Amarone della Valpolicella DOCG: Van kelderfout tot cultstatus

In onze reeks over de Valpolicella-wijnen zijn we aan de grootheid van de appellatie gekomen: Amarone. Overdrijven we als we stellen dat Amarone samen met Barolo en Brunello de top drie van Italiaanse iconen vormt op de wereldmarkt? Waarschijnlijk niet. Maar het bizarre is dat de naam Amarone de lading helemaal niet dekt.

De naam komt van het Italiaanse amaro, bitter dus, met de vergrotende trap -one erachter: grote bitterheid. Heb je al een keer een Amarone geproefd? Wel, ik kan je verzekeren dat van die bitterheid meestal geen spoor te bekennen is. Laat ons maar zeggen dat de doorsnee Amarone eerder een zoet aanvoelen heeft dat naar vermoeidheid neigt! Je kan het dan ook maar beter symbolisch lezen.

Amarone is een droge, geconcentreerde wijn die zijn oorsprong vindt in de zoete Recioto della Valpolicella. Beide worden gemaakt van dezelfde druiven én via dezelfde techniek: het drogen van de druiven. Het verschil? Bij Amarone wordt de gisting volledig doorgezet, waardoor alle suikers worden omgezet in alcohol. Bij Recioto stopt men de gisting vroegtijdig, om restsuiker te behouden.

De toevallige start

De mythe rond Amarone begint in 1936 in de kelders van de Negrar Cooperative Winery. De keldermeester, Adelino Lucchese, vergat een vat Recioto in een hoek. Toen hij het jaren later terugvond, vreesde hij dat het zuur geworden was. Samen met de directeur van het wijnhuis, Dr. Gaetano Dall’Ora, proefde hij de inhoud. De wijn bleek niet bedorven, integendeel: hij was droog, krachtig en elegant. Adelino riep uit: “Dit is geen Amaro, dit is een Amarone!” Zo werd, per ongeluk, een van Italië’s meest iconische wijnen geboren.

Toch is de geschiedenis genuanceerder dan dat ene keldermoment doet vermoeden. De droge variant van Recioto bestond namelijk al langer. In een tijd zonder temperatuurregeling of moderne gistcontrole liep de fermentatie bij Recioto soms per ongeluk volledig door. Alle suikers vergisten, en het resultaat was een droge wijn met de structuur van Recioto, maar zonder zijn charme van zoetigheid. Men sprak dan van Recioto scapà, de ‘weggelopen’ Recioto. Deze droge Recioto werd aanvankelijk niet gewaardeerd en verkocht voor een appel en een ei, of belandde in lokale gerechten zoals risotto all’Amarone of pastissada de caval.

Toch waren er ook visionairen. In 1834 experimenteerde de wijnmaker De Rizzoni met het langdurig laten rijpen van een zoete wijn. Na elf jaar rijping was het grootste deel van de suikers omgezet in alcohol. De wijn kreeg de naam Rosso Austero di Costa Calda en werd met lof ontvangen door Franse kenners, die hem hoger inschatten dan Bordeaux of Hermitage. Maar zijn voorbeeld kreeg geen navolging.

Eind 19e eeuw doken de eerste bewuste experimenten met Recioto Amaro op. In 1903 won Antonio Quintarelli’s versie een gouden medaille op de Milanese wijn- en gastronomiebeurs. En in het fameuze jaar 1936 stuurde de coöperatie van Negrar een lading Recioto Amaro naar koning Vittorio Emanuele III. In de begeleidende brief werd de wijn omschreven als een roast wine, een wijn bedoeld voor bij het hoofdgerecht, niet als dessert. Hij was stevig, droog, en bedoeld om vlees te begeleiden in plaats van fruitgebak.

De naam Amarone begon pas na 1936 echt ingang te vinden. Het oudste bekende etiket met die benaming dateert van 1939 en vermeldt de vintage 1936. Op dat label staat ook Villa Novare afgebeeld, vandaag bekend als Villa Mosconi Bertani, vaak beschouwd als het symbolische geboortehuis van Amarone.

De grote commerciële doorbraak volgde in 1953, toen het wijnhuis Bolla begon met de bredere verspreiding van Amarone. Toch werd de wijn officieel pas erkend in 1968, met de oprichting van de Valpolicella DOC. Oorspronkelijk werd Amarone nog onder de noemer Recioto della Valpolicella Amarone geschaard, pas in 1990 kreeg hij een zelfstandige DOC-status. Het duurde tot 2010 voor Amarone, na jaren van zeer actief lobbyen, promoveerde tot DOCG.

