Riesling Italico: de naam die misleidt

Druivenrassen en hun namen zijn soms ware valkuilen. Riesling Italico is daar een schoolvoorbeeld van. Wie de naam leest, denkt vanzelf aan de nobele Riesling uit Duitsland en verwacht aromatische wijnen met bewaarpotentieel. Niets is minder waar. Riesling Italico heeft genetisch en stijlmatig helemaal niets te maken met de beroemde Riesling, die in Italië wordt aangeduid als Riesling Renano. De gelijkenis stopt bij de naam, en die zorgt al decennialang voor misverstanden en verkeerde verwachtingen.

Het is een druif die in de loop van de twintigste eeuw aan populariteit verloor, maar vandaag opnieuw aandacht krijgt van producenten en wijnliefhebbers. Daarmee verdient deze druif het om opnieuw bekeken te worden, niet door de bril van zijn naam, maar door wat hij werkelijk in de wijngaard en het glas te bieden heeft.

Wat zit er in een naam?

De aanduiding “Riesling Italico” heeft al sinds de 19e eeuw tot verwarring geleid. Enerzijds omdat de term “Riesling” onmiddellijk de link legt met de Duitse klassieker, anderzijds omdat de toevoeging Italico de indruk wekt dat het gaat om een Italiaanse variant daarvan. In werkelijkheid gaat het om een volledig aparte druif met een eigen geschiedenis.

Moderne DNA-analyses hebben dit definitief bevestigd: het enige gekende ouderras van Riesling Italico is de Coccalona Nera, een weinig voorkomende druif zonder grote rol in de hedendaagse wijnbouw. Dit gegeven onderstreept hoe misleidend de naam “Riesling” hier gebruikt is, en hoe weinig de druif gemeen heeft met zijn Duitse naamgenoot.

De naamgeving wordt nog complexer door regionale varianten. In Duitstalige gebieden staat de druif bekend als Welschriesling, letterlijk “vreemde Riesling”. In Veneto leeft ze verder onder volksnamen als Rismi, Risii en Riesli. Bovendien laten Italiaanse registers in sommige provincies etikettering onder de naam Riesling toe, wat de verwarring bij consumenten en sommeliers in stand houdt.

Juist deze onduidelijkheid rond de naam heeft de opbouw van een eigen identiteit jarenlang afgeremd. Terwijl andere druiven hun profiel konden aanscherpen, bleef Riesling Italico worstelen met verwachtingen die ze niet kan of hoeft waar te maken. Het erkennen van de Coccalona Nera als genetische bron was daarom van enorm belang: het helpt om de druif los te maken van de verkeerde associatie met de Duitse Riesling en een eigen plaats toe te wijzen binnen de wijnbouw.

Geschiedenis en verspreiding

De precieze oorsprong van Riesling Italico is al meer dan een eeuw onderwerp van discussie. Verschillende theorieën circuleren:

  • In 1876 suggereerde Goethe dat de druif zijn wortels had in de Champagne, waar hij bekend zou zijn geweest als Meslier, en later als Welschriesling naar Duitsland zou zijn overgewaaid.
  • In 1906 ontkrachtte de ampelograaf Molon dit, omdat hij in de Franse literatuur geen enkel spoor vond van de druif. Een Italiaanse oorsprong leek hem waarschijnlijker.
  • Een derde hypothese koppelt Riesling Italico aan de Aminea gemella uit de Romeinse tijd, een variĂ«teit waarmee de Falerner-wijnen werden gemaakt.

Zekerheid over de oorsprong ontbreekt nog steeds. Wat wel vaststaat, is dat moderne DNA-analyses geen verwantschap hebben gevonden met Pignoletto of Verdicchio, druiven waarmee Riesling Italico in de loop van de tijd geregeld werd verward.

Binnen Italië kreeg de druif in de twintigste eeuw een vaste plaats, vooral in Lombardije. In de Oltrepò Pavese beslaat hij vandaag ongeveer 95 procent van de nationale aanplant. Daarnaast zijn er kleinere oppervlaktes in Veneto, Friuli en Trentino-Alto Adige, waar de druif vaak Welschriesling wordt genoemd. Sporadisch duikt hij ook op in Emilia, onder meer in de Colli Bolognesi.

De officiële erkenning van Riesling Italico binnen de Italiaanse wijnwetgeving is breed. Hij is toegelaten in meerdere provincies, zoals Verona, Vicenza, Treviso en Udine, en maakt deel uit van talrijke DOC’s waaronder Oltrepò Pavese, Collio, Garda, Custoza en Friuli Isonzo. Ook binnen de IGT-categorie komt zijn naam vaak voor, van Terre di Chieti tot Veneto en Vigneti delle Dolomiti.

