Il diamante nero van Umbrië: de zwarte truffel van Scheggino

Het is voor weinigen nog een geheim dat Piemonte wordt gezien als hét truffelcentrum van Italië. In de omgeving van Alba zakken elk najaar duizenden foodies af voor de start van het truffelseizoen. Tijdens onze Italiaanse wijnavonden – zes leerrijke sessies over Italië als wijnland – vertellen we al jaren dat we andere regio’s tekortdoen door ons alleen op Piemonte te richten. Umbrië is zo’n regio die meer aandacht verdient.

In het hart van de Valnerina, verscholen tussen groene bossen, ruige hellingen en middeleeuwse dorpjes, ligt het kleine plaatsje Scheggino. Hier, in de schaduw van eeuwenoude kastanjebomen en eiken, wordt een van de meest begeerde schatten van Italië uit de grond gehaald: de zwarte truffel, door de locals met gepaste trots il diamante nero genoemd. Deze zwarte diamant is te vergelijken met een culinaire edelsteen: zeldzaam, intens van smaak en diep geworteld in de Umbrische keuken en cultuur.

Wat is ‘Il diamante nero’ precies?

De zwarte truffel van Umbrië draagt de naam Tuber melanosporum, internationaal ook bekend als de Périgordtruffel. Hoewel die naam meestal verwijst naar haar Franse tegenhanger, heeft de Umbrische variant een geheel eigen karakter, gevormd door het lokale terroir. Ze behoort tot de meest verfijnde en begeerde truffelsoorten ter wereld, geliefd om haar diepe smaak en geur.

Truffels zijn ondergrondse schimmels die in symbiose leven met boomwortels. Ze halen mineralen en water uit de boom, en geven in ruil voedingsstoffen terug. Het is een fragiele samenwerking, afhankelijk van een precieze balans in bodem en klimaat. Rond Scheggino zijn die omstandigheden ideaal: kalkrijke, goed doorlatende gronden, een mild maar vochtig microklimaat, en een rijkdom aan bomen zoals eiken, beuken, kastanjes en haagbeuken. Geen wonder dat dit gebied al eeuwenlang bekendstaat als vruchtbare truffelstreek.

De zwarte truffel ontwikkelt zich volledig onder de grond, vaak op tientallen centimeters diepte. Ze is geen knol, geen wortel en zeker geen paddestoel zoals we die boven de grond kennen. Haar uiterlijk is ruw en onregelmatig, met een zwarte, soms bruinachtige schil vol kleine groeven, de zogenaamde peridio. Vanbinnen zit de gleba, een compacte, gemarmerde massa die bij rijpheid een donkerpaarse tot zwarte kleur krijgt, doorkruist met fijne witte adertjes. Die binnenkant is niet alleen het hart van de truffel, maar ook de bron van haar unieke aroma.

En dat aroma is moeilijk te beschrijven zonder het tekort te doen. Aards, intens, zwoel, licht rokerig. In tegenstelling tot de witte truffel, die vooral geur geeft, voegt de zwarte truffel ook duidelijke smaak toe aan een gerecht. Warm, intens, met subtiele bitterheid en toetsen van cacao, bosgrond, noten en soms zelfs leer. Opmerkelijk is dat haar smaak nog versterkt wordt door verwarming. Een schaafsel over warme tagliolini of geroosterd brood doet haar volle kracht pas echt loskomen.

Al sinds de oudheid spreekt de truffel tot de verbeelding. De Romeinen geloofden dat truffels ontstonden door een samenspel van water, warmte en bliksem. Volgens de mythe was het Jupiter zelf die de eerste truffel creëerde, toen hij een bliksemschicht afvuurde op een eik. Een boom die vandaag nog steeds een van haar favoriete gastheren is. Waar of niet, het idee dat truffels iets mythisch hebben, is begrijpelijk. Ze groeien onzichtbaar, zijn zeldzaam, vergen vakkennis om te vinden, en onthullen hun ware aard pas wanneer ze op het bord liggen. In die zin is de naam il diamante nero geen overdrijving, maar een culinaire waarheid.

Scheggino, het epicentrum van de truffelcultus

Scheggino, in de Nera-vallei in het zuiden van Umbrië, is een dorp met nog geen 500 inwoners, maar in truffelmiddens klinkt de naam als een klok. Hier draait het leven niet alleen rond de truffel, het ademt truffel. Winkels, restaurants, feesten en zelfs straatkunst verwijzen naar il tartufo nero. De band met deze ondergrondse delicatesse is hier zo sterk dat het dorp er jaarlijks een heel feest aan wijdt: Il Diamante Nero, een culinair evenement dat elk voorjaar, meestal in april, plaatsvindt. Een bruisend dorpsfeest waar de truffel gevierd wordt met muziek, straatoptredens, proeverijen, demonstraties en een stoet van ambachtelijke producenten.

