Lagrein: Als ik een druif was, was ik deze

Tijdens een lesmoment in onze opleiding tot Italian Wine Ambassador kregen we plots die onschuldige maar alleszeggende vraag: “Als je een druif was, welke zou je dan zijn?” Sommigen speelden op veilig met een Nebbiolo of Sangiovese. Begrijpelijk. Grote namen, iconisch bijna. Maar ik niet. Voor mij was het meteen duidelijk: Lagrein. Geen twijfel mogelijk. Niet de populairste, niet de makkelijkste, maar eentje met karakter. Een druif die geduld vraagt, koppig kan zijn, en zich alleen laat kennen aan wie moeite doet.

Niet overtuigd? Een oude vriend schreef ooit een gedicht over deze druif. Licht absurd, maar verrassend raak. Het bleef me altijd bij. Misschien omdat het onbedoeld precies vangt wat Lagrein is: tegendraads, uitgesproken en verrassend veelzijdig.

(de man, argeloze amateur)
-Zei de man, de stem vol venijn-:
“Wat rijmt er op Migraine?
Lagrein! Lagrein!! Lagrein!!!”

(het koor, boos):
Ach man, stop dat gedaas, zo vilein:
Lagrein, da’s pas goede wijn!
Geschikt voor feest of festijn
Het marineren van een konijn
Een ree of een everzwijn
Maar geenszins brasem of tonijn!
Ga heen, los op of verdwijn
En sidder thans van spijt en chagrijn!

(de man, ontzet en berouwvol)
Komaan, komaan, ’t was maar voor de gein
Schenk vol die pul en wel met wijn
Niet met Pinot Blanc, Pinot Noir noch Savagnin
Maar wel met Lagrein! Lagrein!! Lagrein!!!

Een karakterdruif die vraagt om geduld

Lagrein is geen allemansvriend. Hij vraagt de nodige aandacht en een benadering die rekening houdt met zijn eigen ritme. Zijn uitgesproken karakter komt pas echt tot zijn recht wanneer zowel de wijngaard als de wijnmaker hem de juiste condities bieden. In rijke, vochtige bodems verliest hij zijn focus. In warme, stenige hellingen met een goede drainage zoals de grindrijke terrassen van Gries in Bolzano voelt hij zich wél thuis. Daar groeit hij beheerst, met diepe wortels en een natuurlijke beperking in opbrengst, wat resulteert in compacte trossen en fruit dat niet alleen intens is, maar ook gebalanceerd.

Maar ook in de kelder moet je hem ruimte geven. Lagrein laat zich niet dwingen. Een te harde hand bij de extractie maakt hem stroef en onvriendelijk. Wordt hij te licht aangepakt, dan mist hij structuur en expressie. Bottel je hem te vroeg, dan krijg je brute kracht zonder finesse. De sleutel ligt bij wijnmakers die weten wanneer ze moeten ingrijpen en wanneer net niet. Geen trucjes of technologie, maar ervaring, vakmanschap en vooral: geduld.

Dat geduld wordt beloond. Wie Lagrein de tijd geeft om te rijpen, ontdekt een wijn die van hoekig naar harmonieus evolueert. In zijn jeugd kan hij ruw overkomen, koppig bijna. Maar geef hem wat jaren in hout en fles, en je proeft een fluweelzachte gelaagdheid die contrasteert met zijn donkere kracht. Het is die combinatie van densiteit en finesse die Lagrein zo fascinerend maakt. Hij is niet direct verleidelijk, maar op de lange termijn vaak onvergetelijk.

Juist omdat hij niet makkelijk is, past Lagrein ook niet in elke stijltrend of marketingverhaal. Hij is een druif met een uitgesproken identiteit, met een zekere onverzettelijkheid. En net daarom wordt hij gewaardeerd door wie zoekt naar wijnen met inhoud, die nieuwsgierig blijven naar alternatieven voor de bekende paden.

Lagrein blijft trouw aan zijn oorsprong, aan zijn temperament en aan zijn traagheid. Hij is geen wijn voor ongeduldige mensen, maar voor wie durft te wachten. Geen vluchtige flirt, maar een volwaardige relatie.

Een druif van goede komaf

Lagrein draagt zijn geschiedenis met trots, en die geschiedenis reikt verder dan vaak wordt gedacht. De oudst bekende schriftelijke vermeldingen dateren uit de 16e eeuw, toen de druif al duidelijk aanwezig was in Zuid-Tirol. Maar zijn verhaal begon mogelijk nog veel eerder. Sommige bronnen suggereren een etymologische link met Lagaria, een antieke Griekse nederzetting in Zuid-Italië. Of dat effectief de oorsprong is, blijft onzeker, maar de suggestie alleen al wijst op een lange, bijna mythische voorgeschiedenis. In elk geval is het duidelijk: Lagrein is geen nieuwkomer in het Italiaanse wijnlandschap, maar een vaste waarde met diepe wortels in de alpine cultuur.

