Burato Wines in Verona: een vernieuwde kijk op Valpolicella

In de aanloop naar Vinitaly 2026 kreeg ik een mail binnen met de vraag of ik wou deelnemen aan een winemaker’s diner van Burato Wines. Normaal gezien klasseer ik deze uitnodigingen nogal vlug en ga ik er zelden op in. Deze keer trok ze wel degelijk mijn aandacht want de uitnodiging kwam van Mercuri Wine Club, het project van Master of Wine Cristina Mercuri. Dan weet je dat er kwaliteit achter schuilt en dus aanvaardde ik deze uitnodiging met veel plezier.

De setting was Ristorante Antica Torretta in Verona. Bij aankomst kreeg je een glas Champagne Tarlant Zero Brut Nature geserveerd. Eigenlijk weet je dan al dat je de goede keuze hebt gemaakt. Aanwezig, naast Cristina Mercuri MW, waren eigenaar Andrea Burato en oenoloog Damiano Peroni. Samen begeleidden ze de avond en vertelden ze over de duidelijke lijn die ze volgden. Terroir, geduld en visie waren daarbij de sleutelelementen. Ik voeg daar graag nog passie en gedrevenheid aan toe.

Een jong project met een duidelijke koers

Burato Wines werd tien jaar geleden opgericht met de betrokkenheid van de oenologen Flavio en Damiano Peroni, professionals met een diepgaande kennis van het Valpolicellagebied. Vanaf het begin werd het project gekenmerkt door een duidelijke aanpak: wijnen produceren van hoge kwaliteit die een directe en duidelijke uitdrukking zijn van hun plaats van herkomst.

Het domein bevindt zich in Valpolicella, meer bepaald in het historische hart van Marcellise, en werkt uitsluitend met inheemse druivenrassen. De basis van het project is een strenge selectie van de beste percelen, beoordeeld op bodem, ligging en aangeplante variëteiten. Het doel is duidelijk: elk perceel apart benaderen en het potentieel ervan maximaal tot uiting laten komen, alsof het om een eigen cru gaat.

Bewust kleinschalig werken

Het domein omvat ongeveer twintig hectare maar het wijnproject is bewust gericht op een veel kleiner deel: ongeveer twee hectare, geselecteerd uit de meest geschikte zones. Een bewuste keuze, zo stelt Andrea want enkel de beste percelen van het domein zijn geschikt om wijnen te leveren van de hoogste kwaliteit. Een benijdenswaardige visie, waarbij meteen duidelijk wordt dat kwantiteit hier niet het uitgangspunt is.

De wijngaard vertrekt vanuit de uiteindelijke wijn

Tijdens de avond werd ook uitgelegd waarom Burato met twee verschillende geleidingssystemen werkt: Guyot en Pergola. Dat gebeurt vanuit een agronomische redenering. De wijngaarden worden namelijk van bij de start ingericht in functie van het type wijn dat men wil maken.

Een deel van het fruit is bedoeld voor een frisse vinificatie voor Valpolicella Superiore. Een ander deel is bestemd voor indroging en dus voor Amarone. Daardoor verschilt ook de aanpak in de wijngaard in elke fase, van snoei tot uitdunning, van trosbelichting tot oogstmoment. Het doel is om de wijngaard van meet af aan te organiseren in functie van de uiteindelijke wijn.

Binnen dat geheel speelt Damiano Peroni een centrale rol. In de kelder wordt zo weinig mogelijk geforceerd. Geen overmatige sturing, geen zoektocht naar opgeblazen concentratie, geen drang om alles breder, rijper en zwaarder te maken dan nodig. Damiano benadrukt het herhaaldelijk: tijd is hier cruciaal. De wijnen moeten de nodige tijd krijgen zich te ontwikkelen.

Dat leidt tot een stijl die opvallend ver afstaat van het klassieke beeld van Amarone als rijke krachtpatser. Bij Burato draait het eerder om frisheid, spanning en precisie. Deze filosofie staat mijlenver van de doorsnee Amarone die we te drinken krijgen, deze waarbij je na één glas wijn het reeds voor bekeken houdt omwille van het te rijke, vermoeiende karakter.

Hun ambitie is ook expliciet. Burato wil zich meten met topspelers uit de regio. Dat bleek meer dan eens aan tafel. Ze willen zich profileren in het spoor van Giuseppe Quintarelli of Del Forno.