Tijdens het festival stroomt Scheggino vol met fijnproevers, chef-koks en truffelliefhebbers. Op het centrale plein vind je marktkramen met verse truffels, truffelproducten, regionale specialiteiten en natuurlijk wijn uit de omgeving. Truffelhonden tonen hun speurkunsten, kinderen krijgen uitleg over de geheimen van de truffeljacht, en op elke straathoek ruik je brood, pasta of kaas met die onmiskenbare geur van truffel. Het is geen hautain gastronomisch gebeuren, maar een warm volksfeest met diepe wortels in de streek.

De bossen rondom Scheggino zijn daarbij meer dan een decor. Ze vormen het werkveld van de cavatori, de truffeljagers, die in de vroege ochtend met hun honden op zoek gaan naar de kostbare knollen. Ooit gebruikte men varkens, maar die bleken iets te enthousiast en moeilijk in toom te houden. Vandaag zijn honden de onbetwiste helden van de jacht: intelligent, gehoorzaam en verfijnd in hun neuswerk. Een goede truffelhond geeft subtiel aan waar gegraven moet worden. Waarna de jager met uiterste precisie de truffel uit de aarde haalt. Eén fout en de knol raakt beschadigd, waardoor ze haar waarde en geur verliest.

Deze jacht is geen hobby maar een ambacht, vaak doorgegeven van generatie op generatie. In Scheggino weet men welke boom al jaren truffels geeft, waar de grond nét vochtig genoeg is, en welk plekje na een regenbui het meest belovend is. Het is kennis die niet in boeken staat, maar verder leeft van generatie op generatie.

Umbria en truffels gaat verder dan enkel Scheggino.

Umbrië is niet zomaar een truffelstreek, het is een waar truffelparadijs. De regio telt een tiental soorten, elk met eigen kenmerken, seizoenen en culinaire toepassingen. Van de bekende zwarte wintertruffel tot zeldzame witte varianten: wie truffels zegt, zegt Umbrië.

De meest gezochte soort is zonder twijfel de Tartufo Nero Pregiato (Tuber melanosporum), ook wel bekend als de truffel van Norcia of Spoleto. Deze klassieke zwarte wintertruffel groeit van november tot maart op kalkrijke kleigronden, in symbiose met loofbomen zoals eiken, beuken en kastanjes. Je vindt hem vooral in de vallei van de Nera en op de flanken van Spoleto, Trevi en Monte Subasio. Een gebied dat zich uitstrekt tot bij het truffeldorp Scheggino, waar deze truffel een bijna iconische status heeft verworven. De Nero Pregiato is herkenbaar aan zijn gerimpelde zwarte schil en zijn donkerpaarse binnenzijde, doorkruist met fijne witte adertjes. Zijn geur is krachtig en gelaagd: aards, elegant en licht rokerig. De smaak ontwikkelt zich ten volle bij warme bereidingen. Een simpele tagliolini met boter of een zacht gegaard eitje volstaat om zijn aromatische diepte te laten spreken.

Naast de wintertruffel is er de Scorzone, of zomertruffel (Tuber aestivum), een soort met een meer toegankelijke uitstraling én prijs. Deze truffel heeft een dikkere, piramidaal gevormde schil en een lichtere gleba die varieert van beige tot hazelnootkleurig. Zijn aroma is fruitiger, minder intens dan dat van de Nero Pregiato, en hij wordt meestal tussen mei en december geoogst. Je vindt hem in zand- en kleigronden, onder loofbomen en zelfs in dennenbossen. Omdat hij subtieler is, wordt hij vaak gebruikt in eenvoudige gerechten of om salades en koude bereidingen op te frissen.

Wanneer de temperaturen dalen, verschijnt de Tartufo Uncinato (Tuber uncinatum), ook wel de winterse scorzone genoemd. Deze truffel lijkt uiterlijk op zijn zomerse neef, maar heeft een meer donkere binnenkant met sterkere marmering. De geur is intenser en het smaakprofiel complexer, met duidelijke tonen van hazelnoot, porcini en oude kaas. Ideaal om te raspen over risotto’s of warme aardappelgerechten, en zowel rauw als licht verwarmd komt hij mooi tot zijn recht.

Maar Umbrië biedt meer dan zwart. De regio herbergt ook enkele witte truffelsoorten die qua waarde en aroma minstens even indrukwekkend zijn. De Tartufo Bianco Pregiato (Tuber magnatum Pico), of trifola, is hiervan het bekendst en meest kostbaar. Hij wordt gevonden tussen oktober en januari, vooral in de hogere Valle del Tevere, de streek rond Gubbio en Orvieto. Zijn geur is indringend, haast bedwelmend, en zijn smaak mysterieus complex. Witte truffel wordt altijd rauw gegeten, flinterdun geschaafd over pure gerechten, denk aan verse pasta, zacht roerei of romige risotto, zonder sauzen of kruiden die zijn aroma zouden overstemmen.

Een bescheidener maar charmante tegenhanger is de Tartufo Bianchetto (Tuber borchii), ook wel marzuolo genoemd. Deze groeit van januari tot april, en doet het goed in uiteenlopende omgevingen: zowel in bergachtig terrein als in de nabijheid van de kust. Hij onderscheidt zich door zijn lichtere schil, witachtige gleba en uitgesproken knoflookachtig aroma. In de keuken leent hij zich uitstekend voor rustieke, huiselijke gerechten zoals broden, bouillons en eenvoudige pasta’s, waar hij een robuuste toets aan toevoegt.