Buiten Italië is Riesling Italico vooral bekend in Centraal-Europa. Daar wordt hij Welschriesling genoemd en speelt hij een belangrijke rol in Oostenrijk, Slovenië en Hongarije. In Slovenië staat hij bekend als Laški Rizling, in Hongarije als Olaszrizling, en in Kroatië als Graševina. Daarnaast duiken in historische bronnen en lokale tradities nog andere namen op, zoals Crouchen en Rieling Oslas. In deze landen geniet de druif meer aanzien dan in Italië zelf, met stijlen die variëren van lichte, frisse wijnen tot complexere versies met bewaarpotentieel.

Een druif op de dool

Riesling Italico heeft in Italië een bewogen traject achter de rug. In de jaren negentig stond er nog ruim 2.300 hectare aangeplant, maar sindsdien is de oppervlakte gestaag geslonken tot ongeveer 1.200 à 1.300 hectare vandaag. Die terugval weerspiegelt het geringe aanzien dat de druif decennialang genoot. Lange tijd werd ze beschouwd als een tweede keuze, een variëteit die zelden bewust werd gepositioneerd of gecommuniceerd.

Die situatie had ook gevolgen voor de markt. Het Consorzio van Oltrepò Pavese, waar het gros van de aanplant zich bevindt, heeft nooit een helder communicatief kader ontwikkeld om Italico van Renano te onderscheiden. Daardoor bleef de druif voor velen in een grijze zone hangen: aanwezig, maar niet erkend.

Toch tekenen zich de laatste jaren signalen van verandering af. Kleine producenten in Oltrepò Pavese kiezen ervoor om Riesling Italico opnieuw in de kijker te zetten, ditmaal met een focus op kwaliteit. Ook internationale initiatieven zoals het concours Grow du Monde hebben bijgedragen aan een herwaardering: ze tonen dat Italico, mits de juiste vinificatie, frisse en minerale wijnen kan leveren die perfect inspelen op de huidige vraag naar lichtvoetige, doordrinkbare stijlen.

Eigenschappen van de wijnstok

Riesling Italico is een wijnstok met een middelmatige groeikracht en een betrouwbare, vrij consistente productie. Op heuvelhellingen met klei-kalkrijke bodems, een goede drainage en een relatief droog klimaat presteert hij het best. In zulke omstandigheden behoudt de druif zijn frisse zuren, waardoor de wijnen levendig en evenwichtig blijven. In vlakke of vochtige wijngaarden is hij gevoeliger voor rot, waardoor de keuze van de locatie een doorslaggevende rol speelt in de kwaliteit.

Ampelografisch valt de plant op door zijn middelgrote bladeren, meestal gaaf of licht gelobd, met een heldergroene, bijna metaalachtige glans aan de bovenzijde. De trossen zijn klein, compact en vaak cilindrisch van vorm, soms met een korte vleugel. De bessen zijn middelgroot, goudgeel met een lichte groene tint en bedekt met een dunne maar stevige schil. Het vruchtvlees is sappig en zoet, eerder neutraal van karakter, maar daardoor juist geschikt om bij vinificatie frisse en subtiele aroma’s naar voren te laten komen.

De groeicyclus van Riesling Italico verloopt gemiddeld in tempo. Knopzetting, bloei en véraison volgen elkaar in een normaal ritme, en de druif bereikt zijn rijpheid in de derde tijdsperiode, doorgaans in de tweede helft van september. Dit geeft de wijnmaker de mogelijkheid om een goed evenwicht te vinden tussen rijpheid en behoud van natuurlijke aciditeit. Bij een nauwgezette oogstplanning kunnen de aroma’s zich optimaal ontwikkelen zonder dat de frisheid verloren gaat.

Het wijnprofiel

Riesling Italico levert wijnen met een lichte tot medium body en een bleke strogele kleur die vaak groene reflecties vertoont. Het aromatische profiel is ingetogen maar verfijnd, waarbij vinificatie doorgaans frisse tonen van citrus, kweepeer en abrikoos naar voren brengt, vaak ondersteund door een minerale ondertoon die de wijn een zekere spanning geeft.

