“Volgens Wikipedia is Lambrusco een Italiaanse wijn uit Emilia-Romagna en Lombardije, vernoemd naar de lambruscodruif. Hij bestaat in rood, rosé en wit, in zowel zoetere als drogere stijlen, en is vaak licht mousserend.”
Met die definitie in het achterhoofd starten we onze zondagse Lambrusco-reeks. Aan jullie om na afloop te beslissen of Wikipedia het volledig bij het rechte eind heeft, of dat er nog nuances te ontdekken vallen.
Een reeks wijden aan Lambrusco is misschien gewaagd. Dit is tenslotte een naam die lang opdook in lijstjes van “minst geliefde wijnen”, vaak door zijn zoete, eenvoudige imago. En toch willen we hem opnieuw bekijken. Lambrusco is immers een wijn die de voorbije jaren opvallend vaak opnieuw opduikt bij mensen die beroepshalve veel proeven.
Lambrusco is authentiek Italië in het glas. Een combinatie die prikkelt: meestal rood en bruisend, feestelijk én verrassend doordrinkbaar. De naam roept beelden op van zonnige wijngaarden, lange feestelijke tafels en het moment waarop een fles opengaat en iedereen even opkijkt. Het is een wijn met een zeldzame belofte: tegelijk licht en karaktervol, dorstlessend en toch complexer dan je op het eerste gezicht zou denken.
Een klassieker met een lange adem
Lambrusco heeft al een hele weg afgelegd in de Italiaanse wijngeschiedenis. Al eeuwenlang hoort hij bij het Italiaanse leven, als een bruisende rode wijn die niet bedoeld is om te imponeren, maar om plezier te geven: speels, lichtvoetig en uitnodigend. Het is een wijn die vanzelf op tafel komt, bij eten en gezelschap. Hij houdt het gesprek gaande en maakt gerechten net iets levendiger, alleen al door die frisse prikkel.
Die lange traditie verklaart meteen waarom Lambrusco niet in één vakje past. Lambrusco is geen “één wijn”, maar een familie van druivenvariëteiten die al generaties lang wordt aangeplant, met zijn oorsprong in Italië en vooral in Emilia-Romagna. Dat levert een brede waaier aan expressies op, met één duidelijke gemene deler: Lambrusco brengt sprankel in het glas.
Verderop in de reeks wordt duidelijk hoe groot die variatie kan zijn. Lambrusco kan verschillende gezichten tonen: van strak en verfrissend tot wat ronder en zachter, van droog tot soms een tikje zoeter. En ja, ook de klassieke stijl bestaat nog altijd: wijnen waarin het fruit duidelijk zoet en geconcentreerd is, gemaakt om makkelijk te behagen en vaak in grote volumes.
De herwaardering van vandaag vertrekt net van het andere uitgangspunt. Steeds meer producenten zetten in op droge en halfdroge versies, waarin het fruit jeugdig blijft en de spanning de hoofdrol speelt. Dat verschil proef je meteen, en het verklaart waarom Lambrusco vandaag opnieuw serieus genomen wordt.
De opkomst en het stigma: een wijn van zijn tijd
Buiten Italië kende Lambrusco zijn grote moment in de jaren 1970. Het was een wijn die perfect paste bij de tijdsgeest en bij een jong publiek: bruisend en toegankelijk. Maar net dat succes had een keerzijde. Het zoetere, “bubbly” karakter werd door wijnpuristen al snel weggezet als vrijblijvend. Leuk voor even, maar niet ernstig genoeg om echt mee te tellen.
Wat daarna volgde, is een scenario dat de wijnwereld goed kent: populariteit lokt schaalvergroting uit, en schaalvergroting duwt kwaliteit vaak naar de achtergrond. In de jaren 1980 en 1990 raakten buitenlandse markten overspoeld met flessen die vooral mikten op snelle verkoop. Veel Lambrusco’s werden overdreven zoet, soms zelfs wat artificieel van indruk, met een vlak profiel dat weinig vertelde over wat Lambrusco eigenlijk kan zijn.
“Vergelijk het met wat er in Frankrijk met Beaujolais Nouveau is voorgevallen. Het korte-termijnsucces gaf de regio zoveel zichtbaarheid, maar duwde tegelijk een stijl naar voren die het beeld van Beaujolais jarenlang heeft scheefgetrokken. Zelfs nu, ondanks grote vooruitgang en inspanningen, roept de naam bij velen nog altijd dat oude negatieve beeld op.”
Zo schoof de wijn stilaan van publiekslieveling naar cliché. Consumenten begonnen Lambrusco te associëren met plakkerige zoetheid en eenvoudige etiketten, terwijl intussen de internationale smaak opschoof naar “serieuzere” en meer gestructureerde wijnen. Lambrusco verdween daardoor steeds vaker naar de rand van de wijnkaart. Niet omdat de wijn ophield te bestaan, maar omdat het vertrouwen weg was. En dat is in wijn soms het moeilijkst terug te winnen.
De revival: hoe Lambrusco opnieuw “cool” werd
Het reputatieverlies van Lambrusco speelde vooral buiten Italië. In zijn thuisregio bleef hij gewoon deel van het dagelijkse leven: een wijn die je openmaakt bij eten, zonder veel poeha. Niet omdat hij “status” moet uitstralen, maar omdat hij doet wat hij moet doen aan tafel. Een wijn die past bij het ritme van het leven in Italië.
