Pansoti con Preboggion: een bolle omhelzing van Ligurië

Onlangs stuitte ik op een pastasoort waar ik nog nooit van had gehoord, op één van mijn favoriete YouTube-kanalen: Pasta Grannies. De 92-jarige Enrichetta bereidde er pansoti con preboggion. Een korte zoektocht bracht me naar Ligurië, de streek waar deze gevulde pasta vandaan zou komen.

Ligurië doet meteen denken aan pesto genovese, focaccia, coniglio alla ligure en natuurlijk ravioli. Maar Pansoti con Preboggion? Die had ik daar eerlijk gezegd nooit mee geassocieerd. Het filmpje werkte echter aanstekelijk en prikkelde mijn nieuwsgierigheid. Voor ik het wist, zat ik tot over mijn oren in een wereld van wilde kruiden, zachte kaas en walnotensaus.

Wat zijn pansoti con preboggion?

Pansoti zijn gevulde pastakussentjes uit Ligurië, driehoekig van vorm en herkenbaar aan hun bolle buik. Die buik is meteen ook hun naamgever: pansa betekent in het Ligurisch ‘buik’, en dat zie je. Ze zijn boller dan klassieke ravioli en worden meestal niet in rechte vierkanten maar in sierlijke driehoeken of halve manen gevouwen.

Hoewel ze aanvoelen als een eeuwenoude plattelandsklassieker, zijn pansoti verrassend jong. Ze doken voor het eerst op in de streek rond Rapallo in de jaren 1920, vaak geserveerd tijdens feestdagen als Pasen. Vanaf de jaren 30 verschenen de eerste recepten in kookboeken, maar hun echte doorbraak kwam in 1961. Tijdens het Gastronomisch Festival van Nervi stelde Antonio Ruggero van restaurant La Manuelina in Recco een versie voor met walnotensaus en een vulling van preboggion, een kruidige mengeling geplukt op de Monte di Portofino.

Die versie sloeg aan. Pansoti werden voortaan geassocieerd met voorjaarsgroen, zachte kaas en een romige saus die geen vlees nodig heeft om toch volwaardig aan te voelen. Het gerecht kreeg een plaats in de Ligurische keuken als symbool van eenvoud, seizoen en streek.

De vulling is traditioneel opgebouwd uit een mengsel van wilde of gecultiveerde kruiden, de preboggion, gecombineerd met ricotta of prescinsêua, een frisse kaas uit de regio. De smaak is groen, zacht en licht kruidig, soms met een toets knoflook. Daarbij komt dan de klassieke salsa di noci: een saus op basis van walnoten, broodkruim, Parmezaanse kaas en een vleugje melk of room. Die romige, notige saus vormt een natuurlijk tegengewicht voor de lichte vulling.

Preboggion: wat zit er in dat groene geheim?

Er bestaat geen vast recept voor wat er in preboggion moet zitten. Het is de naam voor een mix van wilde voorjaarskruiden die langs de Ligurische hellingen, muurtjes en paadjes groeien. De exacte samenstelling varieert per streek, per seizoen en zelfs per familie. Wat op dat moment beschikbaar is, bepaalt wat erin gaat.

Typische ingrediënten zijn wilde snijbiet, paardenbloemblad, veldsla, jonge brandnetel, cichorei en marjolein. Soms komen daar ook jonge prei of daslook bij, afhankelijk van wat er in de natuur te vinden is. Er zijn recepten met drie soorten kruiden, maar er bestaan ook versies waarin tot dertien verschillende planten samenkomen. Het resultaat is telkens een momentopname van het seizoen.

De kruiden worden steeds kort geblancheerd, een stap die onlosmakelijk verbonden is met de naam. Preboggion is afgeleid van het dialectwoord prebuggiâ, wat zoveel betekent als ‘vooraf koken’. Het blancheren dient om de kruiden zachter te maken en hun bitterheid te temperen, zonder hun frisse karakter te verliezen.

De vulling en de klassieke walnotensaus

De vulling is uiteraard het belangrijkst in de pansoti. De preboggion van wilde kruiden worden er gecombineerd met verse kaas zoals ricotta of, voor wie het lokaal wil houden, prescinsêua. Die laatste is een frisse, lichtzure wrongelkaas uit de streek rond Genua. Haar iets lopendere textuur en subtiele zurigheid geven de vulling een uitgesproken maar zachte balans.

