Sorbara: de verfijnde, florale expressie van Lambrusco

In onze Lambrusco-reeks zijn we aanbeland bij de voorstelling van de drie belangrijkste Lambrusco-variëteiten en de omgeving waar hun wijngaarden liggen. Dat ik van start ga met Sorbara is geen verrassing. Sorbara is wat mij betreft de meest markante, verrassende en fascinerende Lambrusco-variëteit.

De moderne Sorbara-stijl binnen de Lambrusco di Sorbara DOC bevalt me steeds meer. De inhoud van de fles speelt dus zeer zeker een rol, maar het is vooral het verhaal achter de druif dat me niet loslaat. De meest wilde Lambrusco, of moeten we zeggen: de minst getemde? Beplant een wijngaard vol met Sorbara-wijnstokken en je zal, bij wijze van spreken, geen druif zien verschijnen. Zeg nu zelf: dat trekt toch gewoon de aandacht.

Lambrusco di Sorbara DOC: wijngaarden en karakter van het gebied

Sorbara is historisch verbonden met de omgeving rond Sorbara, in de gemeente Bomporto (provincie Modena). In oudere contexten duikt de benaming Lambrusco sorbarese op, wat mooi illustreert hoe sterk de druif lokaal verankerd is. Sorbara is daarbij meer dan een druivennaam: ze verwijst letterlijk naar een plek.

Geografisch zitten we in Noord-Italië, in Emilia-Romagna. Lambrusco di Sorbara DOC bevindt zich ten noorden en noordoosten van de stad Modena, in het open land tussen Modena en de Po-vlakte. Het kerngebied ligt in een relatief afgebakende strook op uitgesproken alluviale gronden, gevormd door water en tijd: je bevindt je tussen de rivieren Secchia en Panaro, in een landschap van oude rivierbeddingen en afzettingen. Dit is geen decor van heuvelruggen, maar een uitgestrekte laagvlakte waar landbouw al eeuwen centraal staat.

Administratief is de zone strak afgebakend binnen de provincie Modena: de DOC omvat volledig het grondgebied van Bastiglia, Bomporto, Nonantola, Ravarino en San Prospero, en strekt zich daarnaast uit over delen van Campogalliano, Camposanto, Carpi, Castelfranco Emilia, Modena, Soliera en San Cesario sul Panaro.

Het gebied kent een uitgesproken continentaal klimaat met warme zomers en strenge winters. De ligging van de vlakte aan de voet van de Apennijnen speelt daarin mee. Vochtige zuidelijke winden komen hier vaak al droger aan, waardoor de neerslag relatief beperkt blijft en bovendien onregelmatig verdeeld is: het jaar “clustert” regen in bepaalde fases en laat andere periodes opvallend droog aanvoelen.

Een aanzienlijk deel van de modenese vlakte is van nature kleiig en compact, wat landbouw historisch niet vanzelfsprekend maakte. Dat het gebied vandaag zo productief is, heeft veel te maken met menselijke ingrepen: ontwatering, kanalisering, bescherming tegen wateroverschotten en een landbouwtraditie die zware gronden leerde beheren. In de middenvlakte waar de wijngaarden zich concentreren, spelen vooral de alluviale bodems van de twee nabij gelegen rivieren een hoofdrol, met in de kernzone een duidelijke aanwezigheid van de typische Sant’Omobono-bodems, een leem-kleiige textuur die in de streek als typisch voor het gebied geldt.

Lambrusco di Sorbara DOC: het appellatiekader in een notendop

Hoewel Lambrusco al eeuwenoud is, werd de benaming Lambrusco di Sorbara pas als DOC vastgelegd in 1970. Sindsdien vormt ze het officiële speelveld waarbinnen producenten hun Sorbara kunnen vinifiëren en op de markt brengen. Het areaal is relatief compact: het huidige beschikbare cijfermateriaal spreekt van 946 hectare, goed voor een gemiddelde productie van ongeveer 38.100 hectoliter per jaar. Met andere woorden: dit is geen mega-appellatie.

Vandaag zie je steeds vaker een trend naar monocépage en dus 100% Lambrusco di Sorbara, maar het disciplinare laat bewust ruimte voor andere Lambrusco-variëteiten. Officieel moet de wijn minstens uit 60% Lambrusco di Sorbara bestaan. Aanvullen kan met maximaal 40% Lambrusco Salamino, en daarnaast nog maximaal 15% andere Lambrusco-subvariëteiten.

Wie Lambrusco automatisch gelijkstelt aan rood en bruisend, kijkt binnen Lambrusco di Sorbara DOC net iets te smal. Je vindt hier rosato en rosso, als frizzante of als spumante. Er bestaat zelfs bianco spumante, waarbij men dezelfde basisdruiven in wit vinifieert. Het verschil zit dus vooral in hoe de wijn is gemaakt: tankgisting (autoclave), hergisting op fles, of een meer ancestrale aanpak waarbij de wijn zijn gisting op fles afwerkt en daardoor extra levendig kan overkomen. Wie daar graag dieper induikt, kan doorklikken naar mijn eerdere artikel over hoe vinificatie de stijl van Lambrusco bepaalt.

Om de kwaliteit en herkomst te bewaken, legt het disciplinare bovendien vast dat vinificatie en verdere uitwerking, maar ook botteling en conditionering, in principe binnen de provincie Modena moeten plaatsvinden, met enkele historische uitzonderingen net buiten het productiegebied.

Ook op technisch vlak zijn de krijtlijnen helder. De maximale opbrengst is vastgelegd op 18 ton druiven per hectare. Daarnaast vraagt het disciplinare een minimale natuurlijke alcoholgraad van 9,5%, wat je kan zien als het potentiële alcoholgehalte van de most op basis van druivensuikers. Voor de afgewerkte wijnen gelden minimum alcoholgehaltes van 10,5% voor frizzante en 11,0% voor spumante.

