Muffa Nobile: Zeldzaam Italiaans edel rot

De zomervakantie sluipt dichterbij. Dit jaar trekken we naar Umbrië om de regio in al haar facetten te ontdekken. Onze uitvalsbasis wordt Orvieto, een stad die niet alleen historisch en visueel indruk maakt, maar ook wijnbouwkundig een stevige reputatie heeft. Het gebied reikt tot in Lazio en vormt daarmee een van de boeiendste grensregio’s van het Italiaanse wijnlandschap.

Bij het voorbereiden van onze reis, en tijdens het lezen en beluisteren van info over de lokale wijnen, duikt één term opvallend vaak op: muffa nobile. De naam zegt je misschien niets, maar wie vertrouwd is met Sauternes of andere edelzoete wijnen weet al waar het naartoe gaat. Muffa nobile is de Italiaanse versie van wat men elders edele rot noemt, maar met een eigen karakter, eigen druiven en eigen stijl. En ja, het gaat effectief over een schimmel. Geen afschrikwekkende indringer, maar eentje waarvoor wijnmakers bij het vallen van de ochtendmist stilletjes hopen dat hij toeslaat. Deze subtiele schimmeltransformatie is de drijvende kracht achter enkele van de meest complexe en verfijnde dessertwijnen van Italië.

Wat is muffa nobile?

Muffa nobile is de Italiaanse benaming voor Botrytis cinerea, een schimmel die zich onder uitzonderlijke omstandigheden ontpopt tot een bondgenoot van de wijnmaker. In de wereld van de wijnbouw behoort dit organisme tot de zeldzame gevallen waarin een infectie eerder een zegen dan een ramp betekent. Het verschil zit hem in de nuance: Botrytis kan zowel desastreus als geniaal uitpakken. Pas wanneer de omstandigheden exact goed zijn, verandert deze schimmel van een ordinaire druivenvandaal in een fijnbesnaarde architect van smaak.

Wat muffa nobile onderscheidt, is de manier waarop de schimmel zich verhoudt tot de druif. Hij nestelt zich aan de buitenkant, maar dringt niet ruw binnen. Via microscopisch kleine openingen in de schil laat hij vocht ontsnappen, terwijl de essentie van de vrucht behouden blijft. Tijdens het zogenaamde ‘passerillage proces’ droogt de druif langzaam uit, waardoor suiker, zuren en aroma’s intens geconcentreerd raken. Maar het is niet alleen verdamping: de schimmel zelf draagt bij aan het smaakprofiel door enzymatische reacties die aroma’s vrijmaken en omvormen. Denk aan het ontstaan van geurcomponenten als gedroogde abrikoos, kamille, gember en bijenwas. Dat zijn geen toevallige bijwerkingen, het zijn signaturen van de muffa zelf.

Botrytis heeft bovendien een merkwaardig effect op de textuur van de most. De druiven worden niet alleen zoet, maar ook stroperig en rijk, met een mondgevoel dat men zelden elders aantreft. Deze consistentie is moeilijk te benaderen met andere vinificatietechnieken. Muffa nobile is dus geen trucje dat je zomaar imiteert, het is eerder een georkestreerde interactie tussen natuur en vakmanschap.

De oorzaak: een delicaat samenspel van mist, vocht en zon

Muffa nobile ontstaat niet zomaar. Ze is het resultaat van een broze harmonie tussen vochtigheid en droogte, tussen ochtendmist en middagzon. Het vraagt een klimaat dat tegelijk uitnodigend en streng is, met net genoeg vocht om de schimmel te activeren, maar niet zo veel dat alles in verrotting verzandt.

In de regio rond Orvieto speelt het Lago di Corbara een sleutelrol. Dit kunstmatige meer, ingebed tussen de heuvels van Umbrië, zorgt voor nevelige ochtenden waarin vocht zich zachtjes op de druivenschillen nestelt. Ook in de heuvels ten zuiden van Rome, waar de wijngaarden voor Cannellino di Frascati liggen, ontstaan onder invloed van hoogteverschillen en beschutte valleien geregeld mistbanken bij dageraad. Die vochtige lucht is exact wat Botrytis cinerea nodig heeft om zich voorzichtig te hechten aan de druiven.