De wijnen en het menu van de avond

Tijdens het diner werden vier jaargangen voorgesteld, twee Valpolicella Superiore en twee Amarone della Valpolicella Riserva:

Valpolicella Superiore DOC 2019
Valpolicella Superiore DOC 2018
Amarone della Valpolicella DOCG Riserva 2017
Amarone della Valpolicella DOCG Riserva 2016

Het menu van de avond bestond uit:

Battuta di Black Angus, salsa al sottobosco, porcini, nocciole tostate e cialda di riso integrale
Foie gras d’anatra al miele e polline, Bruscandoli, Tête de Moine e pan brioche al pepe nero
Gnocchi di ricotta al tartufo nero e burro noisette
Carré d’agnello in crosta alle mandorle, cavolo nero, topinambur e chimichurri

Valpolicella Superiore DOC 2019

Deze wijn komt van een cru van 1,5 hectare op kalkrijke bodems, aangeplant in Guyot met een densiteit van 5.000 stokken per hectare en biologisch beheerd. De blend bestaat uit 50 procent Corvina, 45 procent Corvinone en 5 procent Rondinella. De oogst gebeurt manueel in de tweede helft van september, met een aparte pluk per druivenras. Daarna volgt vinificatie in eikenhouten, afgeknotte conische kuipen, met koude premaceratie en een lange schilweking. De wijn rijpt vervolgens 36 maanden op hout en nog eens 12 maanden op fles. Productie ligt rond 3.100 flessen, de prijs bedraagt 55 €.

Licht, helder robijnrood met mooie glans. Het aromatische profiel opent met fris zwart fruit, braambes, zwarte bes en pruim, verweven met kruidige tonen, rook en een hint van teer. De houtrijping zorgt voor goed geïntegreerde nuances en voegt balsamische toetsen en donkere specerijen toe zonder de fruitkern te overschaduwen.

In de mond is de textuur compact maar toch verheven: de aciditeit is hoog, levendig en lineair. De tannine is fijn, zijdezacht en gematigd in intensiteit. Het middenpalet is breed en geconcentreerd, gedragen door indringende frisheid en een ziltige lijn die doorloopt tot in de afdronk.

De kwaliteit is hoog, met mooi evenwicht en een aanzienlijke lengte. De algemene indruk is coherent en verfijnd, met een middellang tot lang bewaarpotentieel van 7 tot 10 jaar. Een stijl die densiteit verbindt met verticaliteit, diepgang met souplesse, in een Valpolicella Superiore die houtrijping perfect weet te integreren. Voor mij is dit een wijn die hun ambitie alvast eer aandoet.

Valpolicella Superiore DOC 2018

De 2018 komt van hetzelfde perceel en werd volgens dezelfde filosofie gemaakt. Toch liet deze jaargang zich duidelijk anders proeven. Meer ontwikkeld, iets kruidiger, iets vleziger ook, en met een steviger omkadering.

De neus ging eerder richting kruiden, balsamico en gekonfijte sinaaszeste, met zelfs een licht oxidatieve toets die de wijn extra karakter gaf. Alles bleef netjes binnen de lijnen. Ook hier was het hout goed geïntegreerd.

In de mond kwam 2018 wat gespierder over dan 2019, met een steviger middenstuk en een iets nadrukkelijkere structuur. Toch bleef ook hier de frisheid de wijn dragen. De zuren waren knapperig en bepalend. De tannine was zijdeachtig en mooi ingewerkt. De finale hield lang aan, met duidelijke spanning. Dit is een serieuzere, iets bredere interpretatie, maar nog steeds met voldoende precisie om overeind te blijven.

Amarone della Valpolicella DOCG Riserva 2017

Voor de Amarone 2017 gaat het om twee percelen samen, goed voor 1,4 hectare, geleid in Pergola. De blend bestaat uit 47,5 procent Corvina, 47,5 procent Corvinone en 5 procent Rondinella. De druiven worden ongeveer negentig dagen natuurlijk gedroogd in de fruttaio. Daarna volgt een lange maceratie en een opvoeding van 48 maanden op hout, gevolgd door nog eens 12 maanden flesrijping. De productie bedraagt ongeveer 2.650 flessen. Voor een fles betaal je 120 €.

