Dit is het derde artikel in onze zondagse reeks over grappa. Na de ontdekking van wat grappa precies is en waar haar geografische wortels liggen, duiken we vandaag de geschiedenis in. Vraag je een doorsnee Italiaan wanneer grappa precies is ontstaan, dan krijg je steevast een glimlach en een schouderophalen. Het is een drank die nooit echt een officiƫle geboortedatum heeft gekregen, en eigenlijk is het logisch dat je dit ook niet hoeft af te vragen wanneer je een glaasje grappa inschenkt. Je denkt dan aan genieten, niet onmiddellijk aan een reis door het grappa-verleden.
Toch trachten we vandaag dat verleden op te rakelen en gaan we op zoek naar de tijd van de eerst geschonken grappa.
Een ongrijpbare oorsprong
Het blijft gissen naar het exacte beginpunt van grappa. Rond de 14de en 15de eeuw zijn er de eerste schriftelijke sporen van distillatie, onder meer in het traktaat De Conficienda Aqua Vitae van Michele Savonarola. Hij beschreef daarin de bereiding van levenswater, een medicinale drank die eerder in de apotheek thuishoorde dan in het glas. Het toont hoe de techniek van distillatie aanvankelijk meer verband hield met geneeskunde en alchemie dan met plezier en ontspanning.
Een veel gehoord verhaal is de anekdotische geschiedenis van Enrico di ser Everardo uit Cividale del Friuli. In zijn testament uit 1451 zou hij een distilleerketel en een eenvoudig hulpmiddel voor distillatie hebben nagelaten, waarvan de exacte betekenis verloren is gegaan. Of dit document ooit werkelijk heeft bestaan, weet niemand. Er is geen origineel teruggevonden en geen archief kan het bevestigen. Toch heeft dit verhaal zijn weg gevonden naar talloze publicaties, alsof men behoefte had om grappa een concrete, bijna mythische vaderfiguur te geven.
Ook buiten Friuli circuleerden gelijkaardige verhalen. Sommige bronnen suggereren dat soldaten of monniken de eersten waren om druivenresten te distilleren, anderen verwijzen naar boeren die niets verloren wilden laten gaan van hun oogst. Zeker is dat grappa ontstond in een context van schaarste en inventiviteit, waar restproducten een tweede leven kregen.
Wat vaststaat, is dat grappa van bij haar oorsprong omgeven is door verhalen die balanceren tussen legende en realiteit. Misschien is dat net de charme: een drank die uit restjes geboren werd, zonder officiƫle geboortedatum, en daardoor een stukje collectief geheugen van Italiƫ is geworden. Iedere regio claimt wel een rol, elke generatie vertelt het verhaal een beetje anders. Het is alsof grappa zelf liever een mysterie blijft.
Een drank van het volk
Grappa hoorde eeuwenlang bij de eenvoudige bevolking. Terwijl de hogere klasse wijn en verfijnde distillaten dronk, kregen boeren en soldaten de schillen, pitten en steeltjes. Wat zij daaruit distilleerden was scherp, droog en vaak meedogenloos van smaak.
Die volksverbondenheid maakte dat grappa een plek kreeg in het dagelijkse leven. Het was de drank die boeren in de vroege ochtend dronken voor ze het veld in trokken, die soldaten verwarmde tijdens nachtwachten en die arbeiders troostte na lange werkdagen. In veel dorpen stond een fles op de tafel van de herberg, naast het brood en de soep, als eenvoudige beloning voor wie hard gewerkt had.
Grappa fungeerde niet alleen als drank, maar ook als huisremedie. Een scheut in de koffie tegen de kou, een glaasje bij maagklachten, zelfs inwrijven bij spierpijn of verkoudheid: het distillaat had voor velen een bijna magische status. Het paste bij een tijd waarin de grens tussen voeding, drank en medicijn niet scherp getrokken werd.
Gelukkig is dat karakter van volksdrank nooit helemaal verdwenen. Zelfs vandaag, nu grappa in elegante flessen wordt geschonken in sterrenrestaurants, blijft dat toegankelijke voor iedereen duidelijk voelbaar.
Grappa tussen oorlog en accijnzen
Tot het einde van de 19de eeuw bleef grappa een uitgesproken volksdrank. Ze werd gezien als een stoere drank, bijna uitsluitend voor mannen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd grappa een symbool van vloeibare moed, waarmee de Alpini, de Italiaanse bergtroepen, zich wapenden tegen kou, gevaar en ontberingen op de Monte Grappa. Voor velen was een klein flesje grappa even belangrijk in het veldrantsoen als brood of kogels. Het verwarmde, gaf moed en schonk zelfs een gevoel van kameraadschap. Er werd verteld dat de Alpini hun veldflessen niet enkel vulden met water, maar er ook steevast een scheut grappa in lieten glijden om de ellende draaglijker te maken.
Naast die militaire aanwezigheid kreeg grappa ook een officiƫle plaats in het economische systeem. In 1870 voerde de Italiaanse staat accijnzen in op alcoholische dranken. Producenten waren verplicht een zegel te plaatsen op de flessen die de markt op gingen. Dat zegel veranderde mee met de politieke geschiedenis van Italiƫ. Eerst de adelaar en het Savoyaardse wapen, daarna in de jaren dertig de de fasces, het symbool van het fascisme. Gevolgd door het neutrale vrouwenprofiel na de val van het regime, en tenslotte de ster van de jonge Republiek.
