Pistacchio di Bronte: Het groene goud van Sicilië

Laat ons even eerlijk zijn: als pistachenoten mensen waren, dan zouden de Pistacchio di Bronte de VIP-ruimte bezetten, champagne nippend en selfies makend met beroemdheden. Zó speciaal zijn ze. Dit hebben we maar al te goed kunnen ervaren tijdens ons afgelopen bezoek op Etna. Wie had gedacht dat de pistachenoot daar evenveel aanzien genoot als de wijn? Uiteraard was mijn nieuwsgierigheid gewekt om hier meer over te weten te komen.

Overigens, even een taalkundig weetje: het woord “pistache” komt van het Oud-Perzische “pistah” (wat ‘noot’ betekent), via het Grieks “pistákion” en het Latijnse “pistacium”. Onderweg zijn er zoals altijd wat letters gesneuveld. In het Italiaans werd het “pistacchio”, en zo kwamen we bij de elegante naam die we vandaag zo liefkozend gebruiken.

Wat is een pistachenoot eigenlijk?

Een pistachenoot is de eetbare zaadkern (steenvrucht) van de Pistacia vera, een subtropische boom die houdt van warme zomers en milde winters. Ze bestaat uit drie lagen: een vruchtwand, die eruitziet als een flexibel geelrood membraan, een endocarp, en een pit, de eetbare kern die lichtgroen is met prachtige fuchsia accenten. De endocarp waarin de noten groeien is een harde, beige schaal die bij rijping vaak een beetje openbarst. Mother Nature’s manier om te zeggen: “Kom maar halen, deze is klaar!”

De Pistacia vera plant is een bijzonder sterke en langlevende boom die ouder dan tweehonderd jaar kan worden. Voordat hij echter vruchten begint te dragen, moet hij eerst tien jaar geduldig groeien en rijpen. De boom lijkt qua uiterlijk een beetje op een vijgenboom, met brede, dikke bladeren. Hij heeft een korte stam, diepe wortels en kronkelige takken die zich tot zo’n vijf meter (of iets meer) in de hoogte uitstrekken.

De pistachevruchten groeien in grote trossen, vergelijkbaar met kersentrossen maar dan aanzienlijk groter en rijker gevuld. In Bronte tref je zowel traditionele, ‘wilde’ boomconfiguraties aan, die spontaan uit de rotsachtige bodem zijn ontstaan, als modernere boomgaarden waarin netjes in rijen geplante bomen staan. Wat ze gemeen hebben? De uitzonderlijke bodem- en klimaatcondities die nergens anders te repliceren zijn.

Er zijn zelfs pogingen gedaan om Bronte-cultivars elders in de wereld, bijvoorbeeld in de VS, te kweken. Maar eerlijk is eerlijk: geen enkele locatie weet dezelfde uitmuntende kwaliteit te bereiken.

De oorsprong en geschiedenis van pistachenoten

De pistachenoot heeft een lange en avontuurlijke geschiedenis. De oorsprong ligt in West-Azië en Klein-Azië. De Romeinen introduceerden de pistache rond 30 n.Chr. vanuit Syrië naar Italië, eerst in Campanië, waarna de plant zijn weg vond naar Sicilië. Tijdens de Arabische overheersing van het eiland (827 – 1040 n.Chr.) werd de teelt van pistachenoten actief gestimuleerd en uitgebreid.

Pas in de twintigste eeuw werd de economische waarde van de pistache-industrie officieel erkend in documenten. Tegen die tijd concentreerde bijna alle pistacheteelt zich op Sicilië. Na de Tweede Wereldoorlog onderging de sector grote veranderingen: veel plantages in Agrigento, Caltanissetta en Palermo werden verlaten, terwijl de teelt in de provincie Catania, en vooral in Bronte, aanzienlijk uitbreidde. Tegenwoordig bevindt meer dan negentig procent van de Siciliaanse pistacheteelt zich in Catania, waarvan ongeveer 3500 hectare in Bronte ligt.

De oogst van de pistacchio

De combinatie van rotsachtige, steile hellingen en een snoeimethode die resulteert in lage, onregelmatige takken maakt mechanische oogst vrijwel onmogelijk. Daarom worden de pistachenoten met de hand geoogst. Arbeiders verzamelen het fruit door het direct in containers op hun rug te laten vallen of door de bomen voorzichtig te schudden en de vruchten op doeken op de grond op te vangen.

