de prachtige wijnen van Quinta da Ribeirinha, een familiaal domein dat de Portugese Tejo-regio met trots vertegenwoordigt.
Mariana Cândido zal persoonlijk aanwezig zijn om je mee te nemen in het verhaal van haar familie, die al drie generaties lang met passie wijnen maakt op hun 95 hectare grote domein aan de noordelijke oever van de Tejo-rivier.

De unieke combinatie van kalkrijke kleigrond, zonnige hellingen en de verfrissende invloed van de Atlantische Oceaan zorgt voor wijnen met diepgang, frisheid en karakter. Deze omstandigheden dragen bij aan de diepe smaken en finesse van hun wijnen, die met zorg en passie worden gemaakt door de familie Cândido.

🍷 Te proeven wijnen:

  • Vale de Lobos Espumante Grande Reserva – Fijne bubbels met levendige zuren en een romige afdronk.
  • Rota de Cabral Branco & Tinto – Toegankelijke, fruitige wijnen voor elk moment.
  • Vale de Lobos Branco & Tinto – Klassieke Portugese blends met een mooie balans tussen frisheid en rijp fruit.
  • Vale de Lobos Reserva Tinto – Blend van Trincadeira, Syrah, Cabernet Sauvignon en Aragonês met rijp donker fruit, kruiden en zijdezachte tannine.
  • Vale de Lobos Touriga Nacional Reserva – Krachtige wijn van Portugals nobele druif met aroma’s van bessen en florale toetsen.
  • Vale de Lobos Grande Escolha Branco – Complex wit van Fernão Pires en Chardonnay met rijp steenfruit en minerale spanning.
  • Vale de Lobos Grande Escolha Tinto “José e Violante” – Touriga Nacional, Alicante Bouschet en Syrah smelten samen tot een rijke, volle wijn met lange afdronk.
  • Vale de Lobos Grande Reserva – Het vlaggenschip: geconcentreerd, diep en perfect in balans dankzij rijping op eiken vaten.

Daarnaast kan je ook hun Extra Vergine olijfolie proeven – even puur en karaktervol als hun wijnen.

Ontdek zelf waarom Quinta da Ribeirinha een vaste waarde is geworden in ons Portugese assortiment en laat je meevoeren door de passie van Mariana en haar familie.

📖 Meer info over deze wijnen vind je op Wijnkennis

Tussen heuvels en terrassen – hoe de Frantoio-olijf Umbria vormgeeft

Bij het doorkruisen van Umbria valt één constante meteen op in het golvende landschap: olijfbomen. Of je nu op weg bent naar Assisi, de wijngaarden rond Montefalco bezoekt of dieper het Umbrische binnenland intrekt, overal strekken olijfgaarden zich uit. Prachtig mooi, en het doet me zelfs mijmeren over het maken van een eigen olijfolie.

Het voelde dan ook vanzelfsprekend om halt te houden bij Frantoio Silvestri in Gualdo Cattaneo. Daar vertelde hij ons het verhaal van de belangrijkste olijf van Umbria: de Frantoio-olijf. Een verhaal dat teruggaat tot de vroegste hoofdstukken van de menselijke beschaving. In de heuvels van de Tuscia, een streek in Midden-Italië, groeien olijfbomen die al eeuwen getuigen zijn van oorlogen, handelsroutes, religieuze rituelen en dagelijkse maaltijden. Hun zilvergroene bladeren en diepe wortels maken al eeuwen deel uit van het Umbrische landschap.

Een metgezel sinds de prehistorie

De Frantoio-olijf is een klassieke en veel geprezen variëteit van de gecultiveerde olijfboom. Haar verre voorouders groeiden al in het oostelijke Middellandse Zeegebied, waar de mens duizenden jaren geleden de wilde olijf begon te temmen. Via handel en migratie bereikten haar voorouders Italië, waar ze uiteindelijk in Toscane werd veredeld tot de variëteit die we nu kennen als Frantoio, en in Umbria haar tweede thuis vond.

Al vanaf de oudheid werd de Frantoio-olijf gewaardeerd om haar rijke, aromatische olie, die niet alleen in de keuken werd gebruikt, maar ook in rituelen, als medicijn en als bron van licht. In de heuvels van Umbria hebben generaties boeren haar bomen verzorgd, vaak op terrassen die al door de Romeinen of zelfs eerder werden aangelegd.

