Schioppettino: De Peperknal uit Friuli

Of: hoe een vergeten druif, een podcast met Petrussa en een snufje rotundone een stille revolutie in je glas ontketent

Laat me je meenemen naar een podcast die ik recent beluisterde, waarin de Friuliaanse wijnmaker Vigna Petrussa openhartig sprak over één van de spannendste druiven van Noord-Italië: Schioppettino. De passie waarmee ze vertelden over hun wijnstokken, de bodem van Prepotto, en de mysterieuze geurcomponent rotundone, die geur van gemalen zwarte peper in je glas, was zo aanstekelijk dat ik meteen het diepe indook in deze druif met een tumultueus verleden en een hopelijk sprankelende toekomst.

Wat Shakespeare voor toneel is, is Schioppettino voor Friuli

Elke regio heeft zijn grote verteller. Voor toneel was dat Shakespeare: meester van dramatische wendingen met diepgravende karakters en verhalen die eeuwenlang blijven hangen. Voor Friuli is dat, zij het in vloeibare vorm, Schioppettino. Een druif die alle elementen van een goed drama bevat: een glorieuze oorsprong, tragisch verval, onverwachte comeback en een hedendaagse cultstatus.

Schioppettino, ook bekend als Ribolla Nera of in het Sloveens Pokalza, is geen doorsnee druif. Ze is temperamentvol, lastig in de wijngaard en zeker geen allemansvriend. Maar net als bij een Shakespeareaanse held, ligt haar kracht juist in die gelaagdheid. De druif werd al in de 13e eeuw verbouwd in het oosten van Friuli, langs de grens met Slovenië. Vooral in het dal van de Judrio-rivier, rond de dorpen Prepotto, Cialla en Albana, vond ze haar natuurlijke habitat. Daar, in de koele, goed geventileerde microklimaten op mergelbodems (ponca), kon ze schitteren.

Maar het ging mis!

In de 19e eeuw werd Schioppettino zwaar getroffen door de ziektes oidium en phylloxera. Wat volgde was geen pauze, maar een bijna definitieve exit. In de 20e eeuw was er geen plaats meer voor grillige druiven met lage opbrengsten. Consistentie en commercie waren koning. Zo verdween Schioppettino uit de wijngaarden en letterlijk ook van de radar: in 1970 haalde ze het niet eens tot de officiële lijst van toegestane druiven in de nieuwe Colli Orientali del Friuli DOC.

In 1978 volgde de reïncarnatie. Dankzij een paar koppige, visionaire wijnboeren in Prepotto, onder wie de familie Petrussa, werd Schioppettino opnieuw aangeplant. Niet omdat het moest, maar omdat het mócht. De wet werd aangepast, de druif werd gerehabiliteerd. Van obscure overlevering keerde ze terug als regionale ster.

De naam zelf is al pure poëzie: Schioppettino is afgeleid van het Italiaanse schioppare, ‘knappen’ of ‘ploffen’, een verwijzing naar het knapperige mondgevoel van de druif, de licht bruisende wijnen van vroeger, of misschien wel naar het onverwachte vuurwerk aan kruidigheid en zuren in het glas.

Vandaag de dag wordt Schioppettino weer gezien als een van dé identiteitsdragers van Friuli. Niet zomaar een lokale variëteit, maar een druif die met elegantie én karakter een compleet wijnverhaal vertelt.

Waar groeit de druif dan?

Als Schioppettino het hoofdpersonage is in het Friuliaanse wijnverhaal, dan is het toneel waarop hij schittert zonder twijfel de regio rond Prepotto, in de provincie Udine, vlak tegen de Sloveense grens. Hier, in een heuvelachtig landschap dat doet denken aan Toscane vóór het massatoerisme, is de druif in haar element. Geen glitter en glamour, maar een decor van oude stenen muren, mistige ochtenden en ponca-bodem: broze mergel die afbrokkelt onder je voeten en tegelijk de ruggengraat vormt van enkele van de meest karaktervolle wijnen van Italië.

Schioppettino is hier weer helemaal terug van weggeweest, en hoe! In topappellaties zoals Colli Orientali del Friuli en Friuli Isonzo is ze niet langer een verdwaalde bijrolspeler, maar mag ze in volle glorie optreden: in purezza, dus als monocépage, zonder blends, zonder trucjes. Gewoon druif, terroir en de wijnmaker als gids.

Maar laat je niet misleiden door die wederopstanding: Schioppettino is allesbehalve makkelijk. Warmte ligt haar niet want in hete jaren verliest ze haar finesse. Ze is gevoelig voor millerandage (ongelijke rijping binnen één tros), voor ziektes zoals peronospora, en stelt hoge eisen aan haar ondergrond. Die moet bestaan uit ponca, een gelaagde mix van zandsteen en kalkhoudende klei, die water goed afvoert en tegelijk mineralen vasthoudt. Combineer dat met constante ventilatie en een breed temperatuurverschil tussen dag en nacht, en je krijgt precies wat deze druif nodig heeft om te schitteren.