Dit was een Amarone die meteen breed opende. Rijp zwart fruit, gedroogde pruim, zwarte bes, gedroogde kruiden, balsamische accenten en subtiele specerijen. De aromatische intensiteit was groot, maar mooi beheerst.

In de mond zat er uiteraard kracht in, dat kan ook moeilijk anders met 16,5 procent alcohol, maar de wijn bleef uitstekend in balans. Wat mij aansprak, was dat de wijn nooit zwaar werd. De zuren houden alles recht. De tannine is rijp en fluwelig. De restsuiker van 7 gram per liter vertaalt zich niet in zoetheid, wel in extra volume en ronding. De finale bleef droog en had zelfs iets krijtachtig en ziltig. Dit is een Amarone met inhoud en breedte, maar tegelijk met voldoende grip en fraîcheur om boeiend te blijven.

Amarone della Valpolicella DOCG Riserva 2016

De 2016 werd volgens dezelfde aanpak gemaakt, maar toonde zich nog een trapje serieuzer. Dieper, compacter, minder direct in zijn expressie, maar daardoor ook interessanter. Dit was duidelijk een wijn die zijn kaarten niet meteen volledig op tafel legt.

De neus begon vrij ingehouden, met tonen van geroosterde koffie, rijp zwart fruit, balsamico en specerijen. Alles was meer ingetogen. De aromatische intensiteit was er wel, maar verpakt in een donkerder, compactere stijl.

In de mond kreeg je dan een brede en rijke aanzet, met veel materie, maar opnieuw zonder enige vermoeidheid. De zuren zijn ook hier cruciaal. Ze zijn dragend en geven richting, spanning en lengte. De tannine is fluwelig en rijp. De alcohol is mooi opgenomen in het geheel. De finale was lang, met kruidige en ziltige accenten die voor extra fraîcheur zorgden.

Van de vier wijnen was dit voor mij wellicht de meest complete. Complexer en volwassener dan 2017, met nog meer diepgang.

Mijn indruk van de avond

Wat deze tasting vooral duidelijk maakte, is dat Burato Wines een heel eigen richting uit wil met Valpolicella. Men zoekt hier niet naar meer gewicht, meer extractie of meer monumentale kracht. Men creëert duidelijk een eigen identiteit.

De Valpolicella Superiore 2019 vond ik bijzonder knap omwille van zijn helderheid en energie. De 2018 had meer body en meer kruidige diepte. Bij de Amarone’s sprak de 2016 mij het meest aan, terwijl de 2017 misschien net iets sneller het grote publiek zal verleiden.

Een meer dan geslaagde avond en een bijzonder aangename kennismaking met Burato Wines. Dank aan Cristina Mercuri MW voor de introductie, de uitnodiging en de uitstekende begeleiding van de avond.

Cristina Mercuri MW: een prestatie van het hoogste niveau

Een paar dagen geleden bereikte ons het nieuws dat Cristina Mercuri officieel de titel Master of Wine (MW) behaalde. Een mijlpaal voor haar, en de bekroning op jaren van studie en zelfstudie, gekoppeld aan ontelbare proefsessies.

Ik ontmoette Cristina in 2025 op Sicilië, tijdens Le Contrade dell’Etna, een trip die zij voor mij verzorgde. Etna is geen makkelijke context: veel producenten, veel micro-terroirs, veel meningen en vooral veel overtuiging. Net daar viel me op hoe Cristina beweegt in het veld: gedreven, scherp en inhoudelijk sterk. Ze sprak met kennis van zaken, maar minstens even belangrijk: ze kreeg ook zichtbaar respect van de wijnbouwers zelf.

Toen gonsde het al van de geruchten dat haar benoeming tot Master of Wine “slechts een kwestie van tijd” was. Iedereen sprak haar erop aan, en telkens zag je hoe trots, maar ook hoe vastberaden, ze dat met zich meedroeg.

Met haar telt Italië intussen vier Masters of Wine: Gabriele Gorelli, Andrea Lonardi, Pietro Russo én nu Cristina Mercuri. Zij is daarbij de eerste vrouwelijke MW die in Italië gebaseerd is.