De Frantoio is een toonbeeld van uithoudingsvermogen. Net als andere olijven kan ze droogte trotseren en opnieuw uitlopen na zware snoei, maar haar kracht ligt in de combinatie van hoge opbrengst, constante kwaliteit en een uitgesproken smaakprofiel. Dit maakte de olie uit olijven tot een geliefd handelsproduct in de oudheid. Waar andere variëteiten lokaal bleven, vond olie uit Midden‑Italië de weg naar verre markten.

In vrijwel iedere oude cultuur waarin ze voet aan de grond kreeg, werd ze verbonden met kracht, vrede en voorspoed. Haar olie was de vloeibare schat in amforen die over Romeinse wegen en scheepsroutes werden vervoerd, bestemd voor keukens, tempels en badhuizen. In de Umbrische heuvels blijft die traditie voortleven, met olie die nog steeds dezelfde zilvergroene glans heeft als duizenden jaren geleden.

De olijfboom in mythen en literatuur

In de Odyssee van Homerus redt Odysseus zich en zijn mannen door de reus Polyphemos te verblinden met een olijventak. Het is een scène die de olijfboom voor altijd verbindt met moed, overwinning en intelligentie. Hoewel de Frantoio-variëteit zoals we haar nu kennen pas later in Italië tot bloei kwam, draagt ze dezelfde symboliek in zich: een boom die staat voor moed en doorzettingsvermogen.

In de Griekse mythologie is er het beroemde verhaal van de strijd tussen Poseidon en Athena om de gunst van de Atheners. Poseidon schonk het paard, Athena schonk de olijfboom, een bron van voedsel, warmte, medicijn en parfum. Athena won, en de stad werd naar haar genoemd. Eeuwen later werd diezelfde olijf, via handelsroutes en veredeling, de voorouder van de Frantoio-bomen die vandaag in de Umbrische heuvels groeien. Haar beeltenis, gekroond met olijfblaadjes, sierde eeuwenlang de drachme, een munt die de symboliek van de olijf door het hele Middellandse Zeegebied verspreidde.

De Romeinen namen de olijfboom over als pijler van hun economie en dagelijks leven, en in deze periode vonden de voorouders van de Frantoio hun weg naar het Italiaanse vasteland en uiteindelijk naar Umbria. Volgens Plinius de Oudere groeiden in het centrum van het Forum Romanum een wijnstok, een vijgenboom en een olijfboom, symbool voor landbouw, welvaart en gezondheid. De voorouders van de Frantoio leverden olie die werd gebruikt als geneesmiddel, onder andere door Hippocrates tegen huidproblemen, oorontstekingen en wonden, en als schoonheidsmiddel. Omdat zeep ontbrak, wreven Romeinen hun huid in met olie, waarna het vuil met een metalen voorwerp (strigilis) werd afgeschraapt. Atleten gebruikten het voor soepelheid en bescherming, terwijl de elite het parfumeerde en toevoegde aan warme baden. In het Romeinse Rijk was olie uit variëteiten als de Frantoio een onmisbare schakel in zowel dagelijks leven als luxe.

Frantoio, de smaak als eetolijf en als olie

De Frantoio-olijf staat bekend als een van de beste olijven voor olijfolieproductie, maar wordt zelden als tafelolijf gegeten. Dat heeft alles te maken met haar karakter. Vers van de boom is ze stevig, klein tot middelgroot, met een vrij hoog gehalte aan bitterstoffen. Voor consumptie als eetolijf vraagt ze om een langdurige behandeling, zoals pekelen of inleggen, om haar pittigheid te temperen. Zelfs dan blijft ze krachtig van smaak, geliefd bij wie houdt van uitgesproken, nootachtige en licht kruidige aroma’s.

Als olijfolie-olijf daarentegen komt de Frantoio-olijf volledig tot haar recht. Haar olie heeft een uitgesproken geurprofiel waarin vers gemaaid gras, groene amandel en artisjok samenkomen. In de mond begint ze zacht en fruitig, om daarna over te gaan in een levendige pittigheid met een elegante bitterheid. Die bitterheid is geen fout, maar het signatuur van een hoge concentratie polyfenolen, antioxidanten die zowel de gezondheid als de houdbaarheid van de olie ondersteunen. De textuur is zijdezacht, de balans tussen fruit, bitter en kruidig is opmerkelijk precies.

