De wilde mossel van Portonovo

Er is geen twijfel mogelijk: ook jullie hebben het vast gelezen in zowat elke krant van vorige week. Het mosselseizoen is officieel geopend. Bij ons betekent dat maar één ding: de Zeeuwse mosselen zijn terug van weggeweest, en de verleiding van een dampende pot vol schelpjes lonkt alweer. Toch laat ik de starthype graag aan mij voorbijgaan. Ik wacht liever nog een maandje, want met een beetje extra geduld worden de mosseltjes alleen maar beter.

Mosselen zijn lang niet uitsluitend een Belgische aangelegenheid. Dat klinkt misschien vreemd, want ze zijn hier mateloos populair, maar het merendeel komt gewoon uit Nederland. Aan onze eigen kust worden ze slechts op kleine schaal gekweekt.

Wat velen niet weten, is dat ook Italië een rijke mosselcultuur heeft. De mosselen die je daar aantreft zijn niet te vergelijken met de onze, maar verdienen absoluut hun plek op tafel. Hoewel de mossel vooral schittert in de keuken van Puglia, vind je haar langs vrijwel de hele kustlijn: van de Golf van La Spezia tot diep in de Adriatische wateren.

In dit artikel neem ik je mee naar de regio Marche, waar we tijdens een reis de bijzondere mosselen van Portonovo leerden kennen: de wilde Moscioli Selvatici, met een karakter dat even uitgesproken is als het landschap waarin ze groeien.

Portonovo en zijn mosselcultuur

Rijd je zuidwaarts langs de Adriatische kust van Le Marche, dan verandert het landschap abrupt na Ancona. De Riviera del Conero verschijnt als een grillige onderbreking van de eindeloze zandstranden, waar kalkstenen kliffen zich met bruuske elegantie in de zee storten. Le Due Sorelle, twee rotspunten die trots uit het water rijzen, heten je welkom in een ongerept stukje kust. Te midden van dit decor ligt de baai van Portonovo, een plek die niet alleen visueel indruk maakt, maar ook culinair. Hier leeft een van de meest unieke mosselsoorten van Italië: de Mosciolo Selvatico di Portonovo.

In het Italiaans spreekt men van cozze wanneer het over mosselen gaat, maar hier in de streek rond Ancona gebruikt men een ander woord: moscioli. Het is geen koosnaam, maar een erkende en beschermde term die specifiek verwijst naar wilde mosselen die zich vasthechten aan de rotsen van de Monte Conero. Ze worden niet gekweekt, maar groeien volledig natuurlijk in het heldere zeewater van dit natuurgebied. Dankzij de uitzonderlijke waterkwaliteit, die tot de zuiverste van Italië behoort, krijgen de moscioli het label ‘Categorie A’, de hoogste classificatie voor consumptieschelpdieren. In 2004 werden ze erkend als Slow Food Presidium, een eer die enkel is weggelegd voor producten met een uitgesproken identiteit en sterke regionale verankering.

De vangst van deze mosselen is geen eenvoudige klus. De Cooperativa Pescatori Portonovo beheert het gebied waar ze worden geoogst, van La Trave, een lange, smalle rots die zich een kilometer de zee in uitstrekt, tot aan de Scogli delle Due Sorelle bij Sirolo. Hier zorgen de zuivere stroming, het rijke voedselaanbod en de grillige rotskust voor mosselen met een uitgesproken smaak, rijk aan Omega 3 en met een subtiele zoetheid die verschilt van de Belgische of Nederlandse varianten. De vissers vertrekken vroeg in de ochtend, vaak al om vier uur, gewapend met een hark die aan de arm bevestigd wordt en een net dat via een eenvoudige lier omhooggehaald wordt. Ze duiken zonder zuurstofflessen, slechts met een slang verbonden aan de boot, en schrapen de moscioli met het lichaam dicht tegen de rotsen gedrukt. Het is zwaar, intens werk dat enkel door een handvol boten wordt uitgevoerd.