Soms wordt een ei toegevoegd om de binding te versterken, zeker als men werkt met een grovere kruidenmengeling. Een royale hoeveelheid geraspte Parmezaanse kaas en een vleugje nootmuskaat kunnen de vulling verder afronden.

De bijhorende walnotensaus, salsa di noci, maakt het gerecht helemaal af. Ze wordt bereid met gepelde walnoten, geweekt broodkruim, knoflook, Parmezaanse kaas, olijfolie en een beetje melk of room. Alles wordt fijngemalen tot een romige saus die net genoeg textuur behoudt. De saus wordt nooit verhit op het vuur, maar gewoon licht opgewarmd, zodat de smaken niet bitter worden en de noten hun zachtheid behouden.

Enrichetta’s wijsheid: waarom haar video mijn nieuwsgierigheid wekte?

In onderstaande video toont Enrichetta op het kanaal Pasta Grannies hoe zij haar pansoti con salsa di noci bereidt. Ze knipoogt hierbij naar de essentie van het gerecht en deelt haar authentieke recept met liefde, geduld en zonder poespas. Ze weegt haar woorden zoals ze haar ingrediënten weegt: zorgvuldig en zonder overdrijving. Haar vulling is klassiek, haar saus eenvoudig, haar uitvoering trefzeker.

Het is precies die nuchtere eerlijkheid, gecombineerd met haar stille vanzelfsprekendheid, die me naar dit gerecht – en dus naar dit artikel – trok.

Variaties op deze klassieker

De klassieke versie is heilig, maar dat houdt Ligurische chefs niet tegen om te experimenteren. Zo duiken er varianten op met rucola, basilicum, paddenstoelen of zelfs artisjok in de vulling. Sommigen vervangen de walnotensaus door een saus van courgettecrème, pistachepesto of gewoon wat goede olijfolie met salie. Niks mis mee, zolang het evenwicht tussen vulling en saus maar klopt.

Recept: Pansoti met wilde rucola en walnotensaus

Voor wie het liever zelf doet, een originele twist op de klassieker met wilde rucola.

Voor het deeg:

  • 300 g bloem (tipo 00)
  • 1 el witte wijn
  • 1 ei
  • Snufje zout

Voor de vulling:

  • 300 g wilde rucola
  • 150 g ricotta
  • 50 g Parmezaanse kaas
  • 1 ei
  • 1 teentje knoflook (fijngehakt)
  • Zout, peper en een snuifje nootmuskaat

Voor de walnotensaus:

  • 100 g walnoten (10 min geweekt in warm water)
  • 1 teentje knoflook
  • 30 g broodkruim geweekt in melk
  • 30 g Parmezaanse kaas
  • 2 el olijfolie
  • 1 el melk of room
  • Zout naar smaak

Bereiding:

  1. Kneed een soepel deeg van bloem, ei, wijn en zout. Laat 30 minuten rusten onder een doek.
  2. Blancheer de rucola kort, laat uitlekken en hak fijn. Meng met de kaas, het ei, knoflook en kruiden.
  3. Mix alle ingrediënten voor de saus tot een gladde saus.
  4. Rol het deeg dun uit en steek cirkels of vierkanten uit. Lepel er wat vulling op, vouw tot driehoekjes en druk de randen goed aan.
  5. Kook de pansoti in ruim gezouten water tot ze boven komen drijven.
  6. Meng voorzichtig met de warme walnotensaus.

Heerlijke gelukzaligheid

Hoewel ikzelf met een zekerheid grenzende waarschijnlijkheid doorgaans voor een vleesvulling zou kiezen, doet deze versie van pansoti con preboggion me simpelweg gelukzalig glimlachen. Het is een ode aan het verleden, aan koken zonder bombast of technische snufjes – op dat ene onmisbare pastamolentje na.

In de video zie je hoe vroeger zelfs een eenvoudige au bain marie werd toegepast zonder daar veel woorden aan vuil te maken. Zulke verhalen moeten we koesteren. Niet uit nostalgie, maar omdat ze ons herinneren aan de kracht van eenvoud en doorgegeven kennis. Recepten als deze horen niet te verdwijnen in een archief, maar verder verteld en vooral: verder gekookt te worden.