Een vervaldatum op de fles

Uiteraard lieten we ons verleiden bij het bezoek aan Frantoio Silvestri en namen we een fles olijfolie mee naar huis. Het klinkt misschien absurd, maar telkens als ik een fles olijfolie omdraai en daar een vervaldatum zie staan, moet ik glimlachen. Olie is immers geen pak melk. Thuis gebruik ik geregeld flessen die die datum al maanden, soms jaren, gepasseerd zijn, zonder dat ik merk dat de smaak erop achteruit is gegaan. Toch blijft die datum er staan, en dus vroeg ik me af: waarom eigenlijk?

Het antwoord is tweeledig. Ten eerste verplicht de Europese wetgeving producenten om op een fles extra vierge olijfolie een THT-datum (ten minste houdbaar tot) te zetten. Dat is geen absolute grens waarop de olie plots ‘slecht’ wordt, maar een garantie van de producent dat geur en smaak tot die datum optimaal blijven. Bij Frantoio-olie, met haar hoge gehalte aan polyfenolen, kan de kwaliteit vaak veel langer behouden blijven, vooral als je ze correct bewaart.

En daar zit het tweede deel van het verhaal: olijfolie is gevoelig voor licht, warmte en zuurstof. Wordt ze blootgesteld aan direct zonlicht, bewaard naast het fornuis of vaak met de dop opengelaten, dan versnelt het oxidatieproces en verliest de olie geleidelijk haar frisse, fruitige aroma’s. De smaak kan dan platter worden of een ranzige toets krijgen. Maar een donkere, koele kast kan de levensduur flink verlengen, soms tot ver voorbij de datum op het etiket.

De vervaldatum is dus eerder een kwaliteitsindicatie dan een waarschuwing. Zie het als een belofte van de producent: “Tot deze dag proef je de olie zoals ik ze heb bedoeld.” Daarna is het aan jou, je neus en je smaakpapillen om te oordelen. En eerlijk? Een zachte bittere toets, dat grasachtige parfum en die lichte peperigheid van een goede Frantoio-olie verraden zichzelf nog altijd, ook ruim na die datum.

Verwarring omtrent Frantoio en frantoio

Toen we dieper in Umbria rondtrokken, met het bezoek aan Frantoio Silvestri nog vers in het geheugen, begon ons iets op te vallen: “Frantoio” dook overal op. Niet alleen als naam van de olijfvariëteit, maar ook op gevels van olijfoliewinkels, etiketten en bedrijfsnamen. Onze eerste gedachte was simpel: het gaat overal over dezelfde olijf. Maar dat bleek te kort door de bocht.

Bij nader inzien ontdekten we dat frantoio in het Italiaans letterlijk “olijfmolen” betekent, de plek waar olijven worden geperst tot olie. In veel dorpen draagt de molen, vaak een familiebedrijf, gewoon de naam Frantoio + familienaam (zoals Frantoio Silvestri). Tegelijk is Frantoio ook de officiële naam van een specifieke olijfvariëteit, een van de bekendste in Italië en onmisbaar in de Umbrische olijfolieproductie.

Dat dubbele gebruik zorgt voor verwarring, vooral bij bezoekers. Je denkt een fles te kopen van de Frantoio-olijf, maar de naam op het etiket kan net zo goed verwijzen naar de molen waar hij geperst werd. Soms is het zelfs allebei: een frantoio (molen) die olie maakt van Frantoio-olijven.

Waarom die naamsoverlap? Waarschijnlijk omdat de variëteit al eeuwenlang zo’n vaste waarde is dat de naam Frantoio vanzelf synoniem werd met “goede olijfolie”. In regio’s als Umbria, waar de Frantoio-olijf domineert, liep de betekenis in het dagelijks taalgebruik steeds meer door elkaar.

Het is dus altijd slim om het etiket goed te lezen. Staat er 100% Olio Extra Vergine di Oliva da Cultivar Frantoio, dan gaat het over de olijfsoort. Staat er Frantoio Rossi, dan koop je olie van molen Rossi, die misschien wél, maar niet per se, uit Frantoio-olijven is geperst.

Recept: Panzanella met Frantoio-olie uit Umbria

Olijfolie is een enorm veelzijdig product dat vele gerechten een positieve schwung geeft. Hier volgt dan ook een zomers gerecht dat eenvoud en smaak samenbrengt: panzanella. Dit broodsaladegerecht is al eeuwen een vaste waarde in Midden-Italië en kent in Umbria zijn eigen, karaktervolle versie. De ster van dit recept? Een royale scheut Frantoio-olie.