De oogst is tweejaarlijks en vindt plaats in de oneven jaren, tussen eind augustus en begin september. De opbrengst per boom varieert sterk: de meeste bomen leveren tussen de 5 en 15 kg fruit op, hoewel sommige uitzonderlijke bomen tot wel 30 kg kunnen produceren.

De gemiddelde boomgaard beslaat slechts 1 tot 2 hectare, waardoor veel kleine boeren betrokken zijn. In de even jaren wordt volgens eeuwenoude traditie een ‘groene snoei’ uitgevoerd: jonge knoppen worden met de hand verwijderd zodat de plant kan rusten en zich optimaal kan voorbereiden op de volgende oogst.

Bij een succesvolle oogst ligt de totale productie tussen de 3000 en 3500 ton. Hoewel dit slechts ongeveer 1% van de wereldproductie vertegenwoordigt, is de vraag naar de superieure Bronte-pistachenoten enorm, vooral bij Europese gelato- en patissiers. Ook lokale ambachtslieden maken er beroemde Siciliaanse specialiteiten mee.

Voor opslag worden de pistachenoten eerst mechanisch gewreven om de vruchtenschil te verwijderen. Daarna worden ze drie tot vier dagen in de zon gedroogd, wat de smaak van de kern intensifieert. Omdat de meeste Bronte-pistachenoten hun schaal niet volledig opensplijten, zijn ze minder geschikt voor directe consumptie in de schaal en worden ze voornamelijk verwerkt en verkocht als gepelde of zelfs geblancheerde producten.

Waarom is de Pistacchio di Bronte zó bijzonder?

Stel je voor: een vruchtbare vulkanische bodem (dankjewel, Etna!), een perfect microklimaat en eeuwenoude teelttradities. In Bronte, een stadje aan de westflank van de Etna, worden pistachenoten geteeld die intenser groen zijn, krachtiger van smaak, en rijker aan aroma’s dan hun broertjes en zusjes uit andere regio’s. Ze zijn zó uniek dat ze sinds 2009 een DOP-status (Denominazione di Origine Protetta) hebben: een officieel keurmerk van excellentie. Bovendien zijn ze door slow food opgenomen als keurmerk.

Voor de mensen van Bronte is het wereldwijde succes van hun pistachenoten een overwinning op eeuwenlange ontberingen. Generaties lang werkten zij als uitgebuite pachters op deze harde, onvruchtbare gronden. Toch gaven ze nooit op: gesteund door hun respect voor de natuur en hun onverzettelijke toewijding, hebben ze van lavastenen en dorre bodems een vruchtbare regio gemaakt.

De omgeving van Bronte is uniek: steile, rotsachtige hellingen met droge, dunne vulkanische bodems afkomstig van de nabijgelegen Etna. De pistache is hier vrijwel het enige gewas dat succesvol kan worden geteeld. Boeren gebruiken traditionele “in situ” entmethoden waarbij wilde, spontaan opgekomen pistacheplanten direct in het veld geënt worden met geselecteerde hoogwaardige pistachevariëteiten. Deze techniek, die volledig met de hand wordt uitgevoerd, maakt optimaal gebruik van de sterke wortels van de inheemse planten, die perfect zijn aangepast aan de zware, rotsachtige bodem. Dit resulteert in grote variaties in het aantal bomen per hectare (tussen de 50 en 500) en vereist volledig handmatig oogsten. Het resultaat? Pistachenoten met een ongeëvenaarde intensiteit van kleur (heldergroen) en smaak. Een wereldwijd begeerd topproduct.

Het “groene goud” van de Pistacchio di Bronte is daarmee niet enkel een bron van welvaart, maar ook een symbool van trots, veerkracht en respect voor traditie. Het succesverhaal van de Bronte-pistache is dus niet alleen te danken aan de buitengewone kwaliteit van de noot, maar ook aan de onvermoeibare inzet en harde arbeid van de lokale bevolking. De pistachenoot geeft Bronte voorspoed, maar de mensen van Bronte geven de pistachenoot haar ziel.