In interviews omschreef Cristina die Master of Wine route als een zevenjarige tocht die haar meer dan eens deed twijfelen. Niet omdat ze het half wilde doen, maar omdat ze zichzelf jarenlang in een strak regime zette: studeren naast het werk, proeven op methodiek in plaats van buikgevoel, en telkens opnieuw herbeginnen waar het nog niet scherp genoeg zat. Ze vertelde ook hoe ze onderweg tegenslagen moest verwerken, zoals een examenfase die pas bij een volgende poging lukte. En vooral hoe de Research Paper haar tot het uiterste dreef: schrijven, herschrijven, bronnen wegen, en je eigen conclusies durven bevragen. Zelfs wanneer je denkt dat alles binnen is, blijft het wachten: bij haar duurde het meer dan 18 maanden voor de paper definitief werd goedgekeurd.

En als die finish dan uiteindelijk gehaald is, mag het ook gewoon gezegd worden, in het Italiaans zoals het hoort:

Complimenti, Cristina. Bravissima e avanti così.

Wat is een Master of Wine (MW)?

De Master of Wine-titel is het eindpunt van één van de meest veeleisende trajecten in de wijnwereld. Het is een kwalificatie die aantoont dat je wereldwijd kan proeven, analyseren én onderbouwen. Technisch, commercieel en cultureel. Het examenparcours rust op drie pijlers:

  • Praktijk (blind proeven)
    Drie proefexamens met telkens 12 blind geproefde wijnen. Kandidaten moeten niet alleen herkomst en druif benaderen, maar vooral de stijl, kwaliteit, vinificatiekeuzes, rijpingsniveau en marktpositie beargumenteren. Met andere woorden: niet raden, maar denken in scenario’s en die sluitend motiveren.
  • Theorie (vijf papers/essays)
    Vijf schriftelijke examens over de volledige keten: van viticultuur en vinificatie tot wijnbehandeling & logistiek, business en contemporary issues. Het gaat daarbij om het kunnen leggen van verbanden: klimaatdruk, regelgeving, supply chain, consumententrends, duurzaamheid, prijszetting en positionering.
  • Research Paper
    Een originele, diepgravende studie over een wijn-gerelateerd thema. Dat kan vertrekken vanuit wetenschap, sociale wetenschappen, geschiedenis of cultuur, maar de lat ligt hoog: het moet een vraag scherp formuleren, bronnen kritisch verwerken en tot een eigen onderbouwde conclusie komen. Pas na de goedkeuring van die paper volgt de definitieve toekenning van de titel.

Bovendien onderschrijft elke Master of Wine de IMW Code of Conduct: een professionele belofte rond integriteit, onafhankelijkheid, eerlijkheid en het delen van kennis. Dat is essentieel, omdat de titel ook gezag geeft en dat gezag moet correct gebruikt worden.

Wie is Cristina Mercuri?

Cristina’s profiel is opvallend breed. Ze startte haar carrière als advocaat in internationale kantoren en stapte in 2015 bewust de wijnwereld in. Sindsdien bouwde ze een parcours uit dat tegelijk educatief, strategisch en communicatief is, met een sterke focus op proeven met methode en helder communiceren over wijn.

Als Founder & CEO van Mercuri Wine Club combineert ze consulting en training voor Italiaanse en internationale producenten: van educatie en brand development tot marktstrategie en communicatie. Met haar WSET Diploma als fundament werkte ze zich uit tot een specialist in internationale wijnopleidingen, met een duidelijke focus op Italië: ze helpt producenten en professionals om Italiaanse wijn niet alleen correct, maar ook overtuigend te positioneren op exportmarkten. Verder is ze actief als wine editor/bijdrager voor Forbes Italia, jurylid in internationale competities (o.a. Decanter) en docent tot op hoog niveau.

Haar Research Paper: wijn, vrouwen en beeldvorming

Een Master of Wine-traject eindigt niet met een proefexamen, maar met onderzoek dat ook echt iets moet toevoegen. Cristina Mercuri koos daarbij voor een onderwerp dat minstens even bepalend is voor hoe wijn vandaag functioneert: communicatie en dan vooral de beeldtaal die daarbij hoort.

Haar paper draagt de titel: “Wine, Women and Fascism: A Visual Analysis of the Representation of Women in Propaganda in Enotria (1922–1942)”. Enotria was het eerste Italiaanse tijdschrift dat zich specifiek op wijn toelegde. Mercuri vertrekt vanuit de illustratieve covers uit die periode en onderzoekt hoe vrouwen daarin werden afgebeeld. Niet toevallig: in de context van het fascistische tijdperk werd beeldvorming vaak ingezet om rollen, normen en “ideale” maatschappelijke modellen te bevestigen.