Umbrië bewijst zich daarmee als een truffellandschap van formaat: rijk aan soorten, seizoenen en smaaknuances. Scheggino is misschien het bekendste gezicht van deze traditie, maar het hele grondgebied ademt truffel.

Truffeljacht: kennis, instinct en traditie

Een truffeljager, of cavatore, is geen liefhebber met een mandje op een zondagse wandeling. Het is een vakman die zijn kennis opbouwt met seizoenen tegelijk, door observatie, ervaring en eindeloze tochten door het bos. Hij leest het landschap als een boek: let op vochtigheid, boomsoorten, de samenstelling van de bodem, en zelfs subtiele gedragsveranderingen van zijn hond.

De relatie tussen jager en hond is van onschatbare waarde. Het is een band gebaseerd op vertrouwen, training en wederzijds respect. Een goede truffelhond wordt niet alleen geselecteerd op zijn neus, maar ook op zijn karakter: oplettend, geduldig en niet gretig. Een flauw teken, een korte blik, een bijna onzichtbare aarzeling in het looppatroon: het zijn signalen die een geoefende cavatore moeiteloos oppikt.

De hond die je het vaakst ziet bij truffeljagers is de Lagotto Romagnolo. Deze Italiaanse waterhond werd oorspronkelijk gefokt voor het apporteren van wild in moerassige gebieden, maar blijkt bij uitstek geschikt voor de truffeljacht. Zijn uitzonderlijk scherpe reukzin, volgzaam karakter en natuurlijke werklust maken hem tot de ideale partner in het veld. Bovendien heeft de Lagotto een dichte, krullerige vacht die hem beschermt tegen kou, vocht en doornige onderbegroeiing.

Veel van wat een jager weet, staat nergens opgeschreven. De kunst van het zoeken wordt doorgegeven van generatie op generatie, vaak mondeling, soms zelfs met opzettelijke omwegen of halve waarheden. Niet uit onwil, maar om de leerling te dwingen zelf te kijken, te ruiken, te voelen. Het bestaan van geheime plekken, vaak enkel bekend binnen een familie of een klein netwerk, is van ontelbare waarde. Die plekken worden bewaakt met stille koppigheid, als een soort natuurlijke bankrekening waar men alleen in uitzonderlijke omstandigheden van opneemt.

De truffeljacht is ook een oefening in nederigheid. Je vindt niet altijd iets. Soms werk je urenlang in de kou of de regen zonder resultaat. En toch ga je door. Omdat het niet alleen om de buit gaat, maar om het ritueel, de verbinding met het landschap en het gevoel van deel uitmaken van iets dat de natuur je schenkt.

Van grond naar bord

Lang voor een truffel ooit op een bord belandt, begint haar verhaal ondergronds, in stilte en in het donker. Een truffel ontstaat niet zomaar. Het is het resultaat van een uiterst complexe samenwerking tussen schimmelsporen, boomwortels en een perfect afgestemd ecosysteem.

De truffel is een zogeheten ectomycorrhizale schimmel: ze vormt een symbiotische relatie met de wortels van bepaalde bomen. De schimmel dringt niet in de wortel zelf, maar groeit eromheen en vormt een fijn netwerk van draden, mycelium genaamd. Dit netwerk zorgt ervoor dat de boom makkelijker water en mineralen kan opnemen, terwijl de schimmel in ruil suikers en koolhydraten krijgt die de boom via fotosynthese produceert. Het is een samenwerking die miljoenen jaren oud is, en die enkel floreert als de bodem, het klimaat en de vegetatie precies in balans zijn.

Pas wanneer het ondergrondse netwerk sterk genoeg is én de omstandigheden gunstig zijn, begint de schimmel met het vormen van zijn vruchtlichaam: de truffel zelf. Dat gebeurt langzaam, over weken of zelfs maanden. In tegenstelling tot paddenstoelen, die plots kunnen verschijnen na een regenbui, groeit een truffel traag en gestaag, op een diepte van soms wel 30 centimeter.

De truffel ontwikkelt geurstoffen om dieren aan te trekken, want verspreiding van haar sporen kan alleen plaatsvinden als ze wordt opgegeten. Het zijn net die vluchtige stoffen, waaronder zwavelverbindingen en feromoonachtige componenten, die haar zo onweerstaanbaar maken voor zowel wilde dieren als mensen. De geur is dus geen toeval, maar een overlevingsstrategie.

Zo is een truffel uiteindelijk geen product, maar een verschijning. Een verrassing. Een ondergronds mysterie dat zich enkel openbaart aan wie geduld, kennis en het juiste instinct bezit. Wat op het bord belandt, begon lang daarvoor als een bijna onzichtbaar draadje in een donkere bodem. Je pasta of steak tartaar geeft met deze wetenschap nog een extra dimensie op je bord.