Maar mist alleen volstaat niet. Zonder droge, zonnige namiddagen blijven de druiven te nat, en keert de schimmel zich tegen zijn gastheer. Dan ontstaat muffa grigia, de gewone rot, die niets achterlaat dan zurigheid en mislukking. Het is dus essentieel dat het vocht in de namiddag verdampt, zodat de schimmel zijn werk kan doen zonder uit de bocht te gaan.

De ideale omstandigheden doen zich vaak voor in september of oktober, wanneer de nachten al fris zijn maar de dagen nog warm genoeg om de luchtcirculatie op gang te houden. Het proces moet langzaam verlopen. Plotselinge weersveranderingen, zoals onweer of een koude inval, kunnen de hele cyclus onderbreken en de kwaliteit van de oogst bedreigen.

Ook de ligging van de wijngaard helpt mee. Een lichte helling zorgt voor afwatering, wat belangrijk is om plassen te vermijden. Luchtcirculatie moet voldoende zijn om de druiven overdag te drogen, maar mag niet zo krachtig zijn dat de mist meteen verdwijnt. Het komt dus aan op finesse: de juiste plek, het juiste moment, de juiste balans. En een wijnbouwer die beseft dat zijn rol niet is om te controleren, maar om te begeleiden. Want muffa nobile is geen garantie. Ze is een kans, en wie haar krijgt, moet weten hoe die te benutten.

Muffa Nobile vs Muffa Grigia: Wat doet de wijnmaker als het fout dreigt te lopen?

Het moment waarop de wijnmaker beseft dat de droom van muffa nobile aan het kantelen is richting muffa grigia, is geen moment van paniek, maar van handelen. De lucht is te vochtig, de zon blijft uit, de druiven worden week en de schimmel groeit sneller dan gewenst. Het vooruitzicht op edele rot slaat om in een strijd tegen gewone bederf. En op dat moment telt elke beslissing.

De eerste reflex is meestal: oogsten. Snel, selectief en met mankracht. De druiven die nog gezond zijn of net de juiste graad van botrytis hebben bereikt, worden meteen binnengehaald. De rest blijft hangen met het risico op volledig verlies. Vaak betekent dit dat er met man en macht gewerkt wordt, van ’s morgens vroeg tot zonsondergang, om te redden wat nog redden valt. De pluk gebeurt manueel, druif per druif, tros per tros, waarbij ervaring en inschattingsvermogen essentieel zijn.

Een andere optie, wanneer oogsten nog niet wenselijk of mogelijk is, is om de wijngaard beter te ventileren. Bladeren kunnen worden verwijderd om de luchtcirculatie rond de druiven te verbeteren, waardoor vocht sneller verdampt en de druk op de trossen afneemt. Ook een extra snoeibeurt kan de balans in het microklimaat van de wijnstok herstellen. Deze ingrepen zijn nooit zonder risico (te veel blootstelling kan de druiven beschadigen) maar in bedreigende omstandigheden zijn ze vaak het enige alternatief.

Sommige wijnmakers kiezen ervoor om selectief enkel die rijen te oogsten die het meest kwetsbaar zijn voor muffa grigia, bijvoorbeeld die in een vochtige laagte of met dichte begroeiing. De rest van de wijngaard wordt nog even gelaten, in de hoop dat het weer alsnog keert.

En als het echt uit de hand loopt? Dan moet de wijnmaker durven loslaten. Soms is muffa nobile gewoonweg niet haalbaar dat jaar. Dan kan men de druiven alsnog gebruiken voor een andere wijnstijl: een droge wijn, een passito zonder botrytis, of in het slechtste geval helemaal niet. Een pijnlijke beslissing, maar beter dan een mislukte muffa nobile die in de kelder alleen maar problemen veroorzaakt.