Dus haal die pastaplank uit de kast en ga aan de slag. Serveer je pansoti met een glas koele Pigato, en je begrijpt meteen waarom sommige geheimen pas echt smaken als je ze zelf ontdekt.

Buon appetito.

Agnolotti alla Piemontese: Een kneepje van het vak

In onze zoektocht naar interessante gerechten om volgend seizoen op het menu van kookclub De Kemphanen te zetten, stuitte ik op een bijzondere Piemontese variant van ravioli. Het leek me meteen een leuk idee, niet alleen omdat het gerecht vrij onbekend is, maar vooral omdat het sterk lokaal verankerd is in de Italiaanse eetcultuur. Want ja, daar in het glooiende Piemonte, in het noorden van Italië, vind je een opmerkelijk pastagerecht: Agnolotti alla Piemontese. Deze gevulde pasta wordt vaak beschouwd als de “ravioli van Piemonte”. Vooral de verfijnde variant Agnolotti del Plin, herkenbaar aan de typische sluiting met een kneepje, staat symbool voor de rijke culinaire traditie waar deze regio zo bekend om staat.

Wat is Agnolotti alla Piemontese?

Agnolotti alla Piemontese behoort tot de categorie van de gevulde pasta’s, maar onderscheidt zich door zijn compacte vorm, zijn fijne structuur en vooral door zijn uitgesproken regionale karakter. In tegenstelling tot klassieke ravioli, waarbij de vulling vaak romig is en het deeg wat dikker, kenmerkt agnolotti zich door dun uitgerolde pasta met een stevige, hartige vulling, op basis van gekookt of gestoofd vlees. Vaak worden restjes rund, varken of konijn gecombineerd met bladgroenten zoals spinazie of scarola, een milde soort andijvie die veel gebruikt wordt in de Italiaanse keuken, en op smaak gebracht met nootmuskaat, ei en Parmezaanse kaas.

In de Piemontese traditie worden opsmuk en zware sauzen vermeden. De pastakussentjes worden bewust geserveerd met eenvoudige begeleiders: gesmolten boter en salie, een lichte jus van gebraden vlees (sugo d’arrosto), of soms zelfs in een geurige bouillon. Zo blijft de aandacht volledig op de kwaliteit van de pasta en haar vulling gericht. In Piemonte is het zelfs gebruikelijk om ‘al tovagliolo’ te serveren. Zonder saus, tussen twee lagen doek, zodat de pasta haar eigen smaak volledig kan tonen. Dit toont het vertrouwen in de kwaliteit van de ingrediënten én in het vakmanschap van de bereider.

📜 Traditie op z’n puurst: Agnolotti al tovagliolo

──────────────────────────────
🧵 “Al tovagliolo” betekent letterlijk “in het servet”. In deze traditionele serveervorm uit Piemonte worden vers gekookte agnolotti zonder saus gepresenteerd tussen een opgevouwen linnen doek.

💡 Deze ingetogen manier van serveren vindt haar oorsprong in de boerenkeukens van vroeger: het hield de pasta warm, droogde haar lichtjes, en liet de smaken van deeg en vulling volledig tot hun recht komen.

🍽️ Vandaag herontdekken sommige trattoria’s deze sobere maar krachtige stijl, als eerbetoon aan de essentie van de Piemontese keuken: eenvoud, kookkunst en respect voor het product.

Probeer het zelf eens uit. Geen saus, geen franjes. Alleen pasta, warmte en smaak.

──────────────────────────────

Een bijzondere uitvoering van dit gerecht is Agnolotti del Plin, waarbij de pasta over de vulling wordt gevouwen en met een snelle kneep, de plin, tussen de vingers wordt dichtgedrukt. Deze techniek, afkomstig uit de Langhe- en Roero-streek, zorgt voor de karakteristieke gerimpelde vorm en vraagt om handigheid en een geoefend gevoel voor detail. In veel Piemontese huishoudens wordt de plin nog steeds met de hand uitgevoerd.