Productiegebied en regels

Het productiegebied van Amarone della Valpolicella DOCG valt samen met dat van Valpolicella DOC, inclusief de erkende subzones zoals Valpantena en het historische kerngebied Classico. Ook deze subzones mogen Amarone produceren, en dat mag expliciet worden vermeld op het etiket. De vermelding Riserva is mogelijk voor Amarone die een langere rijping ondergaat, terwijl Superiore enkel van toepassing is binnen het Valpolicella DOC-gamma, en dus niet voor Amarone.

De toegelaten druiven zijn dezelfde als voor een gewone Valpolicella: Corvina (en/of Corvinone), Rondinella en andere lokale rassen zoals Molinara. Het verschil zit dus niet in de samenstelling, maar in de behandeling van de druiven na de oogst én de strikte regels rond teelt, selectie en vinificatie.

De aanplant van wijngaarden voor Amarone mag enkel gebeuren op geschikte percelen: hellingen, kalkrijke gronden en goed geventileerde zones, zoals traditioneel gebruikelijk in de regio. Wijngaarden in laaggelegen valleien, op vochtige of turfachtige bodems, zijn expliciet uitgesloten. Nieuwe aanplantingen moeten bovendien minimaal vier jaar oud zijn alvorens ze druiven voor Amarone mogen leveren.

Er gelden strikte regels voor snoeiwijze, aanplantdichtheid en leivormen. Enkel twee types geleiding zijn toegelaten: de klassieke Veronese pergola en de spalliera, een geleidingsvorm met verticale opbouw. Nieuwe aanplanten moeten zich strikt aan deze vormen houden.
De minimale plantdichtheid bedraagt 3.300 wijnstokken per hectare, tenzij het gaat om smalle terraswijngaarden in heuvelzones. In dat geval kan een lagere dichtheid toegestaan worden, mits expliciete goedkeuring van de regio.

De oogst per hectare is wettelijk begrensd op 12 ton druiven. Daarvan mag maximaal 65% geselecteerd worden voor Amarone. De rest kan gebruikt worden voor Valpolicella of Ripasso. Slechts bij uitzonderlijk gunstige jaren mag men een beperkte overschrijding van 20% toepassen, mits de totale productie per hectare dit wettigt. In slechte jaren kan de regio Veneto het rendement verplicht verlagen.

Wat betreft de uiteindelijke wijnopbrengst: van de geoogste druiven mag slechts 40% eindwijn worden geproduceerd. Deze strenge beperking garandeert concentratie. Het natuurlijke alcoholgehalte van de ingedroogde druiven moet daarbij minstens 14% vol bedragen. Elke praktijk van ‘forzatura’ (kunstmatige groeistimulatie) is verboden. Enkel ‘noodirrigatie’ in extreme droogte is toegestaan.

Na de oogst volgt de unieke stap die Amarone typeert: het indrogen van de druiven in geventileerde ruimten, de fruttaio. Dit appassimento-proces mag enkel binnen het productiegebied plaatsvinden. De oogst mag niet vóór 1 december worden gevinifieerd, tenzij bij uitzonderlijke klimatologische omstandigheden.

Het indrogen gebeurt in natuurlijke omstandigheden of in licht geconditioneerde ruimtes, maar nooit met actieve verwarming of ontvochtiging. Alles gebeurt volgens traditionele methodes. De vinificatie en rijping moeten plaatsvinden in het productiegebied.

Elke Amarone moet minstens twee jaar rijpen, te rekenen vanaf 1 januari na de oogst. Voor de vermelding Riserva is dat vier jaar, te tellen vanaf 1 november van het oogstjaar. De botteling moet plaatsvinden binnen dezelfde zones als waar de vinificatie en rijping gebeuren.

De fruttaio en het appassimento-ritueel

Na de oogst ondergaat Amarone een transformatie die haast ritueel aandoet. Enkel de beste, gezondste trossen worden met de hand geselecteerd. Deze druiven mogen maximaal 65% van de oogst per hectare uitmaken. De geselecteerde druiven worden vervolgens niet meteen geperst of gevinifieerd, maar krijgen rust. En die rust nemen ze in de fruttaio.

De fruttaio is een goed geventileerde ruimte, vaak op zolders of in speciaal ingerichte gebouwen, waar de druiven enkele maanden worden uitgespreid op houten rekken, plastic kratten of bamboematten. Hier ondergaan ze het appassimento-proces: het gecontroleerd indrogen van de druiven. Dit duurt minstens tot 1 december, maar vaak zelfs tot januari of begin februari, afhankelijk van het klimaat en de stijl van de producent. Tijdens deze periode verliezen de druiven tot wel 40% van hun gewicht, waardoor suikers, zuren, kleurstoffen en aroma’s intens geconcentreerd worden. Wat overblijft, is een compacte, rozijnachtige druif vol potentieel.

