Tiramisù: La crema della crema

Hoewel ik geen uitgesproken zoetekauw ben, laat ik me soms toch verleiden door een perfecte tiramisù. Vooral op zondag, wanneer ik bij onze dorpsbakker binnenspring voor pistoleetjes, is het een kwestie van zelfbeheersing om niet óók met een tiramisùtaart naar buiten te stappen. Alleen al de aanblik doet het water in de mond lopen.

Moeten we tiramisù eigenlijk nog wel voorstellen? Strikt genomen is het een dessert. Maar wie er ooit een lepel van proefde, weet dat het veel meer is. Het is een fluweelzachte combinatie van smaken, een hap vol troost, een culinaire knuffel. En tegelijk is het ook een bron van eindeloze discussie in Italië.

Laat ons tiramisù dan toch maar eens officieel voorstellen!

Tiramisù is een gelaagd dessert uit Italië dat draait om de harmonie tussen zachte romigheid, bittere koffie en een vleugje cacao. De basis wordt gevormd door luchtige koekjes die kort in sterke koffie worden gedoopt en vervolgens worden afgewisseld met een mengsel van eidooiers, suiker en mascarpone. Daarbovenop komt een fijne laag cacaopoeder, die het geheel zijn herkenbare donkere sluier geeft.

Het bijzondere aan tiramisù zit niet alleen in de smaken, maar ook in de textuur. De koekjes behouden net genoeg structuur om tegenwicht te bieden aan de romige vulling, terwijl de koffie en mascarpone zich vermengen tot een bijna smeltende zachtheid. Het is een dessert dat koud wordt geserveerd, zodat de smaken kunnen rusten en samenkomen.

Tiramisù wordt meestal in een schaal bereid en daarna in porties gesneden, maar er bestaan ook individuele glaasjes en moderne interpretaties zoals een heuse taart.

De oorsprong: Veneto vs Friuli

Wie tiramisù zegt, zegt ruzie, vooral tussen de regio’s Veneto en Friuli-Venezia Giulia, die allebei de geboorte van dit iconische dessert opeisen.

In Veneto gaat de eer naar Treviso, waar in de jaren zestig restaurant Le Beccherie tiramisù op de kaart zette. Chef Roberto Linguanotto en zijn schoonmoeder Alba Campeol worden vaak genoemd als bedenkers. Over de aanleiding doen verschillende verhalen de ronde: volgens sommigen was het bedoeld als oppepper voor Alba na haar bevalling, anderen zeggen dat zij haar chef-kok vroeg een dessert te maken dat zowel kinderen als volwassenen zou aanspreken. Welke versie juist is, valt niet te bewijzen, maar het gerecht werd al snel geliefd bij de gasten en vond zijn weg door heel Veneto.

In Friuli klinkt een ander verhaal. Daar verwijst men naar sbatudin, een mengsel van eierdooiers en suiker dat vaak werd gegeten met koekjes en koffie. In de jaren vijftig zou in Albergo Roma in Tolmezzo een variant zijn geserveerd aan passerende wandelaars en bergbewoners, bekend in het dialect als tireme su – ā€˜beurt me op’. Voorstanders stellen dat het idee dus al bestond voordat Treviso het beroemd maakte.

Omdat recepten toen zelden werden vastgelegd, ontbreekt hard bewijs en blijft er ruimte voor regionale trots. Een goed gedocumenteerde bron uit Veneto schetst echter een duidelijker beeld. Tiramisù is een relatief jong dessert dat voortkomt uit sbatudin, dat vooral werd gegeven aan kinderen, ouderen en mensen die moesten aansterken. Eind jaren zestig beschreef gastronoom Giuseppe Maffioli in La cucina trevigiana de Venetiaanse gewoonte om zabaglione te eten met slagroom en droge koekjes zoals baicoli. Rond die tijd werkten banketbakkers en restauranthouders in Treviso aan een verfijnde versie. In 1970 werd in Le Beccherie de eerste tiramisù geserveerd, gemaakt door Linguanotto, die kort daarvoor in Duitsland had gewerkt. Het dessert, en vooral de naam, sloegen meteen aan, eerst in Treviso, daarna in heel Veneto en uiteindelijk in heel ItaliĆ«. Maffioli omschreef het als een soort ā€˜zuppa inglese met koffie’, maar benadrukte dat de naam een groot deel van het succes verklaarde. Carlo Campeol, de laatste eigenaar van Le Beccherie, vertelde later dat het geen volledig nieuw idee was, maar een nieuwe combinatie van bekende ingrediĆ«nten die begin jaren zeventig leidde tot een dessert dat overal werd gekopieerd Ć©n tot een blijvende strijd om de titel van uitvinder.

De strijd in de keuken: hoe hoort het nu eigenlijk?

Na al dat geruzie over waar tiramisù nu precies is ontstaan, lijkt het logisch dat de rust zou terugkeren zodra de herkomst is besproken. Niets is minder waar. De strijd verplaatst zich simpelweg van de landkaart naar het aanrecht. Daar gaat het niet langer om Treviso of Tolmezzo, maar om de vraag hoe tiramisù nu écht hoort gemaakt te worden.

De originele versie is verrassend sober: mascarpone, eieren, suiker, espresso, savoiardi (de Italiaanse lange vingers) en cacaopoeder. Alles daarbuiten is toevoeging of interpretatie, niet oorsprong.