Om dat te ontrafelen gebruikt ze visuele semiotiek. Een methode die kijkt naar wat beelden communiceren via symbolen, houdingen, composities en impliciete boodschappen. Met andere woorden: niet alleen wat je ziet, maar wat het betekent, en welk verhaal er onder de oppervlakte wordt verteld. Haar analyse toont hoe vrouwelijke representatie kon functioneren als propagandamiddel: als decor, als symbool, als rolmodel, als instrument om een bepaalde maatschappelijke orde te normaliseren.

De echte meerwaarde zit in de brug naar vandaag. Mercuri’s onderzoek maakt duidelijk dat wijncommunicatie nooit puur over het product gaat. Wijn wordt ook “gemaakt” in beeld: via taal, stereotypes, framing, fotografie, etiketten, marketing en de rollen die we daarbij toekennen. Dat is precies waarom dit onderwerp relevant blijft voor de sector: het dwingt je om bewuster te kijken naar het verhaal dat we rond wijn bouwen en naar wie daarin vanzelfsprekend een plaats krijgt, en wie niet.

Foto van Contrade dell’Etna met Cristina als eerste van rechts bij Tascante

Alberello op de Etna: De kleine boom die grootse wijnen voortbrengt

Onlangs viel er een uitnodiging in de bus van Cristina Mercuri (http://www.wine-club.it) of ik wou deelnemen aan de Contrade dell’ Etna. Gezien dit voor een keer paste in mijn agenda trok ik richting de mythische berg, Mongibello – de lokale benaming voor de Mount Etna – waar lava en wijn hand in hand gaan. Je mag in de komende weken dan ook wat artikelen verwachten over de wijnbouw op de flanken van deze vurige reus.

Stel je voor: een wijnstok die eruitziet als een miniatuurboom, laag bij de grond, met knoestige armen die zich uitstrekken als de tentakels van een oude octopus. Dit is de alberello, Italiaans voor “kleine boom”, een traditionele snoeimethode die al eeuwenlang wordt toegepast op de vulkanische hellingen van de Etna. Maar laat je niet misleiden door zijn bescheiden uiterlijk; deze methode levert enkele van de meest karaktervolle wijnen van Sicilië op.

Van de Grieken naar de Etna: geschiedenis in de wijnstok

De alberello is niet zomaar een lokale vondst. Deze snoeimethode arriveerde ooit met de Grieken in het Middellandse Zeegebied en werd verder verfijnd door de Romeinen. Die Romeinse landbouwkundigen waren gek op orde (letterlijk) en plantten hun bomen en wijnstokken bij voorkeur in een quincunx-patroon: een soort kruisvormig schaakbord waarbij elke plant op gelijke afstand van de andere staat, als de stippen op een dobbelsteen.

Waarom? Omdat het niet alleen mooi is (en dat vonden de Romeinen belangrijk), maar ook functioneel: maximale benutting van ruimte, optimale lichtinval en een natuurlijke harmonie, zelfs op een bergflank die meer weg heeft van een verbrijzeld lavadecor dan van een strak landbouwperceel.

Wat is Alberello precies?

De alberello is een snoeimethode waarbij de wijnstok laag bij de grond blijft, zonder draden of geleidingssystemen. Elke plant krijgt zijn eigen kastanjepaal en wordt geplant volgens die oude quincunx-indeling, waarbij elke wijnstok de top vormt van een denkbeeldige driehoek.

Ondanks de grillige terrasvormige aanleg van de vulkaanflanken straalt een goed aangeplante alberello-wijngaard rust en regelmaat uit. De symmetrie van de quincunx negeert als het ware de chaos van de ondergrond. De wijnstok ontwikkelt een autonome groeiwijze, minder afhankelijk van irrigatie of externe ingrepen, en haalt mineralen op uit de diepe vulkanische lagen.

Waarom Alberello op de Etna?

De Etna is geen makkelijke plek voor wijnbouw. De steile hellingen, onvoorspelbare weersomstandigheden en de zanderige, vulkanische bodems vragen om een systeem dat niet tegen de natuur werkt, maar ermee samenleeft. De alberello blijkt daar de perfecte partner: laag bij de grond, bestand tegen de wind, en zo geplaatst dat de bladeren elkaar nauwelijks overschaduwen.