De regelgeving laat toe dat het indrogingsproces plaatsvindt in ruimtes die op natuurlijke wijze ventileren, maar ook gebruik maken van temperatuur- en vochtregeling, zolang dit gebeurt binnen de traditionele parameters. Actieve verwarming of kunstmatige droging is verboden. Alles draait om traagheid, ventilatie en constante controle. Schimmelvorming is een reëel risico en enkel wie weet wat hij doet, haalt het maximale uit deze cruciale fase.

Na het indrogen start de fermentatie, die door de hoge concentratie suikers traag en lang verloopt. Deze gisting zet alle suikers om in alcohol en levert een volledig droge wijn op. Het resultaat is een wijn met veel body, een stevig alcoholpercentage (vaak 15 tot 16%) en een smaakprofiel dat varieert van gedroogde vijgen en pruimen tot chocolade, leer, kruiden, balsamico en tabak.

Wil je dieper duiken in de techniek en geschiedenis van de fruttaio? In ons artikel “Fruttaio, cruciaal bij appassimento-wijnen” vind je een grondige blik op deze mysterieuze maar onmisbare schakel in het Amarone-verhaal.
Lees het artikel hier:
👉 Fruttaio, cruciaal bij appassimento-wijnen

Een wijn met spierballen

Het minste dat je van Amarone kan zeggen is dat hij allesbehalve een alledaagse wijn is. Het is een wijn die meer bezit dan enkel maar volume. Hij is rijk, complex en gelaagd, met een mondgevoel dat tegelijk gespierd én zijdeachtig kan aanvoelen. De structuur is robuust, de tannine stevig maar rijp, en de afdronk lang en meeslepend. Amarone bezit zonder twijfel kracht, maar als de wijn goed is gemaakt, draagt hij die met een zekere gratie.

Die dubbelheid, kracht en elegantie, komt niet enkel voort uit techniek, maar ook uit de bodem en het landschap. In de laaggelegen vallei (fondovalle) krijgen we druiven die dankzij het milde klimaat en de niet te overvloedige regenval gelijkmatig rijpen. De wijnen uit deze zones ontwikkelen mildere alcoholniveaus en vertonen een verfijnd geurprofiel, met florale tonen en een lichtere kleur. Minder kracht, meer subtiliteit.

De lage en middenheuvels (tot 300 meter boven zeeniveau), met hun zand-, grind- en kleihoudende bodems, leveren druiven met een goede suikerconcentratie, een gemiddeld zuurprofiel en een hoog gehalte aan appelzuur. Dit geeft wijnen met een evenwichtige fenolische rijpheid, waarin Rondinella, vaak onderschat, haar karakter toont: een breed en harmonieus sensorisch profiel, met fijne bitters, rode vruchten en florale toets.

In de zuidelijke en bovenste zones van de heuvelruggen, waar kalkrijke bodems domineren, wordt Amarone nog intenser. Daar boeken de druiven een uitstekende fenolische rijping met hoge concentraties aan suikers, kleurstoffen en polyfenolen. De alcoholgraad blijft gemiddeld, maar het droge extract, de kleurintensiteit en het gehalte aan totaal polyfenolen zijn hoog. Dat levert wijnen op die donker, krachtig en diep zijn, zonder hun balans te verliezen. De smaak wordt gekenmerkt door rijpe rode vruchten, florale aroma’s en een volle structuur, gedragen door goed ontwikkelde tannine afkomstig uit zowel de schil als de pitten.

Nog hogerop, op de hellingen met mergel- en kalkrijke bodems (zoals Biancone en Scaglia), krijgen we het beste van twee werelden: druiven met uitzonderlijk hoge suikerwaarden én een evenwichtige zuurgraad. De polyfenolische rijpheid is diepgaand, de kleur is intens, en de extractie levert hoogwaardige tannine op. In het glas vertaalt zich dat naar een Amarone met kracht, kleur, textuur én aromatische finesse: florale tonen, donkere kersen, gedroogde vijgen, maar ook leder en kruiden.

Het verklaart waarom sommige flessen Amarone twintig jaar of langer kunnen rijpen zonder hun frisheid te verliezen. De wijn heeft een lichaam dat ouder worden verdraagt om zijn potentieel volledig te tonen. Als gastronomische partner is enige voorzichtigheid geboden, want hij durft veel gerechten gewoonweg van de tafel te blazen. Daarom komt hij het beste tot zijn recht in stilte, zonder begeleiding, als meditatiewijn.

De wereldster die mij niet altijd raakt

Hoewel Amarone algemeen beschouwd wordt als een van de absolute toppers onder de Italiaanse wijnen op het wereldtoneel moet ik bekennen dat ik er een haat-liefdeverhouding mee heb. Of misschien beter: een verhouding waarin ik vaak bewondering voel, maar zelden echte genegenheid.

