Nieuwe druiven, nieuwe wijnen: Italië en de PIWI-revolutie

Wat me opviel dit jaar op Vinitaly, de grootste wijnbeurs van Italië? Het opvallende aantal wijnen van druiven zoals Bronner, Solaris, Souvignier Gris… Die zag je vroeger ook wel, maar dan vaak weggedrumd in een hoekzaaltje waar de ‘speciallekes’ stonden. Dit jaar niet meer. Ze stonden gewoon tussen de anderen op degelijke standen, als volwaardige wijndruiven. Wat ze uiteraard ook zijn.

Wijnen van PIWI-stokken lijken stilaan ingeburgerd. De info is niet langer schaars en de kwaliteit steeds overtuigender. Toch zijn PIWI-wijnen voor het grote publiek nog relatief onbekend. Hoewel ik er zelf niet altijd wild van word, is het hoog tijd om deze categorie onder de loep te nemen, zeker wat de Italiaanse evolutie betreft.

PIWI. Geen klassieke afkorting, maar een vakterm die in Duitsland werd bedacht als verkorte aanduiding voor pilzwiderstandsfähige Rebsorten. Oftewel: schimmelresistente druivenrassen. Een hele brok Duits voor ‘schimmelresistent’. Klinkt technisch, maar achter dat onuitspreekbare woord schuilt een kleine revolutie. Want deze wijnstokken hebben nauwelijks chemische hulp nodig, zijn beter bestand tegen ziektes en leveren wijnen die verrassend lekker kunnen zijn. En dát maakt PIWI plots wel erg interessant.

Wat zijn PIWI-druiven en hoe zijn ze ontstaan?

PIWI-druiven zijn het resultaat van doordachte en langdurige kruisingen tussen de klassieke Europese wijnstok, Vitis vinifera, en andere druivensoorten die van nature sterker zijn. Denk aan Amerikaanse soorten zoals Vitis labrusca of Vitis rupestris, of Aziatische varianten die al eeuwenlang resistent zijn tegen schimmels zoals echte meeldauw (oidium) en valse meeldauw (peronospora).

Die schimmelziektes zijn trouwens geen lokaal probleem, maar een wereldwijd fenomeen. In de 19de eeuw veroorzaakten ze regelrechte ravages in de Europese wijngaarden. Druifluis (phylloxera) was destijds de grote boeman, maar ook de meeldauwen kwamen mee over vanuit Amerika, en de Europese wijnstok bleek er hopeloos vatbaar voor.

In reactie daarop zijn onderzoekers decennialang bezig geweest met het ontwikkelen van hybriden: druivenrassen die de resistentie van de niet-Europese soorten combineren met de wijnkwaliteit van Vitis vinifera. En nee, we spreken hier niet over genetische manipulatie in een laboratorium. Dit is klassieke veredeling: soorten kruisen, nakomelingen testen, de besten selecteren, en opnieuw kruisen. Een traag en secuur proces dat soms tientallen jaren duurt.

In de eerste fases, grofweg begin tot midden 20ste eeuw, lagen de resultaten meestal ver van wat men wijnwaardig vond. De druiven leverden sappen op met rare aroma’s, vreemde zuren of gebrekkige structuur. Veel van deze vroege hybriden verdwenen dan ook snel in de vergeethoek of belandden in bulkwijnen zonder veel identiteit.

Maar sinds de jaren 90 is er een echte doorbraak gekomen. Dankzij moderne selectietechnieken, genetisch inzicht en betere testmethodes slagen veredelaars er steeds beter in om PIWI-druiven te ontwikkelen die niet alleen resistent zijn, maar ook écht goede wijn opleveren. Ze behouden het typische aroma, de balans, de finesse en het terroirgevoel dat we van een goede wijn verwachten. En ze vragen veel minder chemische behandeling onderweg.