Ben je in Portonovo, ga dan zeker op zoek naar de vissershut van Sandro Stecconi. Hij bouwde ze in de jaren vijftig, pal aan het water, samen met enkele vrienden. Vandaag is het een van de laatste overgebleven hutten in de baai, een stille getuige van een visserscultuur die langzaam verdwijnt. In de jaren zeventig lagen hier nog tachtig boten voor anker, nu zijn er amper vijf. De fysieke belasting van het werk, de lage opbrengsten en de concurrentie van goedkopere geïmporteerde cozze maken het voortbestaan van deze lokale praktijk onzeker. Toch leeft de mosciolo voort in de restaurants van de baai, waar hij trots op de kaart prijkt, of bij de coöperatieve naast restaurant Emilia, het historische etablissement dat als eerste deze mosselen serveerde aan de elite van Ancona die er per boot arriveerde. Tijdens het jaarlijkse festival Mosciolando, dat plaatsvindt in het derde weekend van juni, komt het hele dorp samen om de mossel te vieren. Eenvoudige bereidingen op een oud gasvuur, niets meer dan water, zout en mosselvocht, vergezeld van een glas Verdicchio uit Staffolo, tonen hoe weinig er nodig is om groots te smaken.

Toch blijft dit verhaal grotendeels onder de radar. Hoewel moscioli intussen ook hun weg vonden naar enkele restaurants in Milaan en Rome, blijft de productie vooral lokaal verankerd. De meeste Italianen hebben er zelfs nog nooit van gehoord. Niet uit keuze, maar uit noodzaak. De schaal is bescheiden en het werk intensief. Kennis van de zee, fysieke inzet en een zekere koppigheid zijn onmisbaar. Voor jonge mensen die moeten kiezen tussen een stabiel leven aan land of urenlange duikarbeid in de vroege ochtend, zonder garantie op inkomen, is het geen voor de hand liggende keuze.

De wilde mossel vs de gekweekte

Waar Noord-Europa zijn mosselen kweekt op uitgestrekte zeepercelen met gecontroleerde omstandigheden, laat de Mosciolo Selvatico di Portonovo zich niet temmen. Hij groeit waar hij wil, hecht zich aan rotsen waar de stroming het sterkst is, en laat zich enkel oogsten wanneer de zee dat toelaat. Deze wilde mosselsoort is strikt beschermd en wordt met de hand geoogst, duikend langs de steile wanden van de Monte Conero. Machines komen er niet aan te pas, noch artificiële voedering of rotatie van kweekzones.

Waar gekweekte mosselen worden verplaatst van zaadpercelen naar groeizones en vaak binnen twee jaar op tafel liggen, volgt de mosciolo een vrijer maar grilliger pad. Wat je krijgt, is een mossel met karakter: een schelp die getuigt van strijd met de elementen, en mosselvlees dat zich voedde met precies wat de zee op die plek en op dat moment te bieden had. Het resultaat is een smaak die zilt en mineraal aanvoelt, met een vleug jodium en een volle, bijna nootachtige intensiteit.

Wie beide mossels naast elkaar proeft, merkt het verschil meteen. Niet beter of slechter, maar anders. De ene is betrouwbaar, de andere eigenzinnig. De ene voedzaam, de andere verrassend gelaagd. Het is een verschil dat niet in woorden valt te vatten, maar dat zich pas echt laat begrijpen met een bord voor je neus. Bestel dus gerust een dampende pot Mosciolo Selvatico di Portonovo bij je bezoek aan Ancona of omgeving, en proef het zelf.

Culinair genot

De Italiaanse keuken begrijpt als geen ander dat eenvoud geen gebrek is, maar een troef. Zeker wanneer het gaat om een ingrediënt dat op zichzelf al zo uitgesproken is als de Mosciolo Selvatico di Portonovo. Geen zware sauzen, geen culinaire kapriolen, maar pure bereidingen die de natuurlijke smaak versterken, niet verdoezelen.

Langs de kustlijn van Ancona tot Numana verschijnen moscioli in de zomer op vrijwel elk bord. Vaak gegrild, met een scheutje olijfolie, peterselie en niets meer dan een beetje citroen om het jodium en de ziltigheid nog net iets levendiger te maken. Wie het traditioneel aanpakt, serveert ze a crudo, geopend met een mes en overgoten met enkele druppels citroensap en olie. Fris, eerlijk en oprecht.

Er zijn ook variaties voor wie het iets voller mag. Zo worden de schelpen soms even op de grill gelegd en warm geserveerd met geroosterd brood, perfect om het opgevangen vocht – het goud van de schelp – tot de laatste druppel op te nemen. In de vissershutten vind je ook moscioli arrosto, geroosterd boven open vuur, of verwerkt in een eenvoudige tomatensaus voor bij pasta. Een stevige pasta zoals scialatielli, kort en dik gesneden, vangt de smaken perfect op.