De meeste Amaronewijnen die je vandaag op de markt vindt, zijn voor mij net een beetje té van alles. Te veel alcohol, te veel concentratie, te veel extractie. De wijn voelt dan log, zwaar, vermoeiend zelfs. Geen wijn die uitnodigt tot een tweede glas, laat staan een hele fles. En dat is precies waarom er in onze privékelder maar bitter weinig Amarone te vinden is.

Natuurlijk zijn er uitzonderingen: Amarones die naast kracht ook frisheid, spanning en gelaagdheid tonen. Alleen zijn ze zeldzaam én zelden vriendelijk geprijsd. Wanneer ik dan toch de kans krijg om zo’n Amarone van topniveau te proeven, ga ik helemaal overstag. Dan roep ik het uit met superlatieven, dan word ik lyrisch, dan overdrijf ik. En misschien is dat wel het meest passende eerbetoon aan deze wijnstijl: dat zelfs mijn terughoudendheid er even aan moet geloven.

Amarone is niet voor elke dag, niet voor iedereen, en niet voor elke gelegenheid. Maar als het klikt, dan is het raak. Dan toont hij waarom hij tot de groten behoort. Dan is Amarone niet langer té, maar precies genoeg. Dat is zeldzaam genoeg om te koesteren.

Reeds verschenen in deze reeks:

  1. Valpolicella – een wijnreis in twaalf etappes
  2. Valpolicella – De vallei van de vele kelders
  3. Valpolicella – DOC, Classico, Superiore
  4. Valpolicella Ripasso: Ontstaan uit boerenvernuft

Valpolicella – DOC, Classico, Superiore

Wie Valpolicella zegt, zegt keuze. En soms net iets té veel keuze. Want geef toe, er is wel degelijk een grote verscheidenheid onder de Valpolicella-wijnen. Als ik een gok mag wagen, dan zal Amarone bij een groot publiek wel een belletje doen rinkelen. Weinigen weten echter dat de gewone Valpolicella aan de basis ligt. Zelfde druivenblend, vaak dezelfde terroir zelfs, enkel de productiemethode verschilt.

In dit artikel brengen we helderheid over de basis van de familie: de Valpolicella DOC. En terwijl we toch bezig zijn, nemen we ook de Valpolicella Classico, Valpolicella Superiore, Valpolicella Classico Superiore en Valpolicella Valpantena mee onder de loep. (Bestaat daar trouwens ook een Superiore van? Of zelfs een Riserva?)

Je voelt het al aankomen: het is tijd om structuur te brengen in de wirwar van namen, zodat we weten wat we mogen verwachten in het glas.

Valpolicella DOC: De basiswijn

De benaming Valpolicella DOC bestaat sinds 1968 als een wettelijk beschermde herkomstbenaming voor rode wijnen afkomstig uit een specifieke zone in de provincie Verona. Dit is de thuisbasis van enkele van de meest herkenbare Italiaanse wijnen en tegelijk de meest toegankelijke expressie van wat Valpolicella te bieden heeft.

De productiezone beslaat een breed uitwaaierend gebied dat zich uitstrekt over 19 gemeenten in het noorden van Verona. Het gaat om:
Marano di Valpolicella, Fumane, Negrar di Valpolicella, Sant’Ambrogio di Valpolicella, San Pietro in Cariano, Dolcè, Verona, San Martino Buon Albergo, Lavagno, Mezzane di Sotto, Tregnago, Illasi, Colognola ai Colli, Cazzano di Tramigna, Grezzana, Pescantina, Cerro Veronese, San Mauro di Saline en Montecchia di Crosara.

Binnen deze gemeenten liggen talloze kleinere gehuchten of frazioni die een belangrijke rol spelen in de wijnbouw. Denk aan namen als Mizzole, Pian di Castagne, Quinzano, Poiano, Avesa, Montorio, Novaglie, Turano of Vigo. Deze en andere frazioni maken integraal deel uit van het productiegebied.

De DOC-regelgeving werkt met uiterste precisie en tekent de productiezone uit aan de hand van geografische coördinaten, veldwegen, beekdalen en hoogtecurves. Zo kan het gebeuren dat een wijngaard in Mizzole wél erkend is, terwijl een ander perceel even verderop buiten de zone valt. De exacte ligging binnen de officieel afgebakende percelen is bepalend. Enkel wijn die daar wordt geproduceerd, mag de naam Valpolicella DOC dragen.