Dankzij het ontbreken van kunstmatige irrigatie worden de planten gestimuleerd om zich diep in de bodem te nestelen, waar ze zich aanpassen aan het ritme van de vulkaan. Dit geeft wijnen met een duidelijke link naar hun oorsprong – oftewel: terroir in hoofdletters.

Een kwestie van kwaliteit boven kwantiteit

Je moet er wat voor over hebben. De alberello-methode is arbeidsintensief en levert minder druiven op per hectare dan moderne systemen. Maar wat je krijgt, is goud in druifvorm: geconcentreerde smaken, karakter, en een plant die zich staande weet te houden zonder dat je hem om de haverklap moet bijsturen.

Bovendien hebben deze stokken een indrukwekkende levensduur – sommige staan er al meer dan een eeuw. Ze ontwikkelen diepe wortelstructuren, kennen hun plek in de wijngaard en brengen wijnen voort met een stabiliteit en balans waar menig hightech installatie alleen maar van kan dromen.

De esthetiek van evenwicht

In een goed beheerde alberello-wijngaard wordt een zeldzaam soort evenwicht bereikt. Elke wijnstok krijgt exact dezelfde ruimte, zonlicht en toegang tot voedingsstoffen. Doordat de bladoppervlakte perfect is afgestemd op het wortelvolume, een uitzonderlijk hoge blad/wortel-verhouding in de wijnbouw, ontstaat er een zelfregulerend ecosysteem dat nauwelijks externe input nodig heeft.

Geen overbodige irrigatie, geen overbemesting. Wat je krijgt, is een plant die in balans is met zijn omgeving en een wijn die dit weerspiegelt.

De toekomst van Alberello: tussen romantiek en realiteit

Vandaag de dag is ongeveer 35% van de wijngaarden op de flanken van de Etna nog aangeplant volgens het alberello-systeem. De rest maakt steeds vaker plaats voor het espalier-systeem, waarbij de wijnstokken langs draden worden geleid. De reden? Arbeidsintensiteit en kosten. Het alberello-systeem vereist uitsluitend handmatige arbeid, van snoei tot oogst, wat de kosten per kilo druiven aanzienlijk verhoogt. Hoewel exacte cijfers variëren, kan de kostprijs per kilo druiven bij alberello-aanplantingen tot twee à drie keer hoger liggen dan bij mechaniseerbare systemen.

Toch is er hoop voor een heropleving van deze traditionele methode. In het licht van de klimaatverandering wordt alberello steeds vaker genoemd als een mogelijke oplossing. Professor Attilio Scienza, een vooraanstaand expert in de wijnbouw, benadrukt dat traditionele systemen zoals alberello voordelen kunnen bieden in specifieke terroirs en onder bepaalde klimatologische omstandigheden. Hij wijst erop dat, hoewel het systeem arbeidsintensief is, het in bepaalde regio’s met unieke klimatologische omstandigheden nog steeds relevant en effectief kan zijn.

Bovendien tonen recente studies aan dat klimaatverandering de wijnbouw in Italië beïnvloedt, met name in zuidelijke en kustgebieden. Door stijgende temperaturen en toenemende droogte kunnen traditionele systemen zoals alberello bijdragen aan de aanpassing van de wijnbouw aan deze veranderingen.

In dit licht zouden bepaalde Italiaanse DOC-gebieden baat kunnen hebben bij een herintroductie of versterking van het alberello-systeem. Regio’s zoals Puglia, Sicilië en delen van Campanië, waar de klimatologische omstandigheden steeds extremer worden, kunnen profiteren van de voordelen van alberello, zoals betere bescherming tegen hitte en droogte, en een diepere wortelstructuur die toegang biedt tot ondergrondse waterreserves. In sommige dorpen in Puglia, waar zomerhitte en winddruk steeds problematischer worden, experimenteren kleine producenten opnieuw met alberello in oudere olijfgaarden die nu voor wijnbouw worden herbestemd.

Conclusie: De magie van de Etna in je glas

De alberello-methode op de Etna is meer dan nostalgie of folklore. Het is een manier van wijn maken die gebaseerd is op eeuwenoude kennis, liefde voor het land en een diep begrip van wat de natuur nodig heeft om het beste van zichzelf te geven. Dus als je de volgende keer een glas Etna Rosso heft, denk dan even aan die kleine, stoere wijnstokken met hun kastanjepaal, die daar al decennia, soms eeuwen, de elementen trotseren.