De vele gezichten van de pistachenoot

Pistachenoten zijn net Italiaanse nonna’s: veelzijdig, inventief en altijd klaar om je te verrassen. Hier een overzichtje:

  • Pistacchio fresco: Verse pistachenoten, seizoensgebonden lekkernij, sappiger en zoeter.
  • Pistacchio essiccato con guscio: Gedroogd met schaal, ideaal om zelf te kraken (en je frustraties af te reageren).
  • Pistacchio essiccato ed scusciato: Gedroogd zonder schaal — snacken maar!
  • Pistacchio pelato: Gepelde pistache, meestal kort geblancheerd om de schil te verwijderen, perfecte basis voor fijne patisserie.
  • Olio di pistacchio: Pistacheolie, een groene nectar voor dressings en het kort sauteren van delicate ingrediënten zoals groenten of vis.
  • Pasta pura di pistacchio: 100% pure pistachepasta, goddelijk voor gelato of als geheim ingrediënt in desserts.
  • Farina di pistacchio: Pistachemeel, ideaal voor cakes en macarons.
  • Granella di pistacchio: Pistachestukjes, de kroon op ijsjes, yoghurt en pasta’s.

Pistacchio di Bronte en de Pesto Siciliano di Mortaio

Ah, de fameuze Pesto Siciliano di Mortaio! Hier geen basilicumfeestje zoals bij de klassieke pesto Genovese, maar een elegante symfonie waarin de Pistacchio di Bronte de absolute ster is. De traditionele bereidingswijze vraagt om geduld en liefde: pistachenoten, extra vergine olijfolie, knoflook, zout en soms een vleugje verse ricotta worden met de hand fijngestampt in een stenen vijzel (mortaio). Geen brute kracht, maar ritmische, zachte bewegingen die de smaken vrijlaten zonder ze te breken.

Het gebruik van een mortaio is geen nostalgische gimmick: deze methode zorgt ervoor dat de delicate oliën en aroma’s van de pistachenoten optimaal behouden blijven. Machinale verwerking kan de pistachenoten verhitten, waardoor kostbare nuances verloren gaan. Door de langzame, liefdevolle wrijving ontstaat een pesto met een ongekende diepte: fluweelzacht, licht zoet, intens nootachtig en verrassend fris.

De Pesto Siciliano di Mortaio wordt in Sicilië vaak gebruikt om verse busiate-pasta te omhullen, maar je vindt hem ook terug als topping voor bruschetta, als vulling in gevogelte of simpelweg als dip bij een goed stuk brood.

Recept: authentieke Busiate al pesto Siciliano di mortaio

Ingrediënten (voor 4 personen):

  • 350g busiate pasta (of andere korte pasta waar de saus zich goed aan kan hechten)
  • 2 el Pesto siciliano al mortaio
  • 2 el extra vergine olijfolie
  • 20 gr fijngehakte Pistacchio di Bronte
  • 30g Caciocavallo kaas (kan je eventueel vervangen door Parmezaan of Pecorino)
  • 60 gr in reepjes gesneden pancetta
  • Een halve ui
  • Zout en peper naar smaak
  • Een paar blaadjes basilicum (optioneel, als je rebel bent)

Bereiding:

  1. Breng een grote pot gezouten water aan de kook.
  2. Kook hierin de busiate al dente.
  3. Giet de pasta af, houd een beetje kookwater apart.
  4. Snij de ui zeer fijn en fruit deze in olijfolie in een pan.
  5. Voeg de reepjes pancetta toe en bak 3 à 4 minuten. Zet uw vuur hiervoor niet te hoog.
  6. Voeg de pesto toe en voeg wat kookwater toe voor extra smeuïgheid.
  7. Meng het geheel door de afgekookte pasta.
  8. Breng op smaak met peper en zout
  9. Serveer met een glimlach en, als je wil, strooi je er geraspte kaas en Granella di pistacchio over en werk je af met enkele blaadjes basilicum.

Buon appetito!

Mortadella: de roze ambacht uit Bologna

Als er één vleeswaar is die de Italiaanse delicatessenplank domineert met haar zijdezachte textuur en kenmerkende geur, dan is het wel mortadella. Deze roze reus uit Bologna heeft zich door de eeuwen heen opgewerkt tot ware aristocratie binnen de Italiaanse charcuterie. Een vorstin, geboren in de stad van torens en tortellini, die met trots haar eeuwenoude traditie van vakmanschap uitdraagt. En toch… wordt ze maar al te vaak misbruikt door de massaproductie-industrie, die haar in flinterdunne, smaakloze plakjes verpakt alsof ze zomaar wat broodbeleg is. Tijd om recht te doen aan haar koninklijke afkomst en haar verhaal in ere te herstellen.