Ingrediënten voor 4 personen

  • 500 g rijpe, rode tomaten
  • 1 middelgrote rode ui
  • 1 komkommer
  • 4 takjes verse basilicum
  • 300 g stevig brood (bij voorkeur een dag oud, ongezouten en wit of lichtbruin)
  • Zwarte peper uit de molen
  • Zeezout
  • 2–3 eetlepels witte wijnazijn
  • 6 eetlepels extra vierge Frantoio-olie

Bereiding stap voor stap

  1. De ui voorbereiden
    Pel de rode ui en snijd in flinterdunne ringen. Leg deze minstens twee uur in een mengsel van water en een scheut witte wijnazijn. Dit verzacht de smaak en geeft een frisse toets aan het gerecht.
  2. Het brood weken
    Snijd het brood in grove plakken en verwijder indien gewenst de korst. Meng in een kom water met een beetje azijn en bevochtig het brood lichtjes tot het zacht wordt, maar niet zompig. Knijp het overtollige vocht eruit en breek het brood grof in een grote slakom.
  3. De groenten snijden
    Schil de komkommer en snijd in schijfjes, halveer of kwart deze afhankelijk van de grootte. Snijd de tomaten in blokjes en voeg samen met de komkommer toe aan het brood.
  4. Samenbrengen
    Giet de uitgelekte uiringen bij het brood en de groenten. Voeg zeezout, versgemalen peper en de Frantoio-olie toe. Meng alles voorzichtig zodat het brood de sappen van de groenten en de olie opneemt.
  5. Rusten en serveren
    Laat de panzanella minstens een uur afgedekt op kamertemperatuur rusten, zodat de smaken zich volledig kunnen vermengen. Werk vlak voor het serveren af met verse basilicumblaadjes en, voor wie dat wil, nog een extra straaltje Frantoio-olie.

De frisheid van de tomaten, het zachte brood en de geurige basilicum vragen om een olie met een uitgesproken karakter zoals Frantoio-olie. De peperige afdronk en de elegante bitterheid zorgen voor balans en maken dat elke hap meer is dan alleen een zomerse salade: het is een stukje Umbria op je bord.

Spaghetti aglio, olio e peperoncino: Middernachtspaghetti die eenvoud siert als kunst

Heb jij al gehoord van middernachtspaghetti? Ik geef eerlijk toe: de term was ook voor mij nieuw, tot ik hem tegenkwam in een artikel over Spaghetti aglio, olio e peperoncino. Deze klassieker wordt zo genoemd omdat hij de essentie van Italiaanse gezelligheid belichaamt. Na een lange aperitivo, een avond wijn proeven of simpelweg een goeie tijd met vrienden, is er niets beter dan een snelle, eenvoudige, spontane maaltijd om kleine of grote honger te stillen. Een laatste moment van samenzijn, vlak voor je elkaar buonanotte wenst.

Dat is waar Spaghetti aglio, olio e peperoncino, ofwel de middernachtspaghetti, voor staat. Ironisch genoeg is het weer zo’n gerecht dat op papier verdacht simpel lijkt, maar in de praktijk draait om precisie, gevoel en smaak. Geen bergen ingrediënten, geen ingewikkelde sauzen. Gewoon pasta, knoflook, olijfolie en chilipeper. Maar wie denkt dat daarmee de kous af is, onderschat dit schijnbaar eenvoudige bord comfort food. En ja, wie het verkeerd aanpakt, kan zomaar eindigen met een nachtshift aan het fornuis.

Een gerecht met koninklijke roots

Spaghetti aglio, olio e peperoncino is diep geworteld in het zuiden van Italië, meer bepaald in Campanië, waar Napels als culinair hart al eeuwenlang zijn stempel drukt op de Italiaanse eetcultuur. In deze regio ontstond het gerecht in zijn oervorm: pasta met knoflook en olijfolie. De ingrediënten waren goedkoop, lang houdbaar en altijd beschikbaar in huishoudens waar geld schaars was maar smaak nooit ontbrak. De chilipeper, die het gerecht vandaag zijn karakteristieke pit geeft, maakte pas later zijn intrede. Aanvankelijk was het een bord pasta dat warmte en comfort bracht met enkel olie en knoflook.

