Negroni: bitter, briljant en onweerstaanbaar Italiaans

Negroni, wie heeft er nu nog niet genipt van deze heerlijke rode Italiaanse cocktail? Ik alleszins wel. Sterker nog: hij prijkt al jaren bovenaan mijn persoonlijke favorietenlijst. We zorgen er thuis steevast voor dat alle ingrediënten in huis zijn, en na een lange werkdag is het niet ongebruikelijk dat ik mezelf aan het keukenaanrecht terugvind, met een glas in de ene hand en een barlepel in de andere. Roeren, nippen, genieten. De dag glijdt van me af. En soms, als de goesting me overvalt, wijk ik lichtjes af van het origineel en komt er een Negrappa op tafel: een kruidige knipoog met grappa in plaats van gin.

Beneath the Negroni’s deceptively simple recipe lies a history as complex as its flavour.

Achter die drie bescheiden ingrediënten schuilt een verhaal dat zich uitstrekt van de salons van Firenze tot de cocktailbijbels van Londen. Negroni lijkt een eenvoudige cocktail, en in wezen is het dat ook. Tijd om de bitterzoete waarheid achter Italië’s meest geliefde exportproduct te ontrafelen. Geen cowboyverhalen, of toch net wel?

De cowboy, de generaal en de graaf

Zoals dat gaat met grote klassiekers, hangt er rond de oorsprong van de Negroni een fijne waas van mythe en mist. Je weet wel, het soort verhalen dat je na een tweede glas plots met grote overtuiging vertelt. En bij de Negroni heb je dan nog keuze ook, want die heeft minstens twee mogelijke achtergronden.

De eerste voert ons naar het koloniale Afrika van de 19de eeuw. Daar zou een zekere generaal Pascal Olivier, graaf van Negroni, in 1857 ergens in Senegal een feestelijke cocktail hebben gecreëerd ter gelegenheid van een huwelijk. Een mengeling van vermout en andere drankjes werd er volgens de overlevering door de brave man geserveerd. Klinkt chic, klinkt geloofwaardig, ware het niet dat Campari pas in 1860 op de markt kwam. Daardoor kan dit verhaal onmogelijk over een Negroni gaan zoals die later bekend werd.

De tweede versie is nog net iets filmischer. Denk aan cowboylaarzen, stofwolken en een saloondeur die klappert in de aanhoudende wind. Daar zou, naar verluidt, een Amerikaanse cowboy genaamd Negroni op een dag een bar zijn binnengestapt, zijn Americano te zwak bevonden hebben en kordaat om gin gevraagd hebben. Een goed verhaal voor wie al wat verder gevorderd is dan twee Negroni’s en het hele tafereel moeiteloos voor zich ziet, met net dat tikkeltje meer verbeelding dan historische basis.

Leuk? Absoluut. Waarheidsgetrouw? Niet bepaald.

De oorsprong van de Negroni ligt veel dichter bij huis. Namelijk in Toscane, in Firenze. Daar begint het meest geloofwaardige hoofdstuk van deze cocktailgeschiedenis.

Florence, 1919: het jaar en de plaats waar de Negroni werd geboren

Na de Eerste Wereldoorlog herleefde Florence. De cafés vulden zich opnieuw met schrijvers, dromers, aristocraten en oude gewoontes die langzaam weer hun plaats innamen aan de toog. Eén van die cafés was Caffè Casoni, gelegen aan de Via de’ Tornabuoni, waar een zekere graaf Camillo Negroni graag zijn vaste plek aan de bar innam.

Camillo, geboren in 1868, was van nobele afkomst en had zijn deel van de wereld al gezien. Hij leefde een tijd in de Verenigde Staten als cowboy, gokker en bon vivant, en keerde uiteindelijk terug naar Italië met een voorkeur voor stevigere drank dan het destijds populaire brouwsel van vermouth, Campari en soda: de Americano.

Volgens de overlevering vroeg hij op een avond aan zijn barman, Fosco Scarselli, om zijn Americano “wat kracht bij te zetten”. De soda verdween uit het glas, gin kwam ervoor in de plaats. En om het nieuwe drankje visueel te onderscheiden, voegde Scarselli een schijfje sinaasappel toe in plaats van het klassieke citroentje.

Het resultaat sprak aan. Andere klanten vroegen al snel om “quello del Negroni“. De naam bleef hangen. En de cocktail ook. Is er een bonnetje uit 1919 dat dit allemaal bevestigt? Nee. Maar alles aan dit verhaal klopt blijkbaar wel: de plaats, de tijd, het personage, en vooral de cocktail zelf.

Van Florentijns recept tot wereldklassieker

De Negroni mag dan geboren zijn in Florence, het idee erachter zweefde al langer door de cocktailwereld. Reeds in 1895 noteerde een Amerikaanse barman in Chicago de Dundorado, een combinatie van Old Tom Gin, Italiaanse vermouth en Calisaya, een bitterlikeur. Niet identiek, maar opvallend verwant.

In 1927 doken in Parijs de Boulevardier (met bourbon in plaats van gin) en de Old Pal (met rye en droge vermouth) op in Barflies and Cocktails van Harry MacElhone. Ook zij bewijzen dat het principe van sterke drank, vermouth en bitter op meerdere plekken tegelijk leefde. De Negroni was dus niet de eerste in zijn soort, maar wél degene die alles perfect samenbracht.

Dat een cocktail met zo’n uitgesproken bitterheid wereldwijd geliefd zou worden, was niet vanzelfsprekend. Maar net die uitgesproken smaak, gecombineerd met eenvoud en evenwicht, maakte van de Negroni een blijver. Een cocktail met ballen én balans, geliefd bij wie het weet te roeren.

De internationale doorbraak kwam geleidelijk:

  • 1929, Frankrijk: een “Campari Mixte” duikt op in een cocktailboek. In alles een Negroni, behalve in naam.
  • 1949, Spanje: voor het eerst wordt de “Negroni-Cocktail” expliciet vermeld.
  • 1955, Verenigd Koninkrijk: de UK Bartenders’ Guild neemt het recept officieel op in haar handleiding. Vanaf dan is de Negroni niet langer een lokaal fenomeen, maar een vast anker in de internationale cocktailwereld.

Van een aangepaste Americano aan een Florentijnse toog naar een wereldwijde klassieker in een tumblerglas. Soms heeft een goed idee gewoon tijd nodig.

Zelf een Negroni maken: recept voor bitter geluk

Er zijn maar weinig rituelen zo bevredigend als het maken van een Negroni. Drie gelijke delen gin, vermouth rosso en een amaro (een bitter) over een groot ijsblok. Roeren tot de kleur diep robijnrood wordt. Dan de finale toets: een zeste van sinaasappel, net boven het glas getwist zodat de oliën zich zacht over het oppervlak verspreiden.

Je hebt nodig:

  • 3 cl gin
  • 3 cl rode vermouth (bijv. Professore Rosso, Essenziale DiBaldo, Cocchi of Antica Formula Carpano)
  • 3 cl amaro (bijv. Lucano, Ramazzotti, Montenegro, Averna)
  • IJsblokjes
  • Sinaasappelschil

Schenk de drie ingrediënten in een tumbler gevuld met ijs. Roer een tiental seconden tot het glas koud aanvoelt. Werk af met een zeste van sinaasappel. Wie begint te shaken, gaat de mist in: een Negroni wordt geroerd, niet geschud.

Moderne twist? Er zijn opties.

Een klassieke Negroni laat weinig ruimte voor discussie, maar dat wil niet zeggen dat er geen speelruimte is. Zelf wijk ik soms graag af van het originele trio. Eén van mijn vaste variaties is de Negrappa waarbij ik de gin vervang door een goede grappa. Het resultaat is robuuster, droger en net iets meer gestoeld op het Italiaanse temperament.

Liever iets winters? Dan is er de Christmas Negroni. Hier krijgt de gin een feestelijke upgrade via een kruidige snaps of een infusie met specerijen. Denk aan steranijs, kaneel of kruidnagel. Ideaal bij een haardvuur, en verrassend door zijn uitgesproken smaken.

En wie zijn espresso liever in cocktailvorm krijgt: de Coffee Negroni is een serieuze kandidaat. Een koffielikeur of een heldere koffiespirit neemt de plaats in van de gin en voegt een diep geroosterde toets toe aan het bitterzoete hart van de Negroni.

Uiteraard bestaan er nog talloze andere manieren om je Negroni een twist te geven. Of we al die drankjes nog met de naam Negroni mogen aanspreken, is een ander verhaal.

De laatste roerbeweging

Als afsluiter geef ik graag nog enkele persoonlijke tips mee voor de zoektocht naar een perfecte Negroni. Ga op zoek naar een vermouth die je op zich ook kan bekoren, eentje die nét iets meer diepte brengt. Hetzelfde met de amaro. De wereld van de amaro’s is zo rijk en divers en de smaken zijn enorm verscheiden. Ga voor een amaro die het bitter strak houdt, en tegelijk een kruidige gloed achterlaat. De zoektocht naar een perfecte Negroni is minstens zo plezierig als het drinken zelf.

Eenmaal je jouw favoriete combinatie hebt gevonden, kan je thuis uitpakken. Vul een grote karaf of afsluitbare fles van 3 of 5 liter, klaar om te serveren. Hij zal niet alleen een handig voorraadje zijn, maar ook een visueel pronkstuk in je cocktailkast. Die robijnrode kleur, met enkele gedroogde sinaasappelschijfjes erin, trekt meteen de aandacht. Geloof me, vrienden of gasten zullen niet ongevoelig blijven voor de charme van zo’n imposante, gevulde karaf.

Toch blijft het opletten. Een Negroni is geen lichtgewicht. Het is een stevig drankje, met stijl. Eén glas is perfect, twee kunnen nog net, drie… is misschien het moment waarop je begint te geloven in cowboys die cocktails uitvonden.

Plaats een reactie