Het DOC-gebied is allesbehalve homogeen. Van de steile hellingen in Fumane tot de zacht glooiende uitlopers bij San Martino Buon Albergo, van de kalkrijke bodems in Marano tot vulkanische invloeden in Mezzane: elke wijngaard draagt bij aan het mozaïek dat Valpolicella vormt. Toch is er een gemeenschappelijke stijl herkenbaar. Valpolicella DOC staat voor frisse, fruitige, elegante rode wijn met sappige zuren, fijne tannine en vooral veel drinkplezier.

Welke druiven zijn er toegelaten om een Valpolicella wijn te maken?

Valpolicella-wijnen danken hun karakter aan een zorgvuldig samengestelde blend van diverse druivenrassen, die wettelijk zijn vastgelegd, ook al gaat die regelgeving opmerkelijk ver. Deze samenstelling is van toepassing op alle types Valpolicella: van de eenvoudige Valpolicella DOC, tot Classico, Superiore, Ripasso, Amarone en Recioto. De druivenkeuze vormt dus het fundament voor de hele familie.

Het hart van elke Valpolicella-wijn wordt gevormd door Corvina Veronese en/of Corvinone. Deze twee druiven mogen samen tussen 45% en 95% van de blend uitmaken. Vaak ligt de nadruk op Corvina vanwege haar structuur en aromatische finesse, maar ook Corvinone wordt steeds meer op waarde geschat dankzij haar kracht en diepe kleur.

Daarnaast is Rondinella verplicht aanwezig in een aandeel tussen 5% en 30%. Rondinella is minder expressief op zichzelf, maar biedt kleurstabiliteit en een zekere frisheid in de assemblage.

Tot 25% van de blend mag bestaan uit andere toegelaten, niet-aromatische rode druivenrassen die erkend zijn binnen de provincie Verona. Dat zijn niet alleen lokale variëteiten zoals Molinara, Oseleta, Croatina of Dindarella, maar ook enkele nationale en internationale rassen die verrassend genoeg wettelijk zijn toegestaan. Denk aan Sangiovese, Nebbiolo, Cabernet Sauvignon, Cabernet Franc of Merlot. Deze worden zelden in grote hoeveelheden gebruikt, maar kunnen, indien zorgvuldig toegepast, finesse, structuur of een extra laag karakter toevoegen.

Deze ruime toelating laat aan wijnmakers de mogelijkheid om hun eigen stempel te drukken. Naast de vinificatiestijl kunnen ze ook via hun druivenkeuze andere accenten leggen. Dat verklaart waarom de ene Valpolicella heel klassiek en soepel kan zijn, terwijl de andere meer structuur, kruidigheid of fruitintensiteit toont.

Wat met de eigenschappen van die druiven? Daar duiken we in dit artikel nog niet diep in. Al deze elementen komen aan bod in een aparte reeks artikels waarin we elke druif onder de loep nemen. Voor nu volstaat het om te weten dat de kracht van Valpolicella niet in één druif zit, maar in het geheel. Het zijn de combinatie en balans van deze rassen die het karakter van de wijn bepalen.

Regeltjes waaraan de wijnboer moet voldoen.

Wie een Valpolicella wijn onder deze benaming wil bottelen, moet zich houden aan een hele lijst van regels die de kwaliteit, herkomst en stijl van de wijn moeten waarborgen.

Zoals reeds gemeld moeten de druiven afkomstig zijn uit aangewezen percelen binnen de erkende productiezone, met uitsluiting van vlakke, drassige bodems in de valleien. De ligging van de wijngaard, de oriëntatie en het microklimaat zijn bepalend, maar ook de manier waarop de wijnstokken worden geleid. De traditionele pergola veronese is nog altijd courant, al is ook de spalliera (een rijstructuur met verticale opbinding) toegestaan. Elke plantmethode heeft zijn eigen voorschriften qua snoei en opbrengstbeperking. Zo wordt er bijvoorbeeld nadruk gelegd op een traditionele snoeiwijze die de vegetatieve balans van de plant respecteert.

Elke nieuwe wijngaard moet een minimale dichtheid hebben van 3.300 stokken per hectare. In heuvelachtige zones met historische terrassen kan hiervan worden afgeweken, zolang het terrein een gelijkwaardige productie garandeert. Noodirrigatie mag in uitzonderlijke gevallen, maar elke vorm van kunstmatige groeistimulatie wordt uitgesloten.

Ook over de opbrengst laat de regelgeving weinig ruimte voor interpretatie: maximaal 12.000 kilogram druiven per hectare bij gespecialiseerde aanplant. Daarnaast moeten de geoogste druiven een natuurlijk alcoholgehalte halen van minstens 10%. In jaren met uitzonderlijk ongunstige weersomstandigheden kan dat minimum licht worden verlaagd, maar enkel bij expliciete toestemming.