Vandaag bestaan er tientallen PIWI-rassen die erkend zijn voor professionele wijnbouw, elk met hun eigen smaakprofiel en agronomische eigenschappen. Ze worden geteeld van Zwitserland tot Zweden, maar vooral in Duitsland, Oostenrijk en Noord-Italië vindt men een vruchtbare bodem voor hun ontwikkeling.

Tijd voor een andere wijngaardlogica

Dat PIWI-druiven minder vatbaar zijn voor schimmels is bekend. Maar de échte reden waarom deze rassen nu in een stroomversnelling zitten, zit dieper: PIWI dwingt ons om anders naar wijnbouw te kijken. Niet alleen duurzamer, maar ook strategischer. Niet langer romantisch terugblikken, maar realistisch vooruitkijken.

Klimaatverandering zorgt voor langere, hetere groeiseizoenen, maar ook voor extremere weersomstandigheden. Meer piekregen, meer vochtige warmte: ideaal voor meeldauw en andere schimmelziekten. Wie vandaag nog vertrouwt op frequente chemische behandelingen, loopt morgen tegen zijn grenzen aan: financieel, ecologisch én juridisch.

PIWI-druiven bieden in dat kader een vorm van klimaatadaptatie. Minder sproeibeurten betekent minder CO₂-uitstoot, minder bodemverdichting, minder schade aan de biodiversiteit. En ja, minder kopzorgen voor de wijnbouwer.

Wat vaak vergeten wordt: ook in de biologische wijnbouw zijn sproeistoffen toegestaan. Koper en zwavel zijn bijvoorbeeld courant, maar ze moeten wél regelmatig worden ingezet, en laten sporen na in bodem en water. PIWI-druiven verminderen ook hier drastisch de afhankelijkheid van ingrijpen. Ze zijn dus niet alleen interessant voor de ‘gangbare’ producent, maar net zo goed voor de bioboer die op zoek is naar een schonere toekomst.

Bovendien: PIWI-druiven zijn niet enkel een verhaal van duurzaamheid, maar ook van vrijheid. Doordat het om relatief jonge rassen gaat, zijn ze zelden gebonden aan strikte DOC-voorschriften of historische verwachtingspatronen. Wijnmakers kunnen experimenteren met stijlen, vinificatiemethodes en blends. Sommige kiezen voor inox en frisheid, anderen gaan de diepte in met houtlagering of lange schilweking. PIWI betekent dus niet alleen ‘minder sproeien’, maar ook: meer speelruimte.

In Italië sluit dit perfect aan bij een nieuwe generatie wijnmakers, die duurzaamheid belangrijk vinden maar zich tegelijk willen losmaken van het keurslijf van traditionele appellaties. De PIWI-beweging past in een bredere evolutie waarin terroir nog steeds telt, maar niet langer alles dicteert.

De Italiaanse PIWI-opmars

Italië heeft een reputatie hoog te houden als het gaat om druivenverscheidenheid en lokale identiteit. Elke heuvel lijkt er zijn eigen inheemse ras te hebben. Toch is het net in dit land, met zijn diepgewortelde wijntradities, dat PIWI-wijnen een opvallende doorbraak maken.

In regio’s als Trentino-Alto Adige, Friuli-Venezia Giulia en Veneto spelen meerdere factoren tegelijk in het voordeel van PIWI. Er is uiteraard het klimaat: zomers met plotse regenval, mistige valleien, en temperatuurschommelingen die schimmeldruk verhogen. Maar er is meer.

Deze regio’s hebben ook een sterke coöperatieve traditie, wat innovatie versnelt. Wijnbouwers staan er minder alleen: ze delen kennis, installaties en risico’s. Dat maakt het makkelijker om nieuwe druivenrassen op grotere schaal te testen, te vinifiëren en te vermarkten. PIWI is daar niet langer een individueel experiment, maar een collectieve evolutie.