In de mond proef je frisse zuren die zorgen voor levendigheid en een droge, evenwichtige stijl. Kenmerkend is een subtiel bittertje in de afdronk dat de wijnen een eigen signatuur meegeeft. Deze combinatie maakt Riesling Italico bijzonder geschikt om jong te drinken, wanneer de fruitigheid en de frisheid op hun hoogtepunt zijn.

Naast stille wijnen wordt de druif steeds vaker gebruikt voor mousserende vinificaties. De natuurlijke aciditeit en de delicate aroma’s lenen zich uitstekend voor frizzante en spumante stijlen, die vooral overtuigen in wijngaarden met heuvelachtige ligging en drogere klimaten. Daar komt de frisheid het best tot uiting en ontstaan wijnen die lichtvoetig maar karaktervol zijn. Het profiel van Riesling Italico sluit zo goed aan bij de huidige voorkeur voor toegankelijke, verteerbare wijnen die niet in kracht maar in zuiverheid en doordrinkbaarheid uitblinken.

Riesling Italico versus Riesling Renano

De verwarring tussen beide druiven is hardnekkig, maar in werkelijkheid gaat het om twee volledig verschillende druiven die zowel qua oorsprong, stijl als marktpositie weinig met elkaar gemeen hebben. Riesling Renano, de klassieke Duitse Riesling, staat internationaal bekend om zijn aromatische intensiteit en de veelzijdigheid waarmee hij uiteenlopende stijlen kan voortbrengen, van strakdroog tot edelzoet. Kenmerkend zijn de uitgesproken citrus- en steenvruchtaroma’s, florale tonen en een hoge zuurgraad die de basis vormt voor een uitzonderlijk bewaarpotentieel. Grote wijnen van Renano ontwikkelen zich in de fles vaak tientallen jaren en krijgen daarbij complexe tertiaire aroma’s zoals petroleum, honing en gedroogd fruit, eigenschappen die de druif tot een icoon van de wereldwijde wijnbouw hebben gemaakt.

Riesling Italico heeft een totaal ander profiel. De wijnen zijn lichter, minder aromatisch uitgesproken en bedoeld om jong te drinken. Het accent ligt op frisheid en toegankelijkheid, met subtiele fruittonen en een levendige maar niet overdreven hoge aciditeit. Waar Renano vaak aanzien en prestige uitstraalt, positioneert Italico zich eerder als een druif voor dagelijks drinkplezier en veelzijdige toepassingen. Juist dankzij zijn frisse karakter en doordrinkbaarheid is hij geschikt voor mousserende vinificatie, een domein waarin hij steeds vaker wordt ingezet.

Het fundamentele onderscheid tussen beide zit dus niet enkel in de genetische achtergrond, maar vooral in stijl, gebruik en perceptie. Riesling Renano is de druif van de lange adem en de grote bewaarwijnen, Riesling Italico die van de directe drinkbaarheid en de moderne trend naar lichtere, verfrissende wijnen. Beide druiven beantwoorden aan heel andere verwachtingen en markten, en precies daarom is het essentieel ze duidelijk van elkaar te onderscheiden.

Een blik op de toekomst

Riesling Italico staat op een kruispunt. Aan de ene kant blijven de officiële aanplantcijfers dalen en ontbreekt er nog altijd een eenduidige strategie van consortia of appellaties om de druif stevig te positioneren. Aan de andere kant groeit de belangstelling vanuit nichekringen, zowel bij producenten die experimenteren met nieuwe vinificatiestijlen als bij een publiek dat meer openstaat voor frisse, lichte en minder voor de hand liggende wijnen. Internationale initiatieven spelen hierbij een belangrijke rol. Het concours Grow du Monde heeft de druif zichtbaar gemaakt op een niveau waar Italië tot 2023 nauwelijks aanwezig was. De eerste inzendingen in 2024 werden positief onthaald en toonden dat Italico, mits zorgvuldig gemaakt, kan overtuigen naast voorbeelden uit Centraal-Europa.

Ook de digitale gemeenschap draagt bij aan de herwaardering. Online fora en sociale media laten zien dat er een generatie wijnliefhebbers opstaat die bewust buiten de klassieke paden kijkt en Italico prijst om mineraliteit, frisse zuren en toegankelijkheid. In die kringen wordt de druif omschreven als een onderschat alternatief, vooral geschikt voor wie een Italiaanse witte wijn zoekt met karakter maar zonder zwaarte. Dit enthousiasme onderstreept dat Italico zich in een markt kan nestelen die steeds meer waarde hecht aan verteerbaarheid en authenticiteit.