Wat restsuiker betreft is de ruimte breed: spumante mag in eender welke dosage worden gemaakt, van zero dosage tot dolce. Op rijping legt de appellatie geen minimale verplichtingen op, maar ze bewaakt wel streng de identiteit: de maximale opbrengst aan wijn uit druiven is beperkt tot 70%.

De druif ampelografisch: waarom Sorbara zo’n lastige klant is

Sorbara is een enorm boeiende druif en het sleutelbegrip is het bloemtype. Sorbara heeft functioneel vrouwelijke bloemen en is autosteriel, ze kan zichzelf dus niet netjes bestuiven. Concreet betekent het dat ze een bestuiver nodig heeft. Zonder stuifmeel van een andere, compatibele Lambrusco-variëteit wordt de vruchtzetting onzeker en krijg je trossen die slecht of onvolledig gevormd zijn. Dat is precies wat ik in de intro bedoelde met: “Beplant een wijngaard vol met Sorbara-wijnstokken en je zal, bij wijze van spreken, geen druif zien verschijnen.”. In de praktijk wordt dat opgelost door Sorbara bewust samen aan te planten met andere Lambrusco-variëteiten die de bestuiving op gang helpen.

Als we het puur over de ampelografische kenmerken van de druif hebben dan zien we dat Sorbara doorgaans middelgrote trossen heeft, langwerpig tot piramidaal, vaak met een schouder, en opvallend los van structuur. De bessen zijn middelgroot, bijna rond tot licht ovaal, en vaak bedekt met een duidelijke waslaag die ze dat matte, blauwgrijze uitzicht geeft. De schil is dik en stevig, met een sappige pulp. De groeikracht is bovendien uitbundig, wat wijngaardwerk extra belangrijk maakt. Qua weerbaarheid is het beeld genuanceerd: Sorbara kan behoorlijk goed omgaan met kou en heeft een degelijke weerstand tegen rot, maar net rond bloei en vruchtzetting blijft ze gevoelig en onvoorspelbaar.

Het proefprofiel: zo ontleed en herken je Sorbara

Sorbara herken je vaak al vóór je het glas naar je neus brengt. De kleur is meestal verrassend licht voor een rode sprankelende wijn: eerder helder, licht robijn tot rosato cerasuolo, vaak met fijne, levendige mousse. Dat delicate kleurbeeld is meteen een eerste hint dat je hier niet met de meest “donkere” Lambrusco-stijl te maken hebt.

Qua proefprofiel loont het om Sorbara in twee stromingen te bekijken. De oldschool interpretatie was doorgaans frizzante en vaak ook zachter in stijl, met restsuiker die het geheel een “frisdrank”-vibe kon geven. De bubbels zijn speels en licht, het fruit komt meteen naar voren en de florale toets is direct herkenbaar. Denk aan viooltjes en roos, met framboos, aardbei en rode bes. Dat kleine zoetje rondt de hoge zuren af, waardoor het glas soepel en makkelijk drinkt.

De moderne stijl toont Sorbara in zijn meest verfijnde vorm. Vaker droog, strakker opgebouwd en in de betere versies ook als spumante uitgewerkt, soms met fleshergisting of een ancestrale aanpak. In dat geval zijn de bubbels een dragend element dat de wijn structuur geeft en de geuren sterker laat uitkomen. In de neus blijft Sorbara uitgesproken floraal, met kleine rode vruchten zoals framboos en rode bes, maar met meer scherpte en detail, vaak aangevuld door een frisse citrustoets of een subtiel kruidig, licht aards randje. In de mond voelt dit type Sorbara slank en levendig aan: hoge zuren zorgen voor energie, het geheel blijft licht op de tong, en de afdronk is helder en strak, soms met een discreet ziltig accent. Dat maakt hem bijzonder geschikt aan tafel: hij verfrist, snijdt door vet en zout, en blijft tegelijk moeiteloos drinkbaar.

Als je blind proeft, is Sorbara meestal de Lambrusco die het meest “verticaal” aanvoelt. Licht van kleur, geurend naar bloemen en kleine rode vruchten, en altijd gedreven door frisheid. Het enige wat je nog moet bepalen is welke bril je opzet: de charmante, zachtere frizzante versie of de moderne, droge en verfijnde spumante benadering.

Mijn favoriet

Ik mag het misschien niet luidop uitspreken, maar je hebt het aan de toon van dit artikel waarschijnlijk al gemerkt: Lambrusco di Sorbara is mijn favoriete Lambrusco. Niet omdat het verhaal eromheen zo spectaculair is, maar omdat deze druif in het glas een opvallend verfijnde diversiteit kan tonen. Bovendien belichaamt ze de nieuwe richting die Lambrusco is ingeslagen, bij de beste interpretaties kan je zelfs bijna vanzelf doorstappen naar een complexe metodo classico.

Wil je namen? Proef de wijnen van Cantina della Volta. Hun Trentasei is een millesimato met, hoe kan het ook anders, 36 maanden rijping op de lies en een dosage van 5 g/l. Zet dat naast een klassieke oldschool Sorbara en je begrijpt meteen wat ik bedoel.

Reeds verschenen in deze reeks:

  1. Inleiding – Lambrusco op zondag – Tien weken lang schaven aan het imago
  2. Wat is Lambrusco? De comeback van een vergeten icoon
  3. Lambrusco – Van wilde wijnstok tot klassieker
  4. Emilia-Romagna en Mantova: het decor waar Lambrusco zijn karakter vindt
  5. Lambrusco vandaag: hoe vinificatie de stijl bepaalt
  6. Lambrusco en zijn twaalf apostelen

Plaats een reactie