Het afsluitende artikel in onze reeks over de Valpolicella-wijnen is zonder twijfel het stuk waarvoor het meeste opzoekwerk nodig was. Er zijn namelijk talloze druivenrassen toegestaan in de wijnen van deze appellatie. De hoofdrolspelers hebben we al besproken, net als de meest voorkomende figuranten. Wat resteert zijn piepkleine bijrollen voor soms obscure, bijna vergeten namen, maar ook voor rassen die wereldwijd bekendstaan om hun klassewijnen. Denk aan Sangiovese en Nebbiolo, maar ook aan enkele grote Franse namen. Op het etiket zal je ze zelden afzonderlijk vermeld zien, vaak verdwijnen ze onder de noemer ‘overige toegelaten druiven – 10%’. In dit artikel proberen we daar wat licht op te werpen.
De overige toegelaten druiven in de Valpolicella blend
Om een beter beeld te krijgen van welke druivenrassen een plek mogen krijgen in een Valpolicella-wijn, is het zinvol eerst naar de wetgeving te kijken. Artikel 2 van het disciplinare voor Valpolicella DOC zegt in essentie het volgende:
De Valpolicella wijnen moeten worden gemaakt van druiven die afkomstig zijn van wijngaarden met deze samenstelling:
- Corvina Veronese (ook Cruina of Corvina genoemd): tussen 45% en 95%. Binnen dat percentage mag maximaal 50% Corvina vervangen worden door Corvinone.
- Rondinella: tussen 5% en 30%.
- Daarnaast mogen er tot maximaal 25% andere druiven gebruikt worden, mits ze voldoen aan deze voorwaarden:
- Niet-aromatische rode druiven die toegelaten zijn voor de provincie Verona (zoals vastgelegd in het nationale register), tot maximaal 15% totaal, met per afzonderlijk druivenras een limiet van 10%.
- Italiaanse autochtone rode druiven (volgens wet 82/06) die zijn toegelaten in de provincie Verona, tot het resterende maximum van 10%.
Wie het nationale register van Italiaanse druivenrassen bekijkt voor de IGT Veronese, vindt een lijst van ongeveer vijfenveertig toegelaten rode variëteiten. Filter je daaruit de niet-aromatische rassen, dan blijft nog altijd een indrukwekkend aantal over. Namen als Ancelotta, Barbera, Cabernet Sauvignon, Carmenère, Casetta, Corvina, Corvinone, Croatina, Dindarella, Forsellina, Gamay, Lagrein, Marselan, Marzemino, Merlot, Molinara, Negrara, Oseleta, Petit Verdot, Pinot Nero, Raboso Veronese, Rebo, Regent, Rondinella, Rossignola, Sangiovese, Schiava, Syrah en Teroldego passeren de revue. Het is echter geen sluitende lijst. In de praktijk blijkt dat ook druivenrassen als Cabernet Franc en Nebbiolo hun weg naar Valpolicella vinden, zoals bij de meesterlijke wijnen van Giuseppe Quintarelli. Spigamonti, gebruikt door Tedeschi, is eveneens een voorbeeld van een variëteit die niet in de standaardoverzichten voorkomt, maar wel degelijk een rol speelt. Elders zoals bij Tenuta Santa Maria zie je dan weer namen als Enantio en Turchetta.
Het is duidelijk dat een volledig overzicht van toegelaten en daadwerkelijk gebruikte druiven vrijwel onhaalbaar is. De keuzemogelijkheden zijn simpelweg te groot. Daarom beperken we ons in het vervolg tot een handvol oude inheemse rassen. Ze worden zelden gebruikt, maar dragen bij aan het rijke verhaal van Valpolicella en geven een glimp van de diversiteit die schuilgaat achter de bekende namen op het etiket.
Dindarella
Dindarella is een oud inheems ras uit het Veneto dat ooit veel wijngaarden sierde, maar in de loop van de twintigste eeuw bijna volledig verdween. De naam zou volgens sommige bronnen komen van het dialectwoord ‘dindare’, dat ‘trillen’ of ‘wiegen’ betekent, mogelijk een verwijzing naar de losse trossen die gemakkelijk in de wind bewegen. Na de bloei zijn de trossen vaak open en de bessen gedeeltelijk bloot, wat de opbrengst beperkt. Juist die losse structuur, samen met de dikke, bedauwde schil, stevige structuur en het vermogen om goed te drogen, maakt Dindarella geschikt voor appassimento en dus inzetbaar in Amarone en vooral in aromatisch rijke Recioto.
De aanplant bevindt zich voornamelijk in Valpolicella, met kleinere percelen bij het Gardameer en in de Valdadige. De bessen zijn middelgroot, onregelmatig van vorm en blauw van kleur. De rijping vindt plaats in het midden van het seizoen, waarna de druif uitstekend indroogt zonder haar frisheid te verliezen.
Forsellina
Ook Forsellina is een oud inheems ras uit de provincie Verona dat vandaag nog maar op ongeveer vijftien hectare wordt aangeplant. De eerste vermelding dateert uit 1824 in de catalogus van Veronese druivenrassen van de botanicus Ciro Pollini. In de loop van de negentiende en twintigste eeuw werd ze door verschillende auteurs beschreven, tot ze in 1971 officieel werd opgenomen in het nationale druivenregister.