De grote uitdaging blijft communicatie. Zolang de naam verwarring zaait en er geen gecoördineerde inspanning is om de druif een eigen profiel te geven, zal Riesling Italico niet de zichtbaarheid krijgen die hij verdient. Toch zijn er tekenen van verandering: kleine producenten die het voortouw nemen, internationale erkenning die toeneemt en een consument die klaar lijkt voor iets nieuws. Als deze lijnen worden doorgetrokken, kan de druif uitgroeien tot een verrassend relevant uithangbord van hedendaagse Italiaanse wijnbouw, niet door te wedijveren met de grote Riesling Renano, maar door zijn eigen plaats te claimen in het spectrum van frisse en authentieke wijnen.

Tabula rasa

Riesling Italico verdient een nieuwe kans, maar dan zonder de ballast van een misleidende naam. Noch Riesling noch Italico weerspiegelt zijn echte identiteit. Een herstart met een andere benaming, zoals Graševina die in de Balkanlanden stevig is ingeburgerd, kan de druif de duidelijke positionering geven die ze nodig heeft. De bal ligt bij consortia en producenten: enkel door die stap te durven zetten kan deze druif uitgroeien tot een volwaardige speler in de moderne Italiaanse wijnbouw.

Cirò Classico DOCG – Een historisch moment voor Calabria

Mogen we het een verrassing noemen dat Calabria op 18 juli 2025 met Cirò Classico de goedkeuring kreeg als 78ste DOCG van Italië? Voor velen ongetwijfeld wel, maar voor mij persoonlijk iets minder. Begin mei 2025 stelde ik tijdens een aflevering van de Italian Wine Podcast (beluister de podcast) de vraag aan professor Attilio Scienza welke nieuwe DOCG’s hij in het vizier had. In dat gesprek schoof ik zelf al Cirò naar voren als kanshebber, samen met Casauria uit Abruzzo.

Dat mijn voorspelling zo snel zou uitkomen, had ik echter niet verwacht. In alle eerlijkheid dacht ik dat de eerste nieuwe DOCG-titel naar Etna zou gaan. Daarover gonzen de geruchten immers al jaren. Toch viel de eer aan Calabria te beurt, en wel aan Cirò Classico, het vlaggenschip van de regio en een van de oudste appellaties van Italië.

Met de toekenning van de status tot DOCG is een mijlpaal bereikt voor Calabria, dat tot voor kort een van de weinige regio’s zonder DOCG-erkenning was. Nu blijven enkel Valle d’Aosta, Alto Adige/Trentino, Ligurië en Molise achter. Deze stap geeft producenten en consumenten een helder kader: strengere regels zorgen voor meer herkomstkarakter en vooral krijgt de inheemse Gaglioppo de nodige erkenning.

Oorsprong en geschiedenis

De wijnbouw in Cirò gaat diep terug tot in de tijd van de Griekse kolonies die zich in Zuid Italië vestigden. In oude verhalen duikt de naam Krimisa op, een wijn die volgens de overlevering werd aangeboden aan de overwinnaars van de Olympische Spelen in het nabijgelegen Crotone. In diezelfde stad werd de beroemde atleet Milon vereerd, die zijn triomfen volgens de mythe graag vierde met de wijn van zijn geboortestreek. Of dit volledig historisch klopt of niet, Cirò draagt het aura van een wijn die vanaf het begin verbonden was met roem en symboliek.

Ook in middeleeuwse bronnen blijft de wijn van Cirò opduiken, vaak genoemd als een product dat tot ver buiten Calabrië werd gewaardeerd. Tijdens de Normandische en later de Angevijnse heerschappij werd Cirò beschreven als een van de meest prestigieuze wijnen van het zuiden, een vast onderdeel van wat toen al werd gezien als Calabria felix: een vruchtbaar en welvarend land.

Eeuwenlang speelde de inheemse druif Gaglioppo de hoofdrol. Deze druif, uniek voor Calabria, bleek bijzonder goed bestand tegen de hete zomers en droge omstandigheden. De zandige, kalkrijke bodems, in combinatie met de nabijheid van de Ionische zee en de beschermende heuvelruggen van de Sila, vormden een terroir dat perfect aansloot bij zijn karakter.

Cirò werd zo de krachtpatser van Calabria, een wijn die door de eeuwen heen symbool bleef staan voor de eigenheid van de regio. In de twintigste eeuw kreeg hij internationale bekendheid, onder meer toen hij in 1968 werd geserveerd als officiële wijn van de Olympische Spelen in Mexico. Daarmee sloot de cirkel zich haast op poëtische wijze: van geschenk voor atleten in de klassieke oudheid tot olympische wijn van de moderne tijd.