Alcohol of niet
In de eerste tiramisù kwam geen druppel likeur voor. Marsala, amaretto of rum zijn latere toevoegingen, bedacht toen het dessert zich verspreidde en koks het een ā€œvolwassenā€ tintje wilden geven.

Room of geen room
Room verzacht de smaak, maar haalt de spanning uit de combinatie van mascarpone en koffie. In de klassieke versie hoort het er niet in. Het gebruik van room werd pas populair toen men het dessert lichter en meer mousseachtig wilde maken.

Opgeklopt eiwit of niet
Traditioneel worden eidooiers met suiker opgeklopt en vermengd met mascarpone. Sommige koks voegen opgeklopt eiwit toe voor meer luchtigheid, anderen verkiezen de stevigheid van enkel dooiers. Beide methoden bestaan, maar puristen houden het bij dooiers alleen.

De koffie
Een sterke, bittere espresso of moka (uit een Italiaanse espressopot), volledig afgekoeld, is onmisbaar. Filterkoffie, oploskoffie of koffielikeur hebben niet de intensiteit die het dessert nodig heeft.

De koekjes
Savoiardi zijn de enige juiste keuze: licht, bros en stevig genoeg om koffie op te nemen zonder uit elkaar te vallen. Pavesini, die fijner en knapperiger zijn, kunnen een alternatief bieden. Het gebruik van lange vingers zoals wij ze kennen is geen goed idee. Deze zijn te droog en te smal zodat ze vlug doordrenkt zijn.

De schaal
De vorm beïnvloedt de smaak niet, maar vandaag wordt traditiegetrouw tiramisù in een rechthoekige schaal gemaakt. Hoewel het oorspronkelijk een ronde schaal was, kan degene die deze wenst te gebruiken om te serveren dat gerust doen, maar verwacht in Treviso geen goedkeurende knik.

De Mascarpone
Er bestaan vele variaties van Mascarpone. Welke te gebruiken in Tiramisù is eenvoudig: enkel ambachtelijke Mascarpone kan op goedkeuring rekenen. Vers maakt het verschil. Doe je dit niet dan kan je beter room als extra gebruiken.

Het klassieke originele recept

Voor 6 tot 8 personen

Ingrediƫnten:

  • 3 eidooiers
  • 150 g kristalsuiker
  • 500 g ambachtelijke mascarpone (bv Caseificiokoffie Valcolatte, Mauri, Nonno Nanni of Locatelli)
  • 30 stuks of 300 gr savoiardi (lange vingers)
  • 300 ml sterke afgekoelde espresso
  • 50 gr bittere cacaopoeder voor de afwerking

Bereiding:

  1. Bereid de koffie en laat deze voldoende afkoelen in een voldoende grote kom
  2. Scheid de dooiers en de eiwitten van de eieren. Klop de eidooiers met de suiker tot een lichtgele, schuimige massa.
  3. Voeg de mascarpone beetje bij beetje toe en meng voorzichtig tot een gladde crĆØme.
  4. (Optioneel) Klop de eiwitten stijf en spatel ze voorzichtig door het mascarponemengsel voor een luchtiger resultaat.
  5. Doop de savoiardi kort in de koffie. Niet laten weken, ze mogen vochtig zijn maar niet zompig.
  6. Leg een laag koekjes in een rechthoekige ovenschaal van 25 cm lang zodat ze de hele bodem van de schaal bedekken.
  7. Bedek met een laag mascarponecrĆØme.
  8. Herhaal tot de ingrediënten op zijn, eindigend met een laag crème.
  9. Laat minstens zes uur opstijven in de koelkast.
  10. Bestuif vlak voor het serveren met een royale laag cacaopoeder zodat het hele oppervlak bedekt is.

Een moderner recept volgens de goesting van Wim

Na de klassieker is het soms fijn om de traditie een beetje op te rekken. Niet om de puristen te tarten, wel om te tonen dat tiramisù ook kan schitteren in een andere jas. Deze feestelijke taartversie behoudt de ziel van het originele dessert, koffie, mascarpone, savoiardi, maar zet het op een podium van chocolade en hazelnootpasta. De structuur is strakker, de presentatie eleganter, en door de gelatine blijft de crème mooi op zijn plaats.

Ingrediƫnten voor 10 personen

Voor de krokante bodem

  • 50 g pure chocolade
  • 50 g hazelnootpasta

Voor de crĆØme

  • 125 g suiker
  • 70 ml water
  • 100 g eidooiers
  • 250 g mascarpone
  • 6 g gelatineblaadjes (3 blaadjes)
  • 250 ml slagroom (half opgeklopt)
  • 80 g savoiardi
  • Sterke koffie, afgekoeld
  • Bittere cacaopoeder