Wat we intussen met meer zekerheid kunnen stellen, is dat Lagrein thuishoort in een cluster van oude Noord-Italiaanse druivenrassen die genetisch met elkaar verbonden zijn. Hij wordt beschouwd als een afstammeling van Teroldego, een krachtige, aromatische druif uit Trentino, en vertoont genetische verwantschap met onder meer Marzemino, Schiava Gentile en zelfs Pinot Nero en Syrah. Het is een indrukwekkende afstamming, die meteen ook de complexiteit, kracht en structuur van Lagrein verklaart. Maar zijn precieze familiegeschiedenis, inclusief onverwachte connecties, behandelen we later in dit artikel in een apart hoofdstuk over zijn stamboom.

Lagrein was in zijn thuisstreek altijd al een wijn van aanzien. Zo wordt in historische documenten uit 1370 vermeld dat keizer Karel IV het schenken van Lagrein aan soldaten verbood. Niet uit bezorgdheid over hun gezondheid, maar omdat de wijn als te kostbaar en verfijnd werd beschouwd voor het gewone voetvolk. Alleen geestelijken en de elite mochten zich eraan tegoed doen. Een vroeg bewijs van zijn status als wijn van kwaliteit.

Door de eeuwen heen bleef Lagrein een vaste waarde in Zuid-Tirol, met Bolzano, en in het bijzonder de wijk Gries, als centrum van zijn reputatie. Zijn populariteit kende ups en downs, met een heropleving in de late 20e eeuw, toen men opnieuw aandacht kreeg voor authentieke, lokale rassen met karakter en historie.

Zijn plaats in het Italiaanse wijnlandschap

Lagrein is stevig verankerd in het noorden van Italië, en dan vooral in de regio Trentino-Alto Adige. Binnen dat gebied zijn het voornamelijk Bolzano, Gries, Mezzolombardo, Cembra en de Valle dei Laghi die uitgroeiden tot kernzones voor zijn aanplant. Vooral Gries, een wijk in Bolzano, wordt nog steeds beschouwd als het epicentrum van kwaliteit. Daar, op rivierterrassen langs de Talvera, met een bodem vol grind en stenen, voelt Lagrein zich perfect thuis. De warme dagen en koele nachten zorgen voor een langzame, evenwichtige rijping. Maar terroir alleen is niet genoeg: het zijn de generaties wijnbouwers die hem hebben grootgebracht met geduld, precisie en een scherp oog voor detail, die het verschil maken.

Met ongeveer 650 hectare aanplant is Lagrein vandaag, met 9% van de aanplant, de tweede meest aangeplante rode druif in Alto Adige, net na Pinot Nero. Hij wordt zowel als monocépage gebruikt als in blends, vaak met Schiava, om zijn kracht te verzachten en zijn toegankelijkheid te vergroten. Toch staat hij ook op zichzelf sterk, met een herkenbare signatuur die nergens anders in Italië zo uitgesproken tot uiting komt.

Lagrein is erkend in meerdere herkomstbenamingen. Hij is officieel opgenomen in de DOC’s Alto Adige Lagrein, Trentino Lagrein, Valdadige/Etschtaler en Casteller. Daarnaast is hij toegestaan in diverse IGT’s, verspreid over Noord-Italië, waaronder Vigneti delle Dolomiti, Vallagarina, Mitterberg, Sebino, Alto Mincio, en zelfs delen van Lombardije en Veneto. Deze aanwezigheid buiten zijn kernregio is vaak beperkt in schaal en blijft doorgaans experimenteel of nichegericht, maar bevestigt wel zijn potentieel in verschillende microklimaten.

Ampelografie: het portret van een druif

Voor wie houdt van de details achter het glas: Lagrein is niet alleen een wijn met karakter, maar ook een druif met een uitgesproken profiel in de wijngaard. Zijn morfologische en fenologische eigenschappen maken hem zowel uitdagend als fascinerend voor wijnbouwers.