Het vakmanschap achter de wijn

Het maken van een muffa nobile wijn vereist een uitzonderlijk gevoel voor timing, vakkennis en vooral beheersing. In de wijngaard begint alles met geduld. Een vorm van actief wachten waarbij de wijnbouwer dagelijks met een bijna obsessieve nauwkeurigheid het weer volgt, de druiven inspecteert en intuïtief aanvoelt wanneer de natuur klaar is. De druiven moeten overrijp zijn, maar nog net vitaal genoeg om de juiste concentratie aan suikers en aroma’s te ontwikkelen zonder volledig ten prooi te vallen aan muffa grigia.

De oogst gebeurt zelden in één keer. In plaats daarvan plukt men druiven selectief, in meerdere rondes, vaak met de hand en druif per druif. Alleen die exemplaren die precies de juiste graad van botrytis hebben ontwikkeld, worden geoogst. Dit is arbeidsintensief en vereist ervaring: een schijnbaar verschrompelde druif kan ofwel pure nectar bevatten of volkomen verloren zijn. De wijnbouwer moet elke dag het risico afwegen: wachten op meer edele rot, of oogsten voor de regen alles bederft.

De verzorging van de wijngaard speelt mee in het succes. Te veel blad rond de trossen en de vochtigheid blijft hangen, wat rot stimuleert. Te weinig blad en de druiven verbranden of drogen uit. Hellingsgraad, bodemstructuur, luchtstromen en nabijheid van water bepalen samen of de juiste ochtendmist zich zal vormen. Alles moet meezitten, forceren lukt hier niet.

Zodra de druiven binnen zijn, begint een nieuw hoofdstuk van precisiewerk in de kelder. Omdat botrytisdruiven weinig sap bevatten, maar extreem rijk zijn aan suikers en zuren, verloopt de vergisting traag en lastig. De gisten krijgen het zwaar te verduren in deze stroperige omgeving. De keuze van de gistcultuur is daarom cruciaal: sommige wijnmakers vertrouwen op spontane gisting, wat extra karakter kan opleveren, anderen sturen het proces met zorgvuldig geselecteerde stammen. Altijd met het risico dat de gisten het halverwege opgeven.

Fermentatie gebeurt bij lage temperaturen om de fragiele aroma’s te bewaren, en moet continu gemonitord worden. Te veel warmte, en de wijn verliest zijn elegantie. Te weinig actie, en de gisting stokt. Na deze fase volgt vaak een lange rijping, soms in eikenhouten vaten, soms in neutrale materialen, afhankelijk van het beoogde smaakprofiel. Eikenhout kan structuur en diepgang toevoegen, maar het gevaar bestaat dat het delicate karakter van de wijn overschaduwt raakt door houttoetsen. Subtiliteit is hier het sleutelwoord.

De wijn krijgt de tijd om te rusten, te integreren, te rijpen. Sommigen blijven jarenlang op vat of op fles voordat ze überhaupt worden vrijgegeven. Want muffa nobile is geen snel of technisch trucje. Het is een wijn die gemaakt wordt door iemand die het tempo van de natuur respecteert, die weet dat controle soms betekent: niets doen. Het resultaat hangt af van duizend kleine beslissingen, waarvan de meeste niet op papier staan, maar intuïtief worden genomen. De wijnbouwer wordt zo niet alleen ambachtsman, maar ook waarnemer en vooral een beslisser.

Waar komt het voor in Italië?

Muffa nobile komt in Italië slechts op enkele plaatsen voor. Geen massaproductie, geen grote volumes, maar specifieke zones waar het microklimaat net goed genoeg is om de schimmel zijn nobele werk te laten doen. De bekendste regio’s zijn Umbrië en Lazio, maar ook in Emilia-Romagna en Sicilië duiken opvallende wijnen op. Hier en daar wordt ook elders geëxperimenteerd met wisselend succes.

In Umbrië speelt de regio rond Orvieto een hoofdrol. Deze heuvelachtige streek, met zicht op het Lago di Corbara, biedt een ideale voedingsbodem voor de schimmel. In de Orvieto Classico Superiore Muffa Nobile vindt men een bijna spirituele verfijning terug. De druiven, meestal Grechetto, Procanico en Verdello, worden selectief met de hand geoogst, vaak in meerdere passages, om enkel de trossen met de juiste graad van botrytis binnen te halen. De resulterende wijnen zijn rijk, complex en verrassend fris.