Wat is mortadella?

Mortadella is een grote, roze, cilindervormige worst die zijn oorsprong vindt in Bologna. Ze wordt voornamelijk gemaakt van zeer fijngehakt mager varkensvlees, gemengd met in blokjes gesneden wit rugvet. Deze combinatie wordt vervolgens op smaak gebracht met zout, zwarte peper, aromatische kruiden en soms pistachenoten. Het geheel wordt in een natuurlijke of synthetische darm gestopt en langzaam gegaard aan een touw, hangend in een droge oven op ongeveer 75°C. Dit garingsproces kan tot wel 24 uur duren en is essentieel voor het verkrijgen van de kenmerkende zachte textuur en volle smaak.

Traditioneel was mortadella een eenvoudig boerenhapje: twee sneetjes robuust boerenbrood, een royale plak mortadella en een glas Lambrusco of Sangiovese erbij. Ondanks haar bescheiden oorsprong heeft mortadella vandaag de dag een bijna adellijke status verworven binnen de Italiaanse gastronomie. Onterecht wordt de worst nog vaak als ‘vetbom’ bestempeld, terwijl een goede mortadella gemiddeld slechts 20% vet bevat. Bovendien is een kwaliteitsvolle mortadella allesbehalve overdreven zout. Visueel hoort ze egaal felroze te zijn, met heldere, parelwitte vetstukjes die gelijkmatig verdeeld zijn.

Mortadella di Bologna heeft sinds 1998 het IGP-label (Indicazione Geografica Protetta, oftewel Beschermde Geografische Aanduiding), maar mag ook geproduceerd worden in andere delen van Noord- en Midden-Italië.

De oorsprong en geschiedenis van mortadella

De geschiedenis van mortadella is even rijk als haar smaak en voert ons terug naar het oude Rome. Daar werden al vleeswaren gemaakt door gemalen en gekruid vlees in darmhulzen te vullen om het langer houdbaar te maken. De eerste sporen van mortadella zijn dus al duizenden jaren oud.

De naam “mortadella” vindt haar oorsprong in het Latijnse woord “murtatum”, wat “gemalen” of “gehakt” betekent. Dit werd later geïtalianiseerd tot “mortatella”, en uiteindelijk het woord dat we vandaag kennen: mortadella. De naam verwijst dus naar het verfijnde proces van het fijnmalen van varkensvlees en het op smaak brengen met specerijen. Een kenmerkend onderdeel van de bereiding die tot op de dag van vandaag essentieel is gebleven.

Door de eeuwen heen groeide mortadella uit tot een geliefde delicatesse in heel Italië, maar haar absolute hoogtepunt bereikte ze in Bologna, in de regio Emilia-Romagna. In 1661 werden hier de eerste officiële productieregels vastgelegd die de kwaliteit en samenstelling van mortadella moesten garanderen. Deze regels zijn vandaag de dag nog steeds van kracht en vormen de basis voor de productie van Mortadella di Bologna: gemaakt van fijn gemalen varkensvlees, op smaak gebracht met specerijen, verpakt in natuurdarm en langzaam gegaard. Dankzij deze traditie kreeg Mortadella Bologna het IGP-keurmerk, wat betekent dat alleen in deze specifieke regio geproduceerde mortadella deze naam mag dragen.

Pistachenoten: ja of nee?

Een klassieke discussie onder mortadella-liefhebbers: moeten er pistachenoten in zitten of niet? De puristen zweren bij de originele versie zonder noten, waar de focus volledig ligt op het fluweelzachte vlees en de subtiele specerijen. Deze ‘nude mortadella’ wordt gezien als het toonbeeld van eenvoud en verfijning, waarbij niets de pure essentie van het product mag verstoren.

Toch zijn er anderen die zweren bij de variant met pistachenoten. Deze nootachtige toevoeging brengt niet alleen een lichte crunch, maar ook een extra smaakdimensie die mooi contrasteert met de zachte, vettige textuur van de worst. De pistachenoten voegen een subtiele aardse toon toe die perfect samengaat met het aromatische profiel van de mortadella. Bovendien geven ze visueel cachet aan de plakjes met hun groene stipjes die fonkelen in het roze vlees.