Ook de nabijheid van de Duitstalige wijncultuur speelt een rol. In Zuid-Tirol spreken veel wijnbouwers even vlot Duits als Italiaans. Ze volgen de ontwikkelingen in Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland op de voet, en pikken sneller nieuwe trends op. De samenwerking met onderzoeksinstellingen zoals het Laimburg-instituut zorgt bovendien voor wetenschappelijke onderbouw, proefvelden en lange termijnstudies. PIWI is hier niet enkel een ideaal, maar een onderbouwde strategie.

In Friuli-Venezia Giulia zien we een andere benadering: daar omarmen kleine, vaak natuurlijke of biodynamische producenten de PIWI-variëteiten als een verlengde van hun filosofie. Ze hebben geen zin om met koper door hun wijngaarden te lopen, maar willen ook geen concessies doen aan kwaliteit. Voor hen zijn PIWI-druiven geen noodgreep, maar een logische stap in een zoektocht naar evenwicht tussen natuur en ambacht.

Ook op educatief vlak beweegt er veel. Opleidingen voor jonge wijnbouwers besteden intussen aandacht aan PIWI in hun curriculum. Dat is een subtiele maar belangrijke verandering: wie opgeleid wordt met deze druiven als volwaardige optie, zal er ook sneller mee aan de slag gaan zonder vooroordelen.

Wat ooit begon als een randfenomeen op alternatieve wijnbeurzen, krijgt vandaag dus een eigen plaats in het hart van de Italiaanse wijnbouw. PIWI is geen rebellie meer, maar een aanvulling op het bestaande palet. En voor wie met een frisse blik naar wijn kijkt, is dat goed nieuws. Want het betekent dat we niet moeten kiezen tussen traditie en vernieuwing, maar beide kunnen combineren in één glas.

Toch blijft de beweging voorlopig grotendeels beperkt tot het noorden van Italië. En dat is niet alleen een kwestie van klimaat. In het zuiden en het centrum van het land is de schimmeldruk gemiddeld veel lager. Het warmere, drogere klimaat zorgt ervoor dat klassieke druivenrassen er minder vatbaar zijn voor meeldauw en aanverwante plagen. Omdat er minder gesproeid hoeft te worden, is de noodzaak voor PIWI minder acuut.

De economische factor mag bovendien niet onderschat worden. In het zuiden zijn veel domeinen kleinschalig en familiegericht, vaak met beperkte middelen. De overstap naar PIWI vraagt investering: nieuwe aanplant, aangepaste vinificatie, marketing… In het noorden, waar coöperaties, onderzoeksinstellingen en exportgericht denken sterker ingebed zijn, is de drempel om te experimenteren veel lager.

Samengevat: PIWI past nu vooral bij het noorden van Italië omdat het daar tegelijk een ecologische noodzaak, een technologische mogelijkheid en een culturele ruimte vindt. In het zuiden is die driehoek voorlopig minder aanwezig, maar de toekomst is lang, en de wijnstok blijft een meester in aanpassing.

Welke PIWI-druiven moet je kennen?

De wereld van PIWI-druiven is in volle ontwikkeling, maar er zijn inmiddels enkele variëteiten die zich onderscheiden als kwalitatief én commercieel levensvatbaar, zeker in de context van de Italiaanse wijnbouw. Het zijn rassen die niet alleen goed presteren in de wijngaard, maar ook in het glas.

Hieronder een overzicht van de PIWI-sterren die in Italië aan terrein winnen:

Bronner
Een stille kracht onder de PIWI-druiven, ontwikkeld in Duitsland en genoemd naar de botanicus Julius Bronner. Bronner is een kruising tussen Merzling en een genetische lijn met onder meer Pinot en Riesling in de achtergrond. Het resultaat? Een witte druif met een verrassend klassiek profiel: appel, witte bloemen, citrus en een lichte mineraliteit.

In Italië wordt hij vooral in Alto Adige en Veneto aangeplant, vaak als monocépage of als onderdeel van frisse blends. Hij rijpt relatief laat, heeft een mooie zuurgraad en laat zich goed vinifiëren met een zekere elegantie. Geen uitslover, maar eerder het type ‘degelijk met diepgang’.