Een luxegoed uit de schaduw van het bos

Wat uit de grond komt in Scheggino, is een culinair kleinood dat zich alleen openbaart onder de juiste omstandigheden, in het juiste seizoen, en met het juiste instinct van mens en hond. De truffel die hier gevonden wordt, is meer dan een streekproduct. Ze is een luxeartikel waarvoor gastronomen wereldwijd zonder verpinken hoge prijzen betalen. Afhankelijk van het seizoen en de kwaliteit schommelt de prijs voor verse Tartufo Nero Pregiato tussen 800 en 1500 euro per kilo. Grote, gave exemplaren kunnen zelfs boven de 2000 euro uitkomen. Ter vergelijking: de zomertruffel (Scorzone) kost doorgaans tussen 150 en 400 euro per kilo, terwijl de uiterst zeldzame witte truffel (Tartufo Bianco Pregiato) makkelijk oploopt tot 4000 à 6000 euro per kilo. Geen koopje dus, en het verklaart waarom er in truffelmiddens vaak met enige geheimzinnigheid wordt gesproken over de beste vindplaatsen.

Culinair verrijkt de truffel een gerecht niet met bombast, maar met diepgang. Een paar flinterdunne plakjes over een romige pasta, een zachte risotto of een perfect gegaard eitje en het hele bord ondergaat een metamorfose. De geur, de smaak, het mondgevoel: alles verandert wanneer de truffel zijn plaats inneemt.

Daarom staat Scheggino met stip op onze bucketlist. Tijdens onze zomervakantie in Orvieto dit jaar plannen we zonder twijfel een daguitstap naar dit truffeldorp. Niet om met zakken vol souvenirs terug te keren, maar om er de geur op te snuiven, de sfeer te proeven en te genieten van een lunch met de lokale grootheid. Geen diamant in een vitrine, maar op het bord!

Cuines 33: Een culinaire reis door smaak én ruimte

In het hart van Knokke bevindt zich Cuines 33, een restaurant dat bekendstaat om zijn innovatieve benadering van gastronomie. Achter dit culinaire juweel staan chef-kok Edwin Menue en gastvrouw Fleur Boussy, een onafscheidelijk duo dat hun gezamenlijke passie voor gastvrijheid en verfijnde keuken tot leven brengt. Na talrijke stages in gerenommeerde restaurants openden Edwin en zijn vrouw Fleur in 2010 Cuines 33, een uniek tapasgericht restaurant in Knokke. Hun toewijding en passie werden al snel erkend; binnen een jaar na de opening ontvingen ze hun eerste Michelinster.

Na veertien jaar besloten Edwin en Fleur het concept van hun restaurant te herzien. Met een vernieuwde focus op de essentie van gastvrijheid en culinaire beleving, creëerden ze een setting waarin gasten zich thuis voelen en smaken tot leven komen. Dit vernieuwde concept, dat nu ongeveer een jaar in werking is, benadrukt hun toewijding aan zowel innovatie als traditie.

Wat Cuines 33 zo uniek maakt, is niet alleen de verfijnde keuken, maar ook de manier waarop de avond zich ontvouwt. Elke gang wordt geserveerd in een andere ruimte, waardoor de beleving dynamisch en verrassend blijft. Van een intieme aperitiefruimte tot een gezamenlijke toog en zelfs een onverwachte stop in de keuken – hier eet je niet alleen, je beleeft.

Mood 1: Een aperitief met spannende amuses

De ervaring begon meteen bij binnenkomst in Mood 1, een sfeervolle ruimte waar de aperitief werd geserveerd. We kozen voor een elegante Champagne Philipponnat Royale Réserve Non Dosé en een speelse interpretatie van een Bloody Mary. Terwijl we genoten van deze dranken, werden de eerste amuses geserveerd. Elk klein gerechtje was een gelaagde smaakexplosie die de verwachtingen meteen hoog legde:

  • Magnolia shot met sakura en kaffir – een verrassend frisse start. De bloemige en citrusachtige tonen smolten perfect samen en zorgden voor een subtiele maar verkwikkende eerste indruk.
  • Merengue met dry aged makreel, mirin en miso – een knap spel van texturen en umami. De luchtige, knapperige merengue contrasteerde prachtig met de diepe, hartige tonen van de rijpe makreel en de lichte zoetheid van mirin. Een kleine hap, maar een krachtige smaakbeleving.
  • Cocktail van oester, komkommer en shiso – deze amuse was een ware verfrissing. De zilte toets van de oester werd versterkt door de kruidige frisheid van shiso en het lichte zuurtje van komkommer.
  • Hoorntje met ganzenlever, rode biet en merlot azijn – hoewel technisch perfect uitgevoerd, was dit de amuse die ons het minst wist te bekoren. Dit lag vooral aan persoonlijke voorkeur; de combinatie van de aardse rode biet met de rijke, romige ganzenlever en het lichtzure accent van merlot azijn was intens, maar niet helemaal onze favoriet. Dit zegt echter meer over onze smaak dan over de kwaliteit van het gerecht, die onmiskenbaar hoog was.