Geschiedenis en oorsprong

De oorsprong van agnolotti gaat terug tot minstens de 14e eeuw, een tijd waarin voedselverspilling geen optie was en elk restje zorgvuldig werd benut. In deze context ontstond agnolotti als een boerengerecht bij uitstek: een praktische manier om restjes gebraden of gestoofd vlees, groenten van het seizoen en stukjes kaas te verwerken in een voedzame en smakelijke maaltijd.

Het gerecht groeide uit tot een vaste waarde in de landelijke feestkeuken van Piemonte. Bij oogstfeesten, winterse familiemaaltijden of religieuze vieringen werd het deeg met de hand uitgerold en gevuld met een vulling die weerspiegelde wat het huis te bieden had. In deze periode ontwikkelde zich ook de eenvoud van het gerecht.

Vanaf de 18e en 19e eeuw, toen Piemonte steeds meer invloed kreeg als cultureel en politiek centrum binnen het Koninkrijk Sardinië en later het verenigde Italië, verschoof het gerecht van boerentafel naar bankettafel. Agnolotti werd geserveerd in de paleizen van Turijn en bij de adellijke families van de Langhe en Monferrato. De vulling werd rijker, het deeg dunner, en de vorm strakker. Het symbool van noodzaak werd zo een teken van verfijning en vakmanschap.

📜 Over de naam: Angiolino of anellus?
De etymologie van het woord agnolotti is onderwerp van discussie. Een populaire theorie wijst naar een zekere Angiolino, een legendarische kok uit Monferrato, ook wel “Angelòt” genoemd, die het gerecht naar verluidt als eerste op deze wijze bereidde. Zijn naam zou via het dialect zijn verbasterd tot “agnolotti.”

Een alternatieve uitleg verbindt het woord met het Latijnse “anellus”, wat “ring” betekent. Sommigen vermoeden dat deze naam verwijst naar een oudere, ronde vorm van gevulde pasta die aan agnolotti voorafging. Wat wel vaststaat: de benaming verschilt per vallei, per dorp en soms zelfs per familie.

En elders in Italië?

Hoewel Agnolotti onlosmakelijk verbonden is met Piemonte, heeft het gerecht zich verspreid naar enkele naburige regio’s, waar het telkens een eigen invulling heeft gekregen.

In Lombardije, in de provincie Pavia, komt men agnolotti di brasato tegen: gevulde pasta met gestoofd rundvlees, vaak geserveerd met een rijke vleesjus. De vorm is vergelijkbaar, maar het deeg is soms iets dikker, en de vulling eenvoudiger gekruid. Het blijft echter meer een ‘import’ dan een traditie van eigen bodem.

In Ligurië duikt een soortgelijke pasta op onder de naam pansoti. Iets groter, vaak halfmaanvormig en meestal gevuld met ricotta en wilde kruiden (preboggion). Hoewel pansoti eerder een vegetarisch broertje is dan een directe afstammeling van agnolotti, toont het wel hoe het idee van gevulde pasta in heel Noord-Italië leeft.

Zelfs in delen van Emilia-Romagna, waar tortellini en cappelletti regeren, wordt met bewondering gekeken naar de verfijning van Agnolotti del Plin. Het komt er zelden op het menu, maar bij chef-koks die op zoek zijn naar pure smaken en sobere elegantie, duikt het af en toe op als eerbetoon aan het Piemontese ambacht.

Toch blijft Piemonte het kloppend hart van dit gerecht. Buiten de regio wordt agnolotti vaak als “nog een soort ravioli” gezien. Een misvatting die alleen verdwijnt wanneer men het gerecht proeft zoals het bedoeld is: handgemaakt, met stevige vulling en eenvoudige begeleiding.

Hoe maak je ‘het kneepje’

Het kenmerkende plin, het kneepje, is misschien het kleinste gebaar in de bereiding van Agnolotti del Plin, maar tegelijk het meest betekenisvolle. Het is een snelle, trefzekere kneep tussen duim en wijsvinger waarmee de pasta tussen de vullingen wordt dichtgedrukt. Je werkt op een lange strook uitgerold deeg, waarop kleine porties vulling in een rij worden gelegd. Daarna vouw je het deeg over de vulling, zodat je een gesloten flap krijgt, en dan volgt het ritme: duim, wijsvinger, kneep – nog eens, nog eens, tot het hele lint in kussentjes verdeeld is.