In sommige regio’s, zoals in delen van Campanië en Sicilië, is mortadella met pistache de norm. In Bologna daarentegen blijven veel traditionele producenten trouw aan de notenloze versie. De regelgeving rond de IGP voor Mortadella di Bologna staat beide varianten toe, zolang de rest van het productieproces trouw blijft aan de traditionele methode.

De kookfase: het cruciale moment

Het productieproces van mortadella lijkt misschien eenvoudig, maar de kookfase is zonder twijfel het hart van de operatie. Na het zorgvuldig mengen van fijngehakt varkensvlees, vetblokjes en kruiden, wordt het geheel in een darm gestopt en opgehangen aan een touw in een speciale oven. Daar wordt de worst langzaam en gelijkmatig gegaard op een temperatuur van rond de 75°C, een proces dat tot wel 24 uur kan duren.

Tijdens dit garingsproces gebeurt er iets magisch: de vetblokjes, ook wel “lardelli” genoemd, beginnen langzaam te smelten. Niet volledig, maar net genoeg om zich harmonieus te verweven met het vlees, waardoor de typische zachte en sappige textuur ontstaat. Deze parelwitte vetstukjes, die als kleine oogjes in het roze vlees zitten, zijn niet alleen visueel aantrekkelijk, maar ook essentieel voor de smaak en mondgevoel.

De langzame garing zorgt ervoor dat de smaken zich optimaal kunnen ontwikkelen. Te heet of te snel garen zou de vetblokjes doen verdwijnen en het vlees taai maken. De worst moet als het ware rustig ‘ademen’ in de oven, zodat het eindresultaat precies goed is: een boterzachte structuur, een rijke smaak, en een prachtige doorsnede.

Het geheim zit hem in de beheersing: de temperatuur moet exact goed zijn, de luchtvochtigheid gecontroleerd en de tijd perfect afgemeten. Er wordt niets aan het toeval overgelaten, want een te droge of ongelijkmatig gekookte mortadella betekent een verlies van zowel textuur als aroma. De vakman of vakvrouw die de kookfase beheerst, beheerst daarmee het lot van de hele mortadella.

En dan, als het wachten voorbij is, volgt een cruciale stap: het langzaam laten afkoelen van de mortadella, bij voorkeur hangend. Dit voorkomt dat de worst inzakt en helpt om de structuur te behouden. Pas daarna wordt ze in plakken gesneden en, in het beste geval, met liefde geserveerd.

Het eindresultaat is vaak indrukwekkend: een worst met een doorsnede van 20 tot 30 centimeter en een gewicht van 10 tot 30 kilogram. Maar er bestaan ook reuzenexemplaren die tot ver boven de 100 kilogram kunnen wegen. In Bologna kom je ze soms nog tegen op markten of festivals, als ware monumenten van vleesambacht.

Hoe eet je mortadella?

Mortadella kan op talloze manieren gegeten worden, afhankelijk van de gelegenheid, de inspiratie van de kok of simpelweg de honger van het moment. De meest klassieke vorm is natuurlijk in flinterdunne plakjes, gesneden met een affettatrice (snijmachine) die haar zijdezachte textuur eer aandoet. Zo geserveerd komt ze perfect tot haar recht tussen twee sneden versgebakken ciabatta of focaccia, of gewoon als simpele maar sublieme antipasto op een houten plank.

Maar mortadella is veel veelzijdiger dan vaak gedacht wordt. In blokjes gesneden doet ze het uitstekend in salades of als aperitiefhapje, alleen of op een spiesje, samen met bijvoorbeeld een zachte kaas uit de streek (denk aan squacquerone of pecorino) en een stukje gegrilde courgette of paprika. Een kleurrijk, smaakvol trio dat moeiteloos de show steelt.

Voor de creatievere keukens mag het gerust een stapje verder gaan. Fijngehakte mortadella leent zich namelijk prachtig voor warme bereidingen. Ze geeft een subtiele, smeuïge toets aan ragù’s, romige sauzen of vullingen voor ravioli en andere gevulde pastasoorten. Vooral in de beroemde tortellini uit Bologna speelt mortadella een hoofdrol, samen met varkensvlees, prosciutto en Parmezaanse kaas.