Deze kleine stukjes papier of aluminium, vaak gedachteloos weggegooid bij het openen van een fles, vertellen dus op hun beurt een stukje Italiaanse geschiedenis. Vanaf 1952 verschenen naast de metalen sluitingen ook papieren zegels, en sinds 1959 is enkel dat papieren stempel nog geldig.
Diezelfde staatscontrole speelde later een niet te onderschatten rol bij de verschuiving naar massaproductie. Waar kleine distilleerders worstelden met bureaucratie en belastingen, konden grotere industriƫle producenten hun voordeel doen met schaalgrootte en efficiƫnte processen. De accijnszegels, ooit een noodzakelijk kwaad, werden in de tweede helft van de 20ste eeuw een vanzelfsprekend onderdeel van een groeiende markt waarin goedkope, industrieel gemaakte grappa de toon begon te zetten. En zo bereidde de politieke en fiscale context onbewust de weg voor de industrialisering die vanaf de jaren zestig het landschap volledig zou veranderen.
De industrialisering
Vanaf de jaren 60 verschenen de eerste continue distilleerinstallaties, machines die dag en nacht konden draaien en enorme hoeveelheden goedkope grappa op de markt brachten. Voor de ambachtelijke distilleerderijen betekende dit een zware slag. Waar er rond 1900 nog bijna tweeduizend producenten actief waren, zijn dat er vandaag nog maar een negentigtal.
Deze industriƫle installaties waren uiterst efficiƫnt. Ze leverden een constante stroom distillaat tegen lage kosten en maakten grappa plots massaal beschikbaar in supermarkten en cafƩs. De keerzijde was duidelijk: de smaak werd vlakker, de ziel die in kleine ketels en met veel zorg tot stand kwam, ging grotendeels verloren.
Grote merken profiteerden volop van die massaproductie. Reclamecampagnes in de jaren 70 en 80 positioneerden grappa als een moderne volksdrank, vaak gepresenteerd in eenvoudige flessen zonder aandacht voor uitstraling. Het paste in een tijd waarin kwantiteit en betaalbaarheid zwaarder wogen dan traditie of verfijning.
Gelukkig is hun erfgoed niet verloren gegaan. Het Poli Grappa Museum bracht meer dan tweeduizend oude flessen samen, afkomstig van meer dan vijfhonderd distilleerderijen, waarvan velen inmiddels verdwenen zijn. Een stille hulde aan een industrieel tijdperk dat winsten opleverde, maar ook vele kleine spelers van de kaart veegde. De collectie laat zien hoe divers het aanbod ooit was en hoe groot het aantal namen dat vandaag enkel nog in vergeelde etiketten voortleeft.
Een modern kantelpunt
De echte ommekeer kwam pas midden 20ste eeuw, toen moderne distillatie zijn intrede deed. Continue distilleerinstallaties, betere temperatuurcontrole en een fijnere selectie van vinaccia gaven grappa een heel ander karakter.
Belangrijk was vooral dat distillateurs leerden hun ketels met veel meer precisie te beheersen. Waar vroeger de temperatuur te hoog opliep en vluchtige, scherpe stoffen het distillaat domineerden, kon men nu veel subtieler werken. Het resultaat was een schonere en elegantere grappa, waarin fruitige en bloemige aromaās bewaard bleven in plaats van weggebrand.
Ook de keuze van de grondstof veranderde. In plaats van willekeurig bij elkaar gegooide resten, werd er bewuster geselecteerd uit druivensoorten met een uitgesproken karakter. Zo ontstonden de eerste grappaās die niet enkel een algemene indruk gaven van alcohol en kracht, maar ook de aromaās van Moscato, Prosecco of Nebbiolo konden laten spreken. Daarmee kreeg grappa voor het eerst een herkenbare identiteit per herkomst of druif, iets wat voorheen vooral aan wijn was voorbehouden.
Daarnaast werd er meer aandacht besteed aan rijping en afwerking. Distillateurs begonnen te experimenteren met houten vaten en gecontroleerde veroudering, waardoor grappa een zachtere structuur kreeg en nieuwe smaaklagen ontwikkelde. Het beeld van een boerse, branderige drank maakte langzaam plaats voor dat van een distillaat dat zich kon meten met Cognac of Armagnac.
Van noodoplossing tot exportproduct
Vandaag is grappa een product dat internationale erkenning geniet en herkenning oproept bij consumenten overal ter wereld. Het heeft een lange weg van transformatie afgelegd en is uitgegroeid tot een spirit die van alle markten thuis is, met een stijl en karakter voor elke liefhebber.
Tegenwoordig wordt grappa geschonken in kristallen glazen, gepresenteerd in sierlijke flessen en besproken door sommeliers met dezelfde ernst als grote wijnen. Toch is het een drank die haar wortels nooit verloochent. Elke slok draagt nog iets van de eenvoud en de koppigheid van haar oorsprong.
Juist die combinatie maakt grappa uniek: ze belichaamt zowel de volksgeest als de verfijning, het ruwe verleden Ʃn de moderne trots. Italiƫ heeft haar restproduct weten te verheffen tot cultureel exportgoed, zonder het verhaal van de mensen achter de ketel uit te wissen.
Zijn reeds verschenen in deze reeks:

Filed under: Vini Italiani | Tagged: grappa, Italian wine ambassador, wijn, wijnkennis |
[…] Het verhaal achter Grappa […]
LikeLike
[…] Het verhaal achter Grappa […]
LikeLike