Vinificatie en botteling moeten plaatsvinden binnen de afgebakende zone. Alleen onder voorwaarden mogen wijnen gebotteld worden buiten het gebied, en dan enkel binnen de provincie Verona. Deze bepaling is er om controle te houden over elke stap van het productieproces.

Wat de rijping betreft, stelt de regelgeving voor Valpolicella DOC zich opvallend soepel op. Er is geen verplichte minimumrijping. Dat betekent dat de wijn, zodra hij klaar is na de fermentatie, in principe meteen gebotteld mag worden. Veel producenten brengen hun wijn dan ook al binnen het jaar na de oogst op de markt (officieel mag dit vanaf 1 december van het oogstjaar).

Houtgebruik is evenmin verplicht. De meeste Valpolicella DOC-wijnen worden bewust niet op hout gelagerd om het fruitige, frisse karakter te behouden. Als een wijnmaker toch voor eiken vaten kiest, dan gebeurt dat meestal op grotere foeders en niet met het oog op uitgesproken houtinvloed. Dat laat men liever over aan wijnen met meer extractie en structuur zoals Ripasso of Amarone.

De stijl van Valpolicella DOC

Een klassieke Valpolicella DOC is de verpersoonlijking van jeugdige charme en directe drinkbaarheid. De wijn wordt vrijwel altijd jong op de markt gebracht, meestal zonder houtlagering of lange rijping. Hierdoor staat hij garant voor een frisse, levendige stijl die het fruit vooropstelt.

De officiële regelgeving, jawel, die bepaalt zelfs hoe de wijn moet ruiken en smaken, schrijft voor dat Valpolicella DOC van kleur helder robijnrood is, soms met een paarse schittering als hij piepjong is. Het aroma is herkenbaar en toegankelijk: rood fruit voert de boventoon, met sappige kersen, rode bessen en soms een vleugje viooltjes of gedroogde kruiden. In de mond is hij droog tot licht soepel, met een opvallende frisheid die gedragen wordt door levendige zuren en een zachte tanninestructuur.

Hoewel deze wijn vaak wordt beschouwd als de basis van de Valpolicella-familie, is ‘basis’ hier geen synoniem voor banaal. De eenvoud zit niet in een gebrek aan karakter, maar in de rechtlijnige, pure expressie van het druivenmateriaal en de streek. Sommige wijnmakers kiezen voor vinificatie in inox of cement om het fruit maximaal te behouden, anderen laten de wijn kort rusten op grote houten vaten voor wat extra diepte, zolang het eindresultaat maar binnen het opgelegde stijlprofiel blijft.

Valpolicella Classico: het historische hart van Valpolicella

Wanneer er ‘Classico’ op het etiket staat, betekent dat dat de druiven afkomstig zijn uit het oorspronkelijke, historisch erkende kerngebied van Valpolicella. Dit deel, gelegen ten westen van Verona, is niet alleen ouder als wijnbouwgebied, maar ook kleiner en strikter afgebakend dan de ruimere DOC-zone.

Het Classico-gebied omvat slechts vijf gemeenten: Negrar di Valpolicella, Marano di Valpolicella, Fumane, Sant’Ambrogio di Valpolicella en San Pietro in Cariano. Dit is het oude hart van de Valpolicella, waar al eeuwenlang wijn wordt gemaakt. In tegenstelling tot de uitbreiding van de DOC in de jaren ’60 naar vlakker en oostelijker gelegen gebieden, bleef de Classico-zone beperkt tot haar oorspronkelijke heuvelachtig terrein.

Regelgevingstechnisch gelden voor Valpolicella Classico dezelfde basisvoorschriften als voor een gewone Valpolicella DOC. Hetzelfde aandeel Corvina, Corvinone, Rondinella en aanvullende druiven, dezelfde toegelaten opbrengst per hectare, en dezelfde minimale alcoholgraad van 10%. Wat de wijn ‘Classico’ maakt, is dus niet een ander recept, maar wáár dat recept wordt uitgevoerd.

Dat betekent echter niet dat het eindresultaat identiek is. De natuurlijke omstandigheden in het Classico-gebied, van bodemsamenstelling tot dag-nachttemperaturen en hellingsgraad, zorgen doorgaans voor meer geconcentreerd fruit, iets meer structuur en vaak een verfijndere balans. In het glas vertaalt zich dat in Valpolicella’s die nét wat dieper geuren, met rijpere kersen, meer florale tonen of zelfs een vleugje kruiden, en een mondgevoel dat tegelijk soepel én karaktervol is.

Betekent dit dat Classico per definitie beter is dan gewone Valpolicella DOC? Niet noodzakelijk. Er zijn uitstekende producenten buiten het Classico-gebied die prachtige wijnen maken, en er zijn ook mindere flessen met het label ‘Classico’. Maar het label is wél een aanwijzing van herkomst, en in Valpolicella betekent herkomst vaak ook karakter.