Ook in hartige taarten, als smaakmaker in gehaktballen of gewikkeld in involtini (gevulde vleesrolletjes) laat mortadella zich van haar beste kant zien. Ze is een product dat de eenvoud eert, maar tegelijkertijd elke culinaire creatie net dat tikkeltje extra kan geven.

De Verschillende Types Mortadella

Hoewel Mortadella di Bologna de bekendste en meest gereguleerde variant is, kent Italië een rijke verscheidenheid aan regionale interpretaties. Elk type weerspiegelt lokale smaken, tradities en vleesrassen, en toont de enorme veelzijdigheid van deze iconische worst.

  • Mortadella di Prato: Afkomstig uit Toscane, deze variant heeft een uitgesproken karakter dankzij de toevoeging van Alchermes-likeur – een felrode, kruidige likeur die een subtiele zoetheid en een delicaat aroma aan de worst geeft. Bovendien wordt de buitenkant vaak licht gekruid met gemalen kruiden en soms zelfs kort gerookt, wat zorgt voor extra complexiteit.
  • Salame Rosa: Hoewel de naam anders doet vermoeden, is dit een verwant product aan mortadella en vooral populair in de regio Emilia-Romagna. Het is grover van structuur, iets minder vet, en wordt gemaakt van geselecteerde stukken varkensvlees die met de hand worden gesneden. Het resultaat is een sappige, aromatische worst die zowel in plakken als in blokjes wordt gegeten.
  • Mortadella Classico di Bologna: De klassieke gecertificeerde mortadella zoals ze hoort te zijn: zonder pistachenoten, met een egale roze kleur en mooi verdeelde vetblokjes. De smaak is zacht, licht kruidig en puur. Wat haar kenmerkt is de verfijnde kruiding met een zorgvuldige mix van zout, zwarte peperkorrels, gemalen witte peper, foelie, koriander en een subtiele toets knoflookpulp.
  • Mortadella di Mora: Gemaakt van het vlees van de Mora Romagnola, een oud en langzaam groeiend varkensras uit de regio Romagna. Dit ras staat bekend om zijn rijke, donkere vlees en uitgesproken smaakprofiel. De mortadella die hiervan gemaakt wordt, is krachtiger van smaak en vaak iets steviger van structuur. Een ware delicatesse voor de fijnproever.
  • Mortadella al Pistacchio: Een van de meest geliefde varianten buiten Bologna. Door de toevoeging van hele pistachenoten krijgt de mortadella niet alleen een extra smaaklaag (nootachtig, licht bitter) maar ook een aantrekkelijk visueel effect. Ideaal voor feestelijke schotels en aperitiefplanken.
  • Mortadella di Grigio del Casentino: Deze zeldzame variant komt uit Toscane en wordt bereid met het vlees van het Grigio del Casentino-varken, een lokaal ras dat bekendstaat om zijn stevige, smakelijke vlees. De mortadella is robuuster, heeft een meer uitgesproken varkenssmaak en wordt vaak ambachtelijk geproduceerd in kleine hoeveelheden. Een nicheproduct met karakter.

Elke variant vertelt zijn eigen verhaal en is een ode aan lokale traditie en terroir. Het loont absoluut de moeite om ze naast elkaar te proeven en de verschillen te ontdekken.

Conclusie

Mortadella is veel meer dan zomaar een gekookte worst; het is een erfstuk van de Italiaanse gastronomie, een symbool van vakmanschap en traditie. Ooit was het een luxegoed dat enkel op de tafels van de adel verscheen. Pas met de opkomst van de industriële productie werd mortadella voor het brede publiek bereikbaar. Een mooie democratisering van smaak, zou je zeggen. Maar helaas: met die toegankelijkheid ging ook iets kostbaars verloren. De kwaliteit werd in veel gevallen opgeofferd voor massa en marge.

Het verschil proef je. Echte mortadella wordt gemaakt van vlees van lokale of halfwilde varkensrassen, gevoed met edele granen, kastanjes of eikels. Ze wordt gekruid met natuurlijke aroma’s, zonder kunstmatige toevoegingen zoals polyfosfaten of smaakversterkers. Ze rijpt langzaam, in natuurlijke darmen, onder toeziend oog van ambachtelijke meesters. Dáár ligt de ziel van mortadella.

Of je nu zweert bij de klassieke versie of kiest voor een variant met pistachenoten, één ding is zeker: een goede mortadella is altijd een feestje voor de smaakpapillen.