Ook in Lazio, ten zuiden van Rome, laat muffa nobile zich geregeld zien. Een van de oudste en meest toonaangevende zoete wijnen is Cannellino di Frascati, gemaakt van laat geoogste Malvasia en Trebbiano. De mistige ochtenden uit de Valle dell’Aniene en de droge luchtstromen in de namiddag vormen hier een natuurlijk decor voor edele rot. Het resultaat is een zachte, elegante dessertwijn met honingtoetsen en rijp wit fruit.

In Emilia-Romagna wordt de Albana-druif gebruikt voor passito-wijnen op basis van muffa nobile, vooral rond Bertinoro. Romagna Albana Passito muffa nobile combineert een stevige zuurtegraad met aroma’s van saffraan, gekonfijte sinaasappel, amandel en kruidigheid. Sommige producenten beschouwen deze stijl inmiddels als een van de meest geslaagde Italiaanse interpretaties van pourriture noble.

Ook in Sicilië wordt geëxperimenteerd met muffa nobile, vooral op basis van Grillo. Deze druif, bekend van Marsala, blijkt verrassend goed te reageren op edele rot in kustzones waar ochtendmist wordt afgewisseld met zon. Het resultaat: zonovergoten dessertwijnen met steenfruit, citrus, ziltige mineraliteit en een frisse onderbouw.

Daarnaast zijn er kleinere, minder bekende zones waar wijnmakers experimenteren met muffa nobile, bijvoorbeeld in delen van Piemonte of de Veneto. In koelere valleien of nabij meren worden druiven soms bewust op de stok gelaten tot laat in oktober of november, in de hoop op dat ene perfecte moment van edele rot. Deze projecten leveren zelden grote volumes op, maar wel ambachtelijke flessen die het potentieel van botrytis in Italië verder verkennen.

Wat voor wijn krijg je van muffa nobile?

Wijnen op basis van muffa nobile onderscheiden zich door hun concentratie, diepgang en aromatische complexiteit. Ze zijn niet enkel zoet, maar combineren rijkdom met frisse zuren en een uitgesproken smaakstructuur. Het zijn wijnen die zorgvuldig worden opgebouwd, met selectieve oogst en langzame vinificatie, en die vaak bestemd zijn voor lange rijping.

De typische aroma’s zijn intens en gelaagd. Abrikozenconfituur en gekonfijte sinaasappelschil springen vaak als eerste naar voren, gevolgd door acaciahoning, gedroogde vijgen, bijenwas, saffraan, kamille en gekonfijte gember. De schimmel zelf voegt subtiele aardse tonen toe, die kunnen doen denken aan natte bladeren, herfstbos of een lichte paddenstoelentoets. Dat klinkt misschien onverwacht in een dessertwijn, maar het is precies deze spanning tussen zoet en aards die bijdraagt aan de complexiteit.

In de mond is een muffa nobile wijn doorgaans rijk en stroperig, met een textuur die aan fluweel doet denken. Toch blijft de wijn levendig, dankzij de zuren die het geheel in balans houden. Zonder die zuren zou hij log worden, maar net hun aanwezigheid zorgt voor frisheid, lengte en spanning.

De stijl kan variëren, afhankelijk van druivenras, vinificatiemethode en herkomst. Sommige wijnen zijn lichtvoetig en elegant, andere diep en krachtig. Een Cannellino di Frascati is vaak verfijnd, met florale toetsen en een meer delicate zoetheid. Een Orvieto Classico Superiore Muffa Nobile daarentegen is doorgaans krachtiger, met een meer uitgesproken structuur en een rijker smaakpalet, waarin naast fruit en kruiden ook meer rijpingsaroma’s kunnen optreden.