De plant groeit rechtop en vertoont gelijkenissen met Molinara, maar de kwaliteit van de opbrengst wordt lager ingeschat. De middelgrote, compacte trossen zijn cilindrisch en soms licht gevleugeld. De bessen zijn onregelmatig ovaal, met een dunne, bedauwde schil en kleurloos sap met een neutrale smaak. Door de compacte trossen leent Forsellina zich niet goed voor droging, waardoor ze zelden wordt gebruikt in passito-wijnen zoals Amarone of Recioto.
Forsellina rijpt in het middenseizoen en past zich goed aan aan minder ideale omstandigheden. Ze wordt toegestaan in de DOC’s Valpolicella en Bardolino, evenals in de IGT’s Verona, Vallagarina en Trevenezie. In de blend geeft ze een heldere, lichte robijnrode kleur, florale en fruitige aroma’s en een evenwichtige smaak waarin zachtheid en frisheid mooi samenkomen.
Negrara
Negrara Veronese behoort tot de bredere familie van Negrare, waartoe ook de beter bekende Negrara Trentina behoort. Hoewel de namen vaak door elkaar worden gebruikt, hebben ze duidelijke verschillen in bladstructuur en bessen. De eerste vermelding van Negrara gaat terug tot 1824 in het werk van Ciro Pollini, waarin hij meerdere typen onderscheidde, waaronder de Negrara bastarda, die waarschijnlijk overeenkomt met de huidige Negrara Veronese. In het begin van de twintigste eeuw besloeg de Negrare-familie zo’n twintig procent van de aanplant in de provincie Verona. Sinds 1970 staat Negrara officieel in het nationale druivenregister.
De aanplant is vandaag beperkt en verspreid, met aanwezigheid in Valpolicella, Bardolino, Breganze Rosso en Valdadige, en in kleine percelen in Padova en Vicenza. De trossen zijn middelgroot tot groot, cilindrisch, vaak gevleugeld en matig compact. De bessen zijn vrij groot, blauwzwart en sterk bedauwd, met een dikke, leerachtige en licht wrange schil. De rijping valt laat in het seizoen, terwijl de knopontplooiing eveneens later plaatsvindt.
Negrara levert constant goede opbrengsten, maar is gevoelig voor valse meeldauw, echte meeldauw, mijten en trosschimmels. In de kelder geeft ze een robijnrode kleur met violette schakeringen, aroma’s van zure kers, een kruidige toets en soms een vleug groene peper die met rijping milder wordt. In de mond presenteert de wijn zich licht van body maar verfijnd, met een frisse, sappige aanzet en een goede balans tussen tannine en kleurstoffen. In blends voor Valpolicella, Amarone en Recioto mag ze tot tien procent worden gebruikt, waar ze kruidigheid, frisheid en een subtiel gespannen structuur toevoegt.
Spigamonti
Spigamonti is een zeldzaam en recent herontdekt druivenras dat in Valpolicella slechts op enkele plekken voorkomt, onder andere in Tedeschi’s wijngaard Maternigo. Opvallend aan de plant zijn de bladeren met een rood-koperkleurige gloed en de dieprode kleur van de bloemstelen. Het is een teinturier, wat betekent dat ook het vruchtvlees rood is. Daardoor levert Spigamonti extra kleurintensiteit en structuur in blends, zowel voor Valpolicella als voor Amarone.
Het ras is van oorsprong Frans en staat ook bekend onder de naam Aspiran Bouschet. Het werd in 1865 door Henri Bouschet gekweekt uit een kruising tussen Aspiran Noir en Bouschet Gros, familie van de bekende Alicante Bouschet. In Italië werd Spigamonti pas in 2013 officieel toegelaten. De ontdekking in Valpolicella gebeurde door een teler nabij Montecchio di Negrar, die de druif aanleverde aan Cantina Negrar.
De teelt is uiterst kleinschalig en beperkt tot enkele percelen. De trossen zijn compact en het vruchtvlees is rijk aan anthocyanen. In kleine hoeveelheden kan Spigamonti een blend spanning, kleurkracht en kruidigheid meegeven.
Op uitstap!
Met deze laatste etappe ronden we onze reis door de Valpolicella-wijngaarden af. Nu is het aftellen tot de echte reis kan beginnen, samen met Amici. Want niets is mooier dan theorie omzetten in praktijk. De voorbije twaalf etappes hebben de kiemen gelegd, en de tijd van de floraison is aangebroken. Op naar de proeftochten bij wijnboeren, om ons te laven aan de vele gezichten en smaken van de Valpolicella-wijnen.
Reeds verschenen in deze reeks:
- Valpolicella – een wijnreis in twaalf etappes
- Valpolicella – De vallei van de vele kelders
- Valpolicella – DOC, Classico, Superiore
- Valpolicella Ripasso: Ontstaan uit boerenvernuft
- Amarone della Valpolicella DOCG: Van kelderfout tot cultstatus
- Recioto della Valpolicella DOCG: Zoet met klasse
- Corvina, het fundament van Valpolicella
- Corvinone ontbolstert: de stille kracht achter moderne Valpolicella
- Rondinella – De stille kracht van de Valpolicella
- Molinara: In het verdomhoekje
- Oseleta: Een druif met toekomst
- Croatina: Het koppige buitenbeentje

Filed under: Uva Italia, Vini Italiani | Tagged: Amarone, Corvina, corvinone, dindarella, forsellina, italian grapes, Italian wine ambassador, negrara, recioto, Ripasso, rondinella, spigamonti, Uva Italia, Valpolicella, wijn, wijnkennis |
Plaats een reactie