Mood 2: Een mysterieus overgangsmoment

Na de eerste verrassende amuses werden we individueel geroepen naar een tussensas dat fungeerde als overgang naar de volgende fase van het menu. Dit moment was slim opgebouwd: de spanning werd verhoogd doordat we niet meteen wisten wat ons te wachten stond, en de intieme setting droeg bij aan de exclusieve sfeer. In deze ruimte werd ons één geraffineerd gerecht gepresenteerd:

  • Pani puri met rundsvlees, oud Brugge, look confit en eierdooier

De presentatie was indrukwekkend: het gerecht werd geserveerd op een klassiek zilveren plateau, waarbij de pani puri elegant werd geplaatst op antieke zilveren glaasjes. Dit gaf een extra dimensie en een bijna ceremoniële aanblik. De finishing touch – een delicate laag ragfijn geraspte oud Brugge-kaas en een eetbaar bloemetje – maakte het geheel visueel compleet.
De pani puri moest in één hap gegeten worden, waarna de krokante korst direct openbrak en de romige, intense vulling vrijkwam. De intense smaken waren prachtig in balans.

Mood 3: De gezamenlijke culinaire beleving

Eenmaal door de tussensas betraden we de hoofdruimte, Mood 3, waar de culinaire ervaring naar een hoger niveau werd getild. Hier namen we plaats aan een U-vormige toog, waar maximaal 16 gasten kunnen genieten van de gerechten en de interactie met de chef. De setting voelde intiem en exclusief aan, waardoor elke gang nog intenser beleefd werd.

De eerste gerechten van Mood 3 toonden direct de signatuur van de keuken: technisch perfect, visueel verfijnd en met een harmonie van smaken en texturen.

  • Coquille met violet radijs, yoghurt en moerasspirea, vergezeld door een glas Neumayer Austria Grillenbart riesling 2021.
    De coquilles, die dagelijks vers binnenkomen, werden kort gemarineerd om hun natuurlijke, zilte zoetheid te versterken. Dit subtiele proces zorgde ervoor dat de delicate structuur van de coquille volledig tot zijn recht kwam. Dunne, bijna transparante plakjes violet radijs omhulden de fluweelzachte coquille als een kunstig gevouwen bloem – een verfijnde presentatie die het visuele spektakel van het gerecht benadrukte. De lichte aardse toets van de radijs vormde een perfect contrast met de zachte, maritieme frisheid van de coquille. Wat deze gang extra bijzonder maakte, was de afwerking die letterlijk voor onze neus werd uitgevoerd. Chef Edwin Menue creëerde ter plaatse een ijspoeder van yoghurt en moerasspirea, met behulp van een traditionele Japanse ijsmandoline. Dit zorgde niet alleen voor een prachtig visueel effect, maar voegde ook een ijskoude, luchtige textuur toe die het gerecht een verrassend mondgevoel gaf. Deze gang was een perfecte balans tussen puurheid, verfijning en techniek, waarbij de versheid van de ingrediënten en de precisie van de bereiding volledig in de schijnwerpers stonden.
    Het glas Riesling uit het Oostenrijkse Traisental paste als gegoten!
  • Langoestine met dashi, pompoen, curry en sinaas, met een perfect passende Sessantaquattro vermentino ‘23.
    De langoustine, gegrild tot een perfecte sappigheid, had een subtiel rokerig randje dat prachtig samenging met de diepe umami van dashi. De presentatie was speels en modern, met levendige kleurcontrasten. Elke hap was een samensmelting van hartige, lichtzoete en kruidige smaken, en een perfecte gegaarde langoustine met een fluweelzachte textuur die het geheel afrondde.
    Pluim ook voor sommelier Fleur die ons de keuze liet tussen een klassieke en meer gedurfde wijnkeuze. Wij verkozen de Sardijnse Vermentino boven de Nativas Castelão uit het Portugese Lisboa en betreurden ons de keuze niet. De wijn gaf met zijn mineraliteit een extra dimentie aan het gerecht.

De ervaring werd nog unieker toen we plots werden uitgenodigd naar de keuken voor een speciale verrassing. Hier kregen we een brioche ‘feuilletée’ met paling, lavas den en berenklauw. Dit ‘broodje’ was luchtig, boterig en had een prachtig krokante buitenkant.
Een speelse twist volgde toen de bijpassende 3 Fonteinen dennentak Oude Geuze in een zwart glas werd geschonken. Chef Edwin daagde ons uit ten raden wat de inhoud van het glas was, en met trots kan ik zeggen dat ik het bij het juiste eind had. De zurige, complexe tonen van de geuze sloten trouwens perfect aan bij de brioche.