Vandaag vormt Cirò nog steeds de ruggengraat van de Calabrische wijnbouw. Met de bekroning tot DOCG wordt die eeuwenoude continuïteit officieel erkend, en krijgt Cirò een plaats in de hoogste regionen van de Italiaanse wijnhiërarchie.

De naam, wat staat er nu op het etiket

De officiële aanduiding luidt Cirò Classico DOCG. Het woord Classico verwijst naar het historische kerngebied, de heuvels rond Cirò en Cirò Marina, waar de wijn al eeuwenlang wordt gemaakt. Het gaat dus niet om een nieuw territorium, maar om een verstrakking van de vroegere DOC: enkel het meest authentieke deel van de productie, met strengere regels en hogere eisen, mag voortaan de DOCG-status dragen.

Belangrijk detail: alleen de Cirò Rosso Riserva is verheven tot Cirò Classico DOCG. De overige wijnen – Cirò Bianco, Rosato, Rosso, Rosso Classico, Rosso Classico Superiore en Rosso Superiore blijven binnen de DOC. Zo wordt duidelijk afgebakend welke wijn het visitekaartje vormt van de regio, en welke stijlen een ondersteunende rol behouden.

De regels, helder op een rij

In het nieuwe disciplinare voor Cirò Classico DOCG worden de regels en de voorwaarden streng en precies omschreven:

• Stijl: uitsluitend rode, droge wijn
• Druiven: minimaal 90% Gaglioppo, aangevuld met maximaal 10% Magliocco en of Greco Nero, internationale rassen zijn uitgesloten
• Herkomst: druiven moeten volledig afkomstig zijn uit de gemeenten Cirò en Cirò Marina
• Aanplant in de wijngaard: minimaal 4.000 stokken per hectare, in traditionele vormen als alberello of cordone speronato
• Opbrengst: maximaal 80 quintalen (8 ton) druiven per hectare
• Rendement: maximaal 70%
• Alcohol: druiven moeten een natuurlijk alcoholpotentieel van minstens 13% bezitten
• Rijping: minimaal 36 maanden vanaf 1 januari na de oogst, waarvan minstens 6 maanden in hout
• Vinificatie en botteling: verplicht binnen het productiegebied, met beperkte historische uitzonderingen
• Sensorische en analytische kenmerken bij verkoop: kleur robijnrood tot granaat, aroma intens en complex met rood fruit en specerijen, smaak droog, vol en harmonieus, minimaal alcohol 13%, totale zuurgraad minstens 4,5 g/l, extract minstens 27 g/l
• Verpakking: uitsluitend glazen flessen met klassieke sluiting, kunststofdoppen zijn verboden

Hoe proeft Cirò Classico DOCG

Cirò Classico DOCG bezit een robijnrode kleur die met de jaren kan evolueren naar granaat. In de neus vinden we rijp rood fruit, kruidigheid en soms een vleugje aardse of mediterrane tonen. In de mond is de wijn droog en stevig, gedragen door stevige tannine en ondersteund door een frisse aciditeit en een mooie lengte. Met rijping komt er meer zachtheid en complexiteit bij, maar zonder dat de robuuste ruggengraat verdwijnt. Het alcoholgehalte ligt minimaal op 13 procent en wordt in de betere wijnen mooi ingebouwd in de structuur, wat zorgt voor harmonie en balans.

En nu met z’n allen op zoek naar een Cirò Classico DOCG

Zo eenvoudig zal dit niet zijn! De officiële erkenning kwam er in 2025 en de wijn moet minimaal 36 maanden rijpen. Het zal dus nog even duren voor we de eerste flessen Cirò Classico DOCG effectief in de rekken zien en dus in ons glas kunnen zien verschijnen.

De viering van de nieuwe DOCG werd trots zichtbaar tijdens het 18de Cirò Wine Festival. Drie dagen lang kleurden proeverijen, masterclasses, e-bike tochten, muziek en diners onder de sterren de straten van Cirò en Cirò Marina. Het hoogtepunt kwam op 10 augustus, toen de hele gemeenschap in de Saraceense markten het glas hief. Het was meer dan een feest, het was een collectieve toost op verleden, heden en toekomst en op de kracht van Calabrische wijn.

Nu is het wachten op nummer 79! Wordt het Etna of toch nog Casauria? De geruchtenmolen draait alvast op volle toeren.