Muffa nobile wijnen zijn bovendien verrassend veelzijdig aan tafel. Ze passen naadloos bij blauwaderkazen zoals Gorgonzola of Roquefort, maar ook bij foie gras, amandelgebak of een tarte tatin met vijgen. Hun zoetheid en zuren maken ze geschikt voor gerechten met een hartige ondertoon of uitgesproken umami. Een gewaagde maar geslaagde combinatie is die met kruidige Aziatische keuken of gekonfijte eend.

Tot slot zijn het wijnen met bewaarpotentieel. Door hun hoge gehalte aan suiker en zuren rijpen ze traag en ontwikkelen ze steeds nieuwe lagen. Wat in de jeugd fris en bloemig is, krijgt na verloop van tijd diepte en complexiteit, met aroma’s van gekonfijte citrus, truffel, tabak of bijenwas. Een fles muffa nobile is dus een wijn die met de jaren aan karakter wint.

Enkele referentiewijnen van muffa nobile uit Orvieto

Hoewel muffa nobile geen jaarlijks gegarandeerd fenomeen is, zijn er in de regio rond Orvieto enkele wijnmakers die er meesterlijk mee weten om te gaan. Deze wijnen verschijnen vaak enkel in kleine hoeveelheden en alleen in jaren waarin de natuur het toelaat. Een greep uit de referenties:

Barberani “Calcaia” Orvieto Classico Superiore Muffa Nobile – Een van de bekendste en meest consistente voorbeelden, met een elegante balans tussen zoetheid en frisheid.

Palazzone Muffa Nobile – Gemaakt van Grechetto en Procanico, verfijnd en gelaagd, met een uitgesproken lokale signatuur.

Decugnano dei Barbi “Pourriture Noble” – Een wijn die zijn naam niet voor niets draagt, rijk en complex met lange rijping.

Cantina Neri “Poggio Forno” – Een intens geconcentreerde wijn op basis van Grechetto en Procanico, met aroma’s van gedroogde abrikoos, honing, perzik en gekonfijte citrus.

Deze wijnen zijn geen allemansvrienden en vaak niet eenvoudig te vinden, maar wie ze weet te bemachtigen, ontdekt hoe divers en karaktervol muffa nobile in Orvieto kan zijn. Wij zullen er tijdens ons verblijf alvast naar opzoek gaan!

Muffa nobile: geschenk of gok?

Muffa nobile is geen zekerheid. Het is iets wat je niet afdwingt. Ze komt alleen voor wie durft te wachten, risico neemt en nauwgezet te werk gaat. Alles hangt af van het weer, van het geduld van de wijnbouwer en van zijn vermogen om te onderscheiden wanneer de schimmel een bondgenoot is, en wanneer niet.

Wie het spel goed speelt, wordt beloond met een wijn die zeldzaam en karaktervol is. Het resultaat is vaak beperkt in volume, maar groots in expressie. En misschien is dat net wat muffa nobile zo bijzonder maakt: het is het soort wijn dat alleen ontstaat als alles op zijn plaats valt. Geen routine, wel vakmanschap. Geen garantie, wel potentieel.

Nieuwe DOCG toekenningen – Het Italiaanse zomeroffensief

Net wanneer je denkt dat het nu wel een tijdje stil zal blijven slaan ze alweer toe! De top van de Italiaanse herkomstbenamingen kent alweer verdere uitbreidingen. Wie durft er nog te beweren dat hij pertinent zeker is van de huidige DOC of DOCG toekenning in Italië? Ik doe alvast mijn uiterste best, maar ik steek mijn hand niet in het vuur dat bij het schrijven dezer er alweer een nieuwe pikorde heerst. Jawel amper een paar maanden nadat ik op deze blog had bericht van de nieuwste toekenningen – cfr Gelukkig Goed Gek – De nieuwste DOC’G’ toekenningen – is er alweer een kentering. De teller werd officieel op 71 gezet!
Duizelingwekkend snel gaat het daar…

Waar hebben ze hun vreugdedansje zoal mogen uitvoeren?