De maritieme en aardse tussengangen

Terug aan de U-vormige toog kregen we een volgende reeks verfijnde gerechten voorgeschoteld:

  • Zeebaars ‘meringue’, Zeeuwse mossel en dille.
    Een technisch verfijnd gerecht waarin textuur en smaak perfect in balans waren. De zeebaars werd eerst gewikkeld in een dunne laag nori, wat een subtiel jodiumachtig aroma toevoegde. Vervolgens werd het geheel overspoten met een luchtige meringue en langzaam in de oven gegaard. Bovenop lagen perfect gegaarde Zeeuwse mosselen, die een zilte, volle smaak toevoegden. De presentatie werd verfijnd afgewerkt met een luchtige schuimsaus en dille-olie, die het gerecht een aromatische frisheid gaf. Voor de gasten was er de optie om het gerecht te verrijken met caviaar, een toevoeging die de ziltigheid en luxe nog verder had verhoogd. Wij kozen ervoor deze extra niet te nemen, maar zelfs zonder de caviaar bleef het gerecht perfect in balans.
    De pairing met de Furmint 2022 van Rosi Schuster uit Burgenland bleek een meesterzet. De levendige zuren en minerale tonen van de wijn speelden perfect in op de romige meringue en de subtiele ziltheid van de mosselen. De lichte oxidatieve stijl van de wijn voegde extra diepte toe, terwijl de frisse citrusaroma’s zorgden voor een verfijnde harmonie met de schuimsaus.
  • Zwezerik met gepofte knolselder, koffie en vanille
    Deze gang speelde met diepte en contrasten: de zwezerik had een perfect gekarameliseerde buitenkant, waardoor een intens hartige bite ontstond, terwijl de binnenkant heerlijk romig bleef. De gepofte knolselder voegde een aardse, licht zoete toets toe, terwijl de subtiele bitterheid van koffie en de warme, ronde tonen van vanille voor een intrigerend smaakcontrast zorgden. Als laatste verfijning werd er traag gedroogde knolselder, die maar liefst zeven dagen op 70°C in de oven had doorgebracht, over het gerecht geraspt.
    Voor de bijpassende wijn werd ons de keuze gelaten tussen een Orange wine: Vinho Verde Phaunus – Loureiro 2022 en de klassiekere Contraste Douro. Omdat ik geen liefhebber ben van tannine in witte wijn – en dus zelden of nooit voor een orange wine kies – werd het de rode Douro wijn. Deze wijn was prima op zich, als pairing net iets minder.
    Normaal gezien zou ik vooraf gevraagd hebben de zwezerik te vervangen door een ander ingrediënt (het eten van orgaanvlees zit fout tussen mijn oren). Bij Quines 33 wordt er vooraf aangegeven dat er geen aanpassingen aan de menu gemaakt worden en dus liet ik het dan ook zo. Groot compliment voor chef Edwin want hij is de eerste die me heeft kunnen laten genieten van zwezerik. Dit gerecht was hemels lekker.
  • Landes kip met fideuà, trompet de la mort en zwarte look
    Vooraleer verder te lezen: klik eerst op: 🎵 Luister hier naar Paint It Black.
    Nog voor het gerecht werd geserveerd, werd de toon gezet met een onverwacht muzikaal intermezzo: The Rolling Stones – Paint It Black klonk luid door de ruimte. Een speelse en slimme verwijzing naar het bord dat enkele ogenblikken later werd gepresenteerd – een volledig in zwart gehuld gerecht, dat zowel visueel als smaakmatig een statement maakte.
    De Landes kip was tot in de perfectie gegaard en doordrenkt met diepe smaken. De fideuà, een Spaanse pastavariant, bracht een stevige bite en absorbeerde de intense smaken van het gerecht. Dit in combinatie van trompet de la mort (hoorn des overvloeds) en zwarte look. De presentatie was gedurfd, mysterieus en minimalistisch, met zwarte saus en donkere ingrediënten die het thema tot in de perfectie uitvoerden.
    De bijpassende wijn was er eentje van de Spaanse Empordà-regio: Av Bodeguers ‘Elitia’ 2018, een pure carignan. De krachtige, kruidige tonen van de wijn versterkten de rokerige en umami-rijke elementen van het gerecht, terwijl de fluweelzachte tannine voor een elegante afdronk zorgden.

Het zoete, voorspel-finale

Na een indrukwekkend menu vol verfijnde smaken en creatieve presentaties, kwamen we aan bij het dessertgedeelte van de avond. Net als de hartige gangen, wisten de nagerechten opnieuw te verrassen met diepgang, contrasten en onverwachte combinaties.