Lagrein is een vitale, krachtig groeiende druif met een robuuste stam en lange, weinig vertakte scheuten. Hij wordt vaak geleid volgens traditionele systemen zoals de pergola, en vraagt om langere snoei. De productie kan royaal zijn, maar is allesbehalve stabiel. In vochtige lentes is hij gevoelig voor colatura (bloesemval) en filatura (onvolledige vruchtzetting), wat de opbrengst grillig maakt. Ook waterbeheer speelt een grote rol: hij verdraagt matige droogte goed, maar vraagt controle om te vermijden dat de groeikracht ten koste gaat van de druifkwaliteit.

Lagrein stelt duidelijke eisen aan zijn omgeving. Hij houdt van warmte, maar niet van overdaad. Zijn voorkeur gaat uit naar stenige, goed drainerende bodems met lage vruchtbaarheid. Zoals de alluviale terrassen van Gries in Bolzano. Die arme gronden zorgen voor natuurlijke opbrengstbeperking, waardoor de plant zich concentreert op kleine, intens smakende druiven. In combinatie met warme dagen en koele nachten ontwikkelen de bessen hun typische frisheid en krachtige structuur.

In zijn vegetatieve cyclus behoort Lagrein tot de later ontwikkelende rassen. Hij loopt gemiddeld laat uit, bloeit rond het midden van het seizoen, en bereikt zijn rijpheid meestal half oktober. Die lange rijpingstijd vraagt om een stabiel klimaat met voldoende nazomerse warmte. De herfstkleur van de bladeren is opvallend roodbruin, wat hem in het najaar ook visueel onderscheidt in de wijngaard.

Het blad is middelgroot tot groot, pentagonaal en meestal trilobaat, met een donkergroene, matte bovenzijde en een licht behaarde onderzijde. De trossen zijn klein tot middelgroot, piramidaal van vorm, meestal compact en vaak met één of twee kleine ‘vleugels’. De bessen zelf zijn ovaal, gemiddeld van grootte, met een dikke, blauwzwarte schil. De pulp is neutraal van smaak, licht zuur en kleurloos, maar de schil is rijk aan anthocyanen zoals malvin en delphin. Deze hoge kleurintensiteit is wat Lagrein zijn iconisch diepe kleur geeft, die soms bijna inktachtig overkomt.

Lagrein is volledig zelfbestuivend, wat de opbrengst onder ideale omstandigheden voorspelbaarder maakt. Zijn weerstand tegen ziektes is gematigd: hij is gevoelig voor echte en valse meeldauw, maar relatief goed bestand tegen botrytis. Een aandachtige wijngaardzorg is dus onmisbaar.

Herkomst: een familie vol karakter

Wie Lagrein zegt, zegt Zuid-Tirol of Trentino. Maar achter deze druif schuilt meer dan een geografische oorsprong. Dankzij modern DNA-onderzoek en ampelografische studies weten we vandaag dat Lagrein geen geïsoleerde variëteit is, maar het product van een rijke, genetisch verweven familiegeschiedenis.

Centraal in die stamboom staat Teroldego, een nobele druif uit Trentino, bekend om zijn donkere kleur, aromatische kracht en robuuste structuur. Teroldego wordt algemeen erkend als een van de directe ouders van Lagrein, en verklaart een groot deel van zijn krachtige profiel. De tweede ouder is minder precies geïdentificeerd, maar er zijn sterke vermoedens dat het gaat om een variëteit verwant aan Marzemino. Eveneens een historische druif uit Noord-Italië.

De genetische verwantschap stopt daar niet. Lagrein blijkt ook verbonden met druiven als Schiava Gentile en Pinot Nero, wat zijn aromatische finesse en zuurgraad mee helpt verklaren. Verder in zijn uitgebreide stamboom duiken verrassend genoeg ook internationale namen op zoals Syrah, Refosco dal Peduncolo Rosso en zelfs Dureza, één van de ouders van Syrah. Dit wijst op genetische raakvlakken tussen Lagrein en enkele van de belangrijkste Europese druivenrassen.

Lagrein is dus geen toeval, geen vergeten druif die uit het niets opdook. Hij is het resultaat van eeuwen natuurlijke kruisingen tussen druiven met karakter, die samen een ras hebben voortgebracht dat stevig, diep en complex is. Geen wonder dus dat hij zich niet meteen blootgeeft. Maar wie bereid is om hem te leren kennen, ontdekt een druif met een stamboom waar je u tegen zegt.

De K3 van Lagrein bestaat uit: Kracht, kleur en karakter

Lagrein is geen makkelijke druif. Hij laat zich niet dwingen en straft ongeduld onverbiddelijk af. Wie hem te snel vinifieert, krijgt een rustieke wijn met scherpe randjes, hoekig en onevenwichtig. Maar wie zijn tijd neemt, zijn ritme respecteert en de juiste aanpak kiest, wordt beloond met iets zeldzaams: een wijn die kracht en finesse combineert, intens is zonder zwaar te worden, gelaagd zonder ondoorgrondelijk te zijn.