Voor de decoratie

  • Banketbakkersroom
  • Bittere cacaopoeder

Bereiding

  1. Bodem maken
    Smelt de pure chocolade en meng met de hazelnootpasta. Giet het mengsel in een bakvorm waarvan de randen bekleed zijn met een strook doorzichtige folie, verdeel gelijkmatig en laat opstijven in de koelkast.
  2. Suikersiroop en eidooiers
    Breng het water met de suiker aan de kook en laat het tot 121°C komen. Giet de hete siroop al kloppend op de eidooiers en klop verder tot een luchtig mengsel.
  3. Gelatine oplossen
    Week de gelatine in koud water, knijp uit en los op in een klein beetje hete koffie. Meng dit door het eidooiermengsel.
  4. Mascarpone en slagroom toevoegen
    Roer de mascarpone door de eidooiermassa en spatel daarna de half opgeklopte slagroom er voorzichtig onder tot een gladde, stevige crĆØme.
  5. Taart opbouwen
    Verdeel de helft van de crĆØme over de opgesteven bodem. Leg daarop een laag savoiardi die kort in de afgekoelde koffie zijn gedoopt. Bedek met de resterende crĆØme en strijk glad.
  6. Koelen
    Laat minstens 6 uur opstijven in de koelkast zodat de taart mooi stevig wordt.
  7. Afwerken
    Werk af met toefjes banketbakkersroom en bestrooi royaal met bittere cacaopoeder.

Een afsluiter

Volgens de folklore zou tiramisù een afrodisiacum zijn. Gezien de hoeveelheden waarin het wordt gegeten, zou het zomaar kunnen dat men er meer in ziet dan alleen een zoete afsluiter. Zelf denken we dat eventuele opwekkende effecten vooral te danken zijn aan de koffie in het recept. Bij het schrijven van dit stuk kreeg ik in elk geval al genoeg ‘goesting’ om er meteen ƩƩn te maken.

Misschien waag ik me met mijn eigen creatie ooit aan de jaarlijkse Tiramisù World Cup in Treviso. Voor wie het minder competitief ziet, is er nog een ander leuk moment: elk jaar op 21 maart is het de officiĆ«le ā€˜Dag van de Tiramisù’. De ideale gelegenheid om je eigen versie te maken en te delen op sociale media.

Affogato: Een warme omhelzing van koffie en ijs

Af en toe ontdek je iets dat je eigenlijk al kende. Zo belandde er onlangs voor het eerst een affogato voor mijn neus. Niet dat het een complete verrassing was, want ik wist wat het betekende: ijs, espresso, Italiƫ. Maar geproefd? Nee. Gegeten? Gedronken? Ook niet. Tot die ene dag dus. En dat moment was reden genoeg om wat dieper te duiken in deze ogenschijnlijk eenvoudige Italiaanse klassieker.

Er zijn van die combinaties die moeiteloos kloppen: zomer en zee, espresso en ochtend, ijs en… koffie? Absoluut. De affogato is daar het smakelijke bewijs van. Een dessert dat zó eenvoudig oogt dat je bijna denkt dat het per ongeluk ontstaan is. En eerlijk? Dat zou best kunnen. Maar achter dat simpele huwelijk van ijs en koffie schuilt meer verhaal dan je zou denken.

Van koffietoeval naar klassieker

Affogato betekent letterlijk ā€˜verdronken’ in het Italiaans. En dat is precies wat er gebeurt: een koude bol vanille-ijs wordt overgoten met een hete shot espresso, tot hij langzaam maar onvermijdelijk wegzinkt in de aromatische diepte. Het klinkt als iets wat een verstrooide barista per ongeluk deed op een warme namiddag, maar waarschijnlijk was het een goedbedoelde ingeving ergens in het noorden van ItaliĆ«. In Piemonte bijvoorbeeld, een regio waar men wel vaker twee goede dingen samenbrengt tot iets briljants, zoals gianduja of vitello tonnato.

Toch is het opvallend: de affogato is nooit officieel erkend als dessert, maar het is ook geen drankje. Het zweeft ergens tussenin. Je eet het met een lepel, maar je drinkt er ook van mee. Die twijfelachtige status is net wat hem zo aantrekkelijk maakt. Een klein rebels gerechtje dat zich niet laat vastpinnen, maar gewoon doet waar het goed in is: verleiden.

Over de precieze geboorteplek wordt nog wel eens gediscussieerd. In Emilia-Romagna zou het zijn opgediend als digestief, een warme afsluiter van een maaltijd. In Piemonte ging het verhaal rond dat men het als ontbijt gebruikte, wat op z’n minst opmerkelijk is tenzij je echt veel vertrouwen hebt in de dag die voor je ligt. Wat wĆ©l vaststaat, is dat de affogato in de late 19e of vroege 20e eeuw aan populariteit begon te winnen. Net op het moment dat industrieel geproduceerd roomijs voor het eerst breed beschikbaar werd en espresso definitief zijn intrede deed in de Italiaanse huizen en cafĆ©s.

De affogato is dus geen eeuwenoud familierecept, maar het resultaat van twee gelijktijdige revoluties: ijs werd bereikbaar, espresso werd een cultuur. En waar die twee elkaar vonden, ontstond een klein meesterwerkje. Geen ingewikkeld dessert met veel toeters en bellen, maar een eenvoudige vondst die moeiteloos de tand des tijds doorstaat. Een ontmoeting tussen warm en koud, bitter en zoet, vloeibaar en romig. Alsof het zo moest zijn.

Waarom is affogato zo populair?

De affogato dankt zijn populariteit aan iets wat zeldzaam is in de wereld van desserts: de perfecte balans tussen eenvoud en raffinement. EƩn bol ijs, ƩƩn shot espresso. Meer heeft het niet nodig. Toch ontstaat er op dat moment iets verrassends gelaagd. Niet alleen qua smaak, maar ook in beleving. De hitte van de espresso raakt het koude ijs en creƫert iets nieuws, een zachte, romige smeltzone die nooit twee keer hetzelfde is. Het is net die vluchtigheid die de affogato zo onweerstaanbaar maakt. Je hebt een paar minuten, hooguit, waarin alles samenvalt. Daarna is het moment voorbij.