  • Moerduiveltje, hooi, anijs, ijs van botermelkazijn
    Dit eerste dessert was een subtiele overgang van de hartige gerechten naar de zoetere finale. De presentatie was elegant en verfijnd, met een romige kaas als basis, overgoten met een delicate siroop die zowel zoete als hartige tonen bevatte.
    Hoewel mijn vrouw dit keer niet akkoord was met mijn analyse vond ik de smaakopbouw verrassend gebalanceerd: het moerduiveltje (een witschimmelkaas) bracht een lichte fruitigheid. Het gerecht kreeg extra frisheid door het ijs van botermelkazijn, dat een verfijnd zuur element toevoegde en voor een speelse, frisse toets zorgde. Hoewel er nog een speldenprik honing werd toegevoegd voelde dit dessert eerder hartig dan uitgesproken zoet, maar juist die complexiteit maakte het bijzonder intrigerend.
    Hoewel het officiële hoofdstuk aangepaste wijnen hier eindigde, liet gastvrouw Fleur ons uiteraard niet op onze honger… of dorst zitten. We kregen een uitgelezen selectie versterkte wijnen voorgesteld om deze gang te begeleiden. Op een zilveren plateau stond een mooie line-up, waaronder twee verschillende Madeira’s. Ik koos voor de Barbeito Verdelho Reserva, terwijl mijn vrouw voor de Maderista Reserva Dry ging. Uiteraard proefden we beiden en konden we de subtiele verschillen ervaren. De Maderista Reserva Dry was wat droger en complexer, met een iets uitgesprokener oxidatieve toets, wat het beste paste bij het gerecht.
  • Zeeuwse bolus, karamel, eekhoorntjesbrood en truffel
    Waar het vorige dessert subtiel en fris was, bracht deze gang een diepe, rijkere umami-ervaring waarin zoet en hartig naadloos samensmolten. De Zeeuwse bolus, traditioneel een zoet, kleverig gebak, kreeg hier een gedurfde herinterpretatie. De gekarameliseerde buitenkant bracht uiteraard een karamelsmaak, die prachtig in contrast stond met het vers gedraaide ijs van naar vermoeden eekhoorntjesbrood. De afwerking met versgeraspte wintertruffel voegde een luxueus, aromatisch element toe. De texturen waren perfect uitgebalanceerd: de zachte, smeuïge binnenkant van de bolus, het romige van het ijs en de knapperige truffelshaving zorgden voor een unieke gelaagdheid.
    Begeleiding: Wijn of Vermouth?
    Ook bij dit dessert kregen we een uitgelezen selectie van begeleidende dranken voorgesteld. Opnieuw een moeilijke, maar heerlijke keuze. Ik koos voor een glas Rheinriesling 2012 van Ott (Wagram), een wijn met een mooie rijping, waarin frisse zuren en subtiele honingtoetsen samenspeelden met de karameltonen van het gerecht. Mijn vrouw koos voor een Black Vermouth van Casa Mariol (Terra Alta), een gewaagde, maar geslaagde pairing. De kruidige bitters en florale tonen van de Vermouth speelden verrassend goed in op de zoete en hartige contrasten van het dessert.

De Smokey Cigar verrassing

Voor de volgende gang werden we teruggeleid naar het tussensas, waar alweer een verrassend en speels intermezzo op ons wachtte. Een kristallen asbak, gevuld met brandende kruiden en hooi, creëerde een mysterieuze, rokerige ambiance.

De Smokey Cigar was geen sigaar, maar een delicaat krokant rolletje gevuld met een intense combinatie van zoethout en nougatine. Bij de eerste hap barstte de vulling los en verspreidde zich een diepe, geroosterde karamelsmaak, subtiel geparfumeerd met de zoethouttonen. De rooksensatie uit de asbak voegde een extra zintuiglijke laag toe, waardoor het geheel niet alleen een smaak-, maar ook een geurervaring werd.

Een perfecte brug tussen de desserts en de afsluiting van de avond – speels, doordacht en met een vleugje theatrale finesse.

Terug naar het begin voor een zoete aflsuiter

De avond eindigde waar hij begon: in Mood 1, maar deze keer met een reeks verfijnde zoetigheden als afsluiter. De setting had een extra dimensie door de kleine, stijlvolle bar, waar een cocktail naar keuze werd gemixt. In plaats van koffie of thee kozen we voor een Pisco Sour en een Martini Espresso. Een speelse en verfijnde manier om de avond af te ronden.
De mignardises werden gepresenteerd in een visueel aantrekkelijk houten kistje.

De zoete selectie:

  • Witte chocolade, gepofte rijst & citrus – Knapperig en luchtig, met een romige witte chocoladebasis en een frisse citrusafwerking die zorgde voor een lichte en speelse afsluiting.
  • Macaron pistache & eucalyptus – Luchtig en verfijnd, met een subtiele kruidige frisheid van eucalyptus die mooi contrasteerde met de romige pistachevulling.
  • Mandarijn, speculoos, pâte de fruit – Een intense hap vol citrus en warme specerijen, waarin de zoetheid van mandarijn en de kruidigheid van speculoos speels samenkwamen.
  • Donkere chocolade, nootmuskaat & zout – Een chocoladeganache met een subtiele toets van nootmuskaat, die door het zout een verrassend gelaagde smaak kreeg.

Conclusie: Een Zintuiglijke Reis

Cuines 33 is niet zomaar een gastronomische ervaring; het is een doordacht theaterstuk waarin smaak, beleving en ruimte samenkomen. De overgang tussen de verschillende moods creëert een extra laag spanning en exclusiviteit, terwijl het intieme karakter (maximaal 16 gasten) ervoor zorgt dat elk detail perfect tot in de puntjes wordt georkestreerd.