Superiore: een stap hoger op de ladder

De term ‘Superiore’ staat voor een hoger kwaliteitsniveau binnen dezelfde herkomstbenaming. Het is als het ware een verdieping van de klassieke Valpolicella-stijl, met meer nadruk op concentratie, rijping en complexiteit.

Om het label ‘Superiore’ te mogen dragen, moet een Valpolicella-wijn aan strengere eisen voldoen. Zo moet het natuurlijke alcoholgehalte van de wijn minstens 11% bedragen (tegenover 10% voor de gewone Valpolicella DOC), en is een verplichte rijping van ten minste één jaar vereist. Die rijping mag plaatsvinden in inox, beton of hout, zolang het eindresultaat de nodige ontwikkeling heeft doorgemaakt. Veel producenten kiezen bewust voor grote houten vaten (botte) of gebruikte barriques, die structuur geven zonder het fruit te overheersen.

De gebruikte druiven zijn doorgaans afkomstig van beter gelegen wijngaarden, met lagere opbrengsten en rijper fruit. Hoewel het disciplinare geen specifieke droogtechniek oplegt, wordt bij sommige Superiore-wijnen een (beperkte) appassimento toegepast, waarbij de druiven enkele weken licht indrogen voor extra concentratie. Dit zorgt voor meer diepgang, een voller mondgevoel en zachtere tannine, zonder de intensiteit van een Ripasso of Amarone te benaderen.

Wat de herkomst betreft: het productiegebied voor Valpolicella Superiore is hetzelfde als dat voor de gewone Valpolicella DOC. Dit betekent dat ook een Superiore kan afkomstig zijn uit het bredere DOC-gebied. Er bestaat ook een Valpolicella Classico Superiore, wat aanduidt dat de wijn zowel uit het historische kerngebied komt als beantwoordt aan de Superiore-voorwaarden. Het is perfect mogelijk dat op het etiket zowel ‘Classico’ als ‘Superiore’ staat vermeld, mits aan beide sets regels wordt voldaan.

Valpantena: de andere Valpolicella

Naast het historische Classico-gebied bestaat er binnen de Valpolicella DOC nog een tweede officieel erkende subzone: Valpantena. Deze naam mag op het etiket worden vermeld wanneer de druiven afkomstig zijn uit deze specifieke vallei, die zich ten noordoosten van Verona uitstrekt tussen de Monte Lessini en de stad zelf.

Valpantena betekent letterlijk ‘vallei van alle goden’, een naam die niet bepaald bescheiden overkomt. Toch doet het landschap de eer aan zijn naam: glooiende heuvels, afgewisseld met olijfbomen, cipressen en goed georiënteerde wijngaarden die profiteren van ventilatie uit het noorden en zoninval vanuit het zuiden.

Het productiegebied van Valpantena is beperkt tot de vallei en omvat onder meer wijngaarden in de dorpen Poiano, Avesa, Quinto, Grezzana, Rosaro, Nesente, Novaglie en andere frazioni binnen deze vallei.

De wijn mag de aanduiding Valpantena dragen wanneer de gebruikte druiven volledig afkomstig zijn uit deze vallei. En wie nog een stap verder gaat in kwaliteit, kan ook kiezen voor Valpolicella Valpantena Superiore. Daarbij gelden dezelfde regels als voor elke Superiore: de wijn moet minstens één jaar rijpen, en de druiven moeten een natuurlijke alcoholgraad van minstens 11% bereiken.

Hoewel de druivenrassen en de basisregels dezelfde zijn als elders in de Valpolicella DOC, vertonen Valpantena-wijnen vaak subtiele verschillen in stijl. Ze worden doorgaans omschreven als iets strakker, frisser en eleganter dan hun tegenhangers uit het Classico-gebied. De kalkrijke en vulkanische bodems in de vallei, gecombineerd met het microklimaat, zorgen voor een levendige zuurgraad en een precieze fruitexpressie.

De wijnen uit Valpantena hebben misschien minder naam en faam dan die uit het Classico-gebied, maar ze winnen snel aan reputatie en worden steeds vaker als volwaardig alternatief gezien. Meer zelfs: sommige producenten uit Valpantena staan vandaag in de top van wat Valpolicella te bieden heeft.

Geen Riserva!

Wie gewend is aan termen als Riserva zal op zijn honger blijven zitten bij de basis Valpolicella wijnen. Want hoe lang je ook zoekt: een Valpolicella Riserva ga je niet vinden. Niet als gewone DOC, niet als Classico, niet als Valpantena, zelfs niet in Superiore-vorm. De reden is simpel: het mag niet.