  1. DOCG Colli di Conegliano (Veneto)
    Onwaarschijnlijk maar waar… Na de drie van vorige keer heeft Veneto alweer 3 extra benoemingen op zak! Veertien zijn er dat ondertussen en we kunnen aan de zijlijn niets anders dan toekijken. Wat moeten ze daar echt fantastisch bezig zijn met wijnbouw!? In ieder geval heeft Conegliano (gelegen in Treviso) zijn 2e DOCG binnen. De Conegliano Valdobbiadene Prosecco was de voorloper. Hier op de heuvels van Conegliano worden witte, rode en zoete wijnen gemaakt. De witte wijn moet gebaseerd zijn op de Incrocio Manzoni (minstens 55%) en meot voor minstens 20% aangevuld worden met Pinot Bianco en/of Chardonnay. Er mag voor maximum 10% aangevuld worden met Sauvignon Blanc en Riesling Renano.
    De rode wijn bestaat voor minstens 50% uit Merlot, 10% Cabernet Sauvignon en 10% Cabernet Franc, Marzemino, Incrocio Manzoni of Refosco dal Peduncolo Rosso. Ze moeten bovendien minstens 12 maand houtlagering hebben gekregen
  2. DOCG Montello Rosso (Veneto)
    Afgescheurd van de Montello e Colli Asolani heeft de Montello Rosso de status van DOCG verkregen. De wijnen van de Montello Rosso worden ginds nogal euforisch vergeleken met deze van de Bordeaux. De druiven van deze Franse regio worden in ieder geval gebruikt om de wijn tot stand te brengen. Merlot, Cabernet Sauvignon, Cabernet Franc en jawel ook Carmenèremogen geblend worden. Of deze wijnen de roem en faam van vb. Bolgheri bereiken kan ik u nog niet vertellen. De inhoud van een Montello Rosso is tot op heden nog niet in mijn glas geraakt. Tijd om daar een keer verandering in te brengen
  3. DOCG Bagnoli Friularo (Veneto)
    Een paar maanden na de Piave Malanotte is dit een nieuwe onderscheiding voor de Raboso druif, meer bepaald voor de Raboso Piave. Het lijkt opnieuw veel weg te hebben van een benoeming om de kerk in het midden te houden! Ik hoop alleszins dat ik fout ben.
    Friularo, zoals de benaming van de DOCG bevat, is de lokale benaming voor de Raboso druif. De naam van de DOCG zou dus evengoed Bagnoli Raboso kunnen zijn. De benaming is een afscheuring van de oude DOC (die trouwens blijft bestaan) Bagnoli di Sopra. Het wijnbouwgebied situeert zich in de omgeving van Padova. Er wordt daar trouwens al eeuwen gewerkt met de Friularo. De druif moet voor minstens 90% aanwezig zijn in de wijn.
  4. DOCG Rosazzo (Friuli)
    Friuli is altijd al een wat miskende regio geweest en heeft na de twee zoete DOCG Picolit en Ramandolo eindelijk een benoeming gekregen voor een stille witte wijn; nl. Rosazzo. Tot voor kort was Rosazzo een subdenominatie van de grote DOC Colli Orientali del Friuli. Deze DOC heeft er trouwens 3 nieuwe subdenominaties bijgekregen. De DOCG Rosazzo is een witte wijn op basis van minstens 50% Friulanodie eventueel aangevuld wordt met Sauvignon Blanc (20 tot 30%), Pinot Bianco en/of Chardonnay (20 tot 30 %) of Ribolla Gialla (tot 10%). De wijngaarden liggen in de provincie Udine.
  5. DOCG Colli Bolognesi Classico Pignoletto (Emilia Romagna)
    Promotie voor de reeds bestaande DOC en voor de Pignoletto druif. Dit in één van de minstzeggende wijngebieden uit Italië Emilia Romagna. Ze hadden er in het verleden reeds een politieke benoeming op zak voor de Albana di Romagna die toendertijd als eerste DOCG voor een witte druif werd aangewezen, bij gebrek aan beters nota bene…