Wat deze ervaring extra bijzonder maakte, was niet alleen de perfecte balans tussen verfijnde smaken, structuren en creativiteit, maar ook de persoonlijke en gastvrije touch van Edwin, Fleur en hun volledige team. Ze waren niet zomaar op de achtergrond aanwezig, maar visueel verrijkend betrokken bij de ervaring, wat de interactie en connectie met het concept nog intenser maakte.

De service was uitmuntend: warm, attent en gastvrij, zonder ooit opdringerig te zijn. Elk gerecht werd met passie gepresenteerd, met oog voor detail en met de ruimte om zelf op ontdekking te gaan.

Cuines 33 bewijst dat fine dining niet alleen draait om eten, maar om een totaalbeleving waarin smaak, sfeer en storytelling samenkomen. Een gastronomisch avontuur dat blijft nazinderen – en absoluut uitnodigt om terug te keren.

🌟 Beoordeling: 5/5 sterren – een must voor wie gastronomie op het hoogste niveau wil ervaren.

Tartare di Chianina con tartufo e uovo: Een blijvende herinnering aan Umbria

De kogel is door de kerk, volgende zomer brengen we onze vakantie door in Umbria! Uiteraard hebben we Umbria al wel eens bezocht maar dat waren steeds blitzbezoeken louter in functie van de wijn. Nu gaan we de tijd nemen om Umbria volledig cultureel te ontdekken. En ja, daar hoort zeer zeker de gastronomie en de wijn bij.
Umbrië, het groene hart van Italië, staat bekend om zijn tijdloze culinaire tradities. Een van de culinaire parels die ik steeds met Umbria associeer is Tartare di Chianina, een luxueus gerecht met Chianina-rundvlees, zwarte truffels en eidooier. Ergen tussen Perugia en Montefalco is het ooit op mijn bord getoverd en het blijft tot op heden nog steeds de allerbeste steak tartaar die ik ooit mocht nuttigen.

Waarom Chianina?

Chianina-runderen zijn origineel afkomstig uit Umbria en zijn van daaruit verder naar Toscane gegaan waar ze bekend zijn geworden voor de iconische Bistecca alla Fiorentina. Ze behoren tot de oudste en grootste runderrassen ter wereld. Hun vlees is mager, mals en vol van smaak, wat het tot een lekkernij maakt in de Italiaanse keuken. De milde maar rijke smaak maakt het ideaal voor rauwe bereidingen zoals tartaar, waarin de natuurlijke smaken optimaal tot hun recht komen.

De zwarte truffel uit Umbria

De toevoeging van zwarte truffel uit Umbria tilt het gerecht naar gastronomische perfectie. Deze truffels, beroemd om hun aardse en aromatische karakter, zijn een symbool van de vruchtbare grond ginds en de beboste heuvels. Hun diepe, umami-rijke smaak vormt een perfecte harmonie met het delicate Chianina-vlees.

De rol van het ei

De rauwe eidooier heeft een dubbele functie. Het werkt als een luxe, zijdezachte binder voor het vlees en voegt een romige textuur toe die contrasteert met de krachtige smaak van de truffel. Bovendien verrijkt het het gerecht en maakt het elke hap nog bevredigender.


Recept: Tartare di Chianina con tartufo e uovo

Ingrediënten (voor 2 personen):

  • 300g Chianina-rundvlees, fijngehakt
  • 1 verse eidooier (bij voorkeur biologisch)
  • 10g verse zwarte truffel uit Umbria, dun geschaafd
  • Extra vierge olijfolie, om te besprenkelen
  • Zout en versgemalen zwarte peper, naar smaak
  • Citroenschil, optioneel voor garnering
  • Verse peterselie of basilicum, voor decoratie

Bereidingswijze:

  • Bereid de tartaar:

Doe het de hand fijngehakte Chianina-vlees in een gekoelde kom. Voeg een snufje zout en een scheutje olijfolie toe, en meng voorzichtig om de structuur van het vlees te behouden.

  • Plaats de tartaar op het bord:

Vorm het gekruide vlees tot een ronde schijf met behulp van een serveerring of met de hand. Plaats deze in het midden van een gekoeld bord.

  • Voeg het ei toe:

Leg voorzichtig de rauwe eidooier bovenop de vleesschijf. Zorg ervoor dat de dooier intact blijft voor een mooie presentatie.

  • Garneer met truffel:

Schaaf royaal de verse zwarte truffel over de tartaar, zodat deze elegant naar beneden valt.

  • De laatste details:

Besprenkel het bord met extra vierge olijfolie. Strooi versgemalen zwarte peper eroverheen en voeg eventueel een beetje citroenschil toe voor frisheid. Garneer met peterselie of basilicum voor een kleurrijk accent.

  • Direct Serveren:

Serveer met geroosterd brood of crostini voor extra textuur.


Dit gerecht is meer dan een maaltijd; het is een belevenis. Het belichaamt de rustieke verfijning van de keuken uit Umbria. Serveer met een glas Torgiano Riserva die mooi op dronk is gekomen of een volle krachtige Trebbiano Spoletino voor een perfecte combinatie!