Dat verklaart waarom je haar vooral vindt in dorpen zoals Prepotto, Albana en Cialla. Elk van deze zones geeft een ander karakter aan de wijn:

  • Prepotto en Albana liggen in iets warmere microklimaten. Hier levert Schioppettino wijnen op met meer rijp fruit, vollere body en uitgesproken aromatische intensiteit. Perfect voor wie houdt van structuur en geurige kracht.
  • Cialla, daarentegen, is koeler en hoger gelegen. De wijnen van hier zijn strakker, slanker en frisser, met meer nadruk op zuren en finesse. Ze zijn verfijnd, bijna Bourgondisch in hun elegantie, en kunnen prachtig ouderen.

Wat overal hetzelfde blijft? Dat typische kruidige, bijna nerveuze karakter van Schioppettino. Maar het is het samenspel tussen druif en plek dat elke fles uniek maakt. Dit is terroir in zijn puurste vorm.

De plant: een gespierde druif met elegantie

Als je Schioppettino zou tekenen als stripfiguur, zou het een soort gespierde acrobaat zijn met een fluwelen cape. Stoer, veerkrachtig, maar verrassend verfijnd als je dichterbij komt.

De trossen zijn groot, langwerpig en vaak cilindrisch van vorm, soms voorzien van een eigenzinnig ‘vleugeltje’ alsof de natuur zich bedacht heeft halverwege het ontwerp. De bessen zijn ellipsvormig en middelgroot, met een diepe blauwzwarte kleur en een stevige huid die bedekt is met een dikke laag bloeiwas. Ideaal voor een wijn met structuur en bewaarpotentieel.

De schil is dik en taai, wat de druif niet alleen resistent maakt tegen regenbuien vlak voor de oogst, maar ook zorgt voor een intense extractie van kleur en aroma’s tijdens het vinificatieproces. De pulp is vast, weinig sappig, maar smakelijk, met geen bijzondere aroma’s in de vrucht zelf. Dit suggereert dat de magie vooral in de schil zit.

Wat betreft groei, is Schioppettino een soort late bloeier met flair. De plant loopt gemiddeld laat uit (eind april), bloeit in juni en wordt meestal pas begin oktober geoogst. Wanneer de eerste herfstgeuren zich aandienen en de oogstploeg al verlangt naar risotto en fricò friulano. Het is dan ook een druif die koele nachten en lange rijpingstijd nodig heeft om haar zuren te behouden en tannine mooi te laten rijpen.

In de wijngaard is het geen makkelijke klant. De plant houdt niet van natte lentes en is gevoelig voor bloeiverlies (colatura), waarbij bloemen wel verschijnen maar zich niet ontwikkelen tot bessen. Vooral aan de top van de tros ontstaan er soms misvormde bloemetjes die simpelweg niet ‘af’ zijn, waardoor de vruchtzetting onvolledig blijft. Het gevolg: minder druiven, en vaak ongelijkmatig gevormde trossen.

Qua productie is ze ook behoorlijk eigenzinnig. In sommige jaren produceert de plant nauwelijks 40–50 quintalen per hectare, terwijl in gunstige seizoenen uitschieters tot 160 q/ha worden genoteerd. Kortom: lage opbrengst, hoge kwaliteit, als alles meezit. De suikergehaltes in het sap zijn gemiddeld (rond de 18%), net als de zuren (tot 8–9‰ tartarisch), maar het zijn de aromatische verbindingen in de schil, denk aan rotundone, die het verschil maken.

Ook opvallend: de plant groeit met matige kracht, heeft een halfopgerichte tot rechtopgaande groeiwijze, en produceert doorgaans maar één tros per scheut. Het bladerdek is middelgroot tot groot, met bladeren die vaak drie- tot vijflobbig zijn, licht behaard aan de onderzijde en frisgroen aan de bovenkant. De hele plant ademt balans: geen overdaad, maar gericht op concentratie.

Tot slot: de druif is officieel hermafrodiet, dus volledig zelfbestuivend. En de pedicels (de steeltjes waarmee de bessen aan de tros hangen) zijn stevig en moeilijk te scheiden. Een handige eigenschap bij mechanische oogst, al wordt bij kwaliteitswijnen nog vrijwel altijd met de hand geplukt.

In het glas: violette fluwelen handschoenen met een peperklap

Een glas Schioppettino inschenken en je weet dat je iets bijzonders in handen hebt. De wijn bezit een diep robijnrode kleur met paarse reflexen. Al bij het walsen van het glas voel je de spanning: dit wordt geen simpele dorstlesser, maar een glas vol gelaagdheid en karakter.