    Toch mogen we niet te snel conclusies trekken. Eerst proeven, dan pas uw gal spuwen zegt een eeuwenoude wijn-wijsheid!
    De Pignoletto druif is een regionale druif uit Emilia Romagna die verwantschap met de Grechetto wordt toegedicht. De druif moet voor 95% deel uit maken van de wijn. Er mag eventueel aangevuld worden met de Pinot Bianco.
  6. DOCG Montecucco Sangiovese (Toscana)
    In l’Altra Toscana werd na de Morellino di Scansano en de Elba Aleatico Passito nu ook de rode Montecucco benoemd tot DOCG. het moet gezegd zijn dat deze benoeming al enige tijd in de lucht hing. Vele kenners schatten de Montecucco wijn trouwens hoger in dan de Morellino di Scansano! Enkel voor de rode wijn en enkel voor Sangiovese (minimum 90%).
    Noteer bovendien dat de Toscaanse Maremma op korte tijd een serieuze opwaardering heeft gekregen. En dit niet geheel ten onrechte trouwens! De Sangiovese variant die gebruikt wordt is de Sangiovese Piccolo.
  7. Frascati Superiore en Cannellino di Frascati(Lazio)
    De omgeving van Rome of de provincie Lazio kreeg er eensklaps 2 DOCG’s bij. Naast de Frascati Superiore kreeg ook de Cannellino di Frascati deze eer toebedeeld.
    Frascati is één van de bekendste namen uit het Italiaanse wijnlandschap. Ze hebben lange tijd (net als oa de Soave) te kampen gehad met een uiterst negatief imago. De laatste jaren werd er echter goed werk geleverd en klom de Frascati langzaam maar zeker uit zijn dal. Vandaag werd dit beloond met twee onderscheidingen. Of dit nu al terecht is zal de kwaliteit van de wijn moeten uitwijzen. Frascati is een assemblage van Trebbiano, Malvasia en Greco, aangevuld met de lokale Bellone en Bombino druiven. Zij geven de wijn een aparte smaak. De wijnen moeten doorgaans jong gedronken worden.
  8. DOCG Castel del Monte Nero di Troia Riserva, Castel del Monte Rosso Riserva en Castel del Monte Bombino Nero (Puglia)
    2011 lijkt wel een boerenjaar voor Puglia. Van nul naar 4 DOCG’s het kan, want nadat al eerder dit jaar de Primitivo di Manduria Dolce Naturale een opwaardering kreeg is het nu aan Castel del Monte om met 3 type van wijnen deze onderscheiding binnen te halen. Puglia is al jaren aan een serieuze opmars bezig. Bovendien kan ik niet anders dan verheugt zijn dat ook de Uva di Troia krijgt wat hij verdient! Voor de Bombino Nero heb ik zo mijn twijfels… misschien ten onrechte omdat ik de druif nog niet echt ten goede heb kunnen proeven.

Was het dit nu voor dit jaar, of komen er in de nabije toekomst nog wijzigingen? De Italiaanse wijnwetgeving blijft wat dat betreft een doolhof…
Een doolhof dat aan betrouwbaarheid zou winnen mocht er ook af en toe eens eentje zijn glorie-status verliezen.
Ondertussen kan ik het jullie niet voldoende vertellen: Vele IGT wijnen zijn een pak beter dan de met pracht en praal verkondigde DOCG wijnen. Remember it…

Tot slot nog de lijst van de druiven die goed zijn voor een DOCG nominering of althans de hoofdruiven:
Albana – Aglianico – Aleatico – Arneis – Barbera – Bombino Nero – Brachetto – Cesanese – Chardonnay – Cortese – Corvina – Dolcetto – Erbaluce – Fiano – Friulano – Garganega – Glera – Greco – Incrozio Manzoni – Malvasia – Merlot – Montepulciano – Moscato – Nebbiolo – Nero d’Avola – Passerina – Pecorino – Picolit – Pignoletto – Pinot Nero – Primitivo – Raboso – Ruché – Sagrantino – Sangiovese – Trebbiano – Uva di Troia – Verdicchio – Verduzzo – Vermentino – Vernaccia