Souvignier Gris
Misschien wel de meest veelzijdige PIWI-witte druif van het moment. Deze kruising tussen Cabernet Sauvignon en Bronner levert wijnen op met aroma’s van perzik, limoen, bloesem en een lichte kruidigheid. Denk aan een kruising tussen Pinot Gris en Sauvignon Blanc, maar dan met minder zorgen in de wijngaard. In Trentino wordt hij steeds vaker op inox gevinifieerd om zijn frisheid te behouden, maar sommige producenten experimenteren ook met hout voor extra textuur.

Solaris
Een vroegrijpe druif die perfect geschikt is voor koelere zones zoals de hoger gelegen wijngaarden in Alto Adige of de heuvels rond Belluno. Solaris geeft wijnen met rijpe, bijna tropische aroma’s van ananas, mango en honingmeloen, met een stevige body en voldoende zuren. Door zijn suikerpotentieel wordt hij ook gebruikt voor zoetere stijlen, maar droge Solaris komt steeds vaker voor en doet denken aan een rijpe Chardonnay met wat extra punch.

Muscaris
Voor wie houdt van aromatische wijnen is Muscaris een schot in de roos. Deze druif, verwant aan Muskateller, geeft intense florale aroma’s, citrus, lychee en een lichte kruidigheid. Ideaal voor liefhebbers van Gewürztraminer of Moscato, maar dan zonder de hoge schimmelgevoeligheid. In Friuli wordt hij vaak gebruikt voor lichte, droge aperitiefwijnen, of voor geurige blends.

Cabernet Cortis
Eén van de PIWI-initiatieven om ook op het vlak van rode wijn een stevig profiel neer te zetten. Cabernet Cortis combineert de structuur en kruidigheid van zijn Cabernet-ouders met de resistentie van moderne hybriden. De wijnen zijn diep gekleurd, met aroma’s van zwarte bes, groene paprika, peper en kruidnagel. In warme jaren kan hij verrassend complex worden, al blijft hij voorlopig vooral in blends populair.

Regent
Een klassieker onder de resistente rassen. Regent is geen nieuweling meer, maar wel een betrouwbare kracht. Hij rijpt vroeg, geeft kleur en donker fruit, en is makkelijk in de omgang. Regent levert soepele, toegankelijke wijnen met zachte tannine en veel fruitexpressie.

Waarom makkelijker voor wit dan rood?


Het is geen toeval dat witte PIWI-wijnen de voorlopers zijn in deze jonge categorie. Ze sluiten qua stijl en profiel moeiteloos aan bij wat consumenten vandaag zoeken: frisheid, aromatische helderheid, een zuivere structuur en een directe drinkbaarheid. En net dat is wat veel witte PIWI-druiven van nature bieden. Denk aan citrus, wit steenfruit, florale toetsen en levendige zuren. Allemaal troeven die in witte vinificatie goed tot hun recht komen.

Toch is het belangrijk om te begrijpen waarom rode PIWI-wijnen minder vanzelfsprekend zijn. Waar witte wijnen vaak floreren op frisheid en directheid, moeten rode wijnen meer lagen tonen. Bij rode PIWI’s ligt dat complexer. De uitdaging zit niet zozeer in de teelt, maar in de vinificatie en expressie. Een goede rode wijn vraagt om meer: rijpheid, concentratie, structuur, een mooi opgebouwde tannine, en vaak ook rijpingspotentieel. Dat zijn allemaal eigenschappen die sterk beïnvloed worden door druivensoort, terroir, opbrengstcontrole én vinificatiekeuzes.