De Lagrein Dunkel is het vlaggenschip van de variëteit. Deze donkerrode wijn is vol, vlezig en stevig van structuur. Zijn tannine zijn uitgesproken aanwezig, maar goed rijpend en bij de juiste vinificatie fluwelig in plaats van stroef. In het glas toont hij zich krachtig: robijn tot paars van kleur, met een sappige textuur, een uitgesproken zuurtegraad en een lange afdronk. Dit is geen wijn voor tussendoor, maar een met inhoud, die zich traag opent en lang blijft hangen.

Weinig druiven hebben zo’n opvallend visueel profiel als Lagrein. De schil is rijk aan anthocyanen, wat de iconisch diepe kleur van Lagrein verklaart. Die hoge concentratie anthocyanen zorgt voor een diepe, haast inktachtige kleur. Zelfs bij beperkte schilweking blijft de wijn intens gekleurd, wat hem niet alleen visueel aantrekkelijk maakt, maar ook stevig en structuurvol. De kleur is dus geen façade, maar een voorbode van wat nog komt.

Wat Lagrein écht uniek maakt, is zijn aromatisch profiel. In de Dunkel vinden we aroma’s van viooltjes, zure kersen, rode pruimen, cassis, laurier, cacao, drop en bosgrond. In gerijpte versies kunnen daar toetsen van vanille of zelfs pure chocolade bij komen. De stijl varieert van krachtig en gespierd tot complex en elegant, afhankelijk van de vinificatie en rijping. Maar altijd is er die herkenbare combinatie van zuren, tannine en diepgang.

En dan is er nog zijn lichtere kant: de Lagrein Kretzer. Dit is de roséversie van Lagrein, traditioneel gemaakt via korte schilweking. Kretzer is minder complex, maar allerminst banaal. Hij legt de nadruk op fruit, fraîcheur en levendigheid, met tonen van aardbei, rode bes en soms een kruidige toets. Lichtvoetiger dan de Dunkel, maar met dezelfde herkenbare signatuur.

Riserva: the best of the best!

Lagrein is op zichzelf al een wijn met kracht en karakter, maar wanneer je een fles Riserva in handen hebt, weet je dat je een niveau hoger speelt. Dit zijn geen snelle flessen voor impulsieve drinkmomenten, maar doordachte wijnen waar de producent zijn beste druiven, grootste zorg en langste rijpingstijd aan heeft toevertrouwd.

Wat een Lagrein Riserva onderscheidt, begint al in de wijngaard. Voor deze wijnen worden bijna uitsluitend druiven van oudere stokken gebruikt. Die wortelen dieper, leveren minder maar geconcentreerder fruit, en geven druiven met meer diepgang en balans. De trossen zijn kleiner, de bessen dikker, met een rijkere schilstructuur en meer fenolische kracht. Dat proef je onmiddellijk: het sap is intenser, complexer en krachtiger.

Ook in de kelder wordt niets aan het toeval overgelaten. Riserva-wijnen ondergaan doorgaans een langere rijping, vaak op grote houten fusten of barriques. Die extra tijd op hout en later op fles zorgt voor zachtere tannine, een betere integratie van aroma’s en een gelaagde structuur die pas na enkele jaren volledig tot zijn recht komt. De stijl verschuift van uitbundig fruit naar diepte en nuance: rijpe pruimen, donkere chocolade, grafiet, balsamico en een minerale ondertoon die lang blijft hangen.

Een Lagrein Riserva is geen drinkwijn voor elke dag, maar een begeleider van gerechten met inhoud: wild, stoofpotten met paddenstoelen, bosduifjes of een stevig stuk lamsvlees. Gerechten met structuur, weerhaakjes en kracht, net als de wijn zelf.

Een druif voor de doorzetter

Lagrein is koppig, intens en heeft tijd nodig om te bloeien. Maar geef hem die tijd, en je krijgt er rijkdom en finesse voor terug. Het is een druif voor mensen die geen zin hebben in oppervlakkige pleasers. Voor wie gelooft dat karakter boven charme gaat. En dat een goed gesprek pas begint nadat de eerste indruk is weggeëbd.

Dus ja, als ik een druif was, dan was ik Lagrein. Geen allemansvriend, maar wel eentje waar je op kunt bouwen.

Plaats een reactie