In Napels stond het bekend als vermicelli alla Borbonica, een benaming die verwees naar de heersende dynastie van het Koninkrijk Napels. Koning Ferdinand IV van Bourbon zou een uitgesproken voorkeur hebben gehad voor deze eenvoudige pasta. Zijn voorliefde voor het gerecht was zo groot dat hij een praktische innovatie liet uitvoeren die uiteindelijk culinaire geschiedenis schreef. Tot diep in de 18de eeuw at men pasta met de vingers of met een vork met slechts twee tanden. Dat werkte prima voor droge pasta of kleine porties, maar was weinig efficiënt bij een bord vermicelli met olie. De koning stimuleerde het gebruik van een vork met vier tanden, een innovatie die het draaien van lange slierten pasta vergemakkelijkte en uiteindelijk de standaard werd in Italiaanse tafelschikking. Het lijkt een voetnoot, maar deze aanpassing was cruciaal in de verspreiding van pasta als hoofdgerecht door heel Italië. Het werd eenvoudiger om te eten, zelfs aan een koninklijk banket.

Wat het gerecht speciaal maakt in zijn historische ontwikkeling, is dat het zowel een product was van armoede als van verfijning. In arme gezinnen bracht het dagelijkse voeding, bij de elite werd het gewaardeerd voor zijn pure smaak en zijn vermogen om te verrassen zonder spektakel. Die dubbelzinnige status maakte het tot een blijver in alle lagen van de samenleving.

De toevoeging van peperoncino kwam pas later, toen de pittige peper steeds meer zijn weg vond naar Zuid-Italiaanse keukens. Met zijn scherpe, aardse toets gaf hij het gerecht een nieuwe gelaagdheid. De chili werd al snel een vaste waarde, behalve bij wie het liever zacht houdt. De naam veranderde mee: wat ooit bekend stond als vermicelli alla Borbonica of gewoon aglio e olio, kreeg een pittigere identiteit als spaghetti aglio, olio e peperoncino.

Toch blijft de basis altijd hetzelfde: een gerecht geboren uit noodzaak, groot geworden door smaak en techniek, en uitgegroeid tot een nationaal symbool van wat de Italiaanse keuken zo bijzonder maakt. Geen overdaad, geen opsmuk, maar een subtiele perfectie die generaties blijft aanspreken.

Een les in eenvoud

Aglio, olio e peperoncino. Drie woorden die geen geheimen lijken te verbergen. Dit is een recept dat recht in je gezicht zegt wat het is: knoflook, olie en chilipeper. En toch is de eenvoud maar schijn. De kracht van dit gerecht zit niet in wat je toevoegt, maar in wat je níét kunt verbergen.

Het is precies die bedrieglijke eenvoud die van spaghetti aglio, olio e peperoncino een klassieker maakt in heel Italië. Het staat bekend als het gerecht dat je maakt als je nauwelijks iets in huis hebt, maar toch iets fatsoenlijks wilt eten. Binnen een kwartier staat het op tafel. Het vult, het verwarmt en het verrast telkens opnieuw.

Studenten maken het uit gemak en budget. Chef-koks zetten het op het menu om net hun techniek te tonen. Want wie denkt dat dit zomaar een snel bordje pasta is, vergist zich. De juiste knoflookkleur, de perfecte temperatuur van de olie, de juiste dosering van de chili: alles vraagt precisie. Elke fout is genadeloos zichtbaar op het bord.

Bij een gerecht dat zo weinig verbergt, komt het aan op de ingrediënten. Niet zomaar pasta, maar spaghetti van degelijke kwaliteit, bij voorkeur van harde tarwe met een ruwe textuur die de olie vasthoudt. Je scoort uiteraard extra pluspunten als je de spaghetti zelf hebt gemaakt in plaats van aangekocht.

De olijfolie moet fruitig zijn en extra vierge. Geen alledaagse braadolie, maar de fles die je anders bewaart voor bijzondere gelegenheden. Liefst eentje met karakter: een olie uit frantoio-olijven uit Toscane of Umbrië, of een nocellara del Belice uit Sicilië. Wie het graag iets verfijnder aanpakt, kan ervoor kiezen om slechts een deel van de olie te verhitten en op het einde nog een paar lepels rauw toe te voegen. Zo breng je diepte, spanning en frisheid samen in één bord.

De rol van knoflook in dit gerecht wordt vaak onderschat. Toch maakt net de juiste soort een wereld van verschil in smaak en verfijning. Kies je voor een hoogwaardige variëteit zoals de rode knoflook uit Nubia, met zijn krachtige maar gebalanceerde aroma, of Vessalico uit Liguria met zijn delicate toets, dan til je het gerecht meteen naar een hoger niveau. Wie de voorkeur geeft aan een zachter profiel, kan de tenen in hun geheel gebruiken om enkel de olie te aromatiseren en ze daarna weer verwijderen. Op die manier krijg je een subtiele achtergrond zonder dat de knoflook alles gaat domineren.