PIWI-druiven met een rood profiel hebben vaak lichtere schillen, minder kleurstoffen, en een tanninestructuur die sneller ‘droog’ of vlak kan overkomen als ze niet goed begeleid wordt. Daar komt nog bij dat jonge rassen, hoe zorgvuldig ook geselecteerd, nog niet altijd volledig ‘uitgeëvolueerd’ zijn qua balans tussen resistentie en aromatische diepte. Waar witte PIWI’s dus als het ware recht uit de wijngaard kunnen schitteren, vraagt rood meer technische aandacht én meer tijd in de kelder.

Daarom experimenteren veel producenten met verlengde schilweking, houtlagering (bij voorkeur in grotere vaten of gebruikte barriques om het fruit niet te overstemmen) en zelfs met co-fermentaties van meerdere PIWI-rassen om extra dimensie toe te voegen. In sommige gevallen worden PIWI-variëteiten ook geblend met kleine hoeveelheden klassieke druiven zoals Pinot Nero of Lagrein, al laat de wetgeving dit niet altijd toe binnen bepaalde kwaliteitsbenamingen.

Toch is er evolutie. Rassen zoals Cabernet Cortis, Pinotin of Divico (meer Zwitsers, maar wel relevant) laten zien dat rode PIWI’s potentieel hebben, vooral in de handen van wijnmakers die durven zoeken en niet terugdeinzen voor atypische assemblages of nieuwe vinificatietechnieken.

In Italië zijn er dan ook al pioniers bezig met het verleggen van die grenzen: langere rijping op de droesem, gebruik van amforen of betonnen eieren om meer structuur op te bouwen, of blends die een brug slaan tussen elegantie en extractie.

De toekomst van rode PIWI ligt dus niet vast, maar wordt letterlijk gevinifieerd terwijl je dit leest.

Omarm het onbekende

PIWI-wijnen zijn geen tijdelijke hype of ideologisch statement. Ze zijn het resultaat van decennialang onderzoek naar hoe wijnbouw toekomstbestendiger kan worden. In een wereld waarin sproeistoffen steeds meer onder druk staan en het klimaat zich grillig gedraagt, zijn PIWI-druiven geen luxe, maar een noodzakelijke evolutie.

Italië blijkt daarvoor een vruchtbare bodem, letterlijk én figuurlijk. Het land combineert een immense wijntraditie met een opmerkelijk innovatieve geest. Noordelijke regio’s zoals Trentino-Alto Adige en Friuli tonen dat je respect voor terroir perfect kunt koppelen aan experiment en vooruitdenken. PIWI-druiven zijn hier geen breuk met het verleden, maar een nieuwe bladzijde in hetzelfde boek.

Dat deze beweging nog niet door iedereen wordt omarmd, is logisch. Verandering in de wijnwereld gebeurt traag. Maar ze komt wel. Zelfs Attilio Scienza, dé professor wijnbouwkunde van Italië en een levende legende in het vakgebied, laat daar geen twijfel over bestaan. En dat terwijl hij met zijn tachtig jaar gerust wat conservatisme zou mogen tonen. Toch stelt hij duidelijk: de klimaatopwarming zal ertoe leiden dat sommige klassieke druivenrassen zullen verdwijnen, en dat nieuwe rassen, waaronder PIWI, hun plek zullen innemen. Een revolutie in schuifelpas, maar onvermijdelijk.

Voor ons als wijnliefhebbers ligt hier net de charme: we hebben de tijd om die verandering te volgen, stap voor stap. Om nieuwe druiven te leren kennen, onbekende etiketten te ontdekken, en stilaan ook ons smaakpalet aan te passen. En wat is er mooier dan later, bij een glas Bronner of Cabernet Cortis, te kunnen zeggen: “Ik herinner me nog mijn eerste proeverij met PIWI-wijnen, ergens aan een keukentafel of in een kelder in de Dolomieten”?

De toekomst van wijn ligt niet in het vasthouden aan het bekende, maar in het nieuwsgierig omarmen van het onbekende. Gelukkig smaakt dat onbekende steeds beter.

Plaats een reactie