Edele rotting: hoe Botrytis cinerea druiven omtovert tot vloeibaar goud

Onlangs proefde ik opnieuw een reeks zoete wijnen uit pourriture noble, edele rotting. Naast een Sauternes stond er ook een Grillo van Gorghi Tondi op tafel. Ik zette die naast enkele proefflesjes die ik kreeg van Oostenrijkse vrienden en wijnboeren: Georg Schmelzer, Heinrich Hartl en Weinhof Grill.

Er wordt nog altijd behoorlijk wat heisa gemaakt rond wijnen van gebotrytiseerde druiven, maar mij bekoren ze zelden. Ik had nochtans het geluk om een paar keer Château d’Yquem te proeven, waaronder een fles van vijftig jaar oud. En ja, dat is bijzonder. Alleen, zelfs dan raakt de wijn me niet volledig. Met zoveel liefhebbers die dit wél kunnen smaken, ben ik vermoedelijk niet de maatstaf.

Wat me wél enorm boeit, is het mechanisme achter die magie. Hoe ontstaat edele rotting precies, en hoe kan het verschil met pourriture grise soms in een klein hoekje zitten? Botrytis cinerea is zo’n fenomeen dat tegelijk “goud” en “ramp” kan betekenen.

Wat is Botrytis cinerea

Botrytis cinerea is een schimmel die op druiven voorkomt in zowat alle wijnregio’s ter wereld. In de wijngaard gedraagt hij zich meestal als een probleem, omdat hij bessen aantast en trossen kan laten wegrotten. Toch kan diezelfde schimmel, onder een heel specifiek weerpatroon, net het startschot zijn voor de meest gezochte zoete wijnen. Dan spreken we van pourriture noble, edele rotting. Blijft het te nat of gaat de aantasting te snel, dan krijg je pourriture grise, grijsrotting, met kwaliteitsverlies als gevolg.

Eén schimmel, twee verhalen

Botrytis gedijt wereldwijd, van koel tot warm klimaat, zolang de luchtvochtigheid hoog blijft en de temperatuur mild is. Toch is de grens tussen edele rotting en grijsrotting flinterdun: krijgt de bes tijd om te reageren en gecontroleerd in te drogen, of gaat de infectie zo snel dat de tros instort en wegrot?

Bij grijsrotting verloopt de aantasting explosief aan de buitenkant van de bes, vaak na regen, na kneuzing of wanneer insecten of oïdium, echte meeldauw, de schil al beschadigden. Kleine wondjes en barstjes werken dan als toegangspoorten. De schimmel verspreidt zich makkelijk van bes naar bes, met trosrot als resultaat. Je verliest niet alleen opbrengst, maar ook frisheid, en je riskeert aroma’s die in wijn al snel storend worden, met een uitgesproken paddenstoelachtig of zwaar aards karakter.

Edele rotting verloopt trager en in stappen. De schimmel tast de schilstructuur aan, waardoor water geleidelijk kan verdampen en de bes indroogt in plaats van te rotten. Dat proces gebeurt zelden gelijkmatig over een hele tros: sommige bessen zitten al in het juiste stadium terwijl andere nog gezond zijn of net te ver gaan. Daarom werken topdomeinen met meerdere passages door de wijngaard en een zeer strenge selectie, waarbij alleen de bessen met de juiste mate van botrytis worden geoogst.

De noodzaak van een microklimaat

Edele rotting steunt in essentie op twee voorwaarden die elkaar moeten afwisselen. Eerst is er luchtvochtigheid in de ochtend, meestal via dauw of mist, zodat botrytis kan starten op de bes. Daarna moet het opnieuw drogen, vooral door zon, geholpen door wind, zodat de bessen kunnen indrogen in plaats van weg te rotten.

Daarom is een microklimaat zo belangrijk. Met microklimaat bedoelen we het lokale weer in en rond een specifieke wijngaard, vaak duidelijk verschillend van het algemene klimaat van de regio. In wijnbouw gaat het bijna altijd om die lokale omstandigheden die de druiven helpen rijpen en gezond houden, of dat nu extra warmte is, net meer verkoeling, een drogend briesje of een beschutte ligging. Denk aan een perceel dat elke ochtend mist krijgt, terwijl een wijngaard enkele kilometers verderop dat veel minder heeft. Voor botrytis maakt dat verschil.

Die afwisseling van ochtendvocht en namiddagzon zie je vaak in de buurt van water. Een meer zoals de Neusiedlersee in Burgenland kan ’s morgens mist en hoge luchtvochtigheid brengen, waarna de zon de trossen weer laat opdrogen. Ook rivieren spelen die rol: ze leveren voldoende vocht voor de start van botrytis, terwijl opklaringen later op de dag het drogende effect geven dat edele rotting nodig heeft.

Wat er in de druif gebeurt

Bij edele rotting verandert de bes stap voor stap van sappig naar geconcentreerd. Botrytis verzwakt de schilstructuur door microscopische perforatie, waardoor water makkelijker uit de bes kan verdampen. Dat waterverlies is de motor van het hele proces: de bessen kunnen tot ongeveer 60 procent van hun gewicht verliezen. Wat overblijft is een veel kleinere hoeveelheid sap, maar met een uitzonderlijk hoge concentratie aan opgeloste stoffen, vooral suikers, zuren en aromatische precursors. Zelfs al verbruikt de schimmel een deel van de suikers en zuren, stijgt de suikerconcentratie in de most sterk door die indroging, vaak tot 350 à 450 gram suiker per liter.

Ook de zuren veranderen op een manier die veel verklaart in het glas. Botrytis verbruikt wijnsteenzuur relatief sterker dan appelzuur. Tegelijk stijgt citroenzuur. Daarnaast vormt de schimmel glycerol, wat mee zorgt voor een ronder mondgevoel en meer textuur. Het is één van de redenen waarom grote botrytiswijnen niet alleen zoet zijn, maar ook spanning en grip behouden.

Tot slot is er nog een opvallende observatie die zelfs onderzoekers blijft prikkelen. Witte bessen kunnen tijdens botrytisinfectie roze verkleuren door de aanmaak van anthocyanen, kleurstoffen die je in wit fruit niet verwacht. Het is dus niet louter oxidatie, maar een echte reactie van de bes, en het mechanisme is nog niet volledig opgehelderd.

Aroma: meer dan concentratie

Het geurprofiel van edele rotting is niet enkel “meer van hetzelfde”. Botrytis kan de vorming en de beschikbaarheid van aromatische precursors, de bouwstenen van geur, sterk verhogen, waardoor de wijn niet alleen intenser ruikt, maar ook breder en complexer. Dat is precies waarom top botrytiswijnen vaak tegelijk fruitig, floraler en soms licht toastachtig kunnen overkomen.

Er lijken grofweg twee routes te spelen. Enerzijds zijn er citrusachtige toetsen zoals citroen en pompelmoes: die vertrekken vaak van aromatische bouwstenen die al in de bes aanwezig zijn en door botrytis vooral worden geconcentreerd. Tijdens de fermentatie worden ze omgezet naar de herkenbare citrusaroma’s. Anderzijds zijn er aroma’s die vooral ontstaan door de aantasting zelf. Steenfruit zoals abrikoos en perzik lijkt vaker te komen uit verbindingen die de bes aanmaakt als reactie op botrytis. Honingachtige tonen worden dan weer eerder rechtstreeks met botrytis geassocieerd dan met louter indroging.

Interessant is dat dit ook analytisch en sensorisch werd getest. In vergelijkingen tussen wijnen van gezonde druiven en wijnen van gebotrytiseerde druiven, onder meer met Riesling en Gewürztraminer, zag men dat botrytis de aromakwaliteit merkbaar kan verhogen. Daarbij worden bepaalde lactonen versterkt die een uitgesproken fruitig karakter geven, samen met sotolon, een verbinding die vaak kruidig en soms curryachtig wordt omschreven en die je geregeld met Tokaji Aszú associeert. Daarnaast is er vaak een lichte stijging van esters en alcoholen, wat kan bijdragen aan een indruk van meer likeurachtige en toastachtige accenten.

Het contrast met andere schimmeldruk is opvallend. Aantasting door oïdium kan net positieve aroma’s doen terugvallen. Wijnen worden dan niet per se gedomineerd door één duidelijke foutgeur, maar eerder door het ontbreken van aantrekkelijke tonen, waardoor het geheel vlak en minder interessant wordt.

In de praktijk blijft het daar uiteraard niet bij. Gebotrytiseerde wijnen kunnen een hele waaier aan aroma’s tonen, van rozijn en gekonfijt fruit tot saffraan en wasachtige toetsen die aan koninginnenbrij doen denken. Een deel daarvan past binnen diezelfde twee routes, concentratie en reactie van de bes, en sommige indrukken worden sterker met rijping op fles, wanneer fruit evolueert naar gedroogd en gekonfijt. Onderzoekers leggen echter vaak de nadruk op citrus, steenfruit en honing omdat deze drie duidelijke kapstokken zijn om te begrijpen hoe botrytis het aromaprofiel kan sturen.

Persen, tannine en een verrassend praktisch voordeel

Bij gebotrytiseerde druiven ligt het persen anders dan bij gezonde trossen. De schil is door botrytis verzwakt, waardoor sap en opgeloste stoffen makkelijker vrijkomen. Intuïtief zou je dan verwachten dat je automatisch ook meer tannine mee in de most trekt. Dat klopt in principe, alleen is de impact kleiner dan je zou denken. Botrytis oxideert een deel van de tannine al in de bes, waardoor ze minder scherp en minder bitter overkomt.

Dat geeft de wijnmaker speelruimte. De most uit gebotrytiseerde bessen is stroperiger en de opbrengst per kilo druif ligt lager, waardoor je in de praktijk vaak langer of steviger perst om voldoende sap te winnen. Omdat de tannine minder agressief is, kan dat doorgaans zonder dat de most meteen hard of bitter wordt. Sommige domeinen gaan daarom hoger in persdruk dan ze bij droge kwaliteitswijnen zouden overwegen.

Het verrassende voordeel zit in de fles. Doordat een deel van de tannine al in de druif werd geoxideerd, blijft er minder “reactief” fenolisch materiaal over dat later in de fles ongecontroleerd kan meewerken aan aroma- en smaakverlies. Daardoor verloopt het verouderen vaak trager en regelmatiger, en verliezen deze wijnen hun karakter niet snel. Zo doorstaan gebotrytiseerde wijnen makkelijk de tand des tijds en hebben ze een mooi verouderingspotentieel.

Van vijand naar gereedschap: wat kan de wijnbouwer sturen

Je kan botrytis niet bestellen zoals een pakketje, maar je kan wél de randvoorwaarden creëren waarin edele rotting een kans krijgt. In de praktijk gaat het vooral om risicobeheer: de troszone droog en luchtig houden, beschadiging vermijden en op het juiste moment uiterst selectief oogsten.

De eerste stap is canopy management, het sturen van bladerwerk en troszone. Door de trossen voldoende vrij te zetten, met luchtcirculatie en licht, verdwijnt vocht sneller na dauw, mist of regen. Dat verlaagt de druk van grijsrotting en maakt het makkelijker om botrytis gecontroleerd te laten verlopen.

Daarnaast is schadebeperking cruciaal. Ziektebestrijding is daarom ook een noodzaak om de druif gezond en de schil intact te houden. Elke microbeschadiging versnelt de verspreiding binnen de tros en duwt het proces sneller richting trosrot.

Ook de aanplant speelt mee. Sommige variëteiten zijn gevoeliger voor snelle trosrot door compacte trossen, dunne schillen of een hogere vatbaarheid voor beschadiging. Klonen, ligging in de wijngaard en perceelskeuze kunnen dat risico versterken of net temperen.

Dan komt het moment dat alles samenvalt: oogst en selectie. Edelrot ontwikkelt zich in fases, daarom werken producenten vaak met meerdere passages. Alleen bessen in het juiste stadium worden geplukt, grijs aangetast fruit blijft achter. Dat is manueel werk en vraagt ervaring, je kan het niet zomaar aan eender welke seizoensarbeider overlaten.

Het klinkt als extra werk, omdat het ook extra werk is. Botrytiswijnen zijn vaak duur om te maken om een heel nuchtere reden: je betaalt voor arbeidsintensieve selectie met mensen die weten waar ze naar kijken.

Het resultaat: een klein flesje goddelijke drank

Als ik op Wine Searcher de gemiddelde prijs ga opzoeken van een fles Château d’Yquem uit mijn geboortejaar 1967, dan moet ik flink in mijn geldbeugel tasten. 1.397 euro, staat er koeltjes bij. Er is één troost: de flessen die vandaag te koop zijn, zijn vaak halve flesjes. In 1967 ging het nog gewoon om 750 milliliter.

Hoewel ik dankzij dit artikel beter begrijp waarom Botrytis cinerea zo’n bijna sacrale status heeft, blijf ik koppig bij mijn gevoel. Laat ons eerlijk zijn: de kans dat ik ooit zoveel centen neertel voor één fles wijn is zo goed als nihil. Maar dromen mag, ooit misschien…, en als ik het in dat droombeeld toch doe, dan wordt het verdorie geen edele rotting.