Het lijkt eenvoudig, maar vraagt in de praktijk oefening. Te zacht, en de pasta komt open tijdens het koken. Te hard, en de vulling wordt eruit gedrukt. Het vergt een zekere soepelheid in de vingers, gevoel voor druk en vooral: ervaring.

🍝 Tips voor een goede plin:

  • Deegdikte is cruciaal
    Het deeg moet dun genoeg zijn om soepel te plooien, maar sterk genoeg om de kneep aan te kunnen zonder te scheuren. Een stand 6 of 7 op een klassieke pastamachine is meestal ideaal.
  • Afstand houden
    Plaats de vulling met regelmaat: zo’n 2 cm tussenruimte is optimaal. Te dicht, en je krijgt geen duidelijke scheiding. Te ver, en je verliest de typische vorm.
  • Lucht eruit
    Druk eerst zachtjes rondom de vulling om lucht te verwijderen, voor je de kneep zet. Luchtbellen zorgen voor barsten tijdens het koken.
  • Werk droog, maar niet stoffig
    Te veel bloem op het werkvlak kan maken dat de pasta niet goed sluit. Licht bebloemen volstaat.

Recept: Agnolotti del Plin (voor 4 personen)

Voor de vulling

  • 200 g varkenshaas
  • 250 g rundvlees (bij voorkeur stoofvlees)
  • 200 g konijnenbouten
  • 300 g wortelen
  • 100 g bleekselderij
  • 150 g ui
  • 30 g spinazie
  • 30 g escarole
  • 1 ei
  • 15 g Parmezaanse kaas (geraspt)
  • zout en peper naar smaak
  • extra vierge olijfolie
  • rode wijn (voor het deglaceren)
  • vleesbouillon

Voor het pastadeeg

  • 150 g bloem (type 00)
  • 100 g eidooiers
  • 1 extra eidooier (losgeklopt, om het deeg te bestrijken)

Voor de afwerking

  • 20 g bloem
  • 20 g boter
  • 200 g braadvocht of fond van het gestoofde vlees

Bereidingswijze

1. Het deeg
Meng de bloem met de eidooiers tot een glad, homogeen deeg. Wikkel in plasticfolie en laat het minstens 30 minuten rusten in de koelkast.

2. De vulling bereiden
Snijd het vlees in kleine stukken en de ui in fijne ringen. Haal het vlees licht door de bloem en schud het overtollige eraf. Verhit een diepe pan met een scheutje olijfolie en bak het vlees goudbruin aan. Voeg de ui toe en blus het geheel met een scheut rode wijn. Laat de alcohol verdampen en voeg bouillon toe tot het vlees net onderstaat. Laat alles rustig garen tot het vlees boterzacht is en het vocht is ingekookt tot een geconcentreerde jus.

Voeg in de laatste fase de gekookte en fijngehakte groenten toe (wortel, bleekselderij, spinazie, escarole). Laat nog kort stoven. Maal het geheel fijn in een keukenmachine en meng er het ei en de Parmezaanse kaas door. Breng op smaak met peper en zout. Laat de vulling afkoelen.

3. De agnolotti vormen
Rol het deeg uit tot zeer dunne stroken van ongeveer 7 cm breed. Bestrijk één helft van de deegstrook licht met losgeklopt eigeel. Dit helpt om het deeg goed te laten hechten en voorkomt dat de agnolotti tijdens het koken openbarsten.

Plaats kleine porties van de vulling in een rechte rij, telkens met ongeveer 1,5 cm tussenruimte. Vouw het deeg over de vulling, druk voorzichtig de lucht rondom weg en maak vervolgens het typische plin, een snelle kneep tussen duim en wijsvinger, tussen elke portie.

Snijd de pasta los met een gekartelde roller zodat je compacte, gelijkmatige pastakussentjes krijgt.

4. Afwerking
Kook de agnolotti in ruim gezouten water tot ze boven komen drijven. Giet af.
Maak ondertussen een eenvoudige roux van de boter en bloem, voeg het gereduceerde braadvocht toe en laat tot een lichte jus binden. Meng de agnolotti voorzichtig onder deze saus.

Serveertip

Serveer de agnolotti direct, met eventueel een paar extra druppels van de jus. Doe er geen kaas bovenop, geen overdaad.