Voor de peperoncini gaat er niets boven een Spaanse peper uit Calabrië. Die geven niet alleen hitte, maar ook een volle, warme smaak met die kenmerkende zuiderse intensiteit. Het vuur is er, maar nooit vlak of scherp. Het bouwt op, blijft hangen en ondersteunt de andere ingrediënten zonder ze te overheersen.

Sommigen voegen nog wat fijngehakte peterselie toe voor kleur en frisheid. Anderen laten het weg uit principe. Beide zijn juist. Dat is het mooie aan dit gerecht: je proeft altijd de hand van de maker.

Vergeet niet dat dit puurheid in essentie is, en dat elke fout genadeloos wordt uitvergroot. Er is weinig ruimte voor vergissingen. Laat de knoflook of peterselie niet aanbranden, want een hint van bitterheid haalt het hele bord onderuit. Doseer de peperoncino met verstand, zodat het gerecht pittig blijft zonder agressief te worden. En let tenslotte op de balans tussen olie en pasta: te droog mist het smeuïgheid, te vettig maakt het log en onevenwichtig.

Het is de eenvoud die overtuigt, de diepgang die verrast en het karakter dat blijft hangen. Dat maakt van deze klassieker geen bijgerecht of noodoplossing, maar een waardige hoofdrolspeler in elke Italiaanse keuken.

Het originele receptSpaghetti aglio, olio e peperoncino

Ingrediënten (voor 4 personen)

  • 400 g spaghetti
  • 70 ml extra vierge olijfolie van hoge kwaliteit
  • 3 gedroogde of verse rode chilipepers
  • 3 teentjes knoflook
  • Grof zeezout
  • Optioneel: fijngehakte verse peterselie voor afwerking

Bereidingstijd
Voorbereiding: 10 minuten
Koken: 12 minuten
Niveau: zeer eenvoudig

Bereidingswijze

  1. Pasta koken
    Breng een grote pot water aan de kook. Voeg grof zout toe zodra het borrelt en kook de spaghetti tot ze net al dente is. Giet niet alles af: hou een paar eetlepels kookvocht apart.
  2. De olie infuseren
    Verhit intussen de olijfolie op een laag vuur in een ruime pan. Pel de knoflook en voeg die toe aan de olie. Je kan kiezen hoe je hem gebruikt: heel, in twee gesneden of fijn in schijfjes. Hoe fijner je hem snijdt, hoe intenser de smaak. Doe hetzelfde met de chilipeper: verwijder de steeltjes, snij in dunne ringetjes en voeg toe aan de olie. Voor een minder pittige versie kun je de zaadjes verwijderen.
  3. Let op het vuur
    Laat knoflook en chilipeper zachtjes bakken op laag vuur, zodat ze een mooie goudkleur krijgen. Verbranden is uit den boze. Dit proces duurt niet langer dan twee minuten en vraagt je volle aandacht.
  4. Pasta erbij
    Zodra de pasta gaar is, voeg je ze direct toe aan de pan met olie. Meng goed door en voeg een beetje van het bewaarde kookvocht toe om de smaken te laten binden. Laat alles samen nog even kort bakken op hoog vuur, zodat de olie mooi rond de spaghetti kleeft.
  5. Afwerken en serveren
    Serveer onmiddellijk, terwijl de aroma’s nog dampend uit het bord opstijgen. Voor een frisse afwerking kan je wat fijngehakte peterselie over het bord strooien, maar dat is geen verplichting.

Klaar? Smullen maar!

Dit is een gerecht dat werkt omdat het op traditie steunt én op de kracht van basisingrediënten. De knoflook is niet alleen smaakmaker maar ook een natuurlijk antibioticum. Gebruik hem in zijn geheel voor een zachtere toets, of hak hem fijn als je zijn volle karakter wil benutten. Chilipeper voegt niet alleen pit toe, maar heeft ook een weldadig effect op de luchtwegen, de spijsvertering én het humeur.

Dit gerecht vraagt geen Parmezaan of room. Enkel precisie en liefde voor eenvoud. En uiteraard hoort een goed glas wijn erbij. Maar dat is een ander verhaal.