Net dat helpt om zijn comeback te begrijpen. Lambrusco wordt vandaag opnieuw bekeken vanuit zijn bedoeling: toegankelijk, makkelijk drinkbaar en gemaakt om bij eten te schenken. Dat sluit aan bij hoe veel mensen nu wijn kiezen. Minder zwaar, minder nadruk op kracht of hout, meer focus op drinkplezier en inzetbaarheid aan tafel.
Die heropleving gaat ook samen met een nieuwe generatie wijnmakers, en met gevestigde namen die hun stijl bewuster zijn gaan sturen. De focus verschuift weg van “zoet en bruisend” als standaardbeeld, richting een breder aanbod waarbij kwaliteit en aanpak opnieuw belangrijk worden. Bij sommige producenten zie je meer aandacht voor de manier waarop de bubbels worden gemaakt, met stijlen die fijner en verfijnder aanvoelen dan de klassieke frizzante-versies.
Ook de omgeving veranderde mee. Wijnbars en restaurants zetten Lambrusco vaker op de kaart omdat hij praktisch is: hij combineert makkelijk met allerlei gerechten. Dankzij zijn eigenschappen komt hij bijzonder goed tot zijn recht bij vettere of zoutere bereidingen. Het is geen toeval dat hij net in Emilia-Romagna, de gastronomische buik van Italië, altijd is blijven scoren. Daar hoort Lambrusco gewoon bij een tafel waar smaak en eten centraal staan. En omdat de Italiaanse keuken wereldwijd zo populair is, volgt de wijn mee: Lambrusco duikt opnieuw op in restaurants en wijnbars buiten Italië, dit keer met een positievere context.
Hoe drink je Lambrusco zoals hij bedoeld is?
Lambrusco drink je het best met één simpele gedachte: behandel hem niet als een klassieke rode wijn. Hij is gemaakt om aan tafel te staan. Twee principes volstaan om hem juist te benaderen.
Ten eerste is hij op zijn sterkst wanneer hij mag doen waarvoor hij bedoeld is: eten ondersteunen, smaken opfrissen en een maaltijd vlot laten doorlopen. Dankzij zijn zuren en zijn lichte sprankel werkt hij opvallend goed bij gerechten met wat meer vet, zout of umami. Daarom voelt Lambrusco zich zo thuis in een keuken waar gulheid en smaak centraal staan, en daarom past hij ook zo goed bij hoe we vandaag vaak eten: delen, verschillende schotels op tafel, informele momenten met veel smaak.
Ten tweede: serveer hem licht gekoeld. Dat bepaalt hoe je hem ervaart. Koeler geserveerd komt Lambrusco strakker over: de zuren vallen duidelijker op, het fruit blijft fris en de sprankel oogt verfijnder. Serveer je hem te warm, dan verliest hij net die levendigheid die hem zo geschikt maakt aan tafel.
En nog één praktische tip die je vanzelf ontdekt: Lambrusco werkt het best in gezelschap. Niet omdat het romantisch klinkt, maar omdat het simpelweg een wijn is die gemaakt is om te schenken, door te geven en opnieuw bij te vullen. Daar komt hij het best tot zijn recht.
Een vergeten icoon, eindelijk juist begrepen?
Lambrusco’s comeback lijkt op het eerste gezicht eenvoudig: een wijn die te lang werd afgerekend op zijn zwakste exportversies, krijgt opnieuw aandacht voor wat hij óók kan zijn. Veel droger, preciezer, met meer aandacht in wijngaard en kelder. Het is een herwaardering die voortkomt uit betere flessen, betere keuzes en een publiek dat opnieuw bereid is te proeven zonder het oude beeld als uitgangspunt te nemen.
Maar de titel verdient ook een kritische noot. Is Lambrusco “eindelijk juist begrepen”? Door sommeliers, wijnbars en een groeiende groep liefhebbers misschien wel. Buiten die kring is het verhaal minder eenduidig. De klassieke, zoete en vaak eenvoudige stijl bestaat nog altijd, en wordt nog steeds ruim geproduceerd. Voor veel consumenten is dát nog steeds het referentiepunt. De reputatie schuift dus wel, maar ze is niet overal gekanteld. Wie “Lambrusco” zegt, zegt nog niet automatisch “kwaliteit”. Je moet nog altijd weten wat je koopt, en van wie.
Toch is er reden om optimistisch te zijn. Consumenten worden nieuwsgieriger en producenten leggen de lat hoger. Dat helpt Lambrusco, omdat zijn sterkste versie niet gebouwd is op suiker of effect, maar op balans en bruikbaarheid aan tafel.
Dus ja, Lambrusco wordt opnieuw ontdekt. Alleen is het werk nog niet af. Misschien is dat ook precies de juiste conclusie voor dit openingsartikel: Lambrusco is terug, maar of hij “eindelijk juist begrepen” is, hangt af van welke fles je opent.
Volgende week kijken we terug: van wilde wijnstok tot klassieker, en hoe Lambrusco zich van Romeinse tijden tot vandaag ontwikkelde tot één van Italië’s oudste wijnfamilies.

Filed under: Vini Italiani | Tagged: discover lambrusco, Italian wine ambassador, Lambrusco, lambrusco lover, wijn, wijnkennis |
Plaats een reactie