De term Riserva is binnen de Valpolicella DOC strikt gereguleerd en is niet toegestaan voor de standaard Valpolicella-wijnen. Ook niet als de wijn extra lang rijpt, of als hij kwalitatief ruimschoots aan de eisen voldoet. Een producent kan dus wel degelijk een Valpolicella Superiore maken die drie jaar op hout heeft gelegen en daarna nog twee jaar op fles, maar hij mag die niet als Riserva op de markt brengen.

De enige Valpolicella-wijnen waarvoor een Riserva-vermelding wél is erkend, is Amarone della Valpolicella Riserva.

Producenten met naam en faam

Een regio is maar zo sterk als haar wijnmakers. En in Valpolicella vind je een indrukwekkende waaier aan producenten die elk op hun manier de identiteit van de streek hebben mee vormgegeven. Van iconische domeinen tot vernieuwende wijnmakers die traditie herinterpreteren, Valpolicella is vandaag een boeiende lappendeken van stijlen, filosofieën en persoonlijkheden.

Aan de absolute top prijkt zonder discussie de naam Giuseppe Quintarelli. Voor velen belichaamt hij het summum van wat Valpolicella kan zijn: minutieus vakmanschap, eindeloos geduld in de kelder, een eigenzinnige visie en een haast mystieke aura rond elke fles. De etiketten worden nog met de hand geschreven, de wijnen soms pas jaren na de oogst vrijgegeven. Zijn Valpolicella Classico Superiore en Amarone della Valpolicella zijn cultwijnen, geliefd om hun diepte, evenwicht en indrukwekkend bewaarpotentieel.

Maar Quintarelli staat niet alleen op het podium. De regio telt meerdere zwaargewichten die elk op hun manier geschiedenis schrijven. Enkele klinkende namen:

  • Dal Forno Romano: de moderne tegenhanger van Quintarelli, beroemd om zijn ongeziene concentratie, rigoureuze selectie en krachtige stijl. Niet voor de zwakke lever.
  • Tommasi: een van de grotere familiebedrijven in de streek, met een breed gamma en een grote internationale aanwezigheid. Betrouwbare kwaliteit en terroirgetrouw werk.
  • Tedeschi: sterke vertegenwoordiger van de Classico-stijl, met elegante, fijn gestructureerde wijnen en een scherp oog voor duurzaamheid.
  • Allegrini: innovatief en invloedrijk, met een mix van traditie en moderniteit. Bekend voor hun evenwichtige Amarone en frisse, goed gemaakte Valpolicella’s.
  • Masi: pioniers van de appassimento-techniek, groot in volume maar ook met aandacht voor kwaliteit. Hun Campofiorin was lang de brug tussen Ripasso en Amarone.
  • Speri: een familiebedrijf dat zich volledig toelegt op biologische wijnbouw en een voortrekker is in terroir-expressie binnen het Classico-gebied.
  • Bertani: een van de oudste huizen in de regio, met een klassieke stijl en een indrukwekkend archief aan gerijpte wijnen die bewijzen hoe goed Valpolicella kan ouderen.

En dan zijn er nog talloze kleinere domeinen die in stilte uitzonderlijk werk leveren: Monte dall’Ora, Zymè, Stefano Accorini, Corte Sant’Alda, Viviani, Tenuta Sant’Antonio, Secondo Marco… het loont om ze te ontdekken.

Om zin in te krijgen!

Valpolicella DOC is de fundering waarop de hele Valpolicella-wijndriehoek rust. Het is de wijn die je toelaat de regio te proeven zoals ze is: met haar heuvels, haar wisselende bodems, haar frisse bries uit de bergen en haar eeuwenoude wijntraditie.

Dat maakt de eenvoudige Valpolicella niet minder boeiend, integendeel. De finesse van Corvina, het nerveuze van Rondinella, het vakmanschap van de wijnmaker: ze komen allemaal samen in een wijn die soms ondergewaardeerd wordt, maar eigenlijk alles in zich heeft. Fris, elegant, drinkbaar en verrassend veelzijdig aan tafel.

In het volgende artikel ontdekken we hoe die mysterieuze hergisting op de Amarone-droesem een brug slaat tussen frisheid en kracht. Hoe de eenvoudige Valpolicella een tweede leven krijgt, met meer body, complexiteit en lengte. Of met andere woorden: hoe Ripasso het midden houdt tussen lichtvoetigheid en ernst. En waarom het een van de meest geliefde stijlen uit de regio is geworden.

Maar eerst nog één keer klinken op de zuivere charme van de Valpolicella DOC want wie alleen Amarone kent, mist het fundament.

Reeds verschenen in deze reeks:

  1. Valpolicella – een wijnreis in twaalf etappes
  2. Valpolicella – De vallei van de vele kelders