De neus is expressief. Aroma’s van rijp rood en donker fruit. Denk aan kersen, frambozen, bramen en blauwe bes die worden gedragen door een subtiele florale toets en een onmiskenbare kruidigheid. Die laatste komt van het geheimzinnige stofje rotundone, dat zorgt voor die karakteristieke geur van versgemalen zwarte peper. Het is geen hint, het is een punch. Een kleine peperklap in een fluwelen handschoen.

In de mond toont Schioppettino zijn finesse: levendige zuren, een medium body en fijnkorrelige tannine die nooit schurend worden. Het is een wijn die niet bulkt van kracht, maar juist overtuigt door balans en definitie. Hij houdt het midden tussen elegantie en bite.

Wat hem extra boeiend maakt, is zijn leeftijdspotentieel. Jong gedronken is Schioppettino levendig en speels, met de nadruk op fruit en frisse kruidigheid. Maar geef hem een paar jaar flesrijping, en de toon verschuift: de peper blijft, maar krijgt gezelschap van bosgrond, ceder, gedroogde bladeren, tabak en een vleugje teer. Dan verandert de wijn in een herfstwandeling door een vochtig bos, met modder op je laarzen en paddenstoelen in je neus.

En toch blijft hij ook dan lichtvoetig: zelfs in zijn gerijpte vorm behoudt hij een zekere luchtigheid, een bijna gewichtloos mondgevoel dat zelden voorkomt bij rode wijnen met zoveel complexiteit. Dat is misschien wel zijn grootste troef: diepgang zonder zwaarte.

Rotundone: de geur van zwarte peper en potentieel

Ah, rotundone. Daar had Petrussa het uitgebreid over in de podcast die me aan het denken zette. Niet als een vluchtige voetnoot, maar als een centraal element in het DNA van Schioppettino. En terecht, want dit geurstofje, nauwelijks waarneembaar, maar o zo bepalend, is wat deze druif onderscheidt van de massa.

In wetenschappelijke termen is rotundone een sesquiterpeen. Een type aromatische verbinding die voorkomt in de schil van bepaalde druiven, waaronder kruiden als zwarte peper, kruidnagel en oregano. In de wijnwereld staat rotundone vooral bekend als dé veroorzaker van dat karakteristieke, prikkelende aroma van zwarte peper. Als een zachte pepermolenwolk die boven je glas zweeft.

Het komt voor in enkele druivenrassen, zoals Syrah, Grüner Veltliner, en jawel: Schioppettino. Maar hier komt het: niet élke druif bevat rotundone, en zelfs binnen één druivensoort is de aanwezigheid ervan grillig. Het is extreem afhankelijk van terroir, microklimaat, rijping en vinificatie. Dat maakt het uiteraard mysterieus.

In Schioppettino gedijt rotundone bijzonder goed. Dankzij de langzame rijping in de koele, goed geventileerde heuvels van Prepotto en Cialla, kunnen de bessen zich langzaam ontwikkelen, waarbij de schil voldoende suikers, zuren én aromatische stoffen zoals rotundone opbouwt. Dat verklaart waarom je bij een goede Schioppettino meteen wordt getroffen door die geur van gemalen zwarte peper, soms aangevuld met kruidnagel, viooltjes of zelfs wierook.

Maar rotundone is meer dan een geurcomponent. Het is een soort geparfumeerde vingerafdruk die niet alleen de herkomst verraadt, maar ook het vakmanschap van de wijnmaker. Wijnen met rotundone zijn complexer, gelaagder, en vaak ook langer houdbaar. Het is niet voor niets dat sommigen rotundone “de truffel van de wijnaroma’s” noemen: zeldzaam, aards, intens en bijna onmogelijk om kunstmatig na te bootsen. Dat maakt het des te indrukwekkender dat Schioppettino, een lokale druif uit een vergeten hoekje van Noord-Italië, zo rijk kan zijn aan dit molecuul.

Slotgedachte: Waarom Schioppettino nu?

We leven in een tijd waarin wijnliefhebbers niet meer tevreden zijn met de zoveelste Merlot of Sangiovese. Er is honger naar authenticiteit, naar wijnen waar een verhaal achter schuilt en een eigen karakter. Precies daar komt Schioppettino binnengewandeld.

Deze druif, lang over het hoofd gezien, blijkt verrassend actueel: verfijnd maar uitgesproken, klassiek maar rebels, met een aromatisch profiel dat tegelijk uitnodigt én intrigeert. En zoals de podcast met Petrussa mooi illustreerde: dit is geen heropleving uit nostalgie, maar een beweging voorwaarts. De druif leeft, evolueert, en laat elk jaar nieuwe facetten zien.

Schioppettino is laat zich niet vergelijken met een andere druif, en dat is maar goed ook. Hij is de vertegenwoordiger van Friuli, krachtig in zijn subtiliteit, kruidig als het landschap, en altijd trouw aan zijn herkomst.

Plaats een reactie