Soms kom je ook de naam moscioli alla tarantina tegen, al is dat eerder een zuiderse interpretatie waarbij tomatenpuree een hoofdrol speelt. Lokale vissers geven doorgaans de voorkeur aan rauw of licht gegaard, net zolang tot de schelpen zich openen. Daarna nemen olijfolie, look, peterselie en citroen het over.

Een van de meest geliefde bereidingen is Moscioli di Portonovo alla marinara. Dit gerecht wordt zowel warm als koud geserveerd en doet het uitstekend als voorgerecht of lichte lunch. De bereiding is eenvoudig, de smaak allesbehalve.

Moscioli di Portonovo alla marinara

Ingrediënten
1,5 kg moscioli
1 citroen
1 teentje knoflook
3 eetlepels extra vergine olijfolie
een handvol verse peterselie
zwarte peper naar smaak

Bereiding
Spoel de moscioli zorgvuldig schoon door ze stevig tegen elkaar te wrijven.
Doe ze vervolgens in een grote pot met een bodempje water, dek af en laat ze op middelhoog vuur net lang genoeg garen tot ze opengaan.
Verwijder het bisso (de ‘baard’) en haal één helft van de schelp weg.
Filter het kookvocht met een fijne zeef en een gaasje om eventuele zandresten te verwijderen.
Pers het sap van een halve citroen en snijd de andere helft in kleine stukjes.
Hak de knoflook en de peterselie fijn.
Schik de mosselen op een schaal, bedruppel ze met het gezeefde kookvocht en werk af met het citroensap, de olijfolie, peterselie, knoflook, de stukjes citroen en een snuifje zwarte peper.

Serveer ze lauw of gekoeld en wat geroosterd brood.

Afsluiten doen we met een passende wijn!

Afsluiten doen we met uiteraard een passende wijn. Een pintje bij de mosselen? Dat laten we met plezier aan de Belgen. De Mosciolo vraagt om iets anders. Iets met frisheid, zuren en een lichte zilte toets die aansluit bij zijn maritiem karakter. Kortom: een glas witte wijn waarin je het kustlandschap van Le Marche subtiel herkent.

De klassieker in de regio blijft natuurlijk Verdicchio dei Castelli di Jesi, fris en floraal, of de iets strengere en mineralere Verdicchio di Matelica, die iets hoger en koeler groeit en daardoor net wat nerveuzer is in het glas. Deze wijnen combineren moeiteloos met de zilte intensiteit van de moscioli, zeker bij bereidingen a crudo of kort gestoomd met wat citroen.

Maar Le Marche biedt meer dan alleen Verdicchio. Wie de streek iets verder wil verkennen, komt uit bij Offida Pecorino, een wijn met meer structuur en een kruidige ondertoon die mooi overeind blijft bij gegrilde mosselen of rijkere sauzen. Iets lichter en speelser, maar niet minder karaktervol, is Passerina: zacht aromatisch, levendig in zuren en perfect als begeleider van koude bereidingen zoals moscioli alla marinara.

Wie het buiten de regio zoekt, kan kiezen voor een Vermentino uit Ligurië of Sardinië, strak en kruidig tegelijk. Of een Etna Bianco, voor wie houdt van spanning en vulkanische flair. En wie het liever laat sprankelen in het glas: een Franciacorta Brut Nature of een elegante Metodo Classico uit Trentino biedt sprankeling zonder de smaak van de zee te overstemmen.

Worden de bereidingen complexer, met toevoeging van tomaten, look, bottarga of zelfs wat ‘nduja, dan mag je ook je glas aanpassen. Kies dan voor een wijn met wat meer vulling en diepgang: een Fiano di Avellino, een Greco di Tufo, Soave Classico of een Lugana Superiore doen het uitstekend. Ze blijven wit, maar durven tegen een duwtje.

De regel is eenvoudig: hoe puurder de bereiding, hoe frisser en strakker de wijn. En hoe meer je toevoegt in de pot, hoe ronder het glas mag zijn. Maar of je nu eindigt met een Verdicchio of een Pecorino, als de mosciolo goed is en de wijn eerlijk, dan zit je altijd goed. Zoals zo vaak in Italië, komt het uiteindelijk neer op balans.

Plaats een reactie