Vigna Vecchia: de stille kracht van oude wijnstokken

Wijnetiketten kunnen je veel vertellen. Maar ze vertellen niet altijd de hele waarheid. Neem nu de term Vigna Vecchia, de Italiaanse tegenhanger van het Franse Vieilles Vignes. Het klinkt indrukwekkend: een eerbetoon aan verweerde wijnstokken, diepe wortels en wijnen met een verleden. Maar wat betekent het écht? Niet overal bestaat wetgeving over de leeftijd van oude stokken. In Italië echter wél. Sinds 2016 bepaalt de Testo Unico del Vino dat Vigna Vecchia enkel mag worden gebruikt voor geregistreerde wijngaarden met stokken van minstens veertig jaar oud, afzonderlijk geoogst en gevinifieerd. Wie dat label draagt, moet dat kunnen bewijzen.

Toch blijft verwarring bestaan. Wanneer je Vigna Vecchia op een label ziet staan, verwacht je een eerbiedwaardige leeftijd van pakweg 75 jaar. Maar soms blijkt het om stokken van net boven de 40 te gaan, of wordt er ongemerkt jongere aanplant mee verwerkt. De term klinkt historisch, maar is niet altijd even historisch ingevuld.

In een wijnwereld die barst van regeltjes, herkomstbenamingen en certificaten is het merkwaardig dat een begrip als ‘oude wijnstokken’ nog zo vaag en elastisch kan worden toegepast. De wettelijke grens ligt dus op veertig jaar, maar of dat voor iedereen ‘oud’ betekent, is een andere kwestie.

Een kwestie van wortels

Wie het over oude wijnstokken heeft, begint best bij de basis: de Vitis vinifera. Deze Europese wijnstok is al eeuwenlang de stamvader van de edelste druivenrassen. Het is een meester in overleven, maar niet zonder hulp. Sinds de verwoestende komst van de druifluis (phylloxera) in de 19de eeuw, worden bijna alle wijnstokken in Europa geënt op Amerikaanse onderstammen, resistent tegen deze parasiet. Een noodzakelijke ingreep die de Europese wijncultuur letterlijk van de ondergang heeft gered.

Toch is de onderstam slechts het fundament. Het echte verhaal van oude wijnstokken speelt zich af onder de oppervlakte, in het wortelgestel. Naarmate een wijnstok ouder wordt, groeit zijn wortelnetwerk niet alleen dieper maar ook wijder. In sommige gevallen reiken wortels tot meer dan tien meter diep, doorheen gesteente, zandlagen en klei, op zoek naar water en voedingsstoffen. Dat klinkt heroïsch en dat is het ook. Want elke meter dieper betekent toegang tot complexere minerale lagen, die jonge wijnstokken eenvoudigweg niet bereiken.

Wat dat oplevert? Minder druiven, maar meer essentie. Oude wijnstokken leveren kleinere trossen met dikkere schillen en een hogere concentratie van aroma’s, zuren en fenolische stoffen. Dat vertaalt zich in druiven met meer structuur, meer diepgang en een sterker gevoel van herkomst. Wijnen van oude stokken bezitten vaak een stille intensiteit, een zekere ingetogen kracht.

De wortels dienen ook als geheugen. Ze kennen de grond, het ritme van de seizoenen, de stressmomenten van droogte of hitte, en hoe daarop te reageren. Terwijl jonge wijnstokken vaak grillig reageren op klimatologische schommelingen, zijn oude stokken veerkrachtiger. Ze hebben geleerd te doseren.

En uiteraard is er de wisselwerking met de bodem zelf. In Italië spreken wijnbouwers, net als elders ter wereld, met eerbied over hun terroir, maar vaak zonder te overdrijven of te vervallen in het Franse chauvinisme. Op de lavabodem van de Etna, in de tufsteen van Campania of tussen de kalkrijke heuvels van de Marche neemt de stok de geologische geschiedenis op. Hoe ouder de wijnstok, hoe beter hij deze vertaling maakt. Geen enkel wijnjaar staat op zichzelf, het draagt altijd iets van de diepte mee.

De harde leerschool van de wijnstok

Oude wijnstokken zijn het resultaat van decennia van strijd, aanpassing en doorzettingsvermogen. Geen enkele stok haalt zomaar de kaap van vijftig, zestig of zelfs honderd jaar. Alleen wie de juiste balans vindt tussen stress en overleving, maakt kans om oud te worden en om betere druiven te leveren naarmate de jaren vorderen.

Dat begint bij de bodem. Wijnstokken houden niet van gemak. Geef ze een rijke, vochtige grond en ze zullen uitbundig groeien, maar oppervlakkig wortelen. De druiven worden waterig, de wijn dun. Pas op schrale gronden, waar stenen, klei of kalk de weg versperren, moeten ze zich bewijzen. Hun wortels graven dieper, hun tempo vertraagt, hun productie daalt. En dat is precies wat er moet gebeuren.

Oude wijnstokken hebben geleerd om met schaarste om te gaan. Ze kennen het ritme van de seizoenen en weten hoe ze moeten doseren. Hun wortels reiken vaak tot in lagen waar mineralen, sporenelementen en microflora hun complexiteit voeden.

Ook concurrentie speelt een rol. In een dichte aanplanting vechten de stokken jaar na jaar voor dezelfde beperkte middelen. Die strijd selecteert. De zwakkere stokken verdwijnen, de sterkste blijven. Wat overblijft na tientallen jaren is een netwerk van stokken die zichzelf hebben bewezen, seizoen na seizoen. Ze produceren minder, maar beter. Een goede wijnbouwer weet exact welke stokken in zijn wijngaard nog relevant zijn, en welke hun rol hebben uitgespeeld.

Water is een ander sleutelelement. Oude wijnstokken zijn minder afhankelijk van regen. Hun diepe wortels vinden reserves waar jonge planten allang zouden bezwijken. Toch is waterstress, tot op zekere hoogte, net gezond. Ze triggert de plant om zich te concentreren op haar vruchten, om te rijpen met overtuiging. Te veel stress, te lang, en zelfs een oude wijnstok geeft het op. Maar de beste stokken weten precies hoe lang ze het kunnen volhouden.

Wie dus een oude wijnstok ziet, ziet in de eerste plaats een overlever.

Wanneer is een wijnstok oud genoeg?

Niet elke stok van veertig jaar verdient het label Vigna Vecchia. In sommige regio’s wordt die leeftijd zelfs al als ‘oud’ bestempeld. Maar in principe is de wijnstok op die leeftijd pas een plant die in haar volwassen fase zit, niet aan het eind van haar loopbaan. De echte oude stokken beginnen pas vanaf vijftig jaar. Dat is het punt waarop de natuur begint te selecteren en de wijnstok langzaam minder maar kwalitatiever geeft.

Vanaf die leeftijd verandert alles. De groeikracht neemt af, de opbrengst vermindert, maar wat overblijft is geconcentreerder. De druiven zijn kleiner, de trossen losser, de schillen dikker. De verhouding tussen vruchtvlees en schil, en dus tussen volume en extractie, verschuift ten gunste van de kwaliteit. Suikergehaltes zijn vaak stabieler, zuren beter gebalanceerd, en de fenolische rijpheid wordt eerder bereikt. Met andere woorden: de druif is compacter geworden, en dus ook de wijn.

Een oude wijnstok stelt ook duidelijke voorwaarden. Hij vraagt rust, ruimte en respect. Snoei je hem te hard, dan raakt hij uit balans. Vraag je te veel opbrengst, dan krijg je middelmaat. De wijnmaker moet doseren, keuzes maken in de wijngaard. Daarom is het ook zo belangrijk dat oude wijnstokken niet zomaar aangevuld worden met jonge aanplant. Eén jonge, krachtige plant in een veld van oude stokken verandert de dynamiek. Hij eist meer water op, groeit sneller, verstoort het ritme van de wijngaard. Een homogene oude aanplant is geen vanzelfsprekendheid. Ze ontstaat door tijd, zorg en terughoudendheid.

Traditie of marketing?

In een wereld waar authenticiteit steeds luider wordt geclaimd, is het ironisch dat net diezelfde term zo vaak verdwijnt achter het rookgordijn van marketing. Vigna Vecchia is daar een schoolvoorbeeld van. Het klinkt krachtig, suggestief en rijk aan geschiedenis. Het roept beelden op van verweerde wijnstokken, diepe wortels en druiven vol karakter. En dus duikt de term steeds vaker op, ook wanneer de realiteit iets minder heroïsch blijkt.

In de praktijk is Vigna Vecchia vaak niet meer dan een etiket. In theorie mag het niet zomaar. In praktijk wordt het soms toch losjes toegepast. Voor de consument wordt het dan een spelletje giswerk. De ene fles met Vigna Vecchia bevat druiven van 60 jaar oude stokken, zorgvuldig geselecteerd en met lage opbrengst geoogst. De andere komt van een perceel van 40 jaar, gemengd met jong aanplant, maar met een vlot ogend label en een stevig prijskaartje. Beide wijnen claimen hetzelfde verhaal, maar spreken een andere waarheid.

Gelukkig maakt de Italiaanse wet sinds 2016 duidelijk dat dat niet zomaar kan. Alleen wie voldoet aan strikte voorwaarden mag de term gebruiken. Maar de grens ligt laag genoeg om twijfel te zaaien. Veertig jaar klinkt misschien oud, maar is in druiventermen eerder rijp dan bejaard.

Tegelijk blijft transparantie de krachtigste vorm van geloofwaardigheid. Een producent die op zijn etiket of rugetiket duidelijk vermeldt wat de gemiddelde leeftijd van zijn stokken is, wekt vertrouwen. Nog beter: vertel het verhaal van het perceel, van de stokken, van hun geschiedenis. In een tijd waar storytelling alomtegenwoordig is, zou het fijn zijn als het verhaal ook echt waar is.

Vigna Vecchia moet geen marketinginstrument zijn, maar een eretitel.

Plaats een reactie