Het is ook een gerecht zonder pretentie. Geen opgeklopte schuimpjes, geen ingewikkelde texturen of gepersonaliseerde borden. De affogato vraagt geen techniek, geen oven, geen voorbereiding. Enkel een goed bolletje ijs en een sterke espresso. En toch voelt het bijzonder, alsof je even een geheim deelt met de Italiaanse barista-traditie.

Wat de affogato ook aantrekkelijk maakt, is zijn veelzijdigheid. Het is even geschikt als elegante afsluiter van een chic diner, als snelle oppepper op een zomermiddag of als troostrijke verwennerij op een luie avond. En doordat het tussen een dessert en een koffie zweeft, past het in veel contexten. Voor wie geen zin heeft in een uitgebreid nagerecht maar wƩl iets nodig heeft om de maaltijd waardig af te ronden, is het de ideale keuze.

Bovendien sluit de affogato aan bij een groeiende waardering voor minimalistische gerechten met hoogwaardige ingrediƫnten. In een wereld waar smaken vaak overdadig en zoet zijn, biedt deze klassieker een gebalanceerde, volwassen afwisseling. EƩn lepel, en je hebt bitter, romig, koud, warm, zacht en krachtig in ƩƩn keer geproefd. Dat is geen toevalstreffer, dat is doordachte eenvoud die blijft hangen.

Essentiƫle ingrediƫnten: eenvoud vraagt om kwaliteit

Bij een affogato heb je maar twee ingrediƫnten nodig, maar juist daarom is er geen ruimte voor middelmaat. De eenvoud van dit dessert legt genadeloos bloot wat je in je glas hebt. Slecht ijs of fletse koffie? Dan krijg je ook een affogato die nergens heen gaat. Alles begint dus bij een zorgvuldige keuze van wat er in dat kleine glas belandt.

Neem het ijs. Ga niet voor de eerste de beste pot uit het vriesvak. Wat je zoekt is roomijs met een hoog vetgehalte, een volle textuur en een natuurlijke vanillesmaak. Die herken je vaak aan de zichtbare zwarte puntjes van echte vanille. Vermijd varianten die vooral lucht en suiker bevatten, die smelten sneller, verliezen hun structuur in de espresso en geven vooral een plakkerige zoetheid in plaats van die romige, koele balans. Ambachtelijk ijs of ijs van een goede ijssalon is geen overbodige luxe, maar een essentieel ingrediĆ«nt. Bij voorkeur eentje zonder kunstmatige smaakstoffen of overdreven aroma’s die de koffie gaan overheersen.

Dan de espresso. Ook hier geldt: kwaliteit boven gemak. Versgemalen bonen zijn een must, het liefst een medium tot donkere branding met een volle, ronde smaak. De espresso moet krachtig genoeg zijn om zich niet te laten ondersneeuwen door het ijs, maar ook niet zo bitter dat hij het hele glas domineert. Vermijd dus koffie die zuur of verbrand smaakt. Dat verraadt slechte branding of een verkeerde zetmethode.

Heb je geen espressomachine? Geen paniek. Een moka kan perfect werken, zolang je zorgt dat je koffie stevig is en niet te waterig. Zelfs een goede filterkoffie is mogelijk, al mis je dan wel het romige mondgevoel van een echte espresso. Wat je absoluut wil vermijden zijn capsules of instantkoffie: die missen het karakter dat nodig is om het ijs te omarmen en op te tillen.

En dan is er nog de timing. Een affogato leef je in het moment. De espresso moet net gezet zijn, heet, geurig, vol levendigheid. Als hij te lang staat, verliest hij zijn punch. En het ijs? Dat moet ijskoud zijn, net uit de diepvries, stevig genoeg om niet meteen te verdwijnen.

Kies dus zorgvuldig. Alleen twee ingrediƫnten die hun werk doen. Maar dan wel op hun allerbest. Want in de affogato valt er niets te verbergen.

Variaties: is er ruimte voor creativiteit?

Hoewel de klassieke affogato gebouwd is op de combinatie van vanille-ijs en een stevige espresso, leent dit eenvoudige concept zich verrassend goed voor interpretatie. Het basisidee blijft overeind: koud ijs, warme koffie. Maar binnen die grenzen is er verrassend veel ruimte voor variatie. Niet om het recept per se te verbeteren, maar om het af te stemmen op het moment, het seizoen of simpelweg de persoonlijke voorkeur.

Vanille blijft de meest gebruikte smaak en dat is terecht. De zachte, romige ondertoon combineert moeiteloos met de bitterheid van espresso. Toch hoeft het daar niet te stoppen. Hazelnoot geeft een nootachtige diepgang, chocolade versterkt de intensiteit van de koffie en stracciatella voegt een subtiele textuur toe. Wie avontuurlijker is aangelegd kan munt, gezouten karamel of zelfs citroen proberen. Die vragen wel een zorgvuldige afstemming met de koffie, want niet elke combinatie is vanzelfsprekend in evenwicht.

Ook de koffie zelf biedt ruimte om te experimenteren. Wie geen espresso wil of kan gebruiken, kan aan de slag met een moka, een stevige filterkoffie of zelfs een ristretto voor een krachtigere punch. Sommigen kiezen een kleine cappuccino, waarbij het melkschuim een zachtere toets geeft. Andere liefhebbers kiezen voor een koude bereiding, zoals cold brew. Dat geeft een andere temperatuurbeleving en een zachter mondgevoel, maar behoudt het contrast dat zo kenmerkend is voor een affogato.

Wat je aan de basis toevoegt, is optioneel maar kan het geheel verrijken. Slagroom maakt het zachter, een lepeltje krokante nootjes voegt textuur toe, en een drupje likeur zoals amaretto of koffielikeur geeft het dessert een volwassener karakter. Ook chocoladesiroop of karamel kunnen, mits met mate, zorgen voor een zoet accent zonder dat het geheel uit balans raakt.

Hoe maak je een klassieke Affogato?

Ingrediƫnten (voor 1 persoon):

  • 1 bol hoogwaardig vanille-ijs
  • 1 shot (circa 30 ml) hete, verse espresso

Bereiding:

  1. Schep een bol vanille-ijs in een gekoeld glas of kommetje.
  2. Zet een stevige espresso.
  3. Giet de hete koffie langzaam over het ijs.
  4. Serveer onmiddellijk. Voeg indien gewenst toppings toe.

Extra toevoeging: wil je het een tikkeltje decadenter? Voeg een scheutje amaretto of hazelnootlikeur toe. Of werk af met geraspte pure chocolade. Maar eigenlijk heeft de affogato dat allemaal niet nodig.

Wat affogato zo tijdloos maakt.

De affogato is een klein meesterwerkje. Hij toont hoe weinig je nodig hebt om iets memorabels op tafel te zetten, zolang de kwaliteit klopt. Geen spektakel, geen overdaad, maar een warme ontmoeting tussen eenvoud en smaak. Italiƫ begrijpt dat als geen ander. En wij? Wij lepelen graag mee.

Cuines 33: Een culinaire reis door smaak Ć©n ruimte

In het hart van Knokke bevindt zich Cuines 33, een restaurant dat bekendstaat om zijn innovatieve benadering van gastronomie. Achter dit culinaire juweel staan chef-kok Edwin Menue en gastvrouw Fleur Boussy, een onafscheidelijk duo dat hun gezamenlijke passie voor gastvrijheid en verfijnde keuken tot leven brengt. Na talrijke stages in gerenommeerde restaurants openden Edwin en zijn vrouw Fleur in 2010 Cuines 33, een uniek tapasgericht restaurant in Knokke. Hun toewijding en passie werden al snel erkend; binnen een jaar na de opening ontvingen ze hun eerste Michelinster.

Na veertien jaar besloten Edwin en Fleur het concept van hun restaurant te herzien. Met een vernieuwde focus op de essentie van gastvrijheid en culinaire beleving, creƫerden ze een setting waarin gasten zich thuis voelen en smaken tot leven komen. Dit vernieuwde concept, dat nu ongeveer een jaar in werking is, benadrukt hun toewijding aan zowel innovatie als traditie.

Wat Cuines 33 zo uniek maakt, is niet alleen de verfijnde keuken, maar ook de manier waarop de avond zich ontvouwt. Elke gang wordt geserveerd in een andere ruimte, waardoor de beleving dynamisch en verrassend blijft. Van een intieme aperitiefruimte tot een gezamenlijke toog en zelfs een onverwachte stop in de keuken – hier eet je niet alleen, je beleeft.

Mood 1: Een aperitief met spannende amuses

De ervaring begon meteen bij binnenkomst in Mood 1, een sfeervolle ruimte waar de aperitief werd geserveerd. We kozen voor een elegante Champagne Philipponnat Royale RƩserve Non DosƩ en een speelse interpretatie van een Bloody Mary. Terwijl we genoten van deze dranken, werden de eerste amuses geserveerd. Elk klein gerechtje was een gelaagde smaakexplosie die de verwachtingen meteen hoog legde:

  • Magnolia shot met sakura en kaffir – een verrassend frisse start. De bloemige en citrusachtige tonen smolten perfect samen en zorgden voor een subtiele maar verkwikkende eerste indruk.
  • Merengue met dry aged makreel, mirin en miso – een knap spel van texturen en umami. De luchtige, knapperige merengue contrasteerde prachtig met de diepe, hartige tonen van de rijpe makreel en de lichte zoetheid van mirin. Een kleine hap, maar een krachtige smaakbeleving.
  • Cocktail van oester, komkommer en shiso – deze amuse was een ware verfrissing. De zilte toets van de oester werd versterkt door de kruidige frisheid van shiso en het lichte zuurtje van komkommer.
  • Hoorntje met ganzenlever, rode biet en merlot azijn – hoewel technisch perfect uitgevoerd, was dit de amuse die ons het minst wist te bekoren. Dit lag vooral aan persoonlijke voorkeur; de combinatie van de aardse rode biet met de rijke, romige ganzenlever en het lichtzure accent van merlot azijn was intens, maar niet helemaal onze favoriet. Dit zegt echter meer over onze smaak dan over de kwaliteit van het gerecht, die onmiskenbaar hoog was.

Mood 2: Een mysterieus overgangsmoment

Na de eerste verrassende amuses werden we individueel geroepen naar een tussensas dat fungeerde als overgang naar de volgende fase van het menu. Dit moment was slim opgebouwd: de spanning werd verhoogd doordat we niet meteen wisten wat ons te wachten stond, en de intieme setting droeg bij aan de exclusieve sfeer. In deze ruimte werd ons ƩƩn geraffineerd gerecht gepresenteerd:

  • Pani puri met rundsvlees, oud Brugge, look confit en eierdooier

De presentatie was indrukwekkend: het gerecht werd geserveerd op een klassiek zilveren plateau, waarbij de pani puri elegant werd geplaatst op antieke zilveren glaasjes. Dit gaf een extra dimensie en een bijna ceremoniĆ«le aanblik. De finishing touch – een delicate laag ragfijn geraspte oud Brugge-kaas en een eetbaar bloemetje – maakte het geheel visueel compleet.
De pani puri moest in ƩƩn hap gegeten worden, waarna de krokante korst direct openbrak en de romige, intense vulling vrijkwam. De intense smaken waren prachtig in balans.

Mood 3: De gezamenlijke culinaire beleving

Eenmaal door de tussensas betraden we de hoofdruimte, Mood 3, waar de culinaire ervaring naar een hoger niveau werd getild. Hier namen we plaats aan een U-vormige toog, waar maximaal 16 gasten kunnen genieten van de gerechten en de interactie met de chef. De setting voelde intiem en exclusief aan, waardoor elke gang nog intenser beleefd werd.

De eerste gerechten van Mood 3 toonden direct de signatuur van de keuken: technisch perfect, visueel verfijnd en met een harmonie van smaken en texturen.

  • Coquille met violet radijs, yoghurt en moerasspirea, vergezeld door een glas Neumayer Austria Grillenbart riesling 2021.
    De coquilles, die dagelijks vers binnenkomen, werden kort gemarineerd om hun natuurlijke, zilte zoetheid te versterken. Dit subtiele proces zorgde ervoor dat de delicate structuur van de coquille volledig tot zijn recht kwam. Dunne, bijna transparante plakjes violet radijs omhulden de fluweelzachte coquille als een kunstig gevouwen bloem – een verfijnde presentatie die het visuele spektakel van het gerecht benadrukte. De lichte aardse toets van de radijs vormde een perfect contrast met de zachte, maritieme frisheid van de coquille. Wat deze gang extra bijzonder maakte, was de afwerking die letterlijk voor onze neus werd uitgevoerd. Chef Edwin Menue creĆ«erde ter plaatse een ijspoeder van yoghurt en moerasspirea, met behulp van een traditionele Japanse ijsmandoline. Dit zorgde niet alleen voor een prachtig visueel effect, maar voegde ook een ijskoude, luchtige textuur toe die het gerecht een verrassend mondgevoel gaf. Deze gang was een perfecte balans tussen puurheid, verfijning en techniek, waarbij de versheid van de ingrediĆ«nten en de precisie van de bereiding volledig in de schijnwerpers stonden.
    Het glas Riesling uit het Oostenrijkse Traisental paste als gegoten!
  • Langoestine met dashi, pompoen, curry en sinaas, met een perfect passende Sessantaquattro vermentino ā€˜23.
    De langoustine, gegrild tot een perfecte sappigheid, had een subtiel rokerig randje dat prachtig samenging met de diepe umami van dashi. De presentatie was speels en modern, met levendige kleurcontrasten. Elke hap was een samensmelting van hartige, lichtzoete en kruidige smaken, en een perfecte gegaarde langoustine met een fluweelzachte textuur die het geheel afrondde.
    Pluim ook voor sommelier Fleur die ons de keuze liet tussen een klassieke en meer gedurfde wijnkeuze. Wij verkozen de Sardijnse Vermentino boven de Nativas Castelão uit het Portugese Lisboa en betreurden ons de keuze niet. De wijn gaf met zijn mineraliteit een extra dimentie aan het gerecht.

De ervaring werd nog unieker toen we plots werden uitgenodigd naar de keuken voor een speciale verrassing. Hier kregen we een brioche ā€˜feuilletĆ©e’ met paling, lavas den en berenklauw. Dit ‘broodje’ was luchtig, boterig en had een prachtig krokante buitenkant.
Een speelse twist volgde toen de bijpassende 3 Fonteinen dennentak Oude Geuze in een zwart glas werd geschonken. Chef Edwin daagde ons uit ten raden wat de inhoud van het glas was, en met trots kan ik zeggen dat ik het bij het juiste eind had. De zurige, complexe tonen van de geuze sloten trouwens perfect aan bij de brioche.

De maritieme en aardse tussengangen

Terug aan de U-vormige toog kregen we een volgende reeks verfijnde gerechten voorgeschoteld:

  • Zeebaars ā€˜meringue’, Zeeuwse mossel en dille.
    Een technisch verfijnd gerecht waarin textuur en smaak perfect in balans waren. De zeebaars werd eerst gewikkeld in een dunne laag nori, wat een subtiel jodiumachtig aroma toevoegde. Vervolgens werd het geheel overspoten met een luchtige meringue en langzaam in de oven gegaard. Bovenop lagen perfect gegaarde Zeeuwse mosselen, die een zilte, volle smaak toevoegden. De presentatie werd verfijnd afgewerkt met een luchtige schuimsaus en dille-olie, die het gerecht een aromatische frisheid gaf. Voor de gasten was er de optie om het gerecht te verrijken met caviaar, een toevoeging die de ziltigheid en luxe nog verder had verhoogd. Wij kozen ervoor deze extra niet te nemen, maar zelfs zonder de caviaar bleef het gerecht perfect in balans.
    De pairing met de Furmint 2022 van Rosi Schuster uit Burgenland bleek een meesterzet. De levendige zuren en minerale tonen van de wijn speelden perfect in op de romige meringue en de subtiele ziltheid van de mosselen. De lichte oxidatieve stijl van de wijn voegde extra diepte toe, terwijl de frisse citrusaroma’s zorgden voor een verfijnde harmonie met de schuimsaus.
  • Zwezerik met gepofte knolselder, koffie en vanille
    Deze gang speelde met diepte en contrasten: de zwezerik had een perfect gekarameliseerde buitenkant, waardoor een intens hartige bite ontstond, terwijl de binnenkant heerlijk romig bleef. De gepofte knolselder voegde een aardse, licht zoete toets toe, terwijl de subtiele bitterheid van koffie en de warme, ronde tonen van vanille voor een intrigerend smaakcontrast zorgden. Als laatste verfijning werd er traag gedroogde knolselder, die maar liefst zeven dagen op 70°C in de oven had doorgebracht, over het gerecht geraspt.
    Voor de bijpassende wijn werd ons de keuze gelaten tussen een Orange wine: Vinho Verde Phaunus – Loureiro 2022 en de klassiekere Contraste Douro. Omdat ik geen liefhebber ben van tannine in witte wijn – en dus zelden of nooit voor een orange wine kies – werd het de rode Douro wijn. Deze wijn was prima op zich, als pairing net iets minder.
    Normaal gezien zou ik vooraf gevraagd hebben de zwezerik te vervangen door een ander ingrediƫnt (het eten van orgaanvlees zit fout tussen mijn oren). Bij Quines 33 wordt er vooraf aangegeven dat er geen aanpassingen aan de menu gemaakt worden en dus liet ik het dan ook zo. Groot compliment voor chef Edwin want hij is de eerste die me heeft kunnen laten genieten van zwezerik. Dit gerecht was hemels lekker.
  • Landes kip met fideuĆ , trompet de la mort en zwarte look
    Vooraleer verder te lezen: klik eerst op: šŸŽµ Luister hier naar Paint It Black.
    Nog voor het gerecht werd geserveerd, werd de toon gezet met een onverwacht muzikaal intermezzo: The Rolling Stones – Paint It Black klonk luid door de ruimte. Een speelse en slimme verwijzing naar het bord dat enkele ogenblikken later werd gepresenteerd – een volledig in zwart gehuld gerecht, dat zowel visueel als smaakmatig een statement maakte.
    De Landes kip was tot in de perfectie gegaard en doordrenkt met diepe smaken. De fideuƠ, een Spaanse pastavariant, bracht een stevige bite en absorbeerde de intense smaken van het gerecht. Dit in combinatie van trompet de la mort (hoorn des overvloeds) en zwarte look. De presentatie was gedurfd, mysterieus en minimalistisch, met zwarte saus en donkere ingrediƫnten die het thema tot in de perfectie uitvoerden.
    De bijpassende wijn was er eentje van de Spaanse EmpordĆ -regio: Av Bodeguers ā€˜Elitia’ 2018, een pure carignan. De krachtige, kruidige tonen van de wijn versterkten de rokerige en umami-rijke elementen van het gerecht, terwijl de fluweelzachte tannine voor een elegante afdronk zorgden.

Het zoete, voorspel-finale

Na een indrukwekkend menu vol verfijnde smaken en creatieve presentaties, kwamen we aan bij het dessertgedeelte van de avond. Net als de hartige gangen, wisten de nagerechten opnieuw te verrassen met diepgang, contrasten en onverwachte combinaties.

  • Moerduiveltje, hooi, anijs, ijs van botermelkazijn
    Dit eerste dessert was een subtiele overgang van de hartige gerechten naar de zoetere finale. De presentatie was elegant en verfijnd, met een romige kaas als basis, overgoten met een delicate siroop die zowel zoete als hartige tonen bevatte.
    Hoewel mijn vrouw dit keer niet akkoord was met mijn analyse vond ik de smaakopbouw verrassend gebalanceerd: het moerduiveltje (een witschimmelkaas) bracht een lichte fruitigheid. Het gerecht kreeg extra frisheid door het ijs van botermelkazijn, dat een verfijnd zuur element toevoegde en voor een speelse, frisse toets zorgde. Hoewel er nog een speldenprik honing werd toegevoegd voelde dit dessert eerder hartig dan uitgesproken zoet, maar juist die complexiteit maakte het bijzonder intrigerend.
    Hoewel het officiĆ«le hoofdstuk aangepaste wijnen hier eindigde, liet gastvrouw Fleur ons uiteraard niet op onze honger… of dorst zitten. We kregen een uitgelezen selectie versterkte wijnen voorgesteld om deze gang te begeleiden. Op een zilveren plateau stond een mooie line-up, waaronder twee verschillende Madeira’s. Ik koos voor de Barbeito Verdelho Reserva, terwijl mijn vrouw voor de Maderista Reserva Dry ging. Uiteraard proefden we beiden en konden we de subtiele verschillen ervaren. De Maderista Reserva Dry was wat droger en complexer, met een iets uitgesprokener oxidatieve toets, wat het beste paste bij het gerecht.
  • Zeeuwse bolus, karamel, eekhoorntjesbrood en truffel
    Waar het vorige dessert subtiel en fris was, bracht deze gang een diepe, rijkere umami-ervaring waarin zoet en hartig naadloos samensmolten. De Zeeuwse bolus, traditioneel een zoet, kleverig gebak, kreeg hier een gedurfde herinterpretatie. De gekarameliseerde buitenkant bracht uiteraard een karamelsmaak, die prachtig in contrast stond met het vers gedraaide ijs van naar vermoeden eekhoorntjesbrood. De afwerking met versgeraspte wintertruffel voegde een luxueus, aromatisch element toe. De texturen waren perfect uitgebalanceerd: de zachte, smeuĆÆge binnenkant van de bolus, het romige van het ijs en de knapperige truffelshaving zorgden voor een unieke gelaagdheid.
    Begeleiding: Wijn of Vermouth?
    Ook bij dit dessert kregen we een uitgelezen selectie van begeleidende dranken voorgesteld. Opnieuw een moeilijke, maar heerlijke keuze. Ik koos voor een glas Rheinriesling 2012 van Ott (Wagram), een wijn met een mooie rijping, waarin frisse zuren en subtiele honingtoetsen samenspeelden met de karameltonen van het gerecht. Mijn vrouw koos voor een Black Vermouth van Casa Mariol (Terra Alta), een gewaagde, maar geslaagde pairing. De kruidige bitters en florale tonen van de Vermouth speelden verrassend goed in op de zoete en hartige contrasten van het dessert.

De Smokey Cigar verrassing

Voor de volgende gang werden we teruggeleid naar het tussensas, waar alweer een verrassend en speels intermezzo op ons wachtte. Een kristallen asbak, gevuld met brandende kruiden en hooi, creƫerde een mysterieuze, rokerige ambiance.

De Smokey Cigar was geen sigaar, maar een delicaat krokant rolletje gevuld met een intense combinatie van zoethout en nougatine. Bij de eerste hap barstte de vulling los en verspreidde zich een diepe, geroosterde karamelsmaak, subtiel geparfumeerd met de zoethouttonen. De rooksensatie uit de asbak voegde een extra zintuiglijke laag toe, waardoor het geheel niet alleen een smaak-, maar ook een geurervaring werd.

Een perfecte brug tussen de desserts en de afsluiting van de avond – speels, doordacht en met een vleugje theatrale finesse.

Terug naar het begin voor een zoete aflsuiter

De avond eindigde waar hij begon: in Mood 1, maar deze keer met een reeks verfijnde zoetigheden als afsluiter. De setting had een extra dimensie door de kleine, stijlvolle bar, waar een cocktail naar keuze werd gemixt. In plaats van koffie of thee kozen we voor een Pisco Sour en een Martini Espresso. Een speelse en verfijnde manier om de avond af te ronden.
De mignardises werden gepresenteerd in een visueel aantrekkelijk houten kistje.

De zoete selectie:

  • Witte chocolade, gepofte rijst & citrus – Knapperig en luchtig, met een romige witte chocoladebasis en een frisse citrusafwerking die zorgde voor een lichte en speelse afsluiting.
  • Macaron pistache & eucalyptus – Luchtig en verfijnd, met een subtiele kruidige frisheid van eucalyptus die mooi contrasteerde met de romige pistachevulling.
  • Mandarijn, speculoos, pĆ¢te de fruit – Een intense hap vol citrus en warme specerijen, waarin de zoetheid van mandarijn en de kruidigheid van speculoos speels samenkwamen.
  • Donkere chocolade, nootmuskaat & zout – Een chocoladeganache met een subtiele toets van nootmuskaat, die door het zout een verrassend gelaagde smaak kreeg.

Conclusie: Een Zintuiglijke Reis

Cuines 33 is niet zomaar een gastronomische ervaring; het is een doordacht theaterstuk waarin smaak, beleving en ruimte samenkomen. De overgang tussen de verschillende moods creƫert een extra laag spanning en exclusiviteit, terwijl het intieme karakter (maximaal 16 gasten) ervoor zorgt dat elk detail perfect tot in de puntjes wordt georkestreerd.

Wat deze ervaring extra bijzonder maakte, was niet alleen de perfecte balans tussen verfijnde smaken, structuren en creativiteit, maar ook de persoonlijke en gastvrije touch van Edwin, Fleur en hun volledige team. Ze waren niet zomaar op de achtergrond aanwezig, maar visueel verrijkend betrokken bij de ervaring, wat de interactie en connectie met het concept nog intenser maakte.

De service was uitmuntend: warm, attent en gastvrij, zonder ooit opdringerig te zijn. Elk gerecht werd met passie gepresenteerd, met oog voor detail en met de ruimte om zelf op ontdekking te gaan.

Cuines 33 bewijst dat fine dining niet alleen draait om eten, maar om een totaalbeleving waarin smaak, sfeer en storytelling samenkomen. Een gastronomisch avontuur dat blijft nazinderen – en absoluut uitnodigt om terug te keren.

🌟 Beoordeling: 5/5 sterren – een must voor wie gastronomie